null Beeld
Beeld

BoekrecensieFilosofie

Het kwaad van de maker van het persoonsbewijs was niet banaal, maar opzettelijk

Lentz. De man achter het persoonsbewijs. Een filosofische biografie
Jurriën Rood
Noordboek; 460 blz. € 32,50
★★★★

Maurice van Turnhout

De schrijver

Filosoof en filmer Jurriën Rood (1955) schreef in 2013 Wat is er mis met gezag?, genomineerd voor de Socrateswisselbeker. Ook publiceerde hij De kwestie Pegida en Filosofie van de jamsessie.

Het onderwerp

In 1947 zat Jacques Lentz (1894-1963) in de beklaagdenbank. Ooit was hij Sjaak Lentz geweest, een schoffie uit een Haagse volksbuurt. Die identiteit had hij al lang achter zich gelaten. Lentz was een meneer geworden, iemand die je beter niet kon tegenspreken.

Als hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregistratie was Lentz tijdens de Duitse bezetting verantwoordelijk geweest voor de invoering van het persoonsbewijs. Zijn ideaal was de ‘papieren mens’: altijd vindbaar, altijd controleerbaar. Met zijn innovaties speelde Lentz een doorslaggevende rol bij de Jodenvervolging en de oproep voor dwangarbeid. Zonder zijn efficiency waren de door de nazi’s gewenste ‘groepssignaleringen’ nooit zo soepel verlopen.

Lentz verdedigde zich op dezelfde manier als Adolf Eichmann vijftien jaar later: ik voerde slechts uit, ik was niets meer dan een radertje in de machine. Lentz kwam er genadig van af. Drie jaar gevangenisstraf, waarvan hij slechts één jaar hoefde uit te zitten.

Opzet van dit boek

Met deze biografie geeft Rood zijn hoofdpersoon postuum het ‘filosofische proces’ dat hij nooit kreeg. Daarbij weegt de schrijver niet alleen Lentz’ daden, maar ook de ideeën die de topambtenaar zich eigen maakte.

Volgens Rood ging filosoof Hannah Arendt te veel mee in de verdediging die oorlogsmisdadigers als Lentz en Eichmann zelf aanvoerden. Het kwaad kan toch niet alleen ‘banaal’ zijn, het kan toch niet alleen ontstaan door ‘gedachteloosheid’ van een handjevol grijze muizen?

Tegenover Arendts banaliteit van het kwaad stelt Rood dan ook de ‘opzettelijkheid van het kwaad’. Rationaliteit beschermt ons niet tegen het kwaad, zoals Verlichtingsfilosofen hoopten, het kwaad kan juist bewust gedácht worden.

Aan de hand van biografische gegevens toont Rood overtuigend aan dat Lentz helemaal niet gedachteloos was, maar in hoge mate ‘denkend’. Hij was geen gehoorzame inktvreter, maar een streber en een dwingeland, die vaak méér deed dan de bezetter van hem verlangde. Lentz verdiende bovendien een extra zakcentje aan zijn verwerpelijke arbeid, door deals te sluiten met leveranciers van kantoorartikelen. Zijn ‘zelfgenoegzame kwaad’ werd mogelijk gemaakt door een mengsel van egoïsme en onverschilligheid.

Opvallende passage

‘Wat wij aan die natuur kunnen toevoegen (onze eigen natuur volgend, van het dier dat niet is vastgelegd en zichzelf kan verbeteren), is de wil om de cirkel uit te breiden naar zoveel mogelijk anderen. Het idee van gelijkheid bevorderen en nadruk leggen op solidariteit. Daarmee wijken we af van onze dierlijke natuur en precies daarin laten we zien wat wij kunnen: opstaan en onze eigen regels maken.’

Reden om dit boek niet te lezen

Ergens halverwege het boek legt Rood een bezoekje af aan een hedendaagse verzamelaar van persoonsbewijzen. Deze man zegt dat hij weleens ‘een beetje autistisch’ wordt genoemd vanwege zijn perfectionistische verzamelwoede, en hij herkent die trek in de figuur van Lentz. Wat wil Rood met deze passage suggereren? Ontslaat de suggestie van autisme Lentz deels van zijn verantwoordelijkheid, en wil Rood er daarom zijn vingers niet verder aan branden? Maar waarom heeft hij de geïsoleerde passage dan laten staan?

Reden om dit boek wel te lezen

In de jaren negentig wilde Rood een speelfilm over Lentz maken. Dat werd hem ontraden, want een film over zo’n pennenlikker zou ‘totaal niet dramatisch’ zijn. Aangezien er later nooit een biografie van Lentz verscheen, zag Rood een aanleiding om zijn scenarioresearch alsnog te gebruiken en verder uit te diepen. Dit bijzondere, oorspronkelijke boek is het resultaat. Rood bewijst hiermee dat een ‘filosofische biografie’ ook absoluut dramatisch kan zijn.

Zijn boek heeft een open einde. In het tijdperk van big data is het voor overheden en bedrijven verleidelijk geworden om privégegevens van burgers te koppelen. ‘Het lijkt wel alsof de geschiedenis zich kan herhalen’, waarschuwt de schrijver. Bureaucratische systemen zijn nooit neutraal, ze kunnen altijd aan een ‘denkend kwaad’ ten prooi vallen.

null Beeld
Beeld

Lees ook:

Hans Achterhuis over Hannah Arendts ‘Eichmann in Jeruzalem’

‘Liefde op het eerste gezicht’. Zo omschreef Hans Achterhuis het lezen van Hannah Arendts ‘De banaliteit van het kwaad’ over het proces tegen nazikopstuk Adolf Eichmann.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden