InterviewMaurits Berger

Hoogleraar Maurits Berger roept in zijn colleges dagelijks op tot jihad

Maurits Berger, over zijn morgen verschijnend boek over de toekomst van de islam in NederlandBeeld Sander de Wilde

Theologische termen als sharia, jihad of salafisme zijn weliswaar ingeburgerd in Nederland, maar hoogleraar Maurits Berger is ze liever kwijt.

De islam heeft de Nederlandse taal een hoop nieuwe woorden opgeleverd. Jihad, salafisme, sharia – om er een paar te noemen. Je zou denken dat arabisten daar gelukkig van worden. Maar dat geldt niet voor Maurits Berger, hoogleraar islam in Europa aan de Universiteit Leiden. Hij merkt dat die exotische woorden voor een Babylonische spraakverwarring zorgen. “Veel mensen weten niet eens precies wat ze bedoelen als ze deze woorden gebruiken. Of ze zijn er hun eigen invulling aan gaan geven, waardoor het niet meer correspondeert met wat het aanvankelijk betekende. Dat is buitengewoon ongelukkig.”

Al in 2005, toen de advocaten van de Hofstadgroep in de dagvaarding tal van islamitische termen tegenkwamen die ze niet snapten, werd hem het probleem duidelijk, zo beschrijft Berger in zijn nieuwe boek ‘De halalborrel. En de toekomst van de islam in Nederland’.

Hij pleit er voor om de termen niet langer te gebruiken. “Vaak zijn deze begrippen niet eens goed te vertalen, omdat ze een heel specifieke theologische of juridische lading hebben. Ik zou zeggen: laten we dus gewoon Nederlands praten. Geen exotische termen die niet in ons woordenboek staan, en al helemaal niet in ons Wetboek van Strafrecht, maar een term of omschrijving in de Nederlandse taal.”

Jihad

“Ik roep in mijn colleges dagelijks op tot jihad. Ja, want ik wil dat mijn studenten nadenken. En in het Arabisch staat jihad voor een inspanning die je doet: dat kan zijn op studieus gebied, of om een goed mens of gelovige te zijn, of in het uiterste geval om te vechten voor je geloof. Maar westerse overheden gebruiken het woord jihad of jihadisme vooral als de gewelddadige strijd van moslims die in de naam van de islam terreurdaden plegen.

“Dat werd een probleem toen, in het kader van de internationale samenwerking om terrorisme tegen te gaan, Arabische landen als partners aansloten. Zij vonden het onaanvaardbaar dat deze beperkte invulling van het begrip jihad werd gebruikt. Voor hen is jihad namelijk veel meer: de inspanning die je levert als vastende moslim tijdens de ramadan bijvoorbeeld, of goed zorgen voor je buren. Hun redenering was: dat een stel schurken dat begrip invullen als dat je jezelf moet opblazen, betekent dat dat wij moeten accepteren dat de rest van de betekenis die ons geloof eraan geeft ons wordt ontnomen?

Salafisme

“Je moet je eigenlijk bij elke islamitische term afvragen: wat is nu het problematische dat mensen proberen aan te duiden? In het geval van jihadisme zijn de terreurdaden het probleem. Bij terreur gaat het over mensen die vanuit een ideaal andere burgers doodmaken. Of het nu gaat om islamisten of rechtsextremisten of om linkse veganisten. Het zijn terroristen. Dus kun je ze beter zo noemen, in plaats van jihadisten.

“Ook met de term salafisme is het erg ongelukkig gegaan. Je merkt dat het nu een soort beschuldiging is geworden van extremisme of zelfs jihadisme. Maar salafisme is, ook volgens de definities van de AIVD, een heftige vorm van orthodoxie. De term kreeg een problematische betekenis na een waarschuwing voor salafisme door de AIVD.

“Die zag de uitwassen van het salafisme onder superorthodoxe types, en vreesde voor het salafisme als een springplank naar jihadisme. Dat werd onmiddellijk overgenomen door beleidsmakers. Later bleek uit onderzoek dat de overstap van extreme orthodoxie naar gewelddadigheid veel minder vanzelfsprekend is dan men aanvankelijk dacht. En dat er wel een toenemende vorm van islamitische orthodoxie te zien was, maar niet die van staatsondermijnende soort.

“Alleen was het kwaad toen al geschied. De term salafisme was onderdeel geworden van een bureaucratische molen, alle beleidsmedewerkers en ambtenaren werkten er al mee, net als de term jihadisme, en die papertrail kon niet meer ongedaan gemaakt worden. Islamitische collega’s en studenten zeiden tegen mij: als je kijkt naar de definitie die zij hanteren van salafisme, dat je zo strikt mogelijk leeft volgens de regels van de islam, dan ben ik ook een salafist. ‘Ja maar jou bedoelen we niet’, kregen zij te horen als ze mensen bij de overheid hierop aanspraken.

Hoogleraar Maurits Berger: ‘Je moet je bij elke islamitische term afvragen: wat is het problematische dat mensen proberen aan te duiden?’Beeld Sander de Wilde

“Ook hier moet je je afvragen: wat is nu precies het probleem met salafisme? Er zijn uiteraard heel problematische types bij. Maar dat betekent niet dat het salafisme als geheel iets is waar de AIVD zich mee bezig moet houden. En dat doet zij ook niet. Maar de politiek en het publiek wel. Tegelijkertijd leidt het gebruik van die term alleen maar tot misverstanden. Je bent eerst een uur kwijt aan uitleggen waar je het over hebt.

“Ik zou voor de term ‘salafisme’ geen vervangende term zoeken. We moeten spreken in termen van gedrag, en of dat aanvaardbaar is of niet. Gedrag van salafisten wordt al snel als problematisch gezien. Het gaat dan om kwesties als hoofd- of gezichtsbedekking of handen geven. Veel mensen in Nederland willen daar gewoon niet mee geconfronteerd worden. Dat is heel begrijpelijk. Dat schuurt, dergelijke confrontaties.

“Terwijl in Nederland orthodoxe vormen van religie niet vreemd zijn. Maar moslims leven niet geïsoleerd, zoals het geval is met veel orthodoxe joden en christenen. Als moslims nu in een dorp op de Veluwe zouden wonen, dan zou die confrontatie veel minder zijn, maar nee, moslims wonen grotendeels in de Randstad, en daar wonen net ook de mensen die minder ophebben met religie. Dat maakt dat het nog harder schuurt.”

Sharia

“Het woord sharia is verworden tot iets heel ergs, iets wat we absoluut niet moeten willen. Zo stelde een Rotterdamse politicus in 2015 voor om moslims een soort integratieovereenkomst te laten tekenen, waarin je verklaart dat je tegen de invoering van de sharia bent. Het beeld bij de sharia is Boko Haram, de Taliban, Isis. Nou, ik denk dat moslims gerust hun handtekening zetten onder een verklaring tegen die groepen. Maar niet tegen sharia. Want ook hier is sprake van de fuik van exotische terminologie.

“De sharia kent hardvochtige straffen maar bevat ook de regels over het vasten tijdens de ramadan, hoe je bidt, hoe je knielt, hoe je iemand begraaft. Als je dus zegt ‘we zijn tegen sharia’, dan bedoel je misschien je afkeer van die harde regels, maar zeg je in feite ook dat moslims niet meer hun overledenen mogen begraven volgens hun rituelen, en niet meer mogen vasten of bidden.

“Een goede vertaling van sharia zou zijn: ‘regels van de islam’. Ja, er zijn volstrekt onacceptabele regels in de sharia. Maar ook veel regels die gewoon in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving zijn. Men doet vaak alsof er een absolute tegenstelling is tussen onze wetten en de sharia. Waardoor moslims het s-woord amper meer durven uit te spreken. De sharia is ook niet zo eenduidig als soms wordt gedacht: er zijn in de loop der eeuwen verschillende scholen ontstaan, en je hebt rekkelijke en precieze interpretaties, zoals je dat bij elke religie hebt.

“Er zijn ook allerlei ontwikkelingen in de sharia. Eigenlijk is er een complete revolutie aan de hand in de hele moslimwereld, die al bijna een eeuw aan de gang is. Ten eerste zijn delen van de sharia omgezet in wetgeving. Vroeger was de sharia aan de geleerden: daar kon je terecht met een vraag of probleem, en zij gaven dan een oordeel naar de omstandigheden van het geval.

“Nu er wetten zijn, waarin zwart op wit staat ‘hoe het zit’, is de sharia vereenvoudigd tot regels. Degene die nu uitspraak doet hoeft geen geleerde meer te zijn, maar is gewoon een rechter. Het gevolg hiervan is dat de flexibiliteit is weggenomen. Want voorheen konden geleerden steeds de praktijk van alledag en specifieke situaties meewegen.

“Een tweede grote ontwikkeling als het gaat om de sharia is alfabetisering in de islamitische wereld. Die heeft ervoor gezocht dat geleerden hun monopolie op religieuze kennis verloren. Naarmate moslims zelf konden lezen en schrijven, zochten ze zelf dingen uit. Dat heeft gezorgd voor enorme veranderingen. Ten goede en ten kwade.

“Als je kijkt naar de mensen die bij Al Qaida, Hamas en de Moslimbroeders uitspraken doen over de religie, dan is bijna niemand klassiek geschoold als theoloog. En als je kijkt naar de progressieve, moderne interpretaties van de islam, waar men bezig is met thema’s als islamitisch feminisme en duurzaamheid, dan zitten ook daar bijna geen theologen bij. Het zijn moslims die zelf met de Koran aan de hand aan de slag zijn gegaan. De geleerden zitten daar vaak met afgrijzen naar te kijken.

“Internet en sociale media jagen die ontwikkeling aan. Moslims van nu denken veelal: waarom heb ik nog een man met een baard nodig om te weten wat God bedoelt? Onder Nederlandse moslims zie ik dat ook terug. Ze willen recht in de leer zijn, maar dan wel zelf bepalen wat dat is. Ik was een paar jaar geleden op een school in het Laakkwartier in Den Haag om ouders iets te vertellen over vasten tijdens de eindexamens. Die ouders zaten, zo leek het, al met een bepaalde reserve naar mij te kijken, van: Wat gaat die witte niet-islamitische professor ons vertellen over ons geloof? Ik vertelde over hoe ze dit in Marokko doen: vooral voedingsadviezen aan eindexamenleerlingen.

“En in Egypte, vertelde ik, had de hoogste religieuze autoriteit gezegd dat vasten niet nodig is in de eindexamenperiode. Toen ik dat zei, schoten ouders op uit hun stoel. ‘Wie is deze kerel?’ Ik legde uit, nou: dat is wel even de grootmoefti. ‘Maar hoe komt die vent daarbij?’ Ze gingen uit hun dak. Ik dacht alleen maar: wauw, hoe Nederlands wil je het hebben?”

Lees ook:

‘Soennieten en sjiieten zijn vergeten wat hen bindt’

‘De tweedeling tussen de grote islamitische stromingen is pas recentelijk zo scherp aangezet, als gevolg van politieke tegenstellingen’, zegt hoogleraar Petra Sijpesteijn. ‘Soennieten en sjiieten lijken meer op elkaar dan ze zelf denken.’

Ramadan gaat meer om bezinning dan om wel of niet eten, zeggen deze jonge moslims

Het is Suikerfeest, het einde van de ramadan. Meer dan om het wel of niet eten, gaat het tijdens de vastenmaand om bezinning, zeggen vier jonge moslims. Slot van een tweeluik over de spirituele kant van de ramadan: de terugblik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden