Column

Heeft deze ongelovige het mis, dan heeft dat verstrekkende, eeuwigdurende gevolgen

Bert KeizerBeeld Trouw

Ik ben al een tijdje in gesprek met een oud-collega die erg gelovig is. We schieten niet echt op. Hij wil mij het geloof overhandigen. Ik hem filosofie. We hebben allebei het gevoel dat we zelf een gedicht aanbieden terwijl de ander met een ons kaas aan komt zetten.

Om de impasse te doorbreken, kwam ik op het enigszins tegenstrijdige idee om in het kerkje van het Begijnhof een kaars voor hem op te steken in de hoop dat God zijn ogen zou openen voor Russell en Wittgenstein. Maar wat gebeurde? Ik werd de hof uitgestuurd door een overigens vriendelijke meneer, die mij erop wees dat de poort nu echt dichtging.

U begrijpt dat ik mijn ogen gramstorig ten hemel sloeg, maar Hij deed alsof zijn neus bloedde. Nou ja, mocht mijn gesprekspartner toch ineens nieuwsgierig worden naar het werk van Russell en/of Wittgenstein, dan weten we hoe dat komt.

Ons belangrijkste wrijvingspunt is een bepaalde houding ten opzichte van bijbelse teksten. Wat ik bedoel valt makkelijk te demonstreren (ja, dat dacht je). Daarvoor moeten we naar het sterfbed van David Hume in de zomer van 1776. Hume was wat je mag noemen de ultra-scepticus in de geschiedenis van het westerse denken. Dat wilde onder andere zeggen dat hij erg ongelovig was. De geestelijkheid had dan ook een bloedhekel aan hem en men noemde hem The Great Infidel, de Grote Afvallige.

Op zijn sterfbed vertelde hij Adam Smith hoe hij zich aan gene zijde zou gedragen als hij Charon ontmoette, de oude veerman in de Hades, die de schimmen van de doden over de Styx zet. Charon had natuurlijk alle smoesjes om niet naar de overkant te hoeven al vele malen gehoord, maar Hume had er lol in om te fantaseren over hoe hij het zou aanpakken: "Beste Charon", zou ik zeggen, "ik heb zojuist een nieuwe editie van mijn geschriften gecorrigeerd. Geef me nog wat tijd om te zien hoe het publiek reageert op deze correcties."

Maar Charon zou antwoorden: "Als u het effect van deze correcties hebt gezien, dan wilt u weer nieuwe correcties aanbrengen. Er komt nooit een einde aan dit soort uitvluchten. Dus, goede vriend, in de boot alstublieft." Maar ik zou nog verder aandringen. "Goede Charon, heb nog even geduld, ik heb getracht de ogen van het publiek te openen. Als ik nog een paar jaar langer mag leven, dan lukt het mij misschien mijn landgenoten wat wijzer te maken en ze te verlossen van het christelijke bijgeloof."

Op dit punt zou Charon zijn beheersing verliezen en in woede zeggen: "Jij treuzelende schurk, dat gaat niet lukken, in geen honderden jaren. Denk je nou echt dat ik je zo lang uitstel zou geven? Stap onmiddellijk in de boot, een schurk ben je."

Hume geloofde niet dat hij ergens heen ging na de dood. En toch biedt de fictieve Charon hem een leuke mogelijkheid. Hij gebruikt de veerman om zichzelf en zijn vriend nog eens lachend te wijzen op wat hem niet gelukt is in zijn leven: de mens van het christendom af helpen. Mijn gelovige vriend vindt dat je dit soort ongein best mag uithalen met de fictieve Charon, want die merkt daar toch niks van. Maar dat geldt niet voor God. Hij zou de Almachtige nooit op een dergelijke komisch bedoelde wijze voor zijn karretje durven laten draven, zoals Hume dat doet met Charon. Mijn vriend denkt namelijk dat God hiermee iets zou worden aangedaan. Niet alleen zou Hij er last van hebben, maar mijn vriend zou er zelf last mee kunnen krijgen.

De kloof wordt nog wijder als hij mij duidelijk maakt dat ik er ook weleens last mee zou kunnen krijgen. Want dat is de narigheid van een oprecht gelovig standpunt. Een gelovige kan nooit tegen een ongelovige zeggen: nou ja, zo kun je er ook over denken. Want een ongelovige heeft niet zomaar 'ook een mening', een ongelovige zit er op fatale wijze echt helemaal naast. Daar zitten consequenties aan, wat denk je? Vandaar dat idee dat ik er last mee zou kunnen krijgen.

Overigens zie ik eventuele sancties met vertrouwen tegemoet. Maar dat klinkt weer zo kleinerend. U merkt het, mijn oud-collega en ik komen er niet goed uit samen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden