Wim Jurg (1953).

InterviewWim Jurg

Historicus Wim Jurg beschrijft de tachtigjarige vrede bij de Romeinen: ‘Het was een prachtige periode’

Wim Jurg (1953).Beeld Koen Verheijden

Hij ontving er de Homerusprijs 2021 voor: Onder dezelfde sterren. In dat boek reconstrueert historicus Wim Jurg de korte periode dat godsdiensten in het Romeinse Rijk vredig naast elkaar bestonden. Totdat het christendom staatsgodsdienst werd.

Willem Pekelder

Het religieuze straatbeeld van het Romeinse Rijk was midden vierde eeuw een bonte mengelmoes: joden die Jahweh aanbaden, Romeinen die de hulp inriepen van Jupiter en daar tussendoor christenen in processie. Het leefde allemaal vrolijk en vreedzaam naast elkaar, tot eind vierde eeuw, toen keizer Theodosius alle godsdiensten verbood, behalve de christelijke, waarmee het christendom de facto staatsgodsdienst werd.

Over dat belangrijke kantelpunt in de geschiedenis schreef de Arnhemse historicus Wim Jurg het non-fictieboek Onder dezelfde sterren. Die titel ontleende hij aan een van de hoofdfiguren in zijn boek: Symmachus, ‘de laatste heidense senator’. Die vroeg zich in 384 af: “We kijken allemaal naar dezelfde sterren, dus wat maakt het uit langs welke weg we naar de waarheid zoeken?”

Ook een rol voor Romeinse vrouwen

Je zou kunnen zeggen dat Symmachus de bui al zag hangen, want acht jaar later kwam de christelijke keizer Theodosius met zijn verbod, dat alleen voor joden een uitzondering maakte: zij werden gedoogd.

Symmachus en Theodosius zijn samen met bisschop Ambrosius van Milaan de hoofdfiguren in Jurgs boek. De reden daarvoor is tweeledig: de drie aristocraten stonden met elkaar in contact tijdens de christelijke overgangsfase van het Romeinse Rijk én er is schriftelijk materiaal bewaard gebleven van of over hen.

Betrekkelijk uniek in Jurgs boek is dat hij ook Romeinse vrouwen een rol probeert te verlenen. “Over vrouwen bestaan weinig schriftelijke bronnen. Geen wonder, want ze werden niet eens genoemd. Symmachus bijvoorbeeld, schrijft over zijn vrouw en dochter zonder ooit hun naam te vermelden.” Na flink veel gepuzzel heeft de auteur Marcelinna, de zus van Ambrosius, een aandeel in het boek kunnen geven. Zij was een gewijde maagd en een belangrijke figuur in Rome. Zo is Ambrosius vermoedelijk op haar voorspraak voor het eerst in de keizerlijke bureaucratie geïntroduceerd.

Grootste Latijnse brievenschrijver

Jurg (68), die gespecialiseerd is in de late Oudheid en daar al meerdere boeken over publiceerde, heeft getracht in elk van zijn drie mannelijke hoofdfiguren ‘iets moois’ te ontdekken. Dat lukte bij Theodosius prima. Volgens Jurg was hij een goed opgevoede, beminnelijke Romeinse aristocraat met (net als Augustinus) een groot talent voor vriendschap. Bovendien wilde Theodosius de wettelijke positie van de oude godsdiensten aanvankelijk ongemoeid laten. Ook bij Symmachus viel iets moois te ontdekken: “Een heel belangrijke senator in Rome en de grootste Latijnse brievenschrijver en redenaar van zijn tijd.”

Bisschop Ambrosius was een ander verhaal. Jurg: “Hij diende eerst als advocaat in de keizerlijke bureaucratie en daarna als gouverneur in Milaan. Die achtergrond lees je terug in zijn bisschoppelijke brieven. Ze zitten vaak vol juridische en politieke handigheidjes. Zo probeert hij bij de keizer eerst twijfel te zaaien over de wettigheid van bepaalde besluiten, om daarna zelf sterker te staan in een kwestie waarin hij zijn zin wil krijgen. Ambrosius voelt er bijvoorbeeld niets voor om aan het hof in dialoog te gaan met een ariaanse geestelijke, iets wat de keizer van hem verlangt. Nou ja, uiteindelijk heb ik voor de politieke vaardigheid van de bisschop toch wel bewondering gekregen. Hij zou in deze tijd een slimme kabinetsformateur zijn.”

Hun tempels en goden behouden

De ariaanse kwestie, over de drievuldigheid van God, speelde in het jonge christendom een belangrijke rol: was Jezus ondergeschikt aan God, wat presbyter Arius beweerde, of juist gelijk aan God, wat de niceanen, vernoemd naar het Concilie van Nicea, geloofden. Jurg: “Met het vestigen van het christendom als staatsgodsdienst was nog niemand bezig. Eerst moest de christenheid zelf tot een eenheid worden gesmeed. En daarna zou men wel verder zien. In een antwoord op Symmachus vraagt Ambrosius zich dan ook af: waarom doen die heidense senatoren zo moeilijk? Ze mogen toch gewoon hun tempels en goden behouden?”

Maar er kwam een omslag. Het christendom werd wél staatsgodsdienst. Volgens Jurg lagen daar verschillende factoren aan ten grondslag. “Allereerst schrokken de christenen dat er in 361, enkele decennia na de eerste christelijke keizer Constantijn, toch weer een heidense heerser op de troon kwam: Julianus. Die sneuvelde al vrij snel in de strijd tegen de Perzen, maar zo’n heidense wissel moest niet nóg eens gebeuren, vonden de christenen, bang als ze waren voor nieuwe vervolgingen.”

Groeiend besef van zelfverzekerdheid

“Het zelfbewustzijn van de christenen werd vervolgens versterkt toen de christelijke West-Romeinse keizer Gratianus in 382 het altaar van de heidense godin Victoria definitief uit het senaatsgebouw verwijderde. Tegelijkertijd begonnen christelijke monniken in het oostelijke deel van het rijk, uit een groeiend besef van zelfverzekerdheid, heidense tempels te plunderen.”

“Maar het echte doorpakken, als ik het zo mag noemen, begon pas tien jaar later, nadat Theodosius een massa-slachting had aangericht onder de burgers van Thessaloniki. Ambrosius dwong de keizer in brieven en preken tot publiekelijke boetedoening, en daarna is er, denk ik - maar dat kan ik op grond van schriftelijke bronnen niet hard maken - in het hoofd van Theodosius iets veranderd. Mijn hypothese is dat hij heeft gedacht: ik moet niet nog eens een dergelijke zonde bedrijven, dus ik ga de oude godsdiensten maar verbieden, want het is een dwaling om die te laten voortbestaan.”

In verdraagzaamheid naast elkaar

En zo kwam een einde aan een tolerant tijdvak van tachtig jaar: vanaf 313, toen Constantijn de Grote de christenen vrijheid van godsdienst gaf, tot aan 392, toen keizer Theodosius zijn definitieve edict tegen het heidendom uitvaardigde.

Jurg: “Het was een prachtige periode. De christenvervolging was tot staan gekomen en de verschillende godsdiensten leefden in verdraagzaamheid naast elkaar. Je proeft dat ook uit de brieven van Symmachus aan zijn christelijke vrienden. De toon is steeds heel vriendelijk en er worden over en weer grappen gemaakt.”

Daaraan komt een einde nadat de oude Romeinse godsdienst in de ban wordt gedaan. Jurg: “De correspondentie met zijn christelijke vrienden droogt simpelweg op.”

Met Theodosius en Ambrosius wisselt de heidense senator overigens vooral formele brieven uit. Met de eerste gaat het om staatsrechtelijke kwesties, en met de tweede is de correspondentie over het algemeen ronduit korzelig. Jurg: “Zo herinnert hij de bisschop eraan dat hij hem een gunst heeft gevraagd voor iemand, maar nog steeds geen antwoord mocht ontvangen. ‘Terwijl’, vervolgt Symmachus, ‘ik toch meen te weten dat uw geheugen zo goed is’.”

Held en booswicht

Even stapt Jurg uit zijn rol als historicus en zegt: “Symmachus is voor mij de held. Hij vroeg zich steeds af waarom het voor de christenen zo belangrijk was om op te treden tegen de Romeinse godsdienst, aangezien het keizerlijke hof overwegend christelijk was en er voor het nieuwe geloof dus niets te vrezen viel. Vanuit die kant bezien zou ik Ambrosius, overigens een bisschop zonder theologische opleiding, het booswicht willen noemen.”

“Hij kwam via allerlei omwegen op het pad van de godsdienstige intolerantie terecht, waarbij hij steeds meer invloed op de keizer probeerde te krijgen. Dat laatste verliep een stuk makkelijker toen het hof van Trier naar Milaan verhuisde, de stad waar Ambrosius bisschop was. Heel jammer dat het zo is gegaan in het Romeinse Rijk. Ik had graag gezien dat de onderlinge godsdienstige tolerantie was blijven voortbestaan, zoals je nu nog wel ziet in Oost-Aziatische landen.”

Ondanks het ongunstige slot meent de auteur dat het toch goed is dat de aandacht weer eens is gevestigd op het vredig naast elkaar bestaan van verschillende godsdiensten. “Als je over religies hoort of leest, gaat het bijna alleen maar over oorlog en terrorisme, terwijl die ook vaak een geweldig positieve kracht hebben gehad. ” Dat is precies de reden dat het Nederlands Klassiek Verbond Jurgs boek bekroonde met de Homerusprijs 2021: het slaat een brug tussen de klassieke oudheid en het nu.

Wim Jurg: Onder dezelfde sterren, de laatste heidense senator en zijn christelijke vrienden. Uitgeverij Damon, 216 blz., € 24,90

Lees ook

De broedertwist tussen joden en christenen was een van de grondslagen van de Holocaust

De Jodenvervolging door de nazi’s had ook christelijke wortels, schrijft theoloog Bert Jan Lietaert Peerbolte. Hoe konden twee groepen met een gedeelde oorsprong­­ zo uit elkaar groeien?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden