Column

Het verplichte narcisme uit ‘Heel Holland Bakt’ en al die andere afvalraces

Leonie Breebaart. Beeld Maartje Geels

Wat is toch de kracht van tv-programma’s als ‘The Voice of Holland’, ‘Heel Holland Bakt’ en al die andere afvalraces, deze maand nog aangevuld met ‘Project Rembrandt’, een zoektocht naar de ‘allerbeste’ amateurschilder van Nederland.

Aan de educatieve waarde ervan kan het niet liggen, zo leert mijn eigen urenlange kijkervaring - althans niet aan de ambachtelijk-educatieve. De programma’s leren je tenminste niet beter zingen of bakken. Net als je eindelijk hoopt te gaan leren hoe je een perfecte ganache maakt, zwenkt de camera alweer naar een in huilen uitgebarste amateurbakker, wier taart hopeloos is ingestort - en die daardoor grote kans loopt op verwijdering uit het programma. Het draait bij dit format niet om bakken, zingen of schilderen, maar om winnen of verliezen. Daar zit het drama. En dus het succes. Na elk optreden, iedere taart en elke schets wacht het onverbiddelijke oordeel van de jury. “Het dóet me niks. Sorry.”

Feitelijk een meedogenloos format, met als dramatisch hoogtepunt het inzoomen op de verliezer, maar interessant genoeg wordt juist de wrede opzet vakkundig verzacht, je kunt ook zeggen verbloemd. Presentator André van Duin (net zo weinig intimiderend als zijn voorganger Martine Bijl) spreekt de bakkers bemoedigend toe. Kandidaten die aan selectie ontkomen zijn, troosten de verliezers met hugs en collegiaal klinkende woorden. “Jammer dat je weg moet!” ‘Heel Holland Bakt’ heeft zelfs een speciaal programma voor de verliezer van de week - die zo toch nog een beetje een nationale ster kan worden.

Maar de boodschap blijft hetzelfde: in deze wereld draait het niet om samenwerken, om elkaar helpen en aanvullen, het draait erom je tegenstander te verslaan. Wie de volgende uitdaging niet overleeft, moet logischerwijs verdwijnen. Sorry.

Volgens de Zweed Carl Cederström, die onderzoek doet naar veranderde arbeidsmoraal, tekent de plicht tot concurreren onze tijd. Verplicht narcisme noemt hij dat. Of zoals een werknemer van techgigant Amazon het formuleerde: “Het is in ieders belang om beter te presteren dan de anderen.” Als hij gelijk heeft, verklaart dat misschien de aantrekkingskracht van al die afvalrace-tv: door te kijken naar falende zangers, bakkers en schilders verwerken we onze diepe angst eruit te vliegen als we qua prestaties eventjes onder aan de ranglijst komen te bungelen. Gelukkig gebeurt het niet ons maar ánderen - op het scherm.

Therapeutische kost dus.

Één grote afvalrace

De afvalrace bevestigt een competitief arbeidsethos dat al bijna gewoon lijkt, maar dat intussen wel vreet aan de sociale relaties op de werkvloer. Daarop wijst de Italiaanse filosoof Franco ‘Bifo’ Berardi, ook aangehaald in Cederströms nieuwe boek ‘Ons geluksideaal’. Werknemers voelen zich eenzaam ‘door de chantage van verdiensten, de vernedering van mislukking, het gevaar dat ze overbodig worden’. En schuldig: want ze hebben belang bij elkaars ondergang, al laten ze dat niet merken. Dat leren ons ‘The Voice’, ‘Heel Holland Bakt’ en ‘Project Rembrandt’: hoe om te gaan met het gevoel onderdeel te zijn van één grote afvalrace.

Wat is daar nou erg aan? Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Lees meer op trouw.nl/leoniebreebaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden