Column

God is tot alles in staat

Stephan Sanders beschreef in deze krant hoe hij gelovig is geworden. In een nieuwe reeks vertelt hij aan de hand van het Apostolicum – de christelijke geloofsbelijdenis uit de tweede eeuw die nog overal ter wereld wordt gebruikt – wát hij gelooft. De eerste aflevering: over de almachtige God.

 Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.

‘Een almachtige God’, placht vriend en componist Peter Schat (1935-2003) te zeggen, ‘is een oorlogsgod’. Zo, die zat. Schat had een traditioneel gereformeerde opvoeding ondergaan, die bij hem ook als volwassen man lang heeft doorgewerkt. Maar later, een stuk linkser ook, was hij getuige van de Vietnam-oorlog. Hij was toen al een gevierd componist, avantgarde, sympathiserend met Provo, flirtend met het Vietnamese en Cubaanse communisme. De God uit zijn jeugd had zich schuldig gemaakt aan het Vietnamese bloedbad van My Lai (1968) en had napalm tot zijn beschikking, en het ontbladeringsmiddel dat mensen, bomen en planten doodziek achterliet. Daarmee was Schats god ook definitief afgebladderd. En hij bleef mijn vriend.

Almachtig

De almachtige God. Het eerste jaar dat ik Latijn kreeg, was ik ervan overtuigd dat omnipotens, wat veelal wordt vertaald met ‘almachtig’, iets geheel anders betekende. Omni, alles, potare, drinken. De Al-drinkende God, de God die alles aankan en zich nergens in verslikt. Maar potens bleek afgeleid van possum: kunnen, in staat zijn. En zo veranderde mijn Drinkebroer in de Almachtige.

Dat zijn twee zeer grote woorden, direct na elkaar (Almachtige God) en toen mij dat gewerd, liet ook ik die god links liggen voor een periode van veertig jaar. Dat ‘almachtige’ vond ik onuitstaanbaar, ook zonder oorlog in mijn botten.

Wedergekeerd tot het geloof, vertaal ik omnipotens nu het liefst met ‘Alvermogend’. Tot alles in staat, die God. Maar niet per se alles regisserend. Denk ik, geloof ik. God wordt omgeven door verlegenheidswoorden, omdat wij stervelingen maar een slag naar Hem slaan. Wij kunnen God ervaren, maar niet door en door kennen en begrijpen. Was dat wel zo, dan hadden we geen geloof nodig. God hangt niet aan de wetenschap, en de wetenschap niet aan Hem.

Moeder

En is Hij Vader? Als jongen had ik al het idee: er is een vergissing begaan, het had Moeder moeten zijn. Let wel, zelf had ik een aardige vader, een welwillende en in het geheel niet boemanachtige, maar in het dagelijkse leven ervoer ik de almacht van de Moeder. Die kon troosten, die zette haar zin door en kon de vader als geen ander bewerken. Eeuwige verdediger van haar kinderen, middelares tussen jouw binnenwereld en die daarbuiten, in staat om dwars door je heen te schouwen.

Het geloof van mijn jeugd was rooms-katholiek – de progressieve variant, eind jaren zestig – en de gedaante van H. Maria was daarin zeer aanwezig. Cryptofeministe. De almachtige Moeder is voor mij, ook als middelbare man, nog steeds een makkelijk te verteren idee. Maar met mijn leeftijd is ook de mogelijkheid gegeven dat ik zelf vader had kunnen zijn, of zelfs grootvader. Niet het geval, geen kinderen. Maar wel die ‘vaderlijke’ ontwikkeling, die ik botvier op jongeren en soms regelrecht op één bepaalde jongen (Samuel) die ik vanaf zijn geboorte ken. Voor het eerst in mijn leven begin ik te merken dat de vaderrol niet facultatief is, maar volwaardig. Mijn eigen vader moet als een geslaagde psychoanalyse zijn geweest. Heeft mij goed gedaan, maar juist daarom heb ik er niet zo veel herinneringen aan.

Beeld Robin Héman

Vader

Een voorbeeld dan van een ­Vaderachtig iemand. Een etentje bij vrienden. Wat ik vergeten was: zij ­hadden ooit een verhaal van me ­gelezen van lang geleden, waarin ik schreef over mijn alcoholische dorst. De wijn op tafel, de borden gevuld, en zo op het ­einde schenkt de gastheer iedereen nog eens bij, ook zichzelf. Mij slaat-ie over.

Ik zeg niets, ik vind het een beetje bot, totdat ik later zie hoe die man mij niet de les leest, maar de wet stelt. De moeder zou zeggen: ‘Zou je dat nu wel doen, nog een glas’, met zo’n bezorgd timbre in haar stem. Deze ‘vader’ zegt niets en dwingt af. De schier eindeloze onderhandelingsruimte, die ik associeer met het moederlijke, wordt hier de pas afgesneden. Er wordt een wet uitgevaardigd, een gebod.

Heb ik hiermee de essentie van het vaderlijke en het moederlijke weergegeven? Nee. Maar ineens begon ik te begrijpen wat een vader kon zijn, en ook, dat er wel degelijk een vader in mij school. Een meestentijds werkeloze vader, die geactiveerd kan worden. (Overigens is de Vader zonder Moeder mij nog steeds omineus.)

Hemel en aarde

‘Schepper van hemel en aarde.’ Ja, dit vinden niet-gelovigen je reinste kolder. Het creationisme. Alles wat is, zou het gevolg zijn van één Scheppingsdaad, en zo krijgt Darwin het nakijken. Ik geloof niet in het creationisme, maar in God. En vooral geloof ik dat geloof niet gaat over evolutie. Het gaat over Zijn. Er is het terrein van de rede. En daarnaast, zelfs daar middenin, openbaart zich al wat onverklaarbaar is en toch niet te loochenen valt.

Het Godvormige gat tussen weten en niet-weten, dat mag van mij het werk van de Schepper heten.

Lees ook:

Stephan Sanders ging eerder 'een beetje proefgeloven'. In Trouw deed hij verslag van zijn vorderingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden