null

EssayNa de pandemie

Help, we gaan terug naar het oude normaal!

Beeld Getty Images

Ze hoopte zo dat na corona het nieuwe anders zou aanbreken. Maar nu Nederland proeft aan het leven na de pandemie, ziet filosoof Joke Hermsen vooral het oude normaal. Een biertje op een terras, is dat nu echt vrijheid? 

Een paar dagen geleden liep ik aan het begin van de middag met mijn fiets aan de hand door de binnenstad van Amsterdam. Ik was even afgestapt om van de zon te genieten en naar het verse loof aan de bomen langs de Prinsengracht te kijken. Hoewel de wind akelig koud was, leek het voorjaar eindelijk aangebroken. Ik passeerde een paar volle terrassen, waarop voornamelijk jonge toeristen waren neergestreken. Telefoon in de ene, glas bier of wijn in de andere hand, het was per slot van rekening al een uur ‘s middags. Niemand hield afstand of droeg een mondkapje.

Pas na het zoveelste terras werd ik mij van mijn reactie op al dit terrasjolijt bewust. Zodra ik een nieuw terras naderde, wendde ik mijn hoofd af en begon aandachtig de panden ter rechterzijde te bestuderen.

Joke Hermsen (1961) studeerde letterkunde en filosofie. Ze werkte als docent en onderzoeker aan verschillende universiteiten en schreef meerdere boeken over filosofie. In 1998 debuteerde ze als romanschrijver met Het dameoffer. Daarna verschenen diverse romans en essaybundels, waaronder Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst (2009).

Waarom deed ik dat? Was ik bang om alsnog, op de valreep van mijn eerste vaccinatie, besmet te raken? Nee, want ik wendde mijn hoofd niet op overige drukke plekken in de stad af. Had ik het afgelopen jaar een terrasfobie of toeristenvrees ontwikkeld? Of was ik ten prooi gevallen aan een algehele agorafobie, die te maken had met het weer ‘opengooien’ van de samenleving? Dat klinkt immers toch een beetje als het opengooien van een arena vol wilde dieren.

Maar nee, besloot ik na enig zelfoverleg, dat kon het allemaal niet zijn. Toch was de neiging om het te doen bijzonder sterk, het ging bijna als vanzelf. Impulsief zwenkte mijn hoofd naar rechts. Waarschijnlijk had deze impuls met iets anders dan de toeristen zelf te maken, bedacht ik, terwijl ik bij het volgende terras mijn hoofd bewust niet afwendde en zelfs een vriendelijke glimlach tevoorschijn toverde, hoewel zij er mij wel degelijk aan herinnerden. Dat anders was mijn zorg en ergernis dat alles binnenkort ‘terug bij het oude normaal’ zou zijn, zoals de demissionaire premier ons al een paar keer glunderend had beloofd.

Terug naar herrie, vervuiling en rolkoffertjes

Het was net alsof ik met het afwenden van mijn hoofd dat oude normaal nog even niet onder ogen hoefde te zien. Terug naar normaal betekende immers ook terug naar de herrie, terug naar de vervuiling van zowel de stad als het luchtruim, terug naar de door Airbnb opgedreven huizenprijzen, terug naar de kletterende rolkoffers over de keien, terug naar het geglobaliseerde reisconsumentisme, dat behalve veel geld ook een immense voetdruk op de aarde achterlaat.

Ik moet bekennen dat eenzelfde ergernis mij ook was overvallen bij het zien van de vele foto’s van glazen schuimend bier op sociale media, voorzien van verheffende onderschriften als: ‘Eindelijk mogen we weer!’ of ‘Eindelijk zijn we weer vrij!’ Nu houd ik ook van terrasjes, zeker in de zon, maar de grote vreugde over het gebroederlijk drinken in de buitenlucht, terwijl de ziekenhuizen nog vol covid-patienten lagen, kon ik toch niet delen. Ook de in de berichten zo vaak gebruikte woorden vrij of vrijheid vond ik eerlijk gezegd een beetje misplaatst. Alsof de gezamenlijk genuttigde alcoholconsumptie het vrijheidsideaal van de westerse mens het meest belichaamt.

Ik sprong weer op mijn fiets en trapte door de straffe wind naar huis. Want wat mochten we dan precies allemaal weer? Ja, we mochten opnieuw consumeren en geld aan het toerisme verdienen. Het was nog maar zeer de vraag of dit ons meer ‘vrijheid’ zou opleveren of dat we alleen nog een fractie sneller de ecologische ondergang tegemoet zouden gaan. Ik had, kortom, bar weinig fiducie in dat terug naar het oude normaal.

Ik hoopte dat de meeste mensen vonden dat het anders moest

Na ruim een jaar van pandemie die wereldwijd al zo’n 3,4 miljoen dodelijke slachtoffers had geëist, van wie een derde in Europa, en de desastreuze klimaatverandering, die blijkt uit de zeven keer sneller smeltende ijskappen in Groenland, hoopte ik dat de meeste mensen er wel van overtuigd waren dat het juist anders moest.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Precies een jaar geleden waren we met een tamelijk bont gezelschap het initiatief #beternacorona gestart. We wilden een platform zijn voor de vele bewegingen op het gebied van ecologie, kunst en sociaal-economische rechtvaardigheid, zoals Extinction Rebellion, Nieuw Wij, Bits of Freedom, Keti Koti, De Turnclub en Milieudefensie. We vonden het belangrijk om deze progressieve krachten te bundelen, zodat we na de pandemie onze stem luider konden laten klinken.

We organiseerden online leesclubs, ondersteuningsprojecten voor musici, dichters en kunstenaars en zelfs een heuse #beternacorona-talkshow. Met Mercedes van Zandwijken en Menno Grootveld voerde ik gesprekken met diverse gasten over de verduurzaming van de stad, de mogelijkheid van democratische vernieuwing in de vorm van burgerraden, de voordelen van een basisinkomen, de kansenongelijkheid in het onderwijs en de bedreiging van onze privacy door big-data-bedrijven.

We kwamen tamelijk bedrogen uit

Het was een heel diverse club mensen, die het lang niet altijd met elkaar eens waren, maar we deelden wel de overtuiging dat het roer om moet. We hoopten dat de door de pandemie opgedrongen pauzestand benut zou worden om eens goed na te denken over welke richting het met ons heen moest, wilden we onze planeet ook voor de komende generaties behouden. We hoopten dat de politieke bestuurders deze periode ook daarvoor zouden gebruiken en zelfs het voortouw zouden nemen, zoals bij de aard van hun functie past.

We kwamen tamelijk bedrogen uit. De pandemie sleepte zich bijna synchroon voort aan het toeslagenschandaal. Er kwamen amper andere onderwerpen aan bod dan het dagelijks gegoochel met coronacijfers en het gesjoemel inzake de verantwoordelijkheid voor de gedupeerde ouders. En toen kwamen er ook nog verkiezingen, met alle lege, electorale retoriek van dien.

De uitslagen logen er niet om: de meeste groene en progressieve partijen verloren fors en de winnaar was wederom de partij die bij monde van zijn voorman zo graag ‘terug wilde naar het oude normaal’.

We bleven verbluft achter, want wat dat ‘oude normaal’ betekent, weet iedereen die de afgelopen tien jaar een krant heeft gelezen. Onder aanvoerderschap van deze partij is dat terug naar bezuinigingen op zorg, onderwijs, recht en cultuur en ook terug naar te weinig investeringen in duurzame energie, terug naar miljardensteun aan multinationals, terug naar structurele ongastvrijheid voor mensen in nood en zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dat zal ik u besparen.

Dus vanwaar die immense vreugde op de terrassen? Misschien omdat de opening van de terrassen de laatste fase van de pandemie leek in te luiden, hoewel dat nog verre van zeker is. Misschien omdat men hoopte dat alle overige vrijheidsbeperkende maatregelen binnenkort ook worden ingetrokken. Die bewegingsvrijheid en de vrijheid van samenkomst en vereniging zijn in ernstige mate beknot. Ook is de vrijheid van beroepsuitoefening met name in het onderwijs, de cultuur-, reis- en horecasector aan banden gelegd.

null Beeld Epa
Beeld Epa

Andere vrijheden bleven intact, zoals de vrijheid van meningsuiting, alhoewel we die meningen wel voornamelijk op sociale media moesten aanhoren en helaas niet in een theater, museum, bibliotheek, debatcentrum of boekhandel, waar doorgaans meer ruimte is voor diepgang en nuance. Maar als het openen van de terrassen symbool stond voor de opheffing van al die maatregelen en weldra ook alle culturele en onderwijsinstellingen hun deuren mochten openen, ja, dan viel het te begrijpen dat dit gevierd werd met een groot glas bier en de leuze ‘eindelijk vrij!’.

Vrijheid lijkt op de ‘bezoedelde vlag waar iedereen achteraan holt’

Toch verdween mijn ergernis bij de aanblik van de proostende menigtes niet helemaal. Eenmaal thuis bedacht ik mij dat dit wellicht te maken heeft met de manier waarop er met het begrip vrijheid wordt omgesprongen, met name door politieke partijen die het hoog in hun vaandel – en prominent in hun naam – hebben staan, maar het in de praktijk amper belijden of slechts aan specifieke groepen voorbehouden. De vrijheid lijkt steeds meer op de ‘bezoedelde vlag waar iedereen maar achteraan holt’, zoals de 18de eeuwse filosofe Belle van Zuylen ooit schreef, ‘op weg naar alle mogelijke ondeugden, misdaden en verderf’.

De vraag rijst ook nu wat vrijheid werkelijk betekent voor de moderne, westerse mens, die in een democratie leeft en door grondwettelijke rechten wordt beschermd. Berust het vooral op de vrijheid te consumeren waar en wanneer we maar believen, of moeten we vrijheid toch in een andere hoek zoeken?

Ik zette eerst maar eens een kop koffie en liep naar mijn studeerkamer. Tijd voor onderzoek. Vrijwel alle filosofen hebben zich op zeker moment de vraag gesteld: wat is vrijheid? En meer specifiek: wat is vrijheid voor de mens? Mijn blik gleed over de titels en bleef bij de namen van twee filosofen haken. Ik was op zoek naar een meer fundamentele benadering van de vrijheid, die als het ware aan alle andere voorafging. Ik wilde het moment waarop de vrijheid als mogelijkheid ontstond op de staart trappen.

Als je het over vrijheid wilt hebben, is het goed om je oor bij Immanuel Kant te luisteren te leggen, invloedrijk filosoof van de Verlichting. ‘We zijn burgers van twee werelden’, luidt Kants beroemde uitspraak. De menselijke vrijheid en daarmee het vermogen op het eigen handelen te reflecteren, ontstaat dankzij het verschil tussen de twee werelden die wij als mensen bewonen. Kant bedoelde hiermee dat mensen enerzijds in een aan tijd en causaliteit onderworpen, fysieke wereld leven, die hij als onvrij typeert, omdat deze gebonden is aan natuurwetten, die we niet zomaar aan onze laars kunnen lappen. Zo kunnen we niet vrij besluiten om te stoppen met eten, zolang we in leven willen blijven. Aan de andere kant bewonen we ook een wereld van ideeën, van de geest. Daarin zijn we wel vrij, want niet gebonden aan empirische wetten. We zijn niet alleen aan natuurwetten onderworpen wezens, maar kunnen dankzij onze talige en cognitieve vermogens een zekere afstand, oftewel vrijheid ten opzichte van ons fysieke bestaan verwerven. Deze vrijheid uit zich onder meer in kritische reflectie, creatieve verbeeldingskracht en de ervaring van een moreel geweten.

Je bent pas vrij als je zekere afstand tot je lusten kunt nemen

Menselijke vrijheid ontstaat dus op grond van een verschil. Je bent pas vrij, als je in staat bent een zekere afstand tot je behoeftes, lusten en driften te nemen. Of, om weer even naar het voorbeeld van de terrassen terug te keren, vrijheid ontstaat niet op het moment dat je het glas bier naar je mond brengt om je dorst te lessen, maar pas daarna, als je je afvraagt of het drinken van nog een glas bier wel goed is voor je gezondheid.

Vertraagd denken, noemt de Portugese neuroloog en filosoof Antonio Damasio dat, omdat het om een vertragen of uitstellen van de primaire lustbevrediging gaat. Op het moment van dit uitstel opent zich als het ware het verschil of de afstand tussen de ene en de andere wereld en kan het denken, waaruit de cultuur, wetenschap en ethiek ontstaan, een aanvang nemen. ‘Het duurt even voordat het brein uitstijgt boven de onmiddellijk betrokkenheid van het lichaam en begrip en gevoelens begint te ontwikkelen voor bijvoorbeeld de morele dimensie’. Denken en dus ook de vrijheid, kosten met andere woorden tijd. Er is rust en aandacht voor nodig. En scholing, want iedere mens zal pas met een training van zijn geestelijke vermogens vrijheid kunnen verwerven.

Andere filosofen, zoals Hannah Arendt, hebben dit verschil tussen de fysieke wereld en de wereld van de ideeën ook betrokken op het verschil dat in de mens zelf bestaat. ‘We zijn ‘twee in een’, schreef Arendt. Tweestemmige wezens, die met zichzelf van gedachten kunnen wisselen. Feitelijk doen we de hele dag niet anders, we praten tegen en met ons zelf, om het denkproces op gang te helpen en dan leggen we dit voor aan anderen.

Behalve door de ‘uiterlijkheid’ van het lichaam, dat onderhevig is aan tijd en causaliteit, wordt de mens ook gekenmerkt door de ‘innerlijkheid’ van gedachten, herinneringen en dromen. Vanwege die tweestemmigheid is de mens nooit voltooid, maar een wezen in wording, dat met elk nieuw inzicht als het ware opnieuw geboren wordt. Deze ‘nataliteit’ moet wel gecultiveerd worden. Als dit achterwege blijft of tekortschiet door verregaande bezuinigingen op onderwijs en cultuur, resten ons slechts de noodzakelijkheden en primaire driften van de fysieke wereld en worden we onvrij.

null Beeld Reuters
Beeld Reuters

Vrij zijn we als we een dialoog met ons zelf kunnen voeren, ons handelen tot voorwerp van reflectie kunnen nemen en van daaruit in gesprek met anderen treden. Het gesprek over de wereld dat we gezamenlijk voeren, is een van de belangrijkste uitdrukkingen van onze vrijheid en voor Arendt daarom de voorwaarde voor een democratische samenleving. Als dat gesprek achterwege blijft en we ons steeds meer van de wereld afkeren en in onze privéstulpjes of bubbels terugtrekken, dreigt er ‘wereldloosheid’, die niet zelden uitmondt in een vorm van barbarij, zo waarschuwde zij.

Vandaar ook dat Hannah Arendt een groot voorstander was van volks- of burgerraden, als noodzakelijke aanvulling op de parlementaire democratie. Daar kan dat gesprek over de wereld worden gevoerd. Als mensen eens in de zoveel jaar een uitnodiging krijgen om zelf na te denken over belangrijke politieke kwesties, zullen zij zich niet alleen vrijer en dus ‘menselijker’ voelen, maar ook meer betrokken en verantwoordelijk. Ze zullen zich ook meer met elkaar verbonden voelen. Zo kan er een breder draagvlak ontstaan voor het nemen van ingrijpende beslissingen.

Rust, vertraagd denken, díe zijn nodig

Zo liet de Franse burgerraad over het klimaat liet zien dat de honderdvijftig uitgelote burgers tot veel meer vernieuwende ideeën in staat waren dan hun gekozen volksvertegenwoordigers, die uit electorale belangen minder verregaande voorstellen deden.

Bovendien zijn ‘politieke kwesties te belangrijk om alleen aan politici te worden overgelaten’, zoals Arendt fijntjes opmerkte.

Rust, ‘vertraagd denken’, gesprekken over de wereld, scholing en inspiratie zijn dus nodig om werkelijk vrij te zijn. We worden niet vrij als we onbeperkt mogen consumeren of geld verdienen, maar als we onze kritische, ethische en creatieve vermogens blijvend oefenen. De mens is volgens Kant het enige wezen dat permanent opvoeding behoeft en ik ben sterk geneigd dit te geloven. Niet dat deze opvoeding ons altijd zal weten te redden, maar wel dat we zonder denken en verbeeldingskracht het tij niet zullen keren.

Onze vrijheid is dus afhankelijk van goed onderwijs en een rijk cultuuraanbod. Pas daarmee kan er een samenleving ontstaan die recht doet aan het wezen van de menselijke conditie: creativiteit en verbondenheid. Juist daarom hebben we naast open terrassen vooral ook open universiteiten, musea, theaters, concertzalen en bibliotheken nodig.

De Python mogen we in, maar Bach is niet essentieel

Maar helaas, juist die blijven vooralsnog gesloten. We mogen wel in een Python in een pretpark, was de boodschap van onze demissionaire premier, maar Bach, Mondriaan of Pina Bausch zijn niet essentieel. Nee, er is weinig reden om verheugd te zijn dat we binnenkort ‘terug gaan naar het oude normaal’.

Het is tijd om het roer om te gooien en de twee werelden die wij bewonen van een gewisse ondergang te redden. En dat kan alleen als we gezamenlijk het gesprek voeren, waarin de verschillende wegen naar ‘het nieuwe anders’ gestalte kunnen krijgen.

De samenleving gaat weer ‘open’, ziet u er tegenop? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Nederland weet zich nog geen raad met aerosolen

Opnieuw waarschuwen wetenschappers voor coronabesmetting via zwevende luchtdeeltjes. Hoe is het denken wereldwijd veranderd, en loopt Nederland uit de pas?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden