ReportageKloosterleven

Het Jongerenklooster: voor wie de balans wil hervinden in een leven vol prestatiedruk

Oud-bewoners De Heer en Deckers met een huidige bewoner en predikant Catharinus van den Berg. Beeld Bram Petraeus
Oud-bewoners De Heer en Deckers met een huidige bewoner en predikant Catharinus van den Berg.Beeld Bram Petraeus

In het Jongerenklooster combineren jongeren het monnikenleven met studeren en werken. Wat motiveert hen om het klooster in te gaan?

Janneke de Bekker

Werken, studeren en tegelijkertijd wonen in een Jongerenklooster. Bidden, zingen, psalmen lezen én zeven minuten complete stilte. En dat vier keer per dag. Het monnikenleven is intensief en niet voor iedereen weggelegd, vertelt predikant Catharinus van den Berg. In Deventer is er een groep jongeren die zich daar toch aan waagt.

Het oecumenische Jongerenklooster had tot voor kort onderdak in Nieuw Sion, een groot kloostercomplex in Diepenveen. Maar om daar tijdens het intensieve kloosterleven óók nog mee te draaien in een complexe organisatie die een historisch gebouw wil exploiteren, bleek de jongeren te veel. Daarom verlieten ze abdij Sion al na twee jaar. Het gebouw was prachtig, maar bood geen rust. Nu geen mooie puntige daken meer, geen botanische tuin, geen glas-in-lood decoraties. In plaats daarvan: dubbel glas, vloerbedekking en omringd door flatgebouwen.

Erg romantisch is het niet, praktisch wel. Precies wat een klooster nodig heeft, vindt Catharinus van den Berg. Voor het nieuwe gebouw in Deventer staat de opgewekte, vriendelijke predikant met grote, grijze baard en wilde haren te zwaaien. Met een glimlach maakt hij een diepe buiging. “Welkom op ons nieuwe Jongerenklooster”, lacht Van den Berg trots.

Tijdelijk kloosterleven

Het Jongerenklooster werd in 2018 opgericht. Het is het enige Jongerenklooster dat Nederland rijk is en het initiatief werd een succes. De afgelopen jaren kozen in totaal twintig jongeren tussen de 20 en 30 jaar voor een tijdelijk kloosterleven. Ze verbleven er minimaal een halfjaar, de meesten maakten er een jaar van en vijf van hen bleven de volle twee jaar.

Marian de Heer. Beeld Bram Petraeus
Marian de Heer.Beeld Bram Petraeus

‘Af en toe is er een moment dat het helemaal klopt’

Marian de Heer (28), historicus en erfgoedspecialist, oud-bewoonster van het Jongerenklooster

“Nadat ik na jaren studeren mijn masterscriptie had ingeleverd, dacht ik: wat nu? Mijn studie leek het allerbelangrijkste, maar mijn lijf schreeuwde aan alle kanten om rust. Dus ging ik op zoek naar een plek waar ik die rust kon vinden. Ik kwam terecht bij het Jongerenklooster en ben er twee jaar gebleven. Het was een geweldige tijd. Langzaam kreeg het steeds meer vorm en voor we het wisten waren we een echte kloostergemeenschap.

Religie is voor mij best een worsteling geweest. En nog steeds wel. De omgeving waarin ik opgroeide, was streng gelovig. Daarbij studeerde ik ook nog eens Middeleeuwse geschiedenis, met een specialisatie in religie. Ik had ontzettend veel vragen over God en de kerk. Maar er kwam nooit een antwoord op die vragen. Of ja, er kwam wel een antwoord, maar er was maar één mogelijk antwoord. En dat moest je geloven. Dat kon ik niet. Die vragen bleven. Het Jongerenklooster hielp me met die zoektocht. Daar leerde ik dat de vraag an sich oké is. Vragen mogen er zijn, zonder dat er een antwoord hoeft te komen. Er komt een moment dat je ophoudt met vragen stellen en ophoudt met het verlangen naar antwoorden.

Die acceptatie leerde ik onder andere tijdens een van de vrijdagse kloosterdagen. Vaak kwamen dan ‘echte’ monniken bij ons op bezoek, maar dat hoefde niet altijd. Zo kwam er één keer een brandweervrouw langs die met ons oefende hoe we het klooster moesten ontsnappen bij brand. Naast die oefening trok zij een vergelijking tussen de kazerne en het klooster die me altijd is bijgebleven. Brandweerlieden oefenen ook het hele jaar door voor een moment dat misschien wel nooit gaat komen. In het klooster is dat net zo. Wij oefenen als het ware ook voor iets dat zeer zelden gebeurt. Af en toe, tijdens een van de gebedstijden, is er een moment dat het helemaal klopt in je hoofd. Dan voel je echt die verbinding. Of dat nou omhoog is, of met de mensen om je heen. Dat gebeurt misschien één viering in de week of bij één in de maand. Misschien slechts één in het jaar of één in je hele leven. Maar dat is oké. Die zoektocht is voor mij wat kloosterleven is.”

Op de nieuwe locatie in Deventer wonen nu vijf jongeren. Voor 430 euro per maand huren ze er een kamer. Daar zitten alle vieringen bij inbegrepen, maar ook een pelgrimage naar Trier en Echternach, en museumbezoeken. Iedere vrijdag is er de kloosterdag, waar sprekers uitgenodigd worden om de jongeren te inspireren en wijsheden bij te brengen.

Oprecht werk

Het doel van Van den Berg met dit klooster: jonge mensen rust bieden in de hectische maatschappij waar almaar meer van hen wordt verwacht. Waar de balans tussen prestatiedruk en keuzevrijheid zoek is. “Jongeren willen en moeten meer, meer, meer. Die zoekgeraakte balans proberen ze hier terug te vinden.” Een gedicht uit het boek Kloosterkoffers, dat oud-bewoners schreven over hun belevenissen in het klooster, sluit hierop aan: “Doe slechts een paar dingen, maar doe die goed. Oprecht werk groeit uit puur zijn. Als je vrij wilt leven, neem de tijd. Ga langzaam.”

Van den Berg benadrukt dat het klooster geen opvanghuis is voor jongeren met een burn-out of depressieve klachten. “De combinatie van werken, studeren en het kloosterleven is zwaar. Je staat met een been in het klooster, maar met je andere been in de wereld. Het is te combineren, maar dat is wel een zoektocht. Bovendien werkt het alleen als je samen voor ogen hebt dat je iets aan het doen bent dat groter is dan jijzelf.”

De Deventer kloosterlingen zijn niet allemaal religieus. “Het gaat niet alleen om je spirituele kant, maar ook de zoektocht die je samen onderneemt. Wie ben ik? Hoe wil ik leven? De wijsheden die ze hier leren, zijn ook buiten het klooster toepasbaar.”

Mirjam Deckers Beeld Bram Petraeus
Mirjam DeckersBeeld Bram Petraeus

‘We brachten meer dan 327 uur door in stilte’

Mirjam Deckers (24), studeerde kunst- en cultuurwetenschappen, promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen en woonde twee jaar in het Jongerenklooster

“In mijn studententijd in Groningen durfde ik eigenlijk niemand te vertellen dat ik geloof. Mensen hebben daar toch hun vooroordelen over. Maar op de beslissing om een klooster in te gaan, reageert de omgeving vaak anders. Alsof het méér een autonome beslissing is dan het geloven in God. Mijn beeld van God is in het klooster wel veranderd. Vroeger, als kind, dacht ik altijd dat God een oude man was met een grote baard die vanaf een wolkje op ons uitkeek. Nu zie ik het als iets of iemand waar ik nooit helemaal vat op zal krijgen, maar waar ik altijd op kan vertrouwen. Een heerlijk gevoel.

Het geloven dat er iets hogers is dan jij alleen, is essentieel voor het wonen in een Jongerenklooster. Als je geen hoger doel hebt, liggen conflicten eerder op de loer. Dat merk ik nu in mijn huidige studentenhuis. Ik kan me niet herinneren dat ik in het Jongerenklooster enorme conflicten heb gehad en al helemaal niet over iets simpels als de afwas. Als je samen iets hogers hebt, maakt dat je band als huisgenoten ook veel sterker. Dan zag je tijdens het gebed dat iemand een moeilijke dag had gehad en dan kon je al die onzinnige problemen weer vergeten. Het werkt heel relativerend.

We brachten in die twee jaar meer dan 327 uur door in stilte in de kapel. Van die stiltes heb ik het meest geleerd, ook al waren die soms het zwaarst. Het is makkelijk om de hele dag door te razen en je te verbergen in je werk. Maar als het stil wordt, en je hebt in je hoofd al je boodschappenlijstjes al doorgenomen, dan kan je niet meer vluchten. Ik werd vaak geconfronteerd met mijn eigen gevoelens en gedachten. Dan kwam ik terecht in een korte oorlog met mezelf. Op zulke momenten biedt het troost om daar met anderen te zitten die misschien ook wel in een kort gevecht met zichzelf zijn. Dan zit je daar in ieder geval samen in.”

Vanuit het niets een compleet nieuw Jongerenklooster opzetten, zonder voorgekauwde instructies, is een spannende onderneming, zegt Van den Berg. “Het begin was geweldig, maar complete chaos. Andere kloosters hebben 1500 jaar de tijd gehad om zich te vormen. Wij begonnen drie jaar geleden met een boekje met wat liederen dat we zelf in elkaar hadden geflanst. Meer hadden we niet. We voelden ons een beetje een kloostertje-light.” Op een gegeven moment begon het kloosterleven steeds meer vorm te krijgen. Over sommige zaken overlegden de kloosterlingen uren, andere rituelen vormden zich als een natuurlijk gegeven. “Als je met een groep mensen bij elkaar gaat wonen op het ritme van het gebed, gebeurt er met die groep mensen wat er in het klooster gebeurt: dan word je een monnik.”

Met het vertrek uit het pand van Nieuw Sion werd het Jongerenklooster tijdelijk opgeheven: de locatie in Deventer kwam later in beeld. In de tussentijd bleven zich geïnteresseerde jongeren melden. Van den Berg heeft er het volste vertrouwen in dat ook deze gemeenschap zich gaat vormen op hun nieuwe plek, juist omdat het minder romantisch is. “Romantiek leidt af van waar het in een klooster echt om gaat. Een klooster is geen gebouw, het zijn de mensen.”

De oud-bewoners van het Jongerenklooster brachten onlangs het boek Kloosterkoffers uit: een reis door het leven als kloosterling (uitgegeven door Adveniat, 192 blz. €16,95).

Lees ook:

Zijn klooster werd zwaar getroffen, maar toch zegt Bernardus Peeters: ‘In deze pandemie is Pasen te zien, daar waar God is’

Dom Bernardus Peeters is sinds 2005 abt van Abdij Koningshoeven in het Brabantse Berkel-Enschot. Zijn kloostergemeenschap werd zwaar getroffen door corona en ook hijzelf werd ziek. ‘Plots ben je een gevangene in je eigen huis.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden