Geloven, met of zonder kerk? Culemborg brengt blijvers en afhakers samen

Beeld Gemma Pauwels

Uit eigen onderzoek leerde de PKN-gemeente in Culemborg waarom mensen de kerk verlaten. De kerk zoekt nu naar manieren om te voorkomen dat er nog meer gelovigen vertrekken. Maar wat houdt hen zelf in de kerk? 

In een kerkzaaltje met voornamelijk 50-plussers kijkt het gespreksgroepje van Ans Vermet elkaar een beetje onwennig aan. Tja, waarom is de kerk voor dit zevental mensen eigenlijk belangrijk? Het geloof geeft me houvast, begint er een. Het is mooi om samen een dienst een vieren, zegt een ander. Het is fijn om elkaar te ontmoeten, om verhalen te horen, rituelen te delen. Om een gemeenschap te vormen.

Wegblijvers

Er moeten stoelen bij, er is veel belangstelling voor deze avond van de themagroep Bezielde Gemeente Culemborg over blijvers en afhakers – een grens die trouwens volgens voorzitter Jan Goed vrij dun is. Vorig jaar vroeg de themagroep dertig mensen waarom ze van actief kerklid veranderd zijn in mensen die hoogstens nog met Kerst naar de kerk gaan. Zij voelen zich, vat Goed samen, nog wel geïnspireerd door Jezus, maar hun inspiratie vinden ze niet in de kerk. Dus is de gemeente op zoek naar meer aansprekende vormen van eredienst om mensen in de kerk te houden, en als het even kan de wegblijvers weer te interesseren.

Daar gaat een vraag aan vooraf, doceert de inleider, theoloog Sake Stoppels, werkzaam bij de Hogeschool Ede en het hoofdkantoor van de PKN. En wel de vraag naar het waarom van de kerk en geloof, en het waarom van veranderingen of stilstand. Wat doet u hier?

Een overzicht van de gesprekken van alle groepjes levert naderhand een gemengd beeld op. Samen een gemeenschap zijn en vooral dingen samen doen, dat vinden mensen leuk, maar ook waarderen ze de oprechte belangstelling voor elkaar en worden ze soms geraakt door een preek, of door het zingen. Op de negatieve zijde van de balans staat: in de steek gelaten voelen in verdrietige tijden, kille, vlakke preken, gekissebis, met name over de integratie van de hervormde en gereformeerde kerk. Nieuwe mensen – maar zij niet alleen – voelen zich buitengesloten bij de koffie na de dienst.

Weerstand

Wat moet er anders? In het groepje van Vermet is er lichte weerstand. Waarom moeten de blijvers dingen veranderen voor mensen die toch niet meer komen? Maar toch, er moet wat gebeuren. Niet te snel, met behoud van het goede, maar “als we zo doorgaan is er niemand meer die het licht uitdoet”. In de samenvatting van de avond schrijft voorzitter Goed dat deze PKN’ers in Culemborg de kerk zien als plek van ontmoeting, van rust en inkeer, “middenin onze hectische samenleving”. Ze voelen wel iets voor meer eigentijdse vorm, taal en liederen in de kerkdienst, “maar wel met diepgang”.

Ook wordt gesuggereerd ontmoetingsgroepjes door de week te organiseren, voor onderling contact en gesprekken over het geloof. Maar de kerk wil er niet alleen zijn voor zichzelf, ze wil ook betekenis hebben voor de Culemborgse samenleving. Door “ruimtescheppend te zijn, gastvrij en betrokken”.

‘Je hebt wel een gemeenschap nodig’

Gideon Bolt, 47, universitair docent, gescheiden, lat-relatie, zoon en dochter

Gideon Bolt

Bolt komt uit een wat hij noemt ‘gewoon’ gereformeerd gezin. Hij was in de protestantse kerk in Culemborg acht jaar diaken. Hij is nog een paar keer per jaar actief voor de jeugdkerk en komt een enkele keer op zondagmorgen, in elk geval met Kerst. “Als diaken had ik een intensief kerkelijk leven, ik had vaak dienst, je ging gewoon, het zat in je systeem. Aan mijn voorgangers zag ik dat ze veel minder kwamen als ze eenmaal uit de kerkenraad waren. Ik dacht: dat zal mij niet gebeuren. Maar het is wel gebeurd.

“De band met de kerk is veel losser geworden. Ik heb geen antipathie tegen de kerk, maar meestal heb ik op zondag andere plannen. Dat komt misschien ook door mijn persoonlijke omstandigheden, sinds mijn scheiding is mijn leven gefragmenteerder geworden. Ik had een vast ritme maar nu is het meer rennen en vliegen.

“Ik heb God en het geloof niet verlaten, maar het is wel meer op de achtergrond geraakt. Ik ben de vrijzinnige kant opgegaan. Ik ben huiverig voor te stevige uitspraken, we kijken door een dichte mist naar wie of wat God is. Voor die vrijzinniger uitleg is in Culemborg wel ruimte. Ik weet niet of je voor je geloof de kerk nodig hebt. Je hebt wel een gemeenschap nodig, andere mensen, het is ook een sociaal gebeuren, maar daar ben ik iets te ver voor uit de kerk geslingerd. Leeftijdgenoten zijn er weinig.

“Bij kerkdiensten was ik er niet altijd met mijn hoofd bij, maar soms had ik er echt wat aan. Een enkele keer ben ik er zwevend uitgekomen. Dat was niet vaak, maar als je niet meer komt dan gebeurt het helemaal niet. In die zin mis ik wat, maar je krijgt er ook wat voor terug. Ik doe nu op zondagmorgen iets leuks met mijn kinderen, of met mijn nieuwe partner. Dat is geweldig. 

‘Dienst is onnodig, een gespreksavond kan ook’

Paula van Walsum, 65, zelfstandig ondernemer en coördinator van het vrijwilligerswerk, gescheiden, drie kinderen, twee kleinkinderen

Paula van Walsum Beeld Anja Daleman

Van Walsum komt uit een hervormd gezin. Rond haar veertigste deed ze belijdenis in de protestantse kerk in Culemborg. Een tijdje sprak ze met een stel anderen af naar de kerk te gaan en bij iemand thuis na te praten. Dat stokte en sinds een jaar of acht gaat ze hoogstens nog met Kerst naar de kerk.

“Ik merk dat ik er in de kerk niet zoveel meer aanvind. Je stapt de kerk in, je stapt eruit, soms is er koffie, maar de binding met de kerk en met het geloof is vaag. Die twee hangen voor mij samen. Ik ben een hele tijd intensief met het geloof beziggeweest, maar het vervlakt. Ik voed het zelf niet.

“Ik voel me wel verbonden met de kernwaarden van de kerk, maar bidden en bijbellezen, dat is helemaal weg. Terwijl de kerk wel betekenis voor me heeft gehad, en misschien nog wel heeft. Maar ik kan het geen handen en voeten meer geven.

“Eerst voelde ik me schuldig dat ik wegbleef. Je bent deel van een gemeenschap, dan ga je ernaar toe, dat vond ik vanzelfsprekend. Dat ‘moeten’ is er nu wel vanaf, dat is prettig. Ik voel het niet als gemis, maar dat komt ook doordat het leven zo druk is, dan is het fijn om op zondag lekker uit te slapen.

“Van mij hoeft de kerkdienst niet zo’n starre formule te zijn. Gespreksavonden vind ik ook prima, omdat je zelf meedoet kunnen die meer bindend zijn. Ik ben een type dat niet alleen wil toehoren.

“Ik raak graag in gesprek, en dat gebeurde ook op de avonden met andere afhakers. Sommigen kende ik nog, zij hebben ook losgelaten en zijn hun eigen weg gegaan. Ik ben wel weer gaan nadenken over mijn eigen geloofsbeleving, maar ik kom er niet goed uit. Ik ben randkerkelijk, ik voel me christen, maar als je me vraagt wat geloven is, dan wordt het lastig.”

‘Geloven moet je lostrekken van de kerk’

Annemijn van der Veer, 30, business development manager bij een bedrijf in de zorg, woont samen in Amsterdam

Annemijn van der Veer

Van der Veer is gelovig opgevoed. Voor haar studie verhuisde ze naar Amsterdam en daar heeft ze het nooit meer over het geloof. Ze krijgt wel post van de kerk, maar ze maakt dat nooit open. “Vroeger geloofde ik echt, ik bad wel tot God. Dat doe ik nog weleens, maar dan zeg ik tegen mezelf: wat ben je aan het doen? Ik vind mezelf een nep-gelovige, ik merk dat ik me niet meer gelovig voel. Het is hier bij mijn vrienden niet modern, niet sexy om te zeggen dat je gelooft, het leeft totaal niet, het is bijna gênant.

“Ik denk dat mijn generatie heel erg op zoek is naar de basis, naar normen en waarden. Veel mensen doen aan yoga, gaan naar een psycholoog. Ik ben zelf ook best op zoek. Ik heb een baan, we hebben net een huis gekocht. Maar hoe zorg ik dat ik niet in mijn eigen bubbel zit, maar ook betrokken blijf bij een andere groep? Ik begeleid nu ouderen naar evenementen, via de stichting Vier het leven. Dat is een soort zingeving.

“Het geloof kan bij dit soort vragen wel een rol spelen, maar dan moet je het wegtrekken van de kerk. We zijn nu in een andere tijdgeest beland. Het uitgangspunt moet blijven dat er een God is, maar die staat ergens symbool voor. Terug naar de basis, zo zie ik het geloof. Je zou mensen die vroeger in de kerk kwamen kunnen uitnodigen en dan de huidige cultuur verbinden met het geloof.

“Of een avond organiseren hier in Amsterdam, in Paradiso, met een hippe band, en een aantal bekende mensen op het podium die vertellen wat het geloof bijdraagt aan hun leven. Als je dat op Instagram gooit, dan heb je zo een zaal vol. Je moet dan wel het risico durven nemen dat de kerkgangers van nu dat belachelijk vinden, maar dat moet dan maar. Zij blijven te veel hangen in het vertrouwde.”

Lees ook:
Tussen afhakers en blijvers zit niet zoveel verschil

Liturgie is vaak zo verouderd dat mensen die niet meer begrijpen. Dat is zonde, vindt predikant en rituelenbegeleider Claartje Kruijff. “Woorden die niet worden verstaan worden ook niet beleefd.”

PKN-kerken moeten vernieuwen, maar hoe ver wil ze gaan?

De PKN experimenteert volop met nieuwe vormen van kerkzijn. Die zijn ook bedoeld om afhakers weer bij de kerk te betrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden