InterviewJan Geurtz

Goeroe Jan Geurtz: ‘Dat zelfbeeld is niet wie je werkelijk bent’

Beeld Bram Petraeus

De boeddhistische leraar Jan Geurtz schrijft populaire boeken over spiritualiteit. Zijn belangrijkste les: wees je ervan bewust dat je een aangeleerd zelfbeeld hebt. ‘Je bent meer dan je ego.’

Jan Geurtz was 38 jaar toen hij in een grote crisis belandde. “Ik raakte werkloos, mijn relatie was stukgelopen, ik had een burn-out en ik was verslaafd aan amfetamine. Op een avond greep de totale machteloosheid me naar de keel. Toen hoorde ik een duidelijke innerlijke stem, die op een liefdevolle manier zei: ga eens goed voor jezelf zorgen. Die nacht heb ik al mijn middelen door de gootsteen gespoeld.” Zo zette hij zijn eerste stappen op het spirituele pad, vertelt Geurtz (69) bij de thee in zijn boerderij in Vierhouten, met uitzicht op de Veluwse bossen. Dertig jaar later is Geurtz uitgegroeid tot een ware boeddhistische goeroe, met goedverkopende boeken over boeddhisme, spiritualiteit en meditatie. Zijn boek ‘De opluchting’ hielp duizenden mensen van hun rookverslaving af; zijn bestseller ‘Verslaafd aan liefde’ (2009) ging al 100.000 keer over de toonbank.

In zijn nieuwste boek, ‘Wijzen naar de maan’, gaat Geurtz voor het eerst op de persoonlijke toer. “Al mijn andere boeken zijn eigenlijk uitlegboeken. Daarin vertel ik wat ik heb geleerd van mijn leermeesters, en leg ik dat uit in voor westerlingen begrijpelijke terminologie. Dit boek is deels autobiografisch, ik vertel meer over dingen die ik heb meegemaakt. Die gaan over hoe spiritualiteit kan ontwaken en zich in een mensenleven kan ontwikkelen. Ik heb me gewoon lekker uitgeleefd.”

Dit boek bestaat uit verhalen en gedichten over uw spirituele zoektocht. Waar bent u eigenlijk naar op zoek?

“Tja, waarom zou je überhaupt spiritualiteit beoefenen? Het antwoord daarop is: omdat dat het einde van het lijden veroorzaakt. Pijn is een onderdeel van elk leven, daar ontkom je niet aan. Als je met een hamer op je duim slaat doet dat pijn. Maar lijden is echt iets anders dan pijn. Wanneer je geen spiritueel beoefenaar bent zul je ongetwijfeld ook gedachten hebben op het moment dat je op je duim slaat: ik ben een sukkel, wat stom dat dit nu gebeurt. Op die manier ga je de ervaring beschouwen als bewijs van je eigen waardevolheid of waardeloosheid. Dat is identificatie met die pijn, en dat levert lijden op.

“We hebben een zelfbeeld ontwikkeld tijdens onze jeugd, en de rest van ons leven gebruiken we als een bevestiging of veroordeling van dat zelfbeeld, dat we ook wel ego noemen. Maar dat zelfbeeld is niet wie je werkelijk bent, het is een mentale constructie die vaak contraproductief werkt. We verlengen ons lijden door ons tegen pijn te verzetten. Tegelijkertijd verkorten we ook ons geluk door te proberen om ons krampachtig aan dat geluk vast te houden.”

Als je niet je zelfbeeld bent, wat ben je dan wel?

“Het bewustzijn zelf, dat met een zekere afstand naar het ego kan kijken. Het ego is niet iets wat je kwijtraakt: het enige wat je doorkrijgt is dat je dat niet bént. Maar het ego blijft zijn eigen wetmatigheden houden. Als het ego te ­horen krijgt dat hij nog maar een jaar te leven heeft dan is hij ernstig geschokt. Iemand die spiritueel geoefend is kan daar naar kijken met een soort vriendelijkheid, met helderheid en liefde. Helderheid betekent ‘gewaarzijn’, dus inzicht in datgene wat je ego doet. Liefde betekent: niet oordelen over dat ego, maar het juist met vriendelijkheid omhelzen en accepteren.

“Het helpt al om een keer per dag te gaan zitten, zonder afleiding van internet, tv of radio. Gewoon zitten en je gewaarworden van wat je ervaart, zonder het te willen veranderen of er over te oordelen. Daar hoort geen specifiek doel bij, zelfs niet kalmer worden of je blijer voelen, maar puur, liefdevol gewaarzijn. Dat is de basis van de meditatiepraktijk. Natuurlijk dwalen je gedachten dan weer af, maar hoe meer oefening je daarin krijgt, hoe meer je zult merken dat het liefdevolle gewaarzijn geleidelijk je dag overneemt.”

Beeld Bram Petraeus

Mediteert u iedere dag?

“Ja. Regelmaat is daarbij heel behulpzaam. Wanneer je eerst met jezelf gaat overleggen ‘Zal ik nu gaan mediteren?’, dan ben je eigenlijk aan het overleggen met je ego. Het ego heeft nooit zin om te mediteren, dat ego wil voortdurend met iets bezig zijn. Je moet een regelmaat creëren, eigenlijk net zoals je ’s ochtends je tanden poetst. Dan stel je ook niet de vraag of je nu moet gaan poetsen, of straks. Nee, je deed het gisteren dus doe je het vandaag weer. Dat moet je zien te bereiken met meditatie, een soort vreugdevolle regelmaat. Als je eenmaal zit te mediteren blijkt het vaak helemaal niet zo naar te zijn als je vooraf dacht. Het is vooral het ego dat vooraf denkt: saai!”

Moet je tijdens meditatie stoppen met denken?

“Nee! Ook dat is weer een vorm van ­onderdrukking. Het ego heeft de neiging om die nieuwe spirituele beginselen onmiddellijk te annexeren en er een nieuwe truc in te zien om van zijn ellende af te komen.”

Hoe kan spiritualiteit hulp bieden in de praktijk, bijvoorbeeld wanneer een langdurige liefdesrelatie ophoudt?

“Als je geen spirituele beoefening hebt gedaan, zul je ongetwijfeld oordelen over wat er gebeurd is. Dat zal heel vaak op de partner gericht zijn: hij of zij is vreemdgegaan, hij of zij besluit om ­ermee op te houden. Of juist op jezelf: ik ben een mislukking. Heel veel mensen gaan een relatie aan met het idee dat een relatie voor altijd is. Dat is op zich al een oorzaak voor toekomstig ­lijden, want niets is voor altijd. Je denkt: het had niet mogen gebeuren, de relatie had voor altijd moeten zijn, dus ik ben mislukt in mijn streven. Het is altijd veroordeling, extra verzet tegen wat je op dat moment ervaart.

Beeld Bram Petraeus

“Als je met iemand jarenlang samen bent geweest en het loopt stuk, dan is het volstrekt normaal en gezond dat je daar pijn van hebt. Dat je op een bergtop moet gaan zitten en gelukkig moet zijn is een misvatting. Ons ego gaat zich nu eenmaal hechten. Daar hoort ook een rouwproces bij als een relatie stukloopt. Mensen die spiritueel geoefend zijn kunnen als het ware al een klein beetje ontspannen in dat rouwproces: het mag, ik mag dit voelen, ik mag hier pijn over hebben. Het oordeel verdwijnt, en daarmee ook het oordeel over de partner. Als je de pijn ziet als een normaal verschijnsel, vermindert het lijden aan die pijn.”

Gaat er niet ook wat verloren als we ons niet meer identificeren met ons ego? Is dat niet juist heel menselijk?

“Veel mensen proberen hun lijden te beëindigen door er niet aan te denken, door heel hard te gaan werken of door drugs of seks, alles om dat nare gevoel maar te doven. Dat kan ook met spirituele argumenten, door te zeggen: die pijn van mij doet er helemaal niet toe, want ‘ik’ besta eigenlijk helemaal niet. Maar dat is natuurlijk weer een nieuwe mentale constructie, om maar geen last te hebben van pijnlijke emoties. Als mensen dat zouden zien als spiritualiteit zou dat zeker een verarming zijn. Maar het ego is niet iets wat je kwijtraakt: het enige wat je doorkrijgt is dat je dat niet bént. De bedoeling is juist dat je meer contact krijgt met je lijden, met je pijnlijke emoties, maar dan zonder identificatie, zonder verzet. Dat opent je hart, en in die liefdevolle openheid lost het lijden ten slotte op.”

Lees ook: Hoe het Tibetaanse boeddhisme helpt bij het overlijden van een zoon

De Tibetaans-boeddhistische leraar Sebo Ebbens schreef een boek over leven en sterven. Het Tibetaans boeddhisme bereidt hem niet alleen voor op zijn eigen dood, maar hielp ook bij de verwerking van de dood van zijn zoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden