Gynaecoloog Jan Jaap Erwich

Zin in het alledaagse Jan Jaap Erwich

Gynaecoloog Jan Jaap Erwich: ‘Een doodgeboren kindje vergeet je nooit’

Gynaecoloog Jan Jaap Erwich Beeld Lars van den Brink

Welk verhaal geeft uw leven zin? In deze reeks vertellen Trouw-lezers hun zingevingsverhalen. Vandaag: gynaecoloog Jan Jaap Erwich (61) doet onderzoek naar doodgeboorte. ‘Als dit me niet meer zou raken, zou ik er beter mee kunnen ophouden.’

Onlangs was ik bij de bevalling van een baby, van wie de moeder al twee keer een doodgeboren kind had gekregen. We hadden onderzoek gedaan naar een mogelijke oorzaak van de sterftes, maar konden niets vinden. Er was geen kans op herhaling te voorspellen. Ook niet na de tweede keer. En dan die laatste weken van de huidige zwangerschap, je probeert ze die vreselijk spannende weken door te slepen.

Ik werk nu dertig jaar als gynaecoloog, de laatste jaren als hoogleraar verloskunde aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Tijdens mijn opleiding in Leiden eind jaren tachtig begon de houding tegenover de zorg rond een doodgeboren kind te veranderen. Langzamerhand kregen we meer oog voor het rouwproces van de moeder en vader.

Binding

Bij de geboorte van een dood kindje bevielen vrouwen in de jaren vijftig, zestig nog achter een doekje. De moeders zagen niet of het een jongetje of een meisje was, dat werd hun ook niet verteld. Ze wisten ook niet wat er met het kind aan de hand was, wat ermee gebeurde. En ze konden het later niet aangeven bij het gemeentehuis.

Vanaf februari dit jaar kunnen doodgeboren kindjes formeel worden geregistreerd, ook met terugwerkende kracht. Landelijk zijn er al meer dan tienduizend doodgeboren kinderen aangegeven. Ik had een huilende moeder van in de zeventig aan de telefoon, die vroeg of wij iets konden achterhalen over haar kind dat in 1954 in ons ziekenhuis doodgeboren was.

Men heeft lange tijd oprecht gedacht dat je je zo min mogelijk moest binden aan een doodgeboren kind. Daarom werd er niet over gesproken. Maar – en dat is kwalijker – kinderen die voor de geboorte overleden, mochten ook niet in gewijde grond worden begraven. Vaak verdwenen deze kinderen in anonieme massagraven. En áls die kinderen al begraven werden, dan kwamen ze naast zelfmoordenaars en misdadigers te liggen. Nu weten we hoeveel kwaad we daarmee hebben aangericht. In de jaren tachtig hebben de kerken dat in een keer goedgemaakt. Daarna konden ouders langs een grafje lopen, kregen ze een plaats waar ze met hun verdriet heen konden.

Tijdens mijn opleiding in Leiden zag ik deze houding veranderen. We gingen met de ouders in gesprek over wat een doodgeboren kind met hun relatie doet, hoe de omgeving er tegenaan kijkt. We kregen er oog voor dat alle stadia van rouw ook gelden voor het verlies van een doodgeboren kind. In de jaren daarna zijn we misschien een beetje doorgeslagen; toen móest je over je verdriet praten, of je nu wilde of niet. Nu zijn we wat meer in balans, we beseffen dat het hier om mensen gaat die op jonge leeftijd een groot verlies hebben geleden, verder moeten, misschien nog andere zwangerschappen zullen doormaken. Het is zinnig hen bij dit proces te helpen.

Intens verdriet

Als student en ook als beginnend arts heb ik mij wel afgevraagd: waarom ben ik dokter geworden? Het is een ouderwetse kreet, maar ik kom toch uit bij roeping, misschien dat ze tegenwoordig ‘drive’ zeggen. Tijdens mijn studie vond ik zwangerschappen en de ontwikkeling van het kind al interessant. Als je in deze wetenschap toch wat kon betekenen, dacht ik, en de ellende die wij bij doodgeboren kinderen zagen vóór zou kunnen zijn, dán ben je zinnig bezig. Naar mijn idee wellicht zinniger dan mensen van tachtig, negentig proberen nog eindeloos lang in leven te houden.

Ons gezondheidszorgbudget in Nederland is 90 miljard, waarvan 80 procent wordt uitgegeven in de laatste twee levensjaren van mensen. Als ik een keer subsidie wil om onderzoek te doen naar achtergronden van babyontwikkeling of moederkoekwerking, ja, dan is dat ontzettend lastig. Als ouderen overlijden kan dat erg zijn, maar daar kan men toch vaak uiteindelijk vrede mee hebben. Dat geldt nooit voor een doodgeboren kind. Wie ooit een keer naast de geboorte heeft gestaan van een overleden kindje, vergeet dat intense verdriet van ouders nooit meer. Voor dat verdriet is geen plek.

Ik ben altijd onderzoek blijven doen naar achtergronden en oorzaken van dit overlijden, om er wat aan te kunnen verbeteren. En om de ouders die dit moeten doorstaan, te kunnen bijstaan bij een eventuele volgende zwangerschap en bevalling. Het is zinnig werk hen bij dit proces verder te helpen.

Zoals bij dat stel dat al twee keer een doodgeboren kind had gekregen. De bevalling was verschrikkelijk spannend. En toen dat kind eruit kwam en het wel ‘deed’, huilde, geluid maakte, kwam er een ongelooflijke ontlading bij alle betrokkenen. Ik hield het ook niet droog. En dat is maar goed ook. Want als dit me niet meer zou raken, zou ik er beter mee kunnen ophouden.

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen en wilt u dat delen? Mail dan naar: zingeving@trouw.nl.

Lees ook:

Zin in het alledaagse

In de verhalenreeks Zin in het alledaagse vertellen Trouw-lezers hoe ze zin geven aan hun bestaan. Eerdere afleveringen uit de reeks zijn hier terug te lezen. Bij de reeks hoort ook een podcast. Klik hier om de podcast te beluisteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden