Afscheidsinterview Ineke Bakker

Het moet in de kerk niet te comfortabel worden, vindt kerkelijk hulpverlener Ineke Bakker

Beeld Werry Crone

De kerk doet veel voor mensen in nood. Maar er kan nog een tandje bij, vindt Ineke Bakker. Morgen neemt ze afscheid als directeur van de Haagse diaconale organisatie Stek, een van de grootste plaatselijke kerkelijke hulporganisaties van het land.

Op de werktafel van Ineke Bakker staat een doos met koekjes. Bakker wil bijzonder graag dat gasten er eentje nemen: dan kan zij het verhaal erbij vertellen. De zandkoekjes in de vorm van kerken en harten zijn gebakken door mensen zonder verblijfsvergunning, en verkocht aan Stek, de Haagse diaconale organisatie waarvan Bakker vandaag afscheid neemt. “Wij worden er blij van en zij ook”, zegt de Stek-directeur. “Het is voor hen een mooie manier van dagbesteding en ze verdienen er wat mee. Het is beter te betalen voor diensten dan dat je zomaar geld geeft. En mensen zien meteen dat wij van de kerk zijn.”

Bakker leidt een van de grootste plaatselijke diaconale diensten van het land. De stichting Stad en Kerk, zoals die officieel heet, heeft 45 betaalde krachten en tussen de negenhonderd en duizend vrijwilligers die op allerlei plaatsen in Den Haag actief zijn. Met de opvang van ongedocumenteerden, de Voedselbank, directe financiële steun en met hulp bij schulden. Jaarlijks gaat er 3,5 miljoen euro om. Bijna zestig procent wordt bijgedragen door de Protestantse Diaconie Den Haag, de rest komt van de gemeente Den Haag en van fondsen.

Niet christelijk

Hoeveel mensen haar organisatie bereikt weet de bijna gepensioneerde directeur niet. Haar opvolger moet maar eens gaan tellen, lacht ze. Wél weet ze dat die mensen lang niet allemaal lid zijn van de Protestantse Kerk in Nederland – ook veel van de vrijwilligers zijn trouwens niet christelijk. “Het maakt ons niks uit wat ze geloven”, zegt Bakker. De protestantse theoloog vindt dat heel vanzelfsprekend: “Het essentiële van de evangelische opdracht is om God lief te hebben en de naaste als jezelf. Die naaste is in het bijzonder de mens in een kwetsbare positie, de mens in nood. Leden van de kerk in Den Haag helpen we natuurlijk ook, maar dat gebeurt meer via diaconieën van wijkkerken. Wij werken voor de stad, we ondersteunen mensen buiten de kerk en mensen die ook voor de reguliere hulpverlening moeilijk te bereiken zijn.”

In dit werk bij Stek komt voor de 66-jarige Bakker alle ervaring die ze heeft opgedaan in haar vorige banen samen. Na haar studie theologie aan de Vrije Universiteit werd ze in de jaren tachtig docent aan een Baptistenseminarie in Managua, Nicaragua. Ze kwam terecht in een land waar destijds, de jaren tachtig, een hevige burgeroorlog woedde. Terug in Nederland werkte ze onder andere bij de ontwikkelingsorganisatie Icco en bij de Ikon-radio. In 1995 werd ze de eerste vrouwelijke secretaris van de oecumenische Raad van Kerken.

Nu gaat ze met pensioen, dankzij het Haagse pensioenakkoord vier maanden eerder dan waar ze aanvankelijk op had gerekend. Bakker is zonder meer trots op haar Haagse diaconale organisatie en op de kerk die dit mogelijk maakt. Maar toch, bij haar afscheid wil ze ook een paar kritische noten kraken. “Ik zie dat de kerk makkelijk in de verleiding komt een sociale club te worden, die het onderling gezellig heeft en die probeert overeind te blijven ondanks het ledenverlies. Daar is niks mis mee, maar ik verwacht van de kerk ook dat die naar buiten het geluid laat horen dat het koninkrijk van God er anders uitziet dan de samenleving waarin wij nu leven. We moeten werken aan een maatschappij waar geen armoede is, waarin mensen tot hun recht komen, waar vrede is. Het moet in de kerk niet te comfortabel worden. Dat houd ik mezelf ook voor. De kerk is er niet alleen voor een troostrijke, rustgevende boodschap. Het geloof moet je ook onrustig maken, het moet aanzetten tot inzet voor een betere wereld.”

Armoederapport

Kerkleden en kerkelijke organisaties doen daar best veel aan, erkent ze. Uit het laatste armoederapport bleek dat het sociale werk van de Protestantse Kerk in Nederland ondanks het verlies van leden, alleen maar verder groeit. Er waren vorig jaar 25.000 vrijwilligers actief, samen doen ze het werk van meer dan achthonderd fulltime-krachten.

Bakker kent die cijfers, maar toch: “Het zou een tandje meer mogen.” Ze vindt dat de kerken met name meer en harder aan de bel moeten trekken bij de politiek. “Wij kunnen pleisters plakken, wij zijn een ‘last resort’, als mensen nergens meer terecht kunnen dan komen ze bij ons. Bij Stek zitten we met ambtenaren en wethouders om de tafel. Twintig procent van de aanvragen voor hulp komt via de gemeente, kennelijk weet die dan ook niet meer wat ze voor de mensen moet doen.”

“Je kunt de politiek niet van alles de schuld geven, maar de politiek kan wel structureel aan de problemen werken. Er zijn 40.000 mensen dakloos, dat is toch te gek in zo’n rijk land. Ongedocumenteerden worden in deze stad niet door de gemeente geholpen. Je kunt wel zeggen dat deze mensen hier niet horen te zijn, dat ze naar hun land van herkomst moeten. Maar ze zijn er, dus moet je ze helpen. De kerk kan nog meer laten zien wat er misgaat, allianties sluiten met andere organisaties: zoals Amnesty, Vluchtelingenwerk. Dat gebeurt al wel, maar we moeten ook oppassen dat we te snel tevreden zijn, en denken dat we het wel goed doen.”

Confronteren

Als voorbeeld komt ze terug op het driejaarlijkse armoederapport van de kerken. Landelijke kerkbestuurders gaan daarover steevast in gesprek met de staatssecretaris van sociale zaken. Allemaal prima, zegt Bakker, maar de armoede neemt alleen maar toe. “Kennelijk helpt dit niet genoeg en moet de kerk harder aan de bel trekken.”

Dat kan, denkt zij, door de overheid nog meer te confronteren met de praktijk, zoals de diaconie die bij de mensen zelf tegenkomt. Bakker noemt de vijf euro die ongedocumenteerden moeten betalen voor medicijnen. Dat geld hebben ze niet, zegt Bakker. Daarom betaalt Stek die vijf euro voor hen. Dat bedrag loopt enorm op, in korte tijd van 10.000 tot 30.000 euro per jaar. “Het zou al wat helpen als de overheid dat soort hinderlijke maatregelen schrapt.

“En zo zijn er ontzettend veel dingen die beter zouden kunnen. De kerk kan dat nog nadrukkelijker naar voren brengen. In de Bijbel noemt Jezus in een gelijkenis een weduwe die haar recht wilde halen, en die net zolang bleef zeuren, totdat ze het kreeg. Dat moet de kerk ook doen. Ook zou ik de kerk luider willen horen in het maatschappelijk debat. Er worden wel pogingen gedaan, maar gelet op het geringe resultaat is er nog veel te doen.”

Riskant

Ondanks dat ze politiek ziet als plek waar problemen structureel kunnen worden opgelost, heeft ze nooit overwogen zelf de politiek in te gaan. Ze is er het type niet voor, denkt ze, ze werkt liever direct met mensen. Het geloof is een belangrijke drijfveer om het vol te houden: “Armoede is taai, het is heel makkelijk cynisch te worden. Mijn geloof helpt me dit blijmoedig te doen. Waar liefde is, waar mensen er voor elkaar zijn, daar is God.”

Als ze dat ergens heeft gezien, dan is dat precies een jaar geleden geweest, toen Stek de Bethelkapel openstelde voor het Armeense uitgeprocedeerde gezin van Hayarpi Tamrazyan. Maandenlang verzorgden voorgangers uit alle hoeken van het land een permanente viering, om te voorkomen dat de vreemdelingenpolitie het gezin uit zou zetten. Na vier maanden kwam de politiek met de oplossing: het kinderpardon werd verruimd, Hayarpi en haar familie konden blijven.

Bakker heeft er wakker van gelegen, bekent ze. “We wisten toen we eraan begonnen niet hoe het af zou lopen. Het was riskant. Maar soms moet je risico’s lopen. Dat heeft te maken met de profetische rol van de kerk. Als zoiets op je pad komt kun je geen nee zeggen. Je bent niet meer geloofwaardig als je dan niks doet.”

Lees ook:

Minder mensen doen meer: kerken krimpen, maar kerkgangers helpen meer mensen in nood

Ondanks verdergaande ontkerkelijking, geven kerken nog minstens evenveel hulp aan armen als drie jaar geleden. Minder mensen doen meer, blijkt uit onderzoek.

Na maanden kerkasiel wil Hayarpi Tamrazyan christen-politica worden

Na drie maanden kerkasiel pakte Hayarpi Tamrazyan haar studie economie weer op. In een interview blikt ze terug op die periode waarin het gezin de kerk niet uit kon, maar waarin zij zich toch vrij voelde. Dankzij haar geloof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden