Interview Brian D. McLaren

Hoe christen te zijn in een geschifte wereld

Brian D. McLaren zocht hij een nieuwe, progressieve en inclusieve weg voor het christendom. ‘Als mensen een godsbeeld afwijzen dat afwijzing waardig is, vind ik dat goed nieuws.’ Beeld Jean-Pierre Jans

Schrijver en predikant Brian McLaren (1956) geldt als een kopstuk van de Amerikaanse emerging church-beweging. Als geboren evangelical brak hij met het fundamentalisme van zijn jeugd en zocht hij een nieuwe, progressieve en inclusieve weg voor het christendom. McLaren was even in Nederland. Trouw sprak met hem.

Schrijver en predikant Brian McLaren (1956) geldt als een kopstuk van de Amerikaanse emerging church-beweging. Als geboren evangelical brak hij met het fundamentalisme van zijn jeugd en zocht hij een nieuwe, progressieve en inclusieve weg voor het christendom. McLaren was even in Nederland.

In het leven van Brian McLaren staat één vraag centraal: wat betekent het om christen te zijn in een geschifte wereld? “De mensheid kijkt aan tegen een ecologische crisis. Er is grote economische ongelijkheid. Overal komen populistische bewegingen op, en autoritaire leiders. Ik word dagelijks wakker met het besef dat wij bezig zijn gestalte te geven aan een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis. We staan op een tweesprong, en ieder van ons vecht voor het behoud van een oude wereld, óf is een nieuwe aan het baren. Dan kies ik voor dat laatste.”

Hoe ziet die ‘oude wereld’ eruit volgens u?

“Juist als Amerikaans christen moet ik zeggen dat religie vaak een kwalijke rol heeft gespeeld. Wij hebben er een handje van de zwarte bladzijden van onze eigen geschiedenis te negeren, snel verder te bladeren als die langskomen. Dat zal in Nederland niet heel anders zijn. Mijn land is opgebouwd door land te stelen van de oorspronkelijke bewoners, en daarna maakten we talloze medemensen tot slaaf. Allemaal in de naam van het christendom. De meeste religieuze leiders stellen zich op dat gebied bewust naïef op. Of zelfs arrogant: zolang wij ons maar onschuldig kunnen blijven voelen. Maar we moeten juist het tegenovergestelde doen. We moeten in het reine komen met onze hele geschiedenis: het mooie, maar ook het lelijke.’

Wanneer kwam u zelf tot dat besef?

“Ik was twaalf toen dominee Martin Luther King werd vermoord. Dat waren turbulente jaren. Toch zag ik mijn kerk gewoon doorgaan, zondag na zondag. Nooit hoorde ik er iets over rassenstrijd, burgerrechten, het milieu, feminisme. Het geloof ging doodleuk zijn eigen gangetje. Alsof ik in twee werelden leefde. Het sloeg nergens op.”

Toch werd u geen theoloog, maar docent Engels.

“Dat klopt, ik heb Engels gestudeerd, maar ik ben in de theologie gerold door pastoraal werk in mijn kerk, en later een kerkplanting op mijn dertigste. Het voordeel daarvan is dat ik het, in tegenstelling tot veel collega’s, oprecht leuk blijf vinden om theologie te lezen. Ik heb het gevoel dat ik nog ontzettend veel te leren heb en mijzelf nooit een expert zal mogen noemen. Dat zeg ik niet uit bescheidenheid; dat zeg ik omdat ik bruis van de nieuwsgierigheid. Een ander voordeel is dat ik nooit een academische niche heb ontwikkeld die ik nu zou moeten verdedigen tegen concurrerende denkers. Ik voel me geroepen om samen te werken met al mijn medetheologen wereldwijd, en van hen te leren.”

Wat draagt u als anglist bij aan de theologie?

“Mijn achtergrond in literatuurwetenschappen helpt me gevoelig te zijn voor de manier waarop een tekst de geschiedenis kan beïnvloeden. Je begrijpt hoe zoiets in mijn voordeel kon werken als theoloog. Maar mijn specialisatie was de periode op het snijpunt van modernisme en postmodernisme. Dat heeft me gevormd in mijn blik op de kerk. Ik bezie het postmodernisme vooral historisch. Voor de oorlog blaakten Europese intellectuelen van het zelfvertrouwen, maar na de Tweede Wereldoorlog begonnen ze zich collectief achter de oren te krabben. Hoe heeft onze cultuur kunnen leiden tot deze vorm van nationalisme? Hoe heeft de holocaust kunnen plaatsvinden? Dat morele zelfonderzoek breidde zich uit. In 500 jaar wereldoverheersing is er veel lelijks gebeurd in het Westen. Ten opzichte van Joden, tot slaaf gemaakten, vrouwen, het klimaat, de koloniën… Alles werd anders na de Tweede Wereldoorlog. En zoals de wetenschap besefte dat ze zowel de gloeilamp als de atoombom had voortgebracht, zo moest religie door een vergelijkbare vertwijfeling heengaan.”

In Nederland verlieten we toen en masse de kerk.

“Laat ik beginnen met te zeggen dat sommige goden hun atheïsten verdiend hebben. Als mensen een godsbeeld afwijzen dat afwijzing waardig is, vind ik dat goed nieuws. Het lost bepaalde problemen op. Maar niet het ultieme probleem. Wanneer we onszelf ontdoen van religie, ontstaat er volgens mij een vacuüm: een leeg huis dat we ergens mee moeten vullen. In mijn land vullen we het dan met nationalisme, of racisme. Wereldwijd is consumentisme een veelgebruikt surrogaat, of mensen hopen dat de politiek of technologie met een oplossing komt. Ik geloof niet dat religie alleen uitkomst brengt, maar wel dat alle facetten van de samenleving moeten samenwerken om onze toekomst op te bouwen: politiek, economie, onderwijs, wetenschap, filosofie, kunst, media, en ook religie.”

Welke rol krijgt religie dan?

“Het eerste dat ik ontdekte is dat we niet alleen zijn. Mijn opa is oud geworden zonder ooit een moslim, hindoe of boeddhist te leren kennen. Zijn hele wereld bestond uit katholieken en protestanten. Mijn kleinkinderen ontmoeten elke dag nog voor de lunch een lid van iedere wereldreligie. Dan leer je dat we in hetzelfde schuitje zitten. Een moslim zei verbouwereerd: ‘Iemand van onze generatie is iets gelukt dat nog nooit een andere moslim is gelukt. De islam een lelijk gezicht geven.’ Die constatering herkende ik, want christenen hebben het christendom afzichtelijk gemaakt. Rabbijn Abraham Heschel zei hetzelfde over het jodendom: ‘De synagoge is de begraafplaats van het gebed geworden.’ Kijk, soms gaan we net zo met religie om als met het klimaat. Door onze manier van leven te conserveren vernietigen we onze vitale toekomst. We teren alleen maar op fossiele brandstoffen, terwijl we een nieuwe spirituele energie moeten aanboren.”

Waar vinden we die?

“In een oude bron. Ik ging terug naar Genesis, het bekende scheppingsverhaal. Daar zie je jagers/verzamelaars die in harmonie met de natuur leven. In het midden van de tuin staat de boom des levens. Die zegt: neem grenzen in acht, en je zult in balans blijven. Eet van de boom van de kennis van goed en kwaad, en je zult weten wat het kwaad is. Een heel actuele boodschap die onze klimaatcrisis toespreekt met een urgente waarschuwing: Ga je grenzen te buiten, en je zult weten wat het kwaad is. Geweld zal het resultaat zijn. Die Bijbelteksten, die behandelen niet wat er zal gebeuren in een zweverige toekomst na onze dood. Die gaan over het hier en nu, over de crises van vandaag.”

Beeld Jean-Pierre Jans

Voor uw nieuwste boek reisde u naar de Galapagoseilanden.

“Mijn boek is een liefdesbrief aan de vogels, de schildpadden, de ecosystemen op die eilanden, om in de lezer net zo’n liefde aan te spreken. We redden alleen iets waarvan we houden. Onze absurde en obscene liefde voor geld helpt ons naar de vernieling. In feite houden we meer van geld dan van onze aarde, onze kinderen, onze kleinkinderen. De enige uitweg die ik zie, is dat we iets vinden waarvan we meer houden dan geld. De Galapagoseilanden zijn een spiegel voor ons. Lange tijd waren ze onbewoond en ongerept, totdat de mens ze een paar eeuwen geleden ontdekte, en in korte tijd verwoestte. Soorten raakten met uitsterven bedreigd. Toen werden de mensen wakker en deed men wat men kon om die destructie af te wenden.”

Gaan wij het paradijs niet verspelen, zoals in Genesis?

“Het is voor mij een vraag hoe dit eindigt. Ik heb geen uitgewerkte, vooropgezette visie op de ‘eindtijd’. Wij creëren samen met God de toekomst, en ons geloof maakt ons duidelijk, zoals de denker Paulo Freire zei, dat we de antagonist zijn in ons eigen verhaal. Als we zelfgenoegzaam blijven, loopt het niet goed af. Worden we ons bewust van onze rol, dan zetten we samen de schouders eronder. Dan brengt iedereen de schatten en de wijsheden uit de eigen traditie mee om met elkaar de grensoverschrijdende vraagstukken van de toekomst tegemoet te treden.”

Van Brian McLaren zijn twee boeken in het Nederlands vertaald: ‘Een nieuw christendom’ verscheen in 2016 en ‘De grote spirituele shift’ in 2018. McLarens nieuwste boek ‘The Galápagos Islands: A Spiritual Journey’ komt uit op 1 oktober.

Lees ook:

Geloven is leren God te doden

Een christen moet anarchist zijn, een luis in de pels, die geen zekerheid voor lief neemt, zegt Peter Rollins. Ook de zekerheid die God heet, gaat eraan bij de strijdbare Ierse theoloog. Net als Brian McLaren speelde hij een belangrijke rol in de groeiende populariteit van de emerging church beweging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden