Tien geboden

Hans Knoop: 'In eerste instantie geloofde ik in Mentens onschuld'

Hans Knoop: "Bovenaan het lijstje van mijn ondeugden staat ongedurigheid." Beeld Mark Kohn

Hans Knoop (Naarden, 1943) is journalist. Hij werd vooral bekend door de rol die hij speelde bij de arrestatie van oorlogsmisdadiger Pieter Menten in 1976. Vorig jaar zond Max de drama-serie 'De zaak Menten' uit. Van Knoops' hand verscheen het boek 'De zaak Menten, het complete verhaal'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"God bestaat niet, maar mocht ik me vergissen dan wil ik hem bij dezen zeer bedanken voor het feit dat hij me op aarde heeft neergezet. Het bevalt me hier namelijk uitstekend."

Tien Geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie.

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Ik heb bijna alle groten der aarde geïnterviewd, van Richard Nixon tot de sjah van Perzië en van koning Hoessein tot Margaret Thatcher, maar ze hebben geen van allen werkelijk indruk op me gemaakt. Het zijn veelal leveranciers van gebakken lucht; ze praten in krantenkoppen, in door spindoctors voorgekookte oneliners.

"Ik heb slechts één politiek leider ontmoet die ik sindsdien op een voetstuk heb staan: Menachem Begin (premier van Israël van 1977 tot 1983, vooral bekend van de Camp David-akkoorden met de Egyptische president Sadat die hen in 1978 de Nobelprijs voor de Vrede opleverden, AV). Menachem Begin had de Holocaust overleefd. Zijn familie werd voor zijn ogen afgeslacht. En toch gebruikte hij, in tegenstelling tot mensen zoals de huidige premier Bibi Netanyahu of zijn voorganger Ehud Olmert, de Holocaust nooit als politiek wapen om druk op andere regeringen mee uit te oefenen.

"Menachem had een groot gevoel voor humor - ook een eigenschap die veel Israeli's vreemd is - en beschikte over een zeer integere persoonlijkheid. Fysiek gezien was hij een klein mannetje, nog kleiner dan ik, maar hij had een enorm charisma. Hij kon urenlang spreken, mensen lagen bij wijze van spreken aan zijn voeten te luisteren, alsof hij een goeroe was. Een man als Begin wordt in Israël iedere dag gemist.

"Onlangs werd in de Knesset een wetsontwerp ter stemming gebracht om met terugwerkende kracht illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te legaliseren. Die huizen zijn soms gebouwd op van Palestijnen gestolen grond. Pure diefstal dus. Slechts één lid van de coalitie stemde tegen het voorstel. Hij werd prompt, bij wijze van strafmaatregel, door de leiding van de Likoed-partij voor drie maanden geschorst. Dat was Ze'ev Binyamin, Benny, de zoon van Menachem Begin."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Als iemand zich beledigd voelt, probeer ik het op mezelf te betrekken. Hoe zou ik reageren als een of andere politicus aan zijn toehoorders ging vragen of ze meer of minder joden wilden in dit land? Ik verzet me dus heftig tegen het stigmatiseren van hele bevolkingsgroepen, maar dat wil niet zeggen dat ik vind dat je niets over de islam, Allah of Mohammed zou mogen zeggen.

"Ik respecteer ieders overtuiging op voorwaarde dat het wederzijds is, en dat is vaak niet zo. Gelovigen zijn veel minder tolerant dan niet-gelovigen, of afvalligen. In mijn jeugd was ik voor de kinderen in onze katholieke buurt - Oud-Zuid in Amsterdam - een 'Jezus-moordenaar' en een 'vuile rotjood'. Het anti-semitisme was in die naoorlogse jaren veel heviger dan nu; het was autochtoon-anti-semitisme.

Veel Hollanders waren er helemaal niet zo blij mee dat Joden de oorlog hadden overleefd: nu moesten ze de spullen die ze 'in bewaring' hadden genomen nog teruggeven ook. Het was een heel ongemakkelijke, onaangename periode. Mijn ouders hadden op hun beurt ook niet zo'n hoge pet op van de gelovigen die ze op zondag naar de Obrechtkerk zagen lopen. 'Allemaal stiekemerds', zei mijn vader dan, 'niet te vertrouwen'. Ik ben milder geworden in de loop der jaren, maar ik ben absoluut anti-godsdienstig opgevoed. Je hoeft niemand opzettelijk te choqueren, maar begrip tonen voor alle religieuze sentimenten? Dat is een heel ander verhaal."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Hoewel ik volbloed en overtuigd jood ben, omarm ik de tien geboden, en dus ook de sjabbatregels, niet. Ik ga zelden naar sjoel, hooguit tijdens het Joods Nieuwjaar of Jom Kipoer, maar ik wilde wel graag in dit kosjere restaurant met je afspreken omdat het zo heimisch, zo vertrouwd voelt. Dit is mijn wereld, hier ben ik thuis. Ik hoor erbij, ook al ben ik niet religieus.

Het is lotsverbondenheid, ik maak deel uit van de geschiedenis. Actief deelnemen aan het joodse leven betekent zoveel als continu het bewijs leveren dat ze ons er niet onder hebben gekregen. Los daarvan: heb je het menu al bekeken? De gefilte fisch is hier voortreffelijk."

Tekst loopt door onder afbeelding.

Hans Knoop Beeld anp

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn vader was bontwerker en mijn moeder werkte voor de oorlog op het kantoor van een textielfabrikant. Ze trouwden in 1939 en gingen wonen op de Weesperzijde, derde etage, recht tegenover de brug naar de Ceintuurbaan. Eind '42 - ze droegen inmiddels een Jodenster - zagen ze 's middags hoe een groep SS'ers de toegang tot de brug afsloot. Ze lieten hun eten staan, rukten de sterren van hun jassen, draaiden ternauwernood het gas nog uit en verlieten het huis.

Gearmd stapten ze richting de blokkade toen een Duister hen staande hield en - volgens de verhalen van mijn ouders - vroeg: 'Sind Sie Jude?' waarop mijn vader zou hebben geantwoord: 'Sind Sie verrückt?' En zo zijn ze doorgelopen, zonder bagage, richting het Amstelstation waar ze op de eerste de beste trein zijn gestapt. Die reed naar Utrecht. Tot 5 mei 1945 hebben ze zich in die omgeving, op verschillende adressen, schuilgehouden.

"Ik werd in '43 geboren, in het voormalige Naardense Diaconessen-ziekenhuis. De verpleegsters hingen een bordje op de deur dat de Duitsers maandenlang uit mijn buurt zou weten te houden: 'Pas op, besmettingsgevaar'. Daarna heb ik op talloze onderduikadressen gewoond.

"Mijn ouders kwamen er al snel achter dat heel weinig familieleden de oorlog hadden overleefd. Ondanks alle ellende schepte mijn vader daar weleens over op: "Wij zijn met z'n tweeën de oorlog ingegaan en er met z'n drieën weer uitgekomen." Het huis aan de Weesperzijde werd inmiddels door andere mensen bewoond. Wij kregen een huurwoning in de Palestrinastraat aangeboden, waar in 1948 mijn broer Paul werd geboren.

"Paul was mijn moeders oogappel. In feite was hij haar eerste kind, want iedere psycholoog zal je kunnen uitleggen dat ze zich tijdens die oorlogsjaren niet aan mij heeft kunnen hechten. Paul was het zoveelste wereldwonder, de nieuwe Einstein; het jongetje dat alles goed ging maken. Ik was een ondergeschoven kind, ik deugde nergens voor. De verhouding tussen mijn moeder en mij was in die jaren... wat zal ik zeggen? Gespannen.

"Pas op latere leeftijd is die band hersteld. Vanaf het moment dat ik de journalistiek inging en een beetje succesvol werd, begon ze te geloven dat ik kennelijk toch niet zo'n mislukkeling was. Ik deed verslag van de Zesdaagse Oorlog, ik voerde gesprekken met wereldleiders en toen, toen wist ik ook nog eens Pieter Menten achter slot en grendel te krijgen. Ze was extreem trots, nee, trots is te zwak uitgedrukt: ze liep naast haar schoenen, ze glorieerde in die tijd. In zekere zin kwam in dat Menten-verhaal alles samen. Doordat mijn moeder mij niet wilde zien, werd mijn geldingsdrang groter. Door een oorlogsmisdadiger als een prooi voor haar voeten neer te leggen, leverde ik het ultieme bewijs dat ik wel degelijk van waarde was: ik had wraak genomen op de moord op mijn familie.

"Ja, natuurlijk is het wrang. Ineens deed ik er wél toe. Voor Paul was het nog pijnlijker. Ineens was hij eigenlijk toch helemaal niet zo briljant. Alle aandacht ging naar mij. Dat gaf frictie tussen ons, maar ik kon er niets aan doen. Bovendien had ik hem, in de jaren dat híj het wonderkind was, ook nooit een verwijt gemaakt. Mijn vader, die in mijn jeugd het afwijzende gedrag van mijn moeder weleens probeerde te compenseren, leek in zijn laatste jaren juist weer wat afstand van me te nemen. Voor hem waren roem en succes ook niet zo belangrijk. Hij had liever gezien dat ik rijk was geworden met een handel in onroerend goed.

"Mijn moeder werd bijna negentig, mijn vader drieënnegentig. Ze zijn overlevenden, maar ze spraken iedere dag over de Holocaust. Ik kan me niet één gesprek herinneren waarin niet aan de oorlog werd gerefereerd. De oorlog was er altijd, overal. Op de wc hing zo'n verjaardagskalender die volstond met namen van familieleden die in de concentratiekampen waren omgebracht. De realiteit werd volledig verdrongen. 'Vandaag is oom Hartog jarig.' Ik meen dat ik weleens heb gezegd: 'Oom Hartog is toch vergast?', maar daar werd niet op gereageerd. Oom Hartog was jarig. En volgende week tante Saar. Er zou nooit, niet één naam worden doorgestreept."

VI Gij zult niet doodslaan

"Tijdens de Menten-zaak, toen de heren politici weinig besluitvaardig bleken en een arrestatie uitbleef, stelden een aantal oud-verzetsmensen - onder wie Raymond Westerling, de man die een aantal oorlogsmisdaden in voormalig Nederlands Indië op zijn naam heeft staan - voor dat Pieter Menten uit de weg geruimd zou worden. Ik was daar fel tegen.

Ten eerste is het oordeel aan de rechter en ten tweede was Menten in het pallet van oorlogsmisdadigers een minkukel, iemand die ook na de oorlog de doodstraf niet verdiend zou hebben. Doden uit wraak, dat mag natuurlijk niet. In Israël werden door soldaten overmeesterde terroristen, messentrekkers die al op de grond lagen met een nekschot afgemaakt. Schandalig. Volstrekt in strijd met de internationale wet, maar ook met de Halacha, de joodse wetgeving.

"Ik heb moeite met de begrippen 'goed' en 'fout'. Rijk de Gooyer, een moedig verzetsman, zei ooit dat hij in het verzet was gegaan omdat zijn vader z'n benen had gebroken als hij voor het Oostfront had gekozen. Boebie Brugsma, oud-hoofdredacteur van de Haagsche Post, schreef over zijn ervaringen in het concentratiekamp van Dachau dat hij SS'ers was tegengekomen die parels voor het verzet zouden zijn geweest, maar ook medegevangenen had ontmoet die in het leger van Hitler een mooie carrière zouden hebben gehad. Veel is afhankelijk van de omstandigheden, hoe de wissels staan. Er zijn slechte mensen, zeker, maar het absolute kwaad bestaat niet."

VII Gij zult niet echtbreken

"Luister, met de hormonen zit het wel goed. Ik zie heus weleens een mooie vrouw voorbijkomen, maar ik leef in de geest van seksuoloog Frank Wibaut die ik ooit heb horen zeggen dat je buiten de deur best honger mag krijgen zo lang je maar naar huis gaat om te eten.

"Betty en ik zijn vijftig jaar getrouwd. We zijn vierentwintig uur per dag samen en nog steeds niet uitgepraat. Natuurlijk, we hebben onze botsingen en joden zijn veelal enkele graden emotioneler dan niet-joden dus de golven kunnen soms behoorlijk hoog gaan, maar het mooie is dat ze tot nu toe ook altijd weer zijn gaan liggen.

"Er zijn nooit ernstige dingen voorgevallen; het zijn vooral de kleinigheden die soms ergernis opwekken. Ik ben vliegensvlug en Betty is om gek van te worden zo traag, een slak in het kwadraat. Als Betty in de oorlog had moeten onderduiken zouden de eerste Canadezen al in de straat hebben gestaan terwijl zij nog bezig was met het pakken van de koffers."

VIII Gij zult niet stelen

"Jaren geleden ben ik door iemand bestolen die een mooi verhaal had over een winstgevend zaakje dat achteraf niet bleek te bestaan. Ik gaf niet uit goeiigheid of zo, het was pure hebzucht. En in zo'n geval krijg je meestal het deksel op je neus. Het enige positieve wat ik hierover kan zeggen is dat ik liever zelf word belazerd dan dat ik ervan zou worden beschuldigd een ander zoiets te hebben aangedaan."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Als ik tegen Menten had gezegd dat ik over zijn oorlogsmisdaden wilde praten, zou hij me nooit thuis hebben uitgenodigd. Dus loog ik dat ik wilde schrijven over zijn kunstverzameling. Eenmaal binnen deed ik de werkelijke reden van mijn bezoek uit de doeken.

"Ik was in eerste instantie geneigd om in Mentens onschuld te geloven - hij was zeer voorkomend en stelde zelfs voor om de man die hem beschuldigde op zijn kosten uit Israël te laten overkomen - maar al snel kwam zijn ware, valse aard naar boven. Of ik geleerd heb mensen sneller te doorzien? Dat weet ik niet. Ik ben geen psycholoog, ik ben een onderzoeksjournalist, een eigenwijze doorzetter die, zonodig, onorthodoxe methoden gebruikt om de waarheid te vinden."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Jaloezie op materiële zaken is mij in elk opzicht vreemd. Ik vind het weleens jammer dat ik nooit een muziekinstrument heb leren bespelen, maar dat betekent niet dat ik er minder van kan genieten als anderen een half uurtje achter de piano kruipen. Ik ben te ongedurig om zoiets te leren. Ik weet niet of je nog een uurtje hebt om mijn ondeugden door te nemen, maar ik kan je vertellen dat ongedurigheid bovenaan staat. Maar het is mijn grootste deugd gebleken: als ik overal genoegen mee had genomen, was ik nooit een goede journalist geworden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden