Interview Sebo Ebbens

Hoe het Tibetaanse boeddhisme helpt bij het overlijden van een zoon

Sebo Ebbens: ‘Drie weken lang hebben we de kamer van mijn zoon niet opgeruimd en hebben we een bord neergezet bij het eten.’ Beeld Herman Engbers

De Tibetaans-boeddhistische leraar Sebo Ebbens schreef een boek over leven en sterven. Het Tibetaans boeddhisme bereidt hem niet alleen voor op zijn eigen dood, maar hielp ook bij de verwerking van de dood van zijn zoon.

In een Amsterdams café zit Sebo Ebbens (74) achter een kop koffie. Verspreid over de tafel liggen allerlei boeken en aantekeningen: een daarvan is een stukgelezen versie van ‘Het Tibetaans dodenboek’, compleet met aantekeningen, briefjes en aanhangsels. Buiten regent het pijpestelen, af en toe komt er een verregende bezoeker binnen om even op te warmen.

Na jarenlang als natuurkundedocent in het onderwijs te hebben gewerkt is Ebbens nu actief als Tibetaans boeddhist, als beoefenaar maar ook als leraar. Tien jaar lang was hij docent aan de boeddhistische Universiteit van Boulder in de Verenigde Staten.

Ebbens’ meest recente boek, ‘Op de golven van geboorte en dood’, gaat over een van de belangrijkste werken uit de Tibetaans-boeddhistische filosofie: het Tibetaanse dodenboek. Dat dodenboek was van onschatbare waarde voor Ebbens, toen acht jaar geleden zijn 24-jarige­­ zoon Alban kwam te overlijden aan acute leukemie. Het hielp hem om zich met de dood van zijn zoon te verzoenen, en om op een goede manier afscheid van hem te nemen. Daarom wil Ebbens de Tibetaans­­-boeddhistische visie op de dood graag aan andere mensen doorgeven.

Een van de grondgedachtes van uw boek is dat een mens zich beter met de dood kan verzoenen wanneer hij of zij een aandachtig leven leidt. Hoe kun je door een aandachtig leven te leiden beter­­ leren sterven?

“In het Tibetaans boeddhisme is goed leven en goed sterven onlosmakelijk met elkaar verbonden. De essentie van het boeddhisme is dat alles tijdelijk is: het begrip tijdelijkheid is eigenlijk een vorm van sterven. Een gesprek als dit heeft een begin, daarna is er een bepaalde­­ levenskwaliteit, en dan nemen we weer afscheid van elkaar. Die cyclus van leven en dood vindt voort­durend plaats. Als je de cycli van leven en dood nu herkent, leef je veel meer in het hier en nu. Je bent dan eerder klaar voor de dood dan wanneer je denkt dat die nooit zal plaatsvinden.

“Het woord ‘overlijden’ is een interessant woord. Het woord suggereert dat je pas over het lijden heen komt als je dood bent. Dat is een nogal calvinistische visie op het leven, typisch Nederlands eigenlijk. In het boeddhisme kun je overlijden voor je daadwerkelijk overlijdt. Wat ik daarmee bedoel is dat je ook tijdens het leven kunt stoppen met lijden, dat je over het lijden heen kunt komen. Dat is het uiteindelijke doel van het boeddhisme. Zodra het lijden gestopt is ben je verlicht, en zodra je verlicht bent, leef je volledig hier en nu. Dood of niet dood is dan niet meer belangrijk. Dan is de dood er nooit, of altijd­­.”

Hoe kun je dan overlijden tijdens je leven­­?

“Door acceptatie van de tijdelijkheid van het bestaan, en door vriendelijkheid en mededogen voor jezelf te hebben. In deze calvinistische wereld zijn we die kunst verloren. Als ik cursussen geef, merk ik bij de meeste mensen dat bijna iedereen zichzelf onaangenaam vindt. Dat zit ontzettend diepgeworteld.

“Ik woon naast een streng gereformeerde kerk, waar het normaal is om te denken dat iets goeds dat je overkomt van God afkomstig is. Maar wanneer het fout gaat ligt het aan jou. Dat idee van fundamenteel tekortschieten is iets wat het boeddhisme niet kent, want het houdt je af van de mogelijkheid om van het lijden af te komen. Weg met het calvinisme!”

Hoe heeft het Tibetaanse dodenboek u geholpen bij de verwerking van de dood van uw zoon?

“Toen ik het onheilsbericht hoorde, was ik aanvankelijk in totale paniek. Ik was in Deventer en ik raakte volledig de weg kwijt, ik heb rondgedwaald door de straten. De volgende dag heb ik met mijn zoon gepraat: ga je ervoor of geef je het op? Als hij niets zou doen zou hij binnen twee weken dood zijn. Toen hebben we samen afgesproken dat we ervoor gingen. Daarna was er geen paniek meer. Er was wel pijn, maar geen paniek. Dat kwam doordat ik inmiddels goed was doordrongen van het besef van tijdelijkheid dat door de Tibetaanse visie wordt voorgesteld. De acceptatie was er eigenlijk meteen. Soms heb je gewoon pure pech: je bent ergens naar op weg en dan stopt de trein plotseling. Dit is natuurlijk van een veel hogere orde en diepere orde, maar de grondgedachte is hetzelfde: we hebben niet alles in de hand.”

Ebbens’ meest recente boek, ‘Op de golven van geboorte en dood’, gaat over een van de belangrijkste werken uit de Tibetaans-boeddhistische filosofie: het Tibetaanse dodenboek. Beeld Herman Engbers

Dat was de periode voor zijn dood: hoe hielp het boek bij het rouwproces?

“In de visie van het Tibetaanse dodenboek duurt een proces van rouw gemiddeld zeven weken. Drie weken lang is de geest van de overledene nog in de buurt; daarna gaat hij vier weken lang op zoek naar een wedergeboorte. Dat is de reïncarnatiegedachte: de geest gaat nooit dood, maar blijft bestaan. Honderd procent zeker weten doe je het nooit, maar door mijn studie en oefening­­ ben ik er vrij zeker van dat de geest na de dood inderdaad blijft bestaan.

“Drie weken lang hebben we zijn kamer niet opgeruimd en hebben we een bord neergezet bij het eten. Na drie weken hebben we gebakken paprika gemaakt, dat vond mijn zoon ontzettend vies. We zeiden hardop: ‘Mocht je hier nog in de buurt zijn, het is tijd om te gaan’. Toen pas hebben we zijn kamer opgeruimd.

“Gedurende die zeven weken heb ik iedere dag een halfuur lang oefeningen gedaan zoals het dodenboek die voorschrijft. Zeven weken lang ben je nog met de overledene bezig, om hem of haar te helpen een nieuwe plek te laten vinden. Je moet aan het werk, je moet dingen doen, teksten voorlezen. Dat is pas goede rouwverwerking.”

Wat is volgens het Tibetaans boeddhisme de relatie tussen de geest en het lichaam­­? Is de geest na de dood direct uit het lichaam verdwenen?

“In het boeddhisme moet je het lichaam de eerste twee à drie dagen zoveel mogelijk met rust laten. Dan huist er namelijk nog een restant van de geest in het lichaam. Orgaandonatie wordt dan lastig, want die moet binnen vierentwintig uur plaatsvinden. Eigenlijk mag dat dus niet. Wat je wel kunt doen is tegen de overledene zeggen: ‘Wij weten dat we je nu pijn gaan doen, maar je moet beseffen dat het voor een goede zaak is’. Als jij de juiste woorden uitspreekt, is de veronderstelling dat de overledene dat hoort, zo is de gedachte. Het is natuurlijk een extreem vaag gebied, maar de Tibetaanse hoogleraren zijn er honderd procent van overtuigd dat het zo is.”

Hoe kijkt u vanuit uw achtergrond naar de discussie over voltooid leven? Is een leven ooit voltooid?

“In het boeddhisme is een leven voltooid als je over het lijden heen bent. Dat kan dus tijdens je leven. Dan ben je ‘verlicht’. Het betekent niets anders dan dat je volledig in staat bent in het hier en nu te leven. De cycli van leven en dood stoppen, omdat je per moment begint en eindigt.

“Wanneer iemand euthanasie pleegt omdat hij of zij het lijden dat gepaard gaat met de laatste fase van het leven niet aankan, is die persoon nog niet over het lijden heen. Dan zeggen boeddhisten­: er is nog werk aan de winkel. Euthanasie is dan niet het antwoord.”

Hoe kijkt het boeddhisme aan tegen mensen met vergevorderde dementie? Kunnen zij nog ‘over het lijden’ komen?

“Iemand met de ziekte van Alzheimer heeft geen bewustzijn van zijn lijden. Binnen het boeddhisme maken we onderscheid­­ tussen de duale en de nonduale­­ geest. De duale geest is dat aspect­­ van de geest dat we gebruiken om de wereld te begrijpen: dit is goed, dit is slecht, dit ben ik en dat ben jij, dit is mooi, dat is lelijk.

“De nonduale geest is echter altijd op de achtergrond aanwezig: het is een soort intuïtief weten of iets in orde is of niet. Mensen met vergevorderde alzheimer hebben alleen nog dat tweede, nonduale aspect van de geest over. Een alzheimerpatiënt ‘voelt’ of ‘weet’ altijd wat er aan de hand is, zonder dat hij of zij dat kenbaar kan maken. Voor mij betekent dit dat we ons ook bij mensen met alzheimer moeten realiseren dat ze in deze visie ‘meevoelen’ met wat er om hen heen gebeurt. We moeten daarom aardig blijven­­, de juiste woorden gebruiken. We moeten kortom zorgen voor een goede sfeer.”

Sebo Ebbens, Op de golven van geboorte en dood. Goed leven en sterven in boeddhistisch perspectief (Uitgeverij Asoka, juni 2019).

Bij het boek hoort ook een website, met uitleg en oefeningen: www.goedlevenensterven.nl

Lees ook: 

Jezus en Boeddha, samen in de kerk

In de voormalige Johannes Vianneykerk in Deventer huist sinds 2016 de grootste Boeddhabeeldenhandel ter wereld. Het boeddhisme gaat goed samen met het christendom, vindt eigenaar Peter Vredeveld.

Hij bracht het boeddhisme naar het westen, en pleegde misbruik

Sogyal Rinpoche wilde het boeddhisme naar het Westen brengen, en daar is hij behoorlijk succesvol in geweest. Van zijn ‘Het Tibetaanse boek van leven en sterven’ werden miljoenen exemplaren verkocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden