Column Welmoed Vlieger

Hoe je in contact blijft met je innerlijke grond

‘Men zou een pleister op vele wonden willen zijn.’ Met deze woorden eindigt het dagboek dat de joodse juriste en schrijfster Etty Hillesum in de Tweede Wereldoorlog bijhield. Op 30 november 1943 werd ze op 29-jarige leeftijd in Auschwitz vermoord. De notities worden terecht geroemd om hun tijdloosheid, scherpte en actualiteit. Maar wat mij vooral raakt in haar teksten is het vermogen om in de meest verschrikkelijke en ontmoedigende omstandigheden, een werkelijkheid die wordt beheerst door angst en dood, in contact te blijven met een innerlijke grond – een ‘speelruimte’ noemt Hillesum het ergens – die onaangetast blijft door de omstandigheden. Dat vermogen, is dat er eigenlijk nog?

Voor Hillesum raakt het aan de moed om je los te maken van ingebeelde plicht, van illusoire voorstellingen over hoe je moet doen en wie je moet zijn. De moed, kortom, om werkelijk trouw aan jezelf en je diepste waarden te blijven. Het klinkt heldhaftig – kende Hillesum dan geen angst, frustratie, wanhoop of onzekerheid? Zeker wel. Maar wat haar dagboek laat zien is dat zij die angst en wanhoop geheel en al toeliet en doorleefde, zonder er zich er door gevangen te laten nemen. Want: “Er blijft nog altijd ergens een kleine speelruimte, waar men z’n eigen leven bouwen kan. Eenvoudig is dat niet, maar waarom moet het altijd eenvoudig zijn?”

Medicaliseren van volstrekt menselijke ervaringen

Toch neigen we liever naar de eenvoud, de ogenschijnlijke eenvoud om volstrekt menselijke ervaringen als angst, somberheid of schuchterheid te medicaliseren en van allerhande etiketten te voorzien. Dan spreken we al snel van depressies, fobieën en burn-out, iets waar je zo snel mogelijk voor behandeld moet worden om weer te kunnen voldoen aan het inmiddels alomtegenwoordige ideaal van succes, geluk en perfectie.

Juist met het oog op die enorme hang naar perfectie ­stuiten we, denk ik, zo langzamerhand op een grens. Mensen zijn niet meer in staat existentiële vragen te beantwoorden en lijden te verdragen, zo stellen ook psychiaters Dirk De Wachter, Damiaan Denys en Paul Verhaeghe in een recent verschenen artikel in Vrij Nederland. Het brengt een nieuw soort patiënt in hun praktijk: mensen met ADHD, paniekstoornissen en een onduidelijke combinatie van angsten en depressie die vooral een snelle ­oplossing voor hun problemen willen, zonder enige vorm van introspectie. Alle drie houden ze daarom een pleidooi voor overgave aan het onmaakbare en imperfecte leven en zijn ze kritisch over de stormloop op psychologische hulpverlening van mensen die zich daar niet bij kunnen neerleggen.

Ergens nodig zijn

Laatst sprak ik een moeder wier zoon met depressieklachten in de GGZ was beland. Vele gesprekken, behandelingen en diagnoses volgden. Wat hem er uiteindelijk bovenop hielp, zo vertelde zij, was het werk dat hij deed bij een bloemist in de buurt. Als hij niet kwam opdagen gingen de planten en bloemen eronder lijden. Hij was nodig daar.

Het brengt me terug bij Hillesum. De enige zekerheid hoe je moet leven en wat je moet doen, kan volgens haar alleen maar van binnenuit opstijgen: “Trouw. Werkelijk trouw aan zichzelf en aan de waarden, die men hoog schat en de moed hebben zich ter wille van die trouw onbemind te maken bij anderen.” Dan kun je, zoals Hillesum dat is geworden, een pleister op vele wonden zijn.

Welmoed Vlieger (1976) studeerde wetenschap van godsdienst en levensbeschouwing, en ook wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden