Aartsbisschop Joris Vercammen van de oud-katholieke kerk.

InterviewVertrek aartsbisschop

‘God kent geen taboes, en wij dus ook niet’

Aartsbisschop Joris Vercammen van de oud-katholieke kerk.Beeld Bram Petraeus

Joris Vercammen vertrekt in januari als oud-katholiek aartsbisschop van Utrecht. Zijn kerk staat open voor de wereld. ‘Die openheid zorgt voor verbondenheid en participatie. Dat is waar mensen naar snakken.’

Aartsbisschop Joris Vercammen is in zoverre een Vlaming gebleven dat een zekere bescheidenheid hem vergezelt. Grote woorden ontbreken als hij spreekt over de twintig jaar dat hij leiding gaf aan de Nederlandse oud-katholieke kerk. En al te directe vragen worden met een omweggetje beantwoord. Maar één ding weet hij zeker: “Alle christenen worden één”.

Vercammen kwam in 1952 in België ter wereld als zoon van de burgemeester van Lier. Hij studeerde pedagogische wetenschappen en theologie, en werd in 1979 tot rooms-katholiek priester gewijd in het bisdom Antwerpen. Acht jaar later stapte hij over naar de oud-katholieke kerk en begon als hulppriester in Rotterdam.

Vercammen: “De rooms-katholieke kerk kent een zekere geslotenheid naar de maatschappij. Seksualiteit, euthanasie, het ligt er moeilijk. Ook is er, denk ik, te weinig oog voor eigentijdse devotie. Daar komt bij dat ik niet celibatair zou kunnen leven. Ja, ik houd van de liefde, of beter gezegd, van een intieme relatie.”

Vrouwen en homo's

De vertrekkende aartsbisschop van Utrecht is gehuwd en heeft drie kinderen. De oud-katholieke kerk erkent tevens het homohuwelijk, en vrouwen mogen er priester en bisschop zijn. Wat je noemt, een liberale kerk. Zijn breuk met de paus in 1987 moet voor Vercammen een verlossing zijn geweest.

“Nee, toch niet”, zegt hij. “Ook voor oud-katholieken blijft de paus voorzitter van het westerse christendom. Maar dan wel in zijn functie als bisschop van Rome, de eerste zijns gelijken. Waar wij moeite mee hebben, is het centralisme: de paus die in elk willekeurig bisdom in de wereld kan ingrijpen. De oud-katholieke kerk is begin zeventiende eeuw juist uit verzet tegen dat centralisme ontstaan.”

Tegenwoordig zijn er goede banden met Rome. Vercammen ontmoette paus Franciscus twee keer, die daarbij aandrong op verdere samenwerking. En ook de verhouding met die andere aartsbisschop van Utrecht, de rooms-katholieke kardinaal Wim Eijk, is in orde. “We zitten broederlijk naast elkaar op nieuwjaarsrecepties en andere plechtigheden in de provincie.”

Slinkende gemeenschap

Maar zit er echt schot in de oecumene? Vercammen zwijgt even, en antwoordt dan: “Een pijnlijke vraag. Als oud-katholieke kerk voelen we ons voorpost van de oecumene, en we hebben goede contacten met protestanten, maar ik moet erkennen dat er geen structurele vieringen meer zijn samen met andere kerken.”

De kerken trekken hun muren weer op, vermoedt Vercammen, nu ze door de secularisatie moeten overleven. “Maar als gelovigen zouden we anders moeten denken. En ik weet zeker: over tweehonderd jaar zijn alle Nederlandse christenen terug onder één aartsbisschop van Utrecht. Dan zijn we allen één. Dat er nu twee aartsbisschoppen zijn, is natuurlijk een anomalie.”

Naast de oecumene heeft Vercammen zich tijdens zijn pontificaat vooral ingezet voor de parochies in zijn aartsbisdom en voor openheid naar de moderne maatschappij. “Om met dat laatste te beginnen: we zijn tegelijkertijd orthodox en open-minded. Orthodox in die zin dat onze bisschoppen, zoals in de oude ongedeelde kerk, mede worden gekozen door de gelovigen. De bisschoppen zijn daarmee ingebed in de lokale kerk, en ze houden rekening met wat daar leeft. Open-minded, omdat we geloven dat kerk en samenleving elkaar iets kunnen bieden. Kijk, dat wij vrouwen in het ambt hebben is geen modegril, maar vloeit voort uit een maatschappelijke werkelijkheid waar je niet omheen kunt.

Met God meedoen

“Ik meen dat je moet openstaan voor alles, zonder taboes. Geen vaststaande antwoorden. God kent ook geen taboes. In vreugde en verdriet wil de Geest ons iets duidelijk maken. Die openheid zorgt voor verbondenheid en participatie. En dat is waar mensen naar snakken.”

Met God meedoen in de maatschappij, verwoordt Vercammen het, en als voorbeeld noemt hij de recente euthanasie-brochure ‘Nu ik oud word’ van de Raad van Kerken. Een wél geslaagd oecumenisch project, benadrukt de geestelijke, die in Amersfoort een gebouw deelt met onder meer de Raad van Kerken. Nee, geen eigen bisschoppelijk paleis voor de oud-katholieken. Het is slechts een klein kerkgenootschap met in Nederland zo’n 4500 leden, en een aartsbisschop die zelf de thee serveert.

Beeld Bram Petraeus

Een slinkende gemeenschap – in 2007 waren er nog 5500 leden – die tegelijkertijd nieuwe zielen lokt: veelal (jonge) protestanten, die zich voelen aangetrokken door de combinatie van woord en liturgie. Door die aanwas zijn veel parochies ‘nieuw’. Vercammen: “Met elke nieuwe toetreder verandert een parochie. We worden steeds opnieuw geboren. Dat is belangrijker dan groot of machtig te zijn. Het gaat om een open blik, en die wens ik ook andere kerken toe.

“Ik heb alle twintig parochies in het aartsbisdom met regelmaat bezocht en daarbij naar zoveel mogelijk mensen geluisterd. Mijn vraag was steeds: waarom zou deze stad of dit dorp zitten te wachten op ons oud-katholieken? In de Paradijskerk in Rotterdam luidde het antwoord: er is in de stad behoefte aan een stilteplek. Zodoende is die kerk doordeweeks geopend voor citypastoraat: mensen die rust zoeken of een kaarsje willen branden. Pastoor Hans de Rie is aanwezig voor vragen. Dát is onze missie in Rotterdam.”

Misbruikschandaal

Kleeft er ook een smet aan zijn ambtsperiode, het seksueel misbruik van jongeren bijvoorbeeld? “Dat lijkt me de verkeerde vraag”, zegt Vercammen. “Het gaat er niet om of ík ben beschadigd, maar of de slachtoffers zijn beschadigd. Wel, dat laatste is helaas het geval.”

Vorig jaar oktober kwam een rapport naar buiten, dat melding maakte van seksueel misbruik door zeven oud-katholieke priesters, van wie één nog in leven is. De onderzoekscommissie had met tien slachtoffers gesproken, maar wist zeker dat dat niet alle waren. Een schok: ook een kerk zonder celibaat en mét homovrijheid kende misbruik. De kerkleiding beschermde de daders en keek bewust weg, luidde de beschuldiging.

Vercammen: “Die verwijten zijn terecht, dat raakt mij zeer. Dat wij niet hebben ingegrepen ligt aan onze kerkelijke cultuur, waarin niet alles wordt uitgesproken. Daarnaast heeft misbruik ook altijd met macht te maken. Maar God kiest voor mensen in de knel. Dat geldt ook hier. Ik heb met de slachtoffers gesproken, ben kapot van hun verhalen en sta volledig achter hen. We hebben maatregelen getroffen tegen herhaling.”

Over de pastoor die nog leeft werd rond 2001, tijdens zijn priester-opleiding, een melding bekend van seksueel misbruik. Vercammen wist ervan. Niettemin werd deze Nico S. in 2004 pastoor in Culemborg en in 2013 op de luchthaven Schiphol. Vercammen: “Hij had mij verteld dat hij een probleem had met ‘wat oudere jongens’. Ik verwees hem door naar een psycholoog, maar bood hem tevens een tweede kans, dat klopt. Ik ben afgegaan op alleen zíjn informatie. Dat had ik niet moeten doen.” Uiteindelijk werd S. in april 2017 in Cambodja gearresteerd en gevangengezet wegens het maken van naaktfoto’s van minderjarige jongens. De priester is inmiddels geschorst door de kerk.

Met zijn vervroegde aftreden – Vercammen had nog tot zijn zeventigste door mogen gaan ­– heeft het misbruikschandaal niets te maken, bezweert de aartsbisschop. “Het is gewoon goed zo. Ik voel dat het tijd is om het stokje over te dragen.”

Zijn opvolger zou een vrouw kunnen zijn, in principe zelfs een vrouw die gehuwd is met een andere vrouw. “Ach”, verzucht de aartsbisschop, “dat heeft toch geen belang. Het gaat erom dat we een goeie bisschop krijgen, dat is het enige wat telt.”

Van rooms- naar oud-katholiek

Joris Vercammen werd in 1952 geboren in Lier (provincie Antwerpen), begon in 1979 als rooms-katholiek priester in het bisdom Antwerpen en stapte in 1987 over naar de oud-katholieke kerk. Voor die kerk was hij achtereenvolgens hulppriester in Rotterdam, rector van het seminarie en pastoor in Eindhoven. In maart 2000 volgde zijn verkiezing tot aartsbisschop van Utrecht. De oud-katholieke kerk kent nog één ander bisdom, dat van Haarlem. Er zijn zo’n 4500 kerkleden, verdeeld over 31 parochies.

Lees ook:

Oud-Katholieke Kerk beschermde daders seksueel misbruik: ‘Er is bewust weggekeken’

Omdat barmhartigheid en mededogen voor de dader hoger werd geacht dan het beschermen van slachtoffers, kon in de Oud-Katholieke Kerk van Nederland seksueel misbruik door geestelijken soms jarenlang doorgaan zonder dat er werd ingegrepen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden