null Beeld
Beeld

ColumnEva Meijer

Het is tijd dat we het kinderperspectief serieus nemen

Bij Nieuwsuur sloeg de hoofdinspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Korrie Louwes vorige week alarm over de lange wachtlijsten in de jeugd-ggz. Kinderen met ernstige problemen zoals depressie, eetstoornissen en suïcidaliteit moeten soms wel een jaar wachten tot ze hulp krijgen. Door de coronapandemie is dit toegenomen, en de verwachting is dat het de komende jaren erger zal worden. Er staan duizenden kinderen op wachtlijsten.

In deze krant las ik dat de situatie sinds 2015 verslechterd is. Toen ging de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten. Die krijgen te weinig geld en moeten daarom, zoals Marco Bottelier van jeugdhulpverleningsinstelling Accare zegt, kiezen tussen het zwembad openhouden of een kind de juiste zorg bieden.

Ik dacht aan het werk van ethicus John Wall over ‘childism’, oftewel kinderisme. In onze samenleving staat het perspectief van volwassenen centraal. Maar kinderen zijn geen mini-volwassenen, geen wezens die alleen iets nog niet zijn. Ze hebben hun eigen manieren van naar de wereld kijken en die ervaren (manieren in het meervoud: er is niet zoiets als ‘het kind’). Onze nadruk op volwassenheid, adultisme, is een vorm van discriminatie, die we niet herkennen omdat we eraan gewend zijn.

Het kinderperspectief serieus nemen kan op allerlei vlakken. Bijvoorbeeld democratisch: met een kinderraad die ook meebeslist over politieke keuzes. Of door hun ideeën mee te nemen in hoe onderwijs gegeven wordt, of bij de inrichting van de publieke ruimte. Wall pleit voor een erkenning van het actorschap van kinderen en wijst erop dat sociale verandering altijd een kwestie is van dialoog. De bereidheid te luisteren en veranderen hoort er aan de kant van de volwassenen bij.

Als je ouders niet voor je opkomen ben je eigenlijk vogelvrij

Tijdens mijn studie werkte ik met uit huis geplaatste kinderen met gedragsproblemen. We maakten muziek en speelden toneel. Ik leerde daar veel, van de kinderen, maar ook over hoe de jeugdzorg in elkaar zit. Als je als kind geen ouders hebt die voor je opkomen ben je eigenlijk vogelvrij. Niet alleen werden de kinderen vaak niet serieus genomen (misschien nog wel op individueel niveau maar niet door de instanties). Ik zag ook hoe door gebrek aan juiste zorg dat wat misschien nog wel geheeld had kunnen worden erger kapotging.

De tekorten in de jeugdzorg zijn natuurlijk onderdeel van grotere problemen in de zorg – ook voor volwassenen zijn de wachtlijsten te lang – die zijn veroorzaakt door de marktwerking en uiteindelijk het kapitalisme. Maar toch is de lens van het kinderisme belangrijk, om met kinderen te doordenken wat zorg zou moeten betekenen.

Toen ik zelf als puber depressief en suïcidaal was wilde ik vooral verdwijnen. Dat is iets van mij, maar het zat ook in de wereld – zoals een schoolsysteem dat niet geschikt voor me was en ongeïnteresseerde psychologen.

In Nieuwsuur komt Anne Fleur aan het woord, ervaringsdeskundige, die haar redding vooral toeschrijft aan Kodo, een zwarte hond met krullen die wordt opgeleid tot psychosociale hulphond. Ik wil graag dat Anne Fleur en Kodo mogen meebepalen hoe het anders moet, als ze dat willen. Dat lijkt me een goed begin voor een beter systeem.

Eva Meijer (1980) is filosoof, schrijver en singer-songwriter. Ze promoveerde op de politieke stem van het dier en in 2011 debuteerde ze met de roman ‘Het schuwste dier’. Voor Trouw schrijft ze tweewekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden