Frank Meester: ‘Er is behoefte aan iemand die mild is en zegt: ploeter lekker door, het komt goed.’ Beeld Martijn Gijsbertsen
Frank Meester: ‘Er is behoefte aan iemand die mild is en zegt: ploeter lekker door, het komt goed.’Beeld Martijn Gijsbertsen

InterviewInconsequentialisme

‘Ik ben antifilosoof, want ik verzet me tegen stelsels die alles op orde beweren te brengen’

Een omvattend systeem dat alles verklaart én precies vertelt hoe je moet leven? Filosoof Frank Meester moet er niet aan denken. Juist als je met overtuiging inconsequent bent, wordt het leven een stuk lichter, stelt hij in zijn nieuwste boek.

Laten we beginnen met de laatste vraag. U schreef ‘een filosofisch zelfhulpboek dat je helpt om met meer lichtheid in het leven te staan’. En, heeft het u zelf geholpen?

“Een beetje. Je hebt mensen die een theorie bedenken om hun problemen op te lossen, je hebt mensen die zien dat hun leven wat kromloopt en dat recht gaan praten en ik zit er zo’n beetje tussenin. Ik rechtvaardig de manier waarop ik leef.”

Tweehonderd pagina’s smoes.

“Precies! Maar niet helemaal. Want ik ben er echt van overtuigd dat het je nooit lukt om alles goed te doen.”

Terug naar de laatste vraag: u zei dat het maar een beetje gelukt is om wat filosofische lijn te brengen in een modderend bestaan. Valt dat u tegen?

“Valt wel mee. Soms verkeer ik in omstandigheden dat ik niet weet wat te doen. Ik modder inderdaad door het leven, net als u trouwens, maar nu kan ik mezelf voorhouden: Frank, je bent inconsequentialist. Dus dan is het wel goed dat ik moeilijk kan kiezen, dat overal twee kanten aan zitten, of dat ik denk: ik doe iets goeds voor een ander maar éígenlijk voor mezelf. Voor een inconsequentialist is dat prima.”

In zijn boek Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen verkent Frank Meester (1970) de werkelijkheid, of eigenlijk: de mogelijkheden om daar greep op te krijgen. Hij verbindt daarin het universum met het strikt individuele. Om met het laatste te beginnen: ieder mens heeft een eigen blikveld, met blinde vlekken. Die zijn enigszins weg te werken door de blik van anderen erbij te betrekken, maar álles zien we nooit. En door de tijd heen verandert dat wat we kunnen en willen zien ook nog eens.

Bij de kennis van het allergrootste en het allerkleinste is dat niet ­anders. Meester, een verdienstelijk gitarist, voert de muziek op als vindplaats van het onvindbare. De harmonie der sferen (Pythagoras) blijkt een met kunstgrepen geforceerde samenklank te zijn, de ‘reine kwinten’ waaruit een octaaf bestaat, stapelen niet op tot iets reins, maar tot ‘iets knettervals, de wolfskwint’. “Musici redden de harmonie door de wolfskwint gewoon niet te spelen.”

In de kwantummechanica doet zich het ongehoorde feit voor dat ­objectief meten niet mogelijk is. En de Theorie van Alles, een elegante wiskundige vergelijking die alles kan verklaren, ontbreekt. Volgens Meester is dat niet een tussenstand op weg naar de glorieuze oplossing, maar een logisch gevolg van de kerngedachte van zijn boek: je krijgt de boel niet rond.

Is dat de toestand van de mens?

“Zo zitten we in elkaar, ja. We denken allemaal in hokjes, maar krijgen nooit alles erin opgeborgen. We zijn net als vogelbekdieren: een zoogdier dat eieren legt en een snavel heeft.

“Ik ben antifilosoof, want ik verzet me tegen stelsels die alles op orde beweren te brengen, maar dat is tegelijkertijd een filosofisch idee: je kúnt zo’n stelsel niet maken. Dat leerde ik tijdens een interview met Ap Dijksterhuis. Hij verdedigde verschillende theorieën over geluk, die niet op elkaar aansloten. Ik wees hem erop, zo van: nou heb ik je, die theorieën spreken elkaar tegen. Weet u wat hij zei? Dat is zo. En zo is het.”

Zo zitten we in elkaar: we weten dat vliegen slecht voor het milieu is, maar het is weer druk op Schiphol.

“ Je weet wat het goede is, maar het lukt nooit helemaal om het goede te doen. Aan de andere kant is dat geen argument om niets meer te doen. Een beetje goed doen, is al heel wat.”

Meester haalt een artikel aan uit The New York Times, ‘Sorry, veganisten, spruitjes willen ook leven’, waarin aan bomen en planten gevoelens worden toegedicht. “Voordat we de morele superioriteit van de ‘toegewijde vegetariërs’ en de ‘moralistische veganisten’ onvoorwaardelijk accepteren, zouden we moeten bedenken dat planten er net zomin naar snakken om in een wok geroerbakt te worden als dat een varken ernaar verlangt om rijkelijk bepeperd in mijn kerststoofpotje te eindigen.

“Dat vonden veganisten heel vervelend, want zij zijn de kampioenen van het consequente ethisch denken. Ze mijden alles wat ook maar een beetje zou kunnen lijden, eten vlees, vis noch honing. De gevoelige spruitjes haalden een streep door het zuivere veganistische goeddoen – en ontnamen ze een voedingsbron, want wat moet je eten, als planten ook afvallen?

“Veganisten zijn net mensen: ze protesteerden, omdat ze er niet aan wilden dat je nu eenmaal nooit helemaal zuiver op de graat bent. Ze hebben mijn sympathie, maar ze mogen best eens een eitje eten. Een beetje zuiver is ook al mooi.”

‘Veganisten hebben mijn sympathie, maar ze mogen best eens een eitje eten. Een beetje zuiver is ook al mooi.’ Beeld Martijn Gijsbertsen
‘Veganisten hebben mijn sympathie, maar ze mogen best eens een eitje eten. Een beetje zuiver is ook al mooi.’Beeld Martijn Gijsbertsen

Die laatste formulering is typisch voor Meester: het woordenkoppel ‘een beetje’ komt in zijn boek maar liefst negentig maal voor.

In de denkgeschiedenis torent Immanuel Kant boven iedereen uit als de meest geordende denker aller tijden – zie diens Kritiek van de zuivere rede (1781). Op zijn dagelijkse wandelingen konden zijn medeburgers in Koningsbergen de klok gelijk zetten. Meester betoogt dat Kant juist niet zo rechtlijnig dacht. “Hij had het over antinomieën: hij somt argumenten op voor het idee dat tijd er altijd is, en voor de gedachte dat ze ophoudt. Zo levert Kant het bewijs dat we het heelal niet kunnen kennen. We komen er niet uit.” Wat meer over ons onvermogen dan over het heelal zegt.

U bent filosoof genoeg om daar toch weer lijn in te ontdekken en werkt het als een methode uit.

“We kunnen niet anders dan inconsequentialist zijn, schipperen is de condition humaine, maar ik ben wel enigszins consistent. Er is inderdaad geen ordenend principe, en daar maak ik een ordenend principe van. Zo krijg je toch wat houvast, een beetje zekerheid. En dat geeft dan weer rust. Dat is meer een inzicht dan een methode.”

Dat inzicht is een vertrouwd christelijk verhaal: de eisen zijn hoog, de mens wil wel, maar kan er niet aan voldoen. En om te voorkomen dat we daaraan onderdoor gaan, is er vergeving. Is Frank Meester niet de goedmoedige pastoor die in het biechthokje de boetvaardige gelovige de absolutie geeft: kop op, een beetje goed is al heel wat?

“Dat is wel een beetje waar. Daar hebben we behoefte aan. Te horen: je rommelt wat aan, maar je bent goed bezig.”

Zoals het een auteur van een zelfhulpboek betaamt, spreekt Meester zijn lezers soms direct aan. Wanneer je, schrijft hij, van een afstandje kijkt hoe we allemaal rommelen om het verhaal van het leven rond te krijgen, “dan kijk je milder naar je medeschepselen en zo indirect weer naar jezelf. Het zijn schattige wezens en de meeste doen op hun manier hun best. Jij zeker ook.”

Als ik dat lees, mis ik alleen nog ­wijwater en kruisteken. Gaat u een ritueel bedenken om uw inconsequentialisme voor lichter leven uit te dragen bij de poorten van, zeg, Lowlands? Welkom in Meesters Kop-Op-hokje?

“Ik ben van huis uit katholiek, niet meer gelovig. Maar ik heb waardering voor de niet-strikte variant, dat het niet zo nauw luistert. Er is behoefte aan iemand die mild is en zegt: ploeter lekker door, het komt goed. Zo’n ritueel, eh, daar ga ik over nadenken.”

Stel: morgen opent het Journaal met het bericht dat de Theorie van Alles is gevonden. Wat doet u dan met de volgende druk van uw boek?

“Dan zou ik zeggen: ik heb het mis. Nou ja, ik hoop dat ik dat dan zeg. Maar waarschijnlijk ga ik sputteren. Ze zéggen wel dat ze alles weten, maar dat is niet zo.”

De zeven stellingen van het inconsequentialisme

• Het is niet mogelijk om een consistent of consequent ­verhaal over het leven te ­vertellen.

• Doordat totale consequentie niet mogelijk is, hoeven we ons niet vervelend te voelen als het niet helemaal lukt.

• In de praktijk is bijna alles een beetje mogelijk.

• Een beetje is al heel wat.

• Je bent als een vogelbekdier dat altijd net weer een beetje aan iedere categorisering weet te ontsnappen.

• Het vermoeden dat we de wereld niet rond kunnen krijgen, biedt de mogelijkheid van het nieuwe.

• Waarover men niet kan ­spreken, daarover moet men juist wel proberen te spreken.

null Beeld

Frank Meester
Waarom we de wereld niet rond kunnen krijgen - Pleidooi voor inconsequentie
Ten Have; 208 blz. € 20, 99

Lees ook:

Kan dan misschien de kwantummechanica onze ervaring van schoonheid verklaren?

Hoogleraar natuurkunde Bert Kappen denkt dat de kwantummechanica, zijn natuurkundig specialisme, een goede kandidaat is voor het verklaren van ons bewustzijn. Hij werd op dat idee gebracht door het lezen van ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden