Pater Dirk Schut vertrok in 1923 naar Uganda als missionaris. Hij liet een dagboek na, dat bijna een eeuw later door zijn nicht gevonden is.

Biografie Evangelisatie

Het dagboek van missionaris Dirk Schut leest als een spannend jongensboek

Pater Dirk Schut vertrok in 1923 naar Uganda als missionaris. Hij liet een dagboek na, dat bijna een eeuw later door zijn nicht gevonden is. Beeld Jean-Pierre Jans

Pater Dirk Schut vertrok in 1923 naar Oeganda als missionaris en hield een dagboek bij. Dankzij een nicht van hem kan iedereen dat nu lezen. ‘Zijn idealisme is voor mij een inspiratiebron.’

Zijn portret hing vroeger bij haar thuis aan de muur. En niet alleen daar, bij al haar ooms en tantes keek heeroom Dirk streng op je neer. Als Martha Lambrechts aan haar moeder vroeg waarom hij zo jong was overleden, kreeg ze nooit een echt antwoord. “Wel voelde je dat het allemaal erg verdrietig was”, vertelt ze. “Zijn dood was een ramp en liet iedereen in mijn familie verslagen achter, maar erover praten was eigenlijk een taboe.”

Dirk Schut was al bijna negentien jaar lang missionaris in Oeganda toen hij in 1942 stierf. Zijn familie hoorde het pas toen hij al begraven was in de Afrikaanse bodem. Naar de precieze omstandigheden van zijn overlijden moesten zijn vader, zijn broers en zijn zussen gissen. Wel arriveerde er op een gegeven moment nog een kist met een paar schamele bezittingen van Dirk. 

En dan was er nog een dagboek over zijn begintijd in Oeganda en de reis ernaartoe. Misschien zat het in die kist of had hij het al eerder achtergelaten toen hij een keer op verlof was, dat weet zijn nicht Martha eigenlijk niet. Haar moeder heeft het dagboek lang in bezit gehad en na haar dood zwierf het een tijdje binnen de familie. “Een zus van mij woont in Duitsland en die kwam een priester uit Oost-Afrika tegen”, vertelt Lambrechts. “Hij had wel belangstelling voor het dagboek. Toen herinnerde ik mij dat mijn moeder altijd zei dat het zo’n bijzonder document was. We besloten het dagboek in de familie te houden en ik ben het gaan lezen.”

Bijzondere man

Dat viel nog niet mee. Het handschrift van haar oom was moeilijk te lezen. “Ik had wel twee loepen nodig. Het was echt een monnikenwerk. Ik heb ook alle plaatsnamen die mijn oom noemt, opgezocht. Daar ben ik alleen al weken mee bezig geweest, omdat het soms om kleine dorpjes ging.” Lambrechts mailde al haar familieleden of ze nog brieven of andere documenten in bezit hadden die voor het leven van Dirk Schut van belang waren. “Toen kreeg ik allemaal brieven en foto’s toegestuurd. Ze hadden van alles bewaard. Natuurlijk om de herinnering aan hun ouders vast te houden, maar ook omdat Dirk wel een heel bijzondere man was.”

Uiteindelijk gaf ze het dagboek en alles wat ze over haar oom had verzameld aan schrijfster Judith van der Stelt met de vraag of dit iets was voor een groter publiek dan haar familie. “Dat vond ik eigenlijk meteen”, vertelt Van der Stelt. “Dirk schrijft gewoon goed. Ik had zelf nooit veel gelezen over Nederlandse missionarissen. Er zijn ook niet zo veel verslagen uit de eerste hand, dus in zekere zin is het dagboek van Dirk uniek.”

Drie jaar na het eerste contact is er nu ‘Het offer, dagboek van een gedreven missionaris’ met een oplage die inderdaad groter is dan alle familieleden samen. ‘Bronnenonderzoek Martha Lambrechts – van der Loos, tekst Judith van der Stelt’ staat er op de cover. Het geeft een mooie kijk op het dagelijks leven van een missionaris in Afrika in de eerste helft van de vorige eeuw.

Mill Hill

In 1907, hij is dan veertien, verlaat Dirk Schut het ouderlijk huis om naar het kleinseminarie te gaan, een middelbare school voor jongens die priester willen worden. Later zou hij deze stap in zijn dagboek omschrijven als ‘de voltooiing van het offer dat ouders en zoon gezamenlijk voor God gebracht hebben’.

Uiteindelijk treedt hij in bij de Engelse missiecongregatie Mill Hill. Die was in 1866 opgericht door de priester en latere kardinaal Herbert Vaughan om de blijde boodschap te verkondigen onder niet-geëvangeliseerde volkeren buiten Europa en werft enthousiast onder Nederlandse katholieke jongens die wel wat voor de missie voelen.

Dirk volgt zijn passie. Eind 1923 vertrekt hij per boot vanuit Londen, via de Golf van Biskaje en het Suezkanaal naar Mombassa in Kenia. Daar neemt hij de trein naar Kisumu, om vervolgens per boot en stoomfiets het laatste stuk naar zijn eerste standplaats Nyondo, in het oosten van Oeganda af te leggen. Daar is al een kleine missiestatie die Dirk moet gaan uitbouwen.

Zwartjes

De reis duurt in totaal twee maanden en neemt de helft van het dagboek in beslag. Het leest als een spannend jongensboek. Martha: “Wat bij Dirk sterk meespeelde, was het avontuurlijke van de hele onderneming. Van der Stelt: “Ik ben echt van Dirk gaan houden. Hij had iets heel robuusts. Handen uit de mouwen en ervoor gaan. Ook al wist hij niet precies wat hem te wachten stond. Hij zag nergens beren op de weg en liet zich door niets afschrikken. Wat hij schreef over joden, die hij ‘sjacheraars’ noemde en de plaatselijke bevolking die door de zusters consequent als ‘zwartjes’ werden aangeduid, is niet leuk om te lezen, maar in die tijd niet ongewoon.”

Over wat er van Dirk verwacht werd, was Mill Hill vrij duidelijk. Hij ging niet zomaar naar Afrika. Nee, hij ging de ‘oerschatten van geloof en beschaving brengen aan hen die nog in de duisternis van het heidendom zaten’. Lambrechts: “Dat vond ik wel verdrietig. Eigenlijk is het toch beter als je eerst goed onderwijs krijgt en dan besluit of je christen wil worden. Maar ja, de strategie was om ze toch in eerste instantie te dopen.” In zijn dagboek houdt pater Schut dan ook nauwkeurig bij hoeveel inlanders hij die dag weer gewonnen heeft voor het geloof in Jezus Christus. “Maar hij werkte ook aan de ontwikkeling van de bevolking en zorgde dat er scholen kwamen en ziekenhuizen”, zegt zijn nicht.

Ontberingen

Onder moeilijke omstandigheden en vaak met weinig geld maakte Dirk er in Oeganda het beste van. Op zijn stoomfiets legde hij enorme afstanden af om mensen te dopen en nabij te zijn. “Hij schreef in zijn dagboek: ik draag mijn leven op aan Onze Lieve Heer”, zegt Van der Stelt. “Bij tegenslag voelde hij zich gedragen door het geloof. Daarom beukte hij volgens mij ook zo gemakkelijk door al die ontberingen heen.”

Het dagboek stopt in 1925, waarschijnlijk kreeg Dirk het daarna te druk om er een bij te houden. Brieven aan zijn familie en andere documenten vertellen hoe het verder gaat met Dirk. Eind jaren dertig krijgt hij het moeilijk. De geldstromen uit Europa, waar de Tweede Wereldoorlog op uitbarsten staat, drogen op en hij komt in geldnood. Ook het aantal dopelingen loopt terug. Dan krijgt hij van het ene op het andere moment een benoeming als docent op een kleinseminarie. Een degradatie. Alle offers zijn voor niets geweest, zo lijkt het. Judith van der Stelt: “Het staat nergens zwart op wit, maar het lijkt er sterk op dat hij door zijn superieuren werd afgerekend op het feit dat hij zijn target niet had gehaald. Die kwamen langs en vroegen dan: hoe komt het dat hier zo weinig inlanders bekeerd worden?”

Ballingschap

Na een korte ‘ballingschap’ mag hij terug het veld in. Maar zijn nieuwe standplaats Kwapa, 40 km van Nyondo, is niet meer dan een heuveltop bedekt met gras en struikgewas en de bevolking daar wil niet veel van hem weten. In de vroege zomer van 1942 overlijdt Father Dirk Schut totaal onverwacht aan kinderverlamming. Zijn vader zit op een bankje voor zijn boerderij in Castricum als hij een paar weken later een telegram met het nieuws krijgt. Het offer was nu compleet.

Volgens Martha Lambrechts zal Dirk door zijn familie niet vergeten worden. “Een van mijn dochters heeft het boek gelezen en vond het spannend. Zij weet nu ook wie hij is. Met de kerk heeft ze niks en ik eigenlijk ook niet meer. Los van zijn geloof heeft Dirk de situatie daar voor een hoop mensen toch maar mooi verbeterd. Zijn idealisme is voor mij een inspiratiebron. Ik zit nog wel met veel vragen. Hoe is hij nu precies overleden? En is zijn graf er nog? Mensen zeggen tegen mij: ga toch naar Oeganda. Nu ben ik snel misselijk, heb last van hoofdpijn en je weet ook niet hoe het eten daar is. Maar misschien moet ik een voorbeeld nemen aan de doorzetter die mijn oom was en gewoon op reis gaan.”

‘Het offer, dagboek van een gedreven missionaris’ door Martha Lambrechts-van der Loos en Judith van der Stelt. Uitgegeven in eigen beheer, € 25 via martha.schorpioen@gmail.com.

Lees ook:

Veel te leren van missionarissen

Missionarissen hebben voor de Nederlandse samenleving veel expertise in het multicultureel debat. Nederlanders weten hier geen raad mee en wat erger is: ze denken het beter te weten.

In Oeganda zetten alle zelfbenoemde, witte redders kwaad bloed

Het begon er met de hashtag #nowhitesaviors, geen witte redders. Die sloeg aan. In Oeganda zijn ze die witte, eigengereide, superieure goeddoeners die vrijwilligerswerk komen doen zat

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden