NaschriftHerman Wiersinga (1927-2020)

Hoe een ‘ketter’ de gelovigen op de kast joeg

Herman Wiersinga bleef dromen van geloof, maar dan opgevat als ‘een feestelijke beleving van ons gezamenlijke mens-zijn’. Beeld Paul Dijkstra

Aan de naam van de onlangs overleden theoloog Herman Wiersinga kleefde een halve eeuw het etiket ‘kwestie’. Nu zouden protestanten er zich niet meer zo druk over maken.

Het is een kille vrijdag in januari 1971. Studentenpredikant Herman Wiersinga promoveert in Amsterdam. Hij verdedigt zijn studie van het christelijke begrip ‘verzoening’. Dat wordt het begin van een slepende procedure, zijn naam wordt een ‘kwestie’. Het boek waar het allemaal mee begint is zijn dissertatie, waarin hij de traditionele opvatting over verzoening – Christus’ plaatsvervangend sterven is het een en het al – bestrijdt. Pas door de menselijke reactie daarop ontstaat complete verzoening, betoogt Wiersinga.

Het kerkgenootschap waarbinnen hij dominee is, de Gereformeerde Kerken in Nederland (tegenwoordig deel van de Protestantse Kerk in Nederland), staat op dat moment onder hoogspanning. De ene pool is de orthodoxie, die de puntjes op de ‘i’ wil zetten en de leer van de belijdenisgeschriften zuiver houden. De rekkelijken zijn hun tegenpool, zij zoeken ruimte voor een moderne uitleg van de confessie en voor een minder fundamentalistische interpretatie van de Bijbel.

De studie van Wiersinga werd voor beide partijen een testcase. Wat hij te berde bracht, botste met een centraal element van het christelijk geloof. Later verbaasde hij zich erover dat hij niet had gezien wat zijn opponenten wel meteen in de gaten hadden: dat hij zich buiten de gebaande paden van zijn kerk begaf. Dat ontkende hij zelf lang en hardnekkig. Uiteindelijk werd hij hardhandig van dat denkbeeld afgeholpen.

Onenigheid onder hoogleraren

Met zijn proefschrift had hij een open zenuw geraakt. Nog voor die vrijdag het hora est was uitgesproken, was er al onenigheid onder de hoogleraren van de VU. Die vervulden een dubbelrol: wetenschapper en hoeder van de gereformeerde traditie. Sommigen hadden de boel willen afblazen, een hoogleraar bleef demonstratief weg.

Razendsnel vielen verontruste (traditionele) gelovigen over de jonge doctor heen, ‘onthutste’ dominees preekten er op zondag al over, al waren ze nog niet in staat geweest om kennis te nemen van diens studie. De zaak escaleerde. Klachten stroomden binnen, kerkbesturen besteedden er avonden vergadertijd aan, brochures verschenen.

Harry Kuitert, Herman Wiersinga en Gerard Rothuizen tijdens een congres in 1989 (vlnr).Beeld Foto Nederlands Dagblad

Wiersinga’s kompaan en geestverwant Harry Kuitert (1924-2017), hoogleraar ethiek en dogmatiek, verzuchtte: “Synodes (landelijke kerkbesturen, red.) bemoeien zich ermee. En dat betekent meestal niet veel goeds.” Vanuit zijn oogpunt had hij gelijk: de polarisatie verscherpte en de orthodoxen trokken na jaren aan het langste eind. Maar niet helemaal.

Kerkpolitieke kunstgreep

De synode besloot dat Wiersinga’s verzoeningsopvattingen ‘ontoelaatbaar’ waren. Dat was een onomwonden veroordeling die de rechtzinnigen tevreden stelde. Waar die minder blij mee waren was de kerkpolitieke kunstgreep waarmee Wiersinga binnenboord werd gehouden: het nationale bestuur liet maatregelen tegen de ‘ketter’ (dat woord viel vaak in die jaren) over aan het plaatselijke kerkbestuur, wetend dat Wiersinga dan aan kon blijven. Een spreekverbod kreeg hij niet, maar zijn ideeën mocht hij niet uitventen, waarbij hem dan weer geen strobreed in de weg gelegd werd om dat toch te doen vanaf de kansel, in boeken en op tv.

Zo spaarden de gereformeerde kerken kool en geit. Misschien is het beter een andere formulering te kiezen: van scherpslijpers die keer op keer een kerkscheuring veroorzaakten, werden ze een beetje hervormd – naar dat andere, veel grotere protestantse kerkverband (waarmee ze in 2004 in de PKN zouden fuseren). Daar waren ze gewend het vurig met elkaar oneens te zijn en ze wisten hoe je met kunstgrepen de uitersten binnen de veste kon houden. 

‘Nu onvoorstelbaar geworden’

In zijn autobiografische boek ‘Verzoening als affaire’ uit 2016 schrijft Wiersinga: “Jarenlang zou mijn kritiek op de verzoeningsleer onderwerp van gesprek blijven en voor opschudding zorgen. Zoiets is nu bijna onvoorstelbaar geworden”.

Een terechte constatering. Wiersinga’s latere werk – en dat van veel van zijn vakgenoten – bewoog zich nadien nog veel verder van de traditionele leer. In 1992 schreef hij in een brief zich te verzetten tegen de ‘obsessie’ van de christelijke traditie ‘met het oordeel en het zonde-genade-schema’.

Hij werd gaandeweg meer beïnvloed door het postmodernisme, waarvan hij het relativisme omarmde. ‘Met een goed geweten en bewuster dan ooit’ nam hij afstand van de geloofsvoorstellingen waar hij in was grootgebracht. Wel bleef hij dromen van geloof, maar dan opgevat als ‘een feestelijke beleving van ons gezamenlijke mens-zijn’. En hij ging geregeld ter kerke – waar liederen klonken die hij niet meer over zijn lippen kon krijgen, over een drieënige God, over de ‘goocheltruc’ waarmee Gods woede over de zonden van de mens wordt omgezet in vergeving door Jezus’ kruisdood. 

Soms nog kortsluiting

De polarisatie binnen de gereformeerde kerken eindigde niet met de veroordeling van Wiersinga, maar verschoof van de dogmatiek naar de ethiek. De enorme antikernwapendemonstraties uit de jaren tachtig verdeelden de (niet alleen gereformeerde) gelovigen tot op het bot. Toen werd het wat rustiger, het gereformeerde volksdeel had zijn fundamentalisme afgelegd, al deed de EO nog een tijd z’n best om de schepping-in-144-uur overeind te houden en homoseksuelen te genezen. Vrouwen beklommen de kansel, homo’s kregen hun huwelijkszegen, de narratieve theologie deed haar intrede – alles draaide om het Verhaal, zoals de populaire dominee Nico ter Linden het vertelde, met een flinke dosis psychologie erin.

Van de dogmatische meterkast was de spanning afgehaald. Een enkeling veroorzaakte nog wel eens wat kortsluiting. Zo ruimde de productieve Kuitert per boek meer geloofsgoed op, zette diens collega Cees den Heyer ‘verzoening’ weer even op z’n Wiersinga’s op de agenda (en ruimde het veld) en wist Klaas Hendrikse als atheïstische dominee wat mensen op de kast te krijgen. Maar echt knetteren deed het niet meer.

Lees ook:

Acht wenken voor kandidaat-heretici

In de christelijke traditie komen steevast ketters voor. Herman Wiersinga en Cees den Heyer kregen tot hun schrik het verwijt ketters te zijn. Hoe je het wordt, en hoe je ermee om kunt gaan, is te lezen in Acht wenken voor kandidaat-heretici.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden