Overzicht Bladen

Het moet vreselijk zijn om onsterfelijk te zijn, wist Simone de Beauvoir al

Als het zou kunnen, zou u dan onsterfelijk willen wezen? In ­Filosofie Magazine, in een essay over (on)sterfelijkheid, citeert Frank Meester uit ‘Alle mensen zijn sterfelijk’ van Simone de Beauvoir. In dat werk draait het om de ontmoeting tussen Régine, die het liefst onsterfelijk zou willen zijn, en Fosca, die daadwerkelijk onsterfelijk is, en niets liever zou willen dan sterven. Wie het werk van De Beauvoir leest, concludeert Meester, komt algauw tot de ontdekking dat het verschrikkelijk moet zijn om onsterfelijk te zijn.

Desalniettemin lijken we bij voortduring bezig om naar onsterfelijkheid te streven. “Wij stervelingen hebben nu eenmaal een lastige verhouding met de dood”, schrijft Meester. “We proberen hem te ontkennen, er zo min mogelijk aan te denken, een manier te verzinnen om hem slim af te zijn of hem ten minste zo lang mogelijk op afstand te houden.” Die houding verraadt wat mensen nu eenmaal zijn, zegt Meester: sterfelijke ­wezens die streven naar onsterfelijkheid. En met dat streven moeten we volgens hem, in weerwil van De ­Beauvoir, gewoon doorgaan.

Een concreet zelf

In datzelfde Filosofie Magazine spreekt ook filosoof Ad Verbrugge over de vraag naar (on)sterfelijkheid. “Zodra het besef van de begrensdheid van zijn bestaan doordringt, begint de mens ook zijn daden anders te begrijpen, namelijk als iets wat deel uitmaakt van je leven als geheel. […] Je keuzes krijgen gewicht omdat ze een eindige horizon hebben. En die verhouding tot jezelf en je eigen leven maakt uiteindelijk dat je een concreet zelf wordt, fundamenteel onderscheiden van anderen. Je legt een eigen levensweg af.” Wegvluchten voor het ­einde van die levensweg, zegt Verbrugge, kan ertoe ­leiden dat de ervaring van goed en slecht op de achtergrond raakt, omdat de horizon voor het menselijk handelen er niet meer is. “Daarin verdwijnt ook de noodzaak van een opbouw en samenhang van je leven en het besef dat anderen om zorg en aandacht vragen. Het onsterfelijke leven wordt grenzeloos.”

Over sterfelijkheid zal het de ­afgelopen dagen in veel kerken zijn gegaan: zaterdag was het ­Allerzielen, gisteren stonden ­gelovigen in veel kerken stil bij diegenen die in het voorgaande jaar stierven. In Woord & Weg leidt dat ritueel – dat vaak met het aansteken van kaarsen gepaard gaat – tot de vraag: veronderstelt dat herdenken het geloof in een leven na de dood? “Het licht van de kaars als herinnering aan iemands leven is voor mij een handeling in het geloof dat er leven is na het leven hier op aarde”, zegt stiltecoach Tjitske Volkerink. “Het leven hier en daar zijn verbonden met elkaar, het doet ertoe hoe je hier op aarde leeft. Het licht van de kaars spreekt van hoop op en geloof in het leven na dit leven.”

Lees ook:

We weten niet hoe we sterven moeten

In een essay in Trouw pleitte hoogleraar ethiek Frits de Lange voor de kunst om langzaam te sterven. Maar hoe moet dat dan? Het Filosofisch Elftal probeert antwoord te geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden