Hoe kan het dat de coronabesmettingen in orthodox-christelijke dorpen zo hard stijgen?

Kerkgangers komen aan bij de Hersteld Hervormde Kerk in het diepgelovige dorp Staphorst. Beeld ANP
Kerkgangers komen aan bij de Hersteld Hervormde Kerk in het diepgelovige dorp Staphorst.Beeld ANP

In het voorjaar, tijdens de eerste coronagolf, gebeurde het en nu gebeurt het weer: het virus rukt op in gemeenten waar veel behoudende christenen wonen, waarschuwt het RIVM. Maar hoe komt dat?

Het RIVM weet niet wat de verklaring is voor de hoge coronacijfers in behoudend christelijke gemeenten, maar “het is aannemelijk dat de christelijke gemeenschappen de verklarende factor zijn”, zei een RIVM-epidemioloog in deze krant.

Hoe zien de christelijke gemeenschappen er dan uit? Daar is niet direct één antwoord op te geven: er zijn best veel onderlinge verschillen tussen plaatsen als Veenendaal, Brakel en Sliedrecht. Maar overeenkomsten zijn er ook, zegt Fred van Lieburg, hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit en kenner van de reformatorische wereld. Hij noemt de behoudend christelijke gemeenschappen een subcultuur, men leeft sterk in eigen kring. De veelal grote gezinnen zijn ook door familiebanden sterk met elkaar verbonden, ze hebben meer dan gemiddeld contacten binnen een beperkt geografisch gebied. Ze gaan naar reformatorische scholen, hebben verkering met mensen van dezelfde kerk, ze werken vaak bij orthodox-christelijke werkgevers, ze zien elkaar ‘s zondags in de kerk en bij andere kerkelijke activiteiten.

In de afgelopen maanden ging veel aandacht uit naar grote reformatorische kerken in plaatsen als Barneveld, Staphorst en Urk, waar elke zondag nog honderden kerkgangers samenkwamen. Maar aanwijzingen dat die kerkdiensten een grote rol spelen in de hoge besmettingscijfers zijn er bijna niet. “Als iedereen zich aan de maatregelen houdt, afstand bewaart en na de dienst niet blijft napraten, zie ik er geen belangrijke risicofactor in”, zei een RIVM-epidemioloog in deze krant. Bovendien: in lang niet elke reformatorische kerk komen zulke grote groepen samen, al was het maar omdat de meeste van die kerken helemaal niet zo groot zijn. Een dorp als Bunschoten telt veel kerken, maar in de meeste daarvan worden alleen digitaal vieringen gehouden, of in groepen van maximaal dertig mensen. In tegenstelling tot plaatsen als Staphorst, Urk of Barneveld zijn er in het dorp op één kleine uitzondering na überhaupt geen reformatorische kerken.

Van Lieburg denkt dat het vooral de sociale aspecten van het leven in behoudend-christelijke dorpen zijn die bijdragen aan de verspreiding van het virus. “Worden de besmettingen veroorzaakt door religie of door de sociale gehechtheid onderling? Het zal wel een combinatie zijn, maar het zwaartepunt ligt waarschijnlijk op het laatste. Ik zoek de verklaring dus breder dan alleen in de kerk. Het zit in het sociale weefsel van het geheel.”

Zo denkt burgemeester Pieter van Maaren van de gemeente Zaltbommel er ook over. Zijn gemeente telt een paar dorpen met verhoudingsgewijs veel orthodoxe christenen. “De sociale structuur kan een verklaring zijn dat de besmettingen in onze gemeente hoger zijn”, laat hij via een woordvoerder weten. “In onze gemeente is een grote mate van gemeenschapsgevoel. Met name in de dorpen van de gemeente zijn mensen gewend om voor elkaar te zorgen naar elkaar om te zien. Mensen zijn erg op elkaar gericht. Dat is mooi, maar dit betekent ook dat er contacten zijn. De gezinnen zijn daarnaast relatief groot. Dan heb je snel veel contactmomenten. En als het dan fout gaat in een groot gezin heb je sneller meer besmettingen.”

Eerder deze maand meldde burgemeester Gert-Jan Kats van Veenendaal - een van de orthodox-christelijke gemeenten met veel besmettingen - dat de meeste besmettingen in zijn gemeente zijn te herleiden op familiebezoek.

Begin december kreeg Van Maaren een seintje van de GGD dat in één van de dorpen in de gemeente Zaltbommel een verhoogd aantal besmettingen was, waarschijnlijk gerelateerd aan een kerkgemeenschap. Om welk dorp en welke kerk het gaat, wil de woordvoerder niet zeggen. “De burgemeester heeft meteen contact gezocht met de desbetreffende kerk en hen gewezen op de verantwoordelijkheid. Maar voor zover ons bekend houden de kerkgenootschappen zich aan de regels. Veel gebeurt digitaal of op kleinere schaal.”

Van Maaren - en dat geldt ook voor burgemeesters van vergelijkbare gemeenten - heeft de kerken al eerder opgeroepen om hun verantwoordelijkheid te nemen, hij vroeg hen met klem om te voorkomen dat grote groepen elkaar treffen. In de aanloop naar de Kerstdagen heeft hij een “zeer dringend beroep” gedaan op de kerken om in de lockdown-periode alleen online kerkdiensten te houden. In de nieuwste cijfers ziet Van Maaren aanleiding om de inwoners van zijn gemeente opnieuw op te roepen om in de komende tijd sociale contacten te beperken.

Een verschil met het voorjaar is overigens dat het virus zich toen vanuit Brabant naar de gehele biblebelt leek te verplaatsen, terwijl het beeld nu diffuser is. En terwijl het virus zich nu verhoudingsgewijs meer in behoudend-christelijke plaatsen lijkt te verspreiden, gebeurde dat eerder in andere gebieden met veel minder orthodoxe gelovigen: in Brabant, in de grote steden, in Twente. In de afgelopen dagen is een stevige stijging te zien in Noord-Limburg.

Lees ook:

Negen van de tien coronabrandhaarden zijn christelijke gemeentes

In christelijke dorpen rukt het coronavirus op. Het RIVM waarschuwt de gemeenten voor het grotere risico.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden