RECENSIE FILOSOFIE

Het debat over kunstmatige intelligentie, ontdaan van zijn overtrokken aannames

A robot op het vliegveld van Lyon parkeert auto's van reizigers. Beeld Reuters

Markus Gabriel:
De zin van denken.
Vertaald door Mark Wildschut. Uitgeverij  Boom;  335 blz., € 29,90
★★★​★☆

De schrijver

Markus Gabriel (1980) is professor filosofie aan de universiteit van Bonn. Hij mengt zich graag in het debat rond artificiële intelligentie, dat volgens hem doordrongen is van onjuiste voorstellingen. Gabriel is een vertegenwoordiger van het nieuwe realisme, dat hij uiteenzet in ‘Waarom de wereld niet bestaat’ en ‘Waarom we vrij zijn als we denken’. Zijn jongste boek, ‘De zin van denken’, vormt het sluitstuk van deze trilogie.

De problematiek

In het digitale tijdperk dreigt de mens zijn privilege te verliezen om op een intelligente manier problemen op te lossen : machines kunnen dat op veel vlakken beter. Velen vragen zich dan ook af hoe lang het nog zal duren voordat het digitale brein een ‘planetair bewustzijn’ verwerft en zich ontpopt tot superintelligentie die de regie over de mens zal overnemen.

De stellingen

De gedachte dat we de mens in informatie-eenheden kunnen ontbinden, om daarna onze geest op ‘verbeterde’ (lees: onsterfelijke) hardware af te spelen, noemt Gabriel een onsterfelijkheidsfantasie. Maar deze fantasie van de mens als ‘cyborg’, die uitsluitend uit digitale informatie zou bestaan, kan nooit werkelijkheid worden, alleen al omdat het denken gebonden is aan biologische parameters.

Gabriel beschouwt het menselijk denkvermogen als een zintuig, een ‘contactorgaan’ tussen de natuurlijke en de psychologische werkelijkheid. Het menselijk denken is een ‘noöscoop’: een zintuig – in nauw verband met alle andere zintuigen – waarmee we ‘het oneindige bespieden’.

Dat betekent niet dat we met ons denken de hele werkelijkheid in één oogopslag zouden kunnen vatten, als een absolute waarnemer van buitenaf. Gabriel spreekt liever van ‘zinvelden’, manieren om informatie te ordenen in een zinvol geheel.

Een tocht door station Utrecht Centraal kan gericht zijn op het nemen van een trein (dat geeft dan de ‘zin’ aan), maar net zo goed op het waarnemen van het aantal insecten in het gebouw (een totaal andere ‘zin’). Denken is dus een reis door zinvelden, met als doel een oriëntatie in een oneindig aantal feiten mogelijk te maken.

Dat leidt tot de definitie van het ‘nieuwe realisme’: er bestaan oneindig veel zinvelden, niet één allesomvattende werkelijkheid. Bovendien kunnen we de dingen vatten zoals ze werkelijk zijn. Die overtuiging van het ‘nieuwe realisme’ staat haaks op het heersende constructivisme. Dat meent dat wij de wereld construeren, terwijl we nooit weten of die constructie wel beantwoordt aan de werkelijkheid.

De argumenten

Waarom kan intelligentie volgens Gabriel niet nagebouwd worden? Omdat  ‘geen schaakprogramma zo gecompliceerd is als een menselijke organisme’. Als menselijk organisme staan we volgens Gabriël in contact met de omgeving en dat is essentieel voor onze intelligentie. Bovendien is menselijk denken volgens Markus Gabriël ‘emotioneel’.

“Zonder een specifieke beleving van de scènes van ons leven, zou het niet mogelijk zijn uit het oneindige repertoire waaraan we zijn overgeleverd een keuze te maken van dingen om over na te denken.” Ook de ‘vaagheid’ van onze leefwereld is een argument tegen het idee dat je menselijke intelligentie kunt nabouwen. Het is onmogelijk om al ons intuïtieve weten te definiëren en in een computertaal te gieten. “We kunnen alleen talige uitdrukkingen begrijpen omdat we over een achtergrond van biologische factoren en socioculturele vermogens beschikken. Mensen begrijpen talige uitdrukkingen in een context. Dat krijgt artificiële intelligentie niet voor elkaar..”

Redenen om dit boek te lezen

Gabriel steekt zijn nek uit door in te gaan tegen diepgewortelde overtuigingen uit onze cultuur en kennisleer, waaronder het constructivisme. Dat hij probeert het debat over artificiële intelligentie te bevrijden uit zijn keurslijf van overtrokken aannames, mag verfrissend heten.

Redenen om dit boek niet te lezen

Beeld *

Niet alle verbanden die Gabriel legt, zijn duidelijk. Zijn stelling dat er een biologisch wezen nodig is om van intelligentie te spreken, wordt bijvoorbeeld  niet gestaafd met harde feiten (als dat al mogelijk zou zijn), maar met filosofische argumenten die je overtuigend kan vinden of niet.

Ook bestaat het risico dat het nieuwe realisme als ‘naïef’ wordt gewaarmerkt. Onze kennistheorie is immers zo sterk doordrongen van de scheiding tussen mens en wereld, dat een theorie die uitgaat van een vrij makkelijke ‘overlapping’ tussen beide, geen evident uitgangspunt is en niet iedereen zal overtuigen.

Lees ook: 

Ken jezelf en niet je brein

De Duitse filosoof Markus Gabriel trekt ten strijde tegen wat hij noemt ‘neurofetisjisme’. We gaan onszelf niet beter begrijpen door ons brein te bestuderen, stelt hij. Maar hoogleraar Peter Hagoort is niet overtuigd.

Goed nieuws: de wereld bestaat niet

In 2004 kwam Markus Gabriël naar de ‘G8 van de Filosofie’ in Amsterdam.  Marc van Dijk sprak met de destijds nog niet zo bekende Duitse filosoof. “Ik ben ontologisch pluralist: ik geloof niet in één werkelijkheid.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden