Expositie

Hoe de Molukse geloofstradities en het christendom samenkwamen in de Molukse kerk in Nederland

Een jong lid van een tahuri-orkest.

De tentoonstelling ‘Molukse kerk in de polder’ toont de geschiedenis van de kerk in de Molukken en Nederland. ‘Je kunt de subsidie voor dit soort exposities wel zien als een goedmakertje.’

‘ Voor Molukse en Indische ­ouderen’, beschrijft het bordje bij de ingang van het woonzorgcentrum Raffy in Breda. Is dat geen vreemd verschil, Moluks en Indisch? “Het lijkt een raar onderscheid omdat de Molukken een deel zijn van Indonesië. Maar de Molukse gemeenschap heeft in Nederland een heel eigen geschiedenis, cultuur en kerk, dat zul je zien”, lacht Huub Lems, voorzitter van de Stichting Zendingserfgoed. Hij duwt de deur naar de zaal met de expositie ‘Molukse kerk in de polder’ open.

Die expositie neemt de bezoekers in vogelvlucht mee door de geschiedenis van de ‘Molukse kerken in Nederland en hun wortels in de Molukken’. De Molukse kerk is protestants, met invloeden van de katholieke kerk en plaatselijke traditionele religies. De tentoonstelling laat bijvoorbeeld liedboeken in het Maleis zien, de taal van Indonesië, en toont instrumenten, zoals een tahuri, een grote schelp die als blaasinstrument gebruikt werd om een kerkdienst aan te kondigen.

Piring natzar

In een van de vitrinekasten van de tentoonstelling staat een uit Indonesië meegebracht exemplaar van de piring natzar, een offerschaaltje dat binnen oude Molukse religies diende om het mystieke te aanbidden. Ze worden nu nog in de kerk gebruikt. “Bij diensten van andere kerken ­pakken mensen hun portemonnee uit hun achterzak voor een bijdrage, dat doen wij nooit”, zegt Crams Nikijuluw, staffunctionaris en cultuur­bewaker van het woonzorgcentrum en kerkbezoeker. “Thuis reinig ik mijn euromuntstukken en die leg ik met aandacht voor een gebed op de piring natzar. Wanneer ik weer naar de kerk ga, geef ik die munten bij de collecte. Ook leg ik elk jaar een briefje op het schoteltje. Daarop staat een wens voor het komende jaar. Dat ik gezond blijf bijvoorbeeld. Als die wens is uitgekomen vervang ik hem door een nieuwe voor het volgende jaar.”

Via het project ‘Collectieve erkenning Indisch en Moluks Nederland’ subsidieert het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport de expositie. Dat toont volgens Nikijuluw aan dat de blik op het verleden van Molukkers in Nederland veranderd is. “Ik geloof niet dat de Molukse gemeenschap nog erg bezig is met een excuus voor gebeurtenissen uit het verleden. Toch kun je dit initiatief wel zien als een goedmakertje.”

Iedereen is welkom, maar de tentoonstelling is misschien vooral de moeite waard voor Molukse Nederlanders, denkt Huub Lems van de Stichting Zendingserfgoed, die de expositie heeft samengesteld. “Op de openingsdag van deze tentoonstelling gaf een bezoekster toe dat zij bijna niets wist van de geschiedenis van de kerk in Indonesië. En een scholiere vertelde dat zij een bepaalde afsplitsing van de Molukse kerk bezoekt. Ik vroeg haar: waarom precies die? Haar moeder en oma gaan ernaartoe, dus zij ook. Ze had zich er verder niet in verdiept.”

Zwarte kleding

De katholieke Portugezen introduceerden in de zestiende eeuw het christendom op de Molukken. “De missionarissen droegen zwarte kleding, waardoor de plaatselijke bevolking die ook ging dragen tijdens diensten. Dat is nu in Nederland nog gebruikelijk, vooral voor de oudere generaties”, vertelt Lems, terwijl hij langs een rek met kerkkleding loopt. 

“Het grappige is dat de Molukse gemeenschap allerlei voorwerpen die door de Nederlanders zijn geïntroduceerd later weer meenam naar Nederland. Zo is de eerste Bijbel in het Maleis door een Nederlander gemaakt. Daarvan ligt hier een eerste druk uit 1733. Een herziene versie is nog steeds in gebruik.” Dan wijst Lems op een collectie bamboefluiten. “Bij gebrek aan orgels op de ­Molukken zochten voorgangers instrumenten om te gebruiken bij de begeleiding van de gemeentezang. Die fluiten zijn later meegenomen naar Nederland en worden nu nog gebruikt.”

Pela

“Het christendom ging goed ­samen met de Molukse geloofstra­dities”, gaat Lems verder. “Ook volgens die tradities was er één God. En al voordat de Portugezen kwamen, kenden Molukse eilanden het principe van de pela. Dat is een verbond tussen twee dorpen, de bewoners hielpen elkaar in goede en slechte tijden. Dat verbond oversteeg religie en zorgde voor een open houding ­tegenover andere geloofsovertuigingen.”

Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in de Nederlandse maatschappij is hier niet aan het juiste adres. De compacte tentoonstelling beperkt zich tot de geschiedenis van de kerk. “Ook binnen de Molukse kerk bestaan verschillen, verscheidene ­eilanden hadden vroeger bijvoorbeeld andere gebruiken. Maar heel veel voorwerpen en rituelen zijn hetzelfde, en dat laten we hier zien”, verklaart Lems.

De bezoeker krijgt vlak voor het verlaten van de zaal een vraag gesteld: hoe ziet de toekomst van de Molukse kerk in de polder eruit? Nikijuluw van het woonzorgcentrum Raffy denkt dat er een toekomst is voor de kerk. “Molukse jongeren zijn nog religieus en kleden zich traditioneel tijdens ceremonies. Ze gaan alleen niet meer naar de kerk. Deze tentoonstelling biedt een prachtig overzicht van de ontwikkeling van de Molukse kerk. Ik wil tegen jongeren zeggen: je krijgt deze geschiedenis op een presenteerblaadje. Praat erover met ­elkaar. Doe er iets mee.”

De tentoonstelling van Stichting Zendingserfgoed blijft tot 9 september in Breda. Daarna is de verzameling achtereenvolgens in Ede, Assen en Gennep te zien.

Van Java naar Nederland

In 1951 kwamen Molukse militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (Knil), samen met hun vrouwen en kinderen naar Nederland, bijna 13.000 mensen in totaal. Indonesië was onafhankelijk geworden, maar de mannen waren nog in Nederlandse dienst op het eiland Java. Zij wilden zich na demobilisatie aansluiten bij het leger van de Zuid-Molukse Staat, dat streed voor onafhankelijkheid. Nederland wilde de betrekkingen met het net gevormde Indonesië zo snel na de dekolonisatie niet op de proef stellen en haalde de militairen naar ­Nederland. Omdat het verblijf tijdelijk zou zijn, woonden ­Molukkers eerst in kampen en daarna in speciale Molukse woonwijken. Integratie in de Nederlandse maatschappij werd lange tijd niet gestimuleerd of zelfs tegengehouden door de overheid.

Het zorgde wel voor een hechte gemeenschap: “Men hield erg vast aan Molukse gewoonten en de ­Molukse kerk”, legt Crams Nikijuluw uit. “Die is zelfs traditioneler gebleven dan de tegenhanger in Indonesië.” Pas vanaf de jaren zeventig verbeterde de situatie, hoewel geradicaliseerde Nederlandse Molukkers toen ook met gijzelingsacties de hulp van de Nederlandse overheid probeerden af te dwingen voor het vormen van een Zuid-Molukse Staat. De ­beruchtste actie is de trein­kaping bij De Punt.

Lees ook:

De Molukse Kerk van Appingedam 

Een van de eerste Molukse kerken van Nederland staat in Appingedam. Het pand stond er tot een paar jaar terug nogal vervallen bij. Een restauratieproject herstelde het in z'n oude glorie. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden