null Beeld
Beeld

ColumnMarli Huijer

Hannah Arendt verdient het niet om als liefdesobject te worden neergezet

Marli Huijer

Een jaar of 25 geleden reisde ik na een congres met een wetenschapsfilosoof terug naar huis. Hij complimenteerde me met mijn referaat, maar had ook wel wat aan te merken. In Utrecht moest hij eruit. Hij trok zijn jas aan, draalde wat en drukte ineens een zoen vol op mijn mond. Voor ik kon reageren, was hij weg.

Ik sprak er met niemand over. Mijn collega’s zouden me niet geloven, ze zouden het voorval bagatelliseren of, nog erger, me ook als object van begeerte kunnen zien. Die vernedering wilde ik mezelf besparen. Ik kon mijn tijd beter aan de filosofie besteden.

Die houding heb ik lang volgehouden. Maar naarmate er meer vrouwen aan de universiteit kwamen, ging het zwijgen me slechter af. Vooral toen zij beter dan ik wisten te verwoorden wat het ongewenste gedrag vrouwen doet: van gelijkwaardige subjecten veranderen ze in minderwaardige objecten – van serieus te nemen collega’s werden we niet helemaal serieus te nemen vrouwen. In hun ogen had mijn generatie te lang gezwegen over grensoverschrijdend gedrag. Daar kon ik het alleen maar mee eens zijn.

Opmerkelijk genoeg lijkt deze omslag aan mannelijke generatiegenoten in de filosofie voorbij te zijn gegaan. Dat realiseerde ik me weer toen ik het onlangs verschenen boek Ik wil begrijpen. De onbekende Hannah Arendt van Hans Achterhuis las. Hij geeft daarin ongegeneerd toe aan zijn verliefdheid op Arendt.

Een late, publieke liefdesverklaring

Zijn boek is een ‘late publieke liefdesverklaring’, hij wil een nieuw licht werpen op ‘de Joodse paria waar ik verliefd op werd’ en bekent ‘best boos en jaloers’ te zijn op Heidegger, die een seksuele relatie met haar aanging. Toen de Joodse essays van Arendt bij De Slegte lag, was hij daar niet rouwig om, schrijft hij, want zo had hij haar weer een beetje voor zichzelf: ‘De beroemdste foto van Arendt als een knappe, Joodse studente staat groot op mijn studeerkamer. Ik kijk er graag naar’.

Vorig weekend legde ik in een debat in Rotterdam mijn teleurstelling daarover voor aan Achterhuis. Er staan slechts drie vrouwen in de top-100 van de filosofie. Arendt is één van hen. Wat doet het vrouwelijke filosofen als mannelijke hoogleraren zich verliefd over haar uitspreken? Zou Achterhuis dat ook over Niccolò Machiavelli of Michel Foucault zeggen? Kun je in deze tijd nog spreken over ‘een romance tussen Arendt en haar zeventien jaar oudere professor’, zoals hij doet?

Zelfs de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen waarschuwt tegenwoordig voor het verschil in machtspositie tussen hoogleraren en studentes. Een instemming is door dat verschil niet altijd zo op te vatten.

Slapeloze nacht

Achterhuis, die zichzelf graag als ‘tegendenker’ presenteert, was niet blij met de kritiek. Het was nooit zijn bedoeling geweest om Arendt niet serieus te nemen. Hij had haar werk lief, zoals hij ook het werk van andere denkers liefheeft, en ergens was dat woord ‘verliefd’ erin geslopen. “Je bezorgt me een slapeloze nacht”, zei hij bij het afscheid.

Dat gaf mij weer een licht schuldgevoel, alsof ik mijn dierbare en voor zover ik weet onkreukbare leermeester had onderuitgehaald. Toch wilde ik mijn woorden niet terugnemen. Hoe interessant de studie van Achterhuis ook is, Arendt verdient het niet om als liefdesobject te worden neergezet.

Die slapeloze nacht zou ik alleen liever toewensen aan de wetenschapsfilosoof van lang geleden. Maar die zal zijn zoen nu wel vergeten zijn.

Marli Huijer (1955) was arts. Ze stapte over naar de wijsbegeerte en is nu emeritus hoogleraar publieksfilosofie. In 2015 en 2016 was ze Denker des Vaderlands. Lees haar columns hier terug.

Lezersreactie Hans Achterhuis

Marli Huijer bekritiseert mijn uitspraken over verliefdheid op Hannah Arendt (religie & filosofie, 22 november). Verliefd zijn betekende voor mij altijd dat je van de ander, op wie je verliefd was, alles wilde weten en dat je met hem of haar in een eindeloos gesprek ging.

De ander wordt geen ‘liefdesobject’ zoals Huijer suggereert, maar voor meer dan 100 procent een subject naar wie je luistert en van wie je leert. Dat wil je ook graag anderen vertellen. Anders dan Huijer stelt wilde ik Arendt niet voor mijzelf houden. Dat ik jaloers zou zijn geweest op ‘de seksuele relatie met Heidegger’ die Arendt aanging, valt ook nergens in mijn tekst te lezen. Ik beken daarin wel mijn jaloezie ten aanzien van Bart Prins, die mij enthousiast vertelde over de colleges die hij in 1974 en 1975 van Arendt gevolgd had. Net zoals ik later vol spanning colleges van Foucault volgde, had ik graag naar Arendt geluisterd.

Die verliefdheid heeft niets te maken met de kus die Huijer door een collega werd opgedrongen. Integendeel, de verliefde kent schroom en respecteert de grenzen die de ander stelt. Sinds Symposium van Plato wordt de filosoof als een verliefde geportretteerd. Het ging mij om de metafoor en ik zou het een verarming vinden als dit heerlijke gevoel van verliefdheid dat ik enkele keren ook als lezer van filosofie en literatuur kende, niet meer uitgesproken kan worden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden