Groeien dankzij levendigheid

Julia van Rijn in haar Muiderkerk. 'In New York hebben ze als criterium: durf ik zonder angst voor kromme tenen vrienden mee te nemen naar deze kerk?' (JÿRGEN CARIS, TROUW) Beeld
Julia van Rijn in haar Muiderkerk. 'In New York hebben ze als criterium: durf ik zonder angst voor kromme tenen vrienden mee te nemen naar deze kerk?' (JÿRGEN CARIS, TROUW)

’Mensen gaan uit hun dak. Na een paar keer stond ook ik mee te klappen.’ Predikante Julia van Rijn wil haar Amsterdamse Muiderkerk zien groeien en vond inspiratie in New York.

Pauline Weseman

Net als in Amsterdam barst het in New York van het ongeloof en van de hoogopgeleiden die vooral lijken te leven voor hun carrière, merkte predikante Julia van Rijn. Toch groeien de meeste kerken daar als kool, vooral met jonge mensen, hoogopgeleiden en studenten die ook nog eens enthousiast en betrokken zijn. Zelfs in kerken met een liberale theologie. Het is om jaloers op te worden.

Hoe kan dat toch, vroeg Van Rijn zich af. Zij is acht jaar dominee van de protestantse Muiderkerk in Amsterdam-Oost, daarvoor in Rijswijk en Abcoude. Ze bezocht, op zoek naar de succesfactoren, tijdens haar studieverlof 25 vieringen in twee kerken: een liberale en een orthodoxe. De liberale was de Middle Church, onderdeel van de Collegiate Churches en de Reformed Churches of America. De Collegiate Churches zijn in 1628 gesticht door Nederlandse kolonisten en daarmee het oudste kerkgenootschap in de VS, verre familie van de PKN. De Middle Church telde een kwarteeuw geleden nog maar twintig leden en zou worden opgedoekt. Maar een nieuwe predikant maakte er een bloeiende, groeiende gemeenschap van, met 600 leden.

Het eerste dat Van Rijn opviel was de levendige muziek. ’Do I hear amen? Are you with me, Middle Church?’ Dat kaliber. Van Rijn: „Mensen gaan uit hun dak. Ik betrapte me erop dat mijn arm een eigen leven ging leiden en ook de lucht inging. Na een paar keer stond ook ik mee te klappen. Het werkt aanstekelijk.’’ Die levendigheid komt volgens haar door het publiek. De kerk is voor de helft zwart, drie van de vier voorgangers zijn zwart.

Medeverantwoordelijk voor het succes van de Middle Church is de duidelijke keuze voor de buurt. Er is een gospelkoor voor de wijk. Kunstenaars en schrijvers worden bij de kerk betrokken. Dat mes snijdt aan twee kanten: de creatievelingen hebben een podium en de kerk wordt aantrekkelijk voor de buurt. Ook in de vieringen is aandacht voor kunst: in de preek of door een gezongen kyrie van Verdi. Elke zondagavond is er een jazzviering: ’Jazz on high, worship with a splash of spirituality’.

Als tweede inspiratieplek koos van Rijn een kerk van ’robuust-orthodoxe’ signatuur: de Redeemer Presbyterian Church van de populaire theoloog Tim Keller. De kerk is afgesplitst van de Presbyterian Church of America. Toen Keller de kerk stichtte, leek ’dat gekkenwerk in dit stadsdeel vol cynisme en ongeloof’, vertelt Van Rijn. Twintig jaar later heeft Keller vier kerken in New York met elke zondag 5000 tot 6000 bezoekers.

In de preken van drie kwartier tot een uur geldt het uitgangspunt dat redding alleen mogelijk is door geloof in Jezus’ opstanding; de Bijbel is het woord van God. Van kerkleden wordt een gedisciplineerd geloofsleven verwacht. Te duidelijk en te orthodox naar Van Rijns zin, maar de professionaliteit waarmee gelovigen worden opgeleid sprak de Amsterdamse predikant wel aan. Het ’centre for faith en work’ (centrum voor geloof en werk) brengt bijvoorbeeld kerkleden uit verwante beroepsgroepen bij elkaar, zoals juristen, financiële experts en kunstenaars.

In beide kerken viel de professionaliteit op. In de Middle Church uitte die zich in het nieuwbouwproject van een kerkgebouw. Een speciaal daarvoor opgeleide pr-commissie denkt na over gemeenteopbouw en geldwerving. De commissie spiritual awareness bewaakt of de motieven zuiver blijven.

Van Rijn deed vooral inspiratie op voor andere en nieuwe vormen die een kerkdienst kunnen verlevendigen en professionaliseren. Terug in Nederland viel haar op hoe statisch de vieringen in haar eigen kerk zijn. Van Rijn: „Elke kerkdienst is een belevenis, namen we ons voor in Amsterdam, maar in de praktijk zijn de diensten meer van hetzelfde: allemaal op zondagmorgen tussen tien en twaalf uur. Er valt in de rest van de week nauwelijks iets te vieren, op een enkele vesper na.’’

In haar studieverslag komt Van Rijn met een rij suggesties voor een aantrekkelijker kerk. In haar eigen kerk heeft ze de vaste microfoon meteen vervangen door een revers-microfoon, zodat ze met de handen vrij heen en weer kan lopen. Ze verbaasde zichzelf door een beamer aan te vragen. „Ik was er altijd tegen, zag de beamer slechts als een manier om liedjes van de muur te zingen. In Amerika zag ik dat een beamer echt iets kan toevoegen. Tijdens de dienst van Allerzielen werden ingestuurde foto’s en namen vertoond van overleden familieleden, vrienden, zelfs huisdieren. Dat was mooi en ontroerend. We zijn in onze kerk zo verbaal. Nee, ik ben wel om.’’

Van Rijn heeft grootsere plannen. Ze pleit voor een diverser aanbod van vieringen, wat betreft het tijdstip, het soort liederen, de afstemming op doelgroepen. De kwaliteit moet hoog zijn en er moet gewerkt worden met koren, musici en multimediale verbeelding. „Anders gaat er geen werving van uit. Waarom geen jazzviering op zondagavond of de eredienst op een andere dag? In Middle Church liep de woensdagavonddienst om zes uur, meteen na je werk, als een tierelier. Bij Redeemer zijn er vier diensten per zondag.’’

Ook over de inhoud deed de wijkpredikante inspiratie op. De missie van de protestantse gemeente in Amsterdam is ’gestalte geven aan de liefde van God in de stad’. Die missie kan krachtiger worden uitgewerkt, vindt Van Rijn. „Ik heb in New York gezien hoe je gemeenteleden kunt helpen een geloofsgesprek te voeren. Het lijkt ons in de liberale kerken aan een taal te ontbreken om onze band met God onder woorden te brengen. In Amerika hebben ze die taal gevonden door nadruk te leggen op iemands roeping. Bij Redeemer luidt het antwoord dat God al een weg voor je heeft uitgestippeld. Bij de Middle Church is het antwoord minder absoluut; meer dat je samen gelovig zoekt naar wat God van je vraagt. Waarom zouden we ons daar niet meer op richten?’’

Hoe kan het dat de kerken in New York zoveel concreter zijn dan hier? Dat zit hem in de insteek, zegt Van Rijn. „Het valt me op hoe ze daar streven naar groei. Zij hebben bij Redeemer als criterium: durf ik hier zonder angst voor kromme tenen vrienden mee naar toe nemen? Groei is in onze middenorthodoxe kerken geen hot item geweest. De middenorthodoxe en liberale kerken hebben na de oorlog jaren nodig gehad voor bezinning. We wisten ons geen raad met de vraag waar God was tijdens de Holocaust en kozen een bescheiden plek. Die tijd is voorbij.

De oudere generaties hebben nog met slaande deuren de kerk verlaten, maar hun kinderen – dertigers intussen – hebben een open, nieuwsgierige houding. Dat zijn kansen. En ik zal eerlijk zijn: we hebben de dertigers nodig. Het zijn de kerkbestuurders van straks.’’

Die gemeenten in Nederland die groot zijn geworden, werden dat volgens Van Rijn dankzij hun robuuste orthodoxie. „De boodschap van: zo zit het en je hoeft niet te twijfelen. Die theologie van Redeemer spreekt mij niet aan. De discussie over homohuwelijk of vrouwen in het ambt hebben wij ver achter ons liggen. Daar willen we ook echt niet meer naar terug. We willen geen mensen uitsluiten, wat in veel orthodoxe kerken wél gebeurt. De spannende vraag is: Kun je een succesvol, vernieuwend kerkmodel bedenken dat niet-orthodox is? Voor mij is dat nog een open vraag.’’

New York heeft in elk geval genoeg plannen opgeleverd om mee aan de slag te gaan. Er is één probleem: geld. Dat heeft Amsterdam nu net niet. Van Rijn werkt drie dagen per week in de Muiderkerk en krijgt er voor een dag per week een predikant bij voor dertigers. Zij gaan een dertigersviering ontwikkelen, naast de zondagochtenddienst. Die formatieplaats steekt schril af bij de Collegiate Churches die alleen al vier tot zes voorgangers per wijk hebben. Tim Keller had acht mensen in dienst zonder dat zich nog maar een kerklid gemeld had en er een viering gehouden was. Van Rijn: „Zij hebben een sterke taakverdeling, ieder doet waar hij goed in is. Wij zijn als predikant in Nederland gewend om het schaap met de vijf poten te zijn. Is dat wel effectief? Moeten wij dan ook zoveel mensen hebben? Nee, maar het helpt wel.’’

Hoe New York in Amsterdam terecht kan komen? In ieder geval niet te snel, zegt Van Rijn. Er is ’grote zorgvuldigheid’ nodig, en ’een tempo dat eigen is aan de kerk’. „Als veranderingen niet breed worden gedragen, raak je gemeenteleden kwijt.’’ En daar zit Amsterdam juist niet op te wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden