Filosofisch Efltal

Hoeven we een wilsonbekwaam persoon niet meer serieus te nemen?

Een hoogbejaarde vrouw met een pop op schootBeeld Hollandse Hoogte / Sabine Jooste

Euthanasie bij dementie wordt eenvoudiger. Wat een dementerende daarover heeft gezegd toen hij of zij nog wilsbekwaam was, wordt leidend. Dat roept de vraag op: wat zijn de woorden van een wilsonbekwaam persoon nog waard?

Artsen krijgen meer ruimte voor euthanasie bij dementie. De Hoge Raad sprak zich hier al eerder over uit, maar nu staat het ook in de nieuwe artsenrichtlijnen van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Een van de opmerkelijkste wijzigingen gaat over de uitingen van de patiënt rond het moment van de levensbeëindiging. Eerder gold: als de patiënt dan uitingen doet die wijzen op bezwaar tegen levensbeëindiging, mag de euthanasie niet doorgaan. Volgens de nieuwe richtlijn mag de euthanasie dan wél doorgaan. Als de patiënt helder van geest in een wilsverklaring heeft vastgelegd euthanasie te willen bij dementie, maar tegen de tijd dat hij of zij wilsonbekwaam is daarop terugkomt, wordt dat niet gezien als intrekking van die wilsverklaring.

Valt het te verantwoorden om de woorden van een wilsonbekwaam persoon in deze situatie niet meer serieus te nemen?

Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voormalig arts, vindt van wel. “Het hangt natuurlijk samen met de wijze waarop iemand in het leven staat en daarvóór de dementie uitdrukking aan heeft gegeven. Ik kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Filosoferen is één van de belangrijkste zaken in mijn leven. Als ik dement word, ben ik daar niet meer toe in staat. In dat geval wil ik euthanasie.’ Toch kan het dan zo zijn dat ik op het moment van de levensbeëindiging ga protesteren. In zo’n geval is het raadzaam om het filosofische raamwerk van Harry Frankfurt voor ogen te houden. Frankfurt onderscheidt verlangens van de eerste en van de tweede orde. Eerste-orde-verlangens zijn momentaan en gaan uit naar iets specifieks, zoals een nieuwe laptop; tweede-orde-verlangens zijn overwogen wensen om eerste-orde verlangens al dan niet te hebben. Ze hangen af van wat voor jou waardevol is.

“Als je iemand op straat ziet die je sexy vindt, kan je eerste-orde-verlangen zijn dat je met diegene naar bed wilt. Maar je tweede-orde-verlangen kan dat verwerpen, omdat je de monogame relatie die hebt, waardevoller vindt. In het geval van euthanasie bij dementie speelt dat ook. Het verlangen dat je vast laat leggen voordat je dement bent, door bewust en helder van geest in een wilsverklaring te zetten dat je niet als een zombie wilt leven, is van de tweede orde. Het verwerpt daarmee het eerste-orde-verlangen dat op het moment suprême misschien naar boven komt, waarbij je roept: ik wil blijven leven!”

Paul van Tongeren, emeritus-hoogleraar ethiek in Nijmegen en Leuven, vindt de nieuwe richtlijn juist zeer kwalijk. “Ik zou onze verlangens anders indelen dan Frankfurt. Aan de ene kant maken we alledaagse keuzes, waarin we ons laten leiden door wat ons aantrekt of afstoot. Denk aan de keus voor een vakantieland of een gerecht. Aan de andere kant is er sprake van existentiële keuzes. Die zijn van een totaal andere orde; daarbij kunnen we ons niet laten leiden, maar moeten we het helemaal zelf doen. Denk aan de keus voor een levenswijze of voor een partner.

“Ik denk dat existentiële keuzes altijd gekenmerkt worden door ambivalentie, waardoor ze altijd een soort sprong van ons vragen. De eerste soort keuze is veranderlijk. De tweede soort impliceert een belofte; daarmee verplicht je je tegenover jezelf of tegenover een ander. Het besluit om niet meer te willen leven als je dement zou worden, is een merkwaardige mix van beide. Enerzijds drukt het uit hoe de voorstelling van zo’n leven je afstoot, en is het als zodanig een keuze van de eerste soort. Anderzijds gebruik je dat als basis voor een keuze van de tweede soort. Maar als die existen­tiële keuze berust op een veranderlijke voorkeur, ondermijnt dat de stelligheid daarvan. Alsof je zegt: omdat ik zo’n leven nú afschuwelijk vind, zal ik dán de keuze maken om te sterven. Maar waarom zou je die keuze nog willen maken als je tegen die tijd andere voorkeuren hebt? En tegenover wie zou je daartoe verplicht zijn? Is dit niet de reden waarom mensen nogal eens twijfelen of het moment nu aangebroken is? Ik denk dat je iemands keus voor euthanasie enkel werkelijk serieus neemt als je ook iemands twijfels erover serieus neemt.”

Huijer: “Maar bij dementie word je een totaal ander persoon. Je bent niet meer de persoon die je was – dus die twijfels zijn in die zin ook niet van jouzelf. Bij dementie wordt het stervensproces eindeloos gerekt. Ik zou niet weten waarom ik dat zou willen. Ik zou een last zijn voor mijn kinderen en voor de samenleving – want die verpleging kost ook heel veel geld – terwijl ik er zelf niks aan heb in het kader van wat mijn leven altijd de moeite waard heeft gemaakt.”

Van Tongeren: “Juist omdat mensen veranderen, kun je niet strikt vasthouden aan iets wat iemand in een eerdere fase heeft gezegd. Ik heb mijn moeder dement zien worden. Voordat ze naar het verpleeghuis ging, heeft ze altijd gezegd: daar ga ik niet zitten hoor, dat wil ik niet. Maar ze is relatief gelukkig geweest in de periode dat ze daar rond schuifelde. Je kunt niet nu iets zeggen over de persoon die jij straks bent.”

Huijer: “Het is uiteraard van groot belang dat de patiënt, huisarts en naasten hier van tevoren duidelijke gesprekken over voeren. Een besluit over euthanasie moet altijd een besluit zijn dat iemand bij volle bewustzijn neemt en liefst waar diens directe omgeving achter staat. Daarbij moet ook besproken worden: wat te doen als u dan tegenstribbelt? Dan weet de arts hoe op dat moment te handelen, en is het voor de naasten minder traumatisch als het gebeurt.”

Van Tongeren: “Maar met welk recht kunnen derden beslissen over iemands leven? Dat kan alleen de persoon zelf. Anders krijg je situaties waarin je tegen iemand zegt: jij zegt nu dat je niet dood wil, maar eerder zei je dat je dat op dit moment wel zou willen, dus aan die afspraak gaan we je houden. Dat is toch dwaasheid.”

Lees ook:

Nieuwe euthanasiecode geeft artsen meer vrijheid én druk

De nieuwe euthanasiecode geeft artsen een grote professionele rol, maar maakt het ook lastiger voor artsen met bezwaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden