Ben Roest.

Zin in het alledaagse Peter Henk Steenhuis

Hoe Ben Roest zijn handicap leerde accepteren: ‘Voor mij was God in slaap gevallen’

Ben Roest. Beeld Lars van den Brink

Welk verhaal geeft uw leven zin? In deze reeks vertellen Trouwlezers hun zingevingsverhalen. Vandaag: Ben Roest (69). ‘Daar op de dijk voelde ik intens dat ik van een staande man van een meter drieëntachtig was ingekort tot een gestalte op een driewieler-ligfiets.’

Als je al die 900 ansichtkaarten per stuk bekijkt, stellen ze niet zo veel voor, maar ze hebben me wel geholpen. Die kaarten vormden in de loop van twee jaar ieder een draad van een doek, dat in die periode geweven is, door al die mensen die even aan mij dachten toen ze mij schreven. Dat doek heeft me gedragen. Tot hier en nu toe.

Nadat ik in 1996 afstudeerde in de theologie werd ik pastoraal werker in Lelystad, Dronten, Biddinghuizen, Swifterbant. Na zes jaar kon ik gebruik maken van een sabbatsperiode, ik kreeg drie maanden de gelegenheid me te verdiepen in wat mij bezighoudt. Ik koos voor een cursus ‘Euritmie’, een expressieve danskunst.

In december 2002 was ik op cursus in Olst toen de therapeute mij opdroeg: ‘Loop op de maat van de muziek, met grote stappen naar de andere hoek van de zaal.’ Op de vijfde stap viel ik om, ik begon aan een jaren durende vrije val. 

Snel werd duidelijk dat er iets goed mis was. Maar het duurde nog zes weken voordat de artsen ontdekten dat ik een zeldzame aandoening heb, waardoor mijn ruggenmerg beschadigd is geraakt. Op dat moment leed ik aan een hernia tussen de schouderbladen, op die plek is het ruggenmerg op ‘een haar na’ doormidden gescheurd. Om een totale dwarslaesie te voorkomen, moest ik geopereerd worden. Nog voor mijn operatie werd duidelijk dat ik mijn werk als pastor moest stoppen. Vreselijk vond ik dat.

Ligfiets

Na de operatie had ik een gedeeltelijke dwarslaesie. Ik kon niet meer staan, alle grond werd onder mijn voeten weggemaaid. Mijn zelfvertrouwen, mijn zelfbeeld, mijn relaties – alles stortte in. Zingeving viel weg uit mijn bestaan. Voor mij is God toen in slaap gevallen.

Tijdens mijn revalidatie maakte ik kennis met de rolstoel, het looprek, de rollator en de ligfiets. Daarvan is de ligfiets het ergst. In ‘De Toverberg’ van Thomas Mann, waar patiënten in het Zwitserse Davos aan het kuren zijn, zegt een van de hoofdpersonen iets als: wij moeten liggen, liggen, liggen, wij zijn horizontale mensen.

Ik was een horizontale man geworden. Dat had te maken met die ligfiets, een driewieler, waarop ik geregeld reed om wat aan mijn conditie te doen. ‘Wat heeft die meneer?’ vroegen kinderen. Een ander: ‘Nou, u heeft wel een mooie fiets.’ ‘Fijn dat je je toch kunt redden zo.’

Op een dag tuurde ik op de dijk bij Nijkerk vanaf mijn fiets over de weilanden de polder in. Ik raakte van streek toen ik daar intens voelde dat ik van een staande man van een meter drie en tachtig ingekort was tot een gestalte op een driewieler-ligfiets.

Een staande man wordt een ligmens, besefte ik, daar op de dijk. Ik kom er anders op te staan: vanuit die ligpositie zal ik moeten proberen invulling te geven aan de wereld. Naar een gehandicapte, horizontale man wordt ook anders gekeken dan naar een gezonde, verticale man; een horizontale man kijkt zelf ook anders naar de wereld dan een verticale.

Egocentrisch

Ik had veel begeleiding, fysiek, psychisch en geestelijk. Dat was nodig, ik was egocentrisch geworden. Ook al ben je nog zo ziek, het kan niet zo zijn dat je alleen maar opdrachten geeft en mensen vraagt dingen voor jou te doen. Mens zijn met zo’n handicap is een hele toer. Zingeving is geen prioriteit. In mijn ontredderde situatie is een vraag naar zingeving van wie dan ook, een rotvraag.

Tijdens een van mijn gesprekken bij mijn geestelijke begeleiding gebeurde het. Ik raakte de bodem van de put, voelde dat ik me weer wilde verbinden met anderen: van mijn levenspartner tot medeparochianen, tot ongeacht welke derde persoon ik ook tegenkwam.

Het begin van die nieuwe relaties vond niet plaats via een concreet persoon, maar verliep langs, of door een verhaal dat drie keer in de Bijbel vermeld staat. Het gaat om twee bezetenen, die vanuit een grafspelonk op Jezus aflopen. Als een van deze mannen Jezus ziet, schreeuwt hij tegen hem: “Wat mij en wat jou.” Meestal wordt dit vertaald door: “Wat is er tussen mij en u, Jezus?”

Voor mij gold deze vraag niet alleen Jezus, maar iedereen: ik hoefde met niemand nog een relatie. Door dit vers te wegen en te schouwen en ernaar te luisteren, kwam het verlangen terug om weer alles van een ander te willen ontvangen en krijgen. En later ook weer iets terug te geven.

Masker

En ik ontving ook veel. In de revalidatiekliniek kreeg ik soms wel vijf ansichtkaarten op een dag; niemand kreeg zoveel post als ik. Omdat die kaarten mij zo geholpen hebben, het doek vormden dat mij droeg, ben ik ze naast elkaar gaan zetten en gaan fotograferen.

Weer later ben ik er kunstwerken van gaan maken. Ik versnipperde ze, zodat ze basismateriaal werden voor papier-maché. Mijn sprakeloosheid wilde ik ermee verbeelden, want ik was jarenlang onmondig geweest, niet fysiek maar psychisch. Een pastor vroeg mij een keer: ‘Wat zou jij nou echt willen?’ Ik antwoordde: ‘Ik zou willen dat ik weer tot spreken kon komen.’ Toen vroeg ze: ‘Kun je dat ook op een bepaalde manier uitbeelden?’

Over die vraag heb ik een tijdje nagedacht. Toen heb ik van papier-maché, snippers van de ansichten, een masker gemaakt van de onderkant van mijn gezicht, met een beetje geopende mond. Ik was tot spreken gekomen.

Gedurende afgelopen tien jaar vindt mijn menswording plaats. Mijn eigen Ben-wording. Met als uitkomst dat ik op een dag kon zeggen: “Mijn verlamde lichaamsdelen zijn me even lief als de gezonde.” Ik bouwde aan een nieuw bestaan. Vanaf deze periode beginnen trage vragen en trage antwoorden rond zingeving weer op te leven. Ik wil er weer aan meedoen. Aan zingeving. Met mijn ervaring dat zingeving meer de vrucht is van mijn leven dan een bron van leven.”

Meer over Ben Roest: ­­http://www.vanlieverleve.nl/ben-zover/

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen? Mail naar: zingeving@trouw.nl.

Zin in het alledaagse

In de verhalenserie ‘Zin in het alledaagse’ vertellen Trouw-lezers welk verhaal hun leven zin geeft. Eerdere afleveringen zijn hier terug te lezen. Daar staat ook de podcast die bij de reeks verschijnt. In elke aflevering van die podcast gaat Peter Henk Steenhuis met een Trouw-lezer in gesprek over zingeving. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden