InterviewJenny Janssens

‘Geef mensen de kans om zich te ontcancellen’

Beeld Ilse van Kraaij

Wanneer een beroemdheid een misstap begaat, buitelen we op sociale media over elkaar heen om ons ongenoegen te uiten. De cancelcultuur kan gevaarlijk zijn, zegt filosofe Jenny Janssens, als we mensen geen ruimte geven hun leven te beteren.

Nog voordat de thriller Kwaad bloed verschenen was, waren mensen kwaad. J.K. Rowling schrijft daarin onder het pseudoniem Robert Galbraith over een man die in vrouwenkleren uit moorden gaat. Mensen riepen zelfs op tot boekverbranding. De haat werd aangewakkerd omdat het boek in het licht werd gezien van Rowlings eerdere uitspraken over gender, die ‘transfoob’ werden genoemd. Rowling twitterde dat we ‘mensen die menstrueren’ gewoon ‘vrouwen’ moeten noemen. Erg pijnlijk voor bijvoorbeeld transgendervrouwen die niet menstrueren, en transgendermannen die dat (nog) wel doen, luidde de kritiek. In andere tweets leek ze ‘gender’ en ‘sekse’ bovendien gelijk te willen stellen.

Op sociale media werd de hashtag #RIPJKRowling gebruikt onder talloze boze en bittere berichtjes. Het ‘RIP’ uit de hashtag hoort typisch bij de ‘cancelcultuur’. Dan wordt iemand op sociale media niet alleen bekritiseerd – of de huid vol gescholden – maar er wordt ook massaal een boodschap gestuurd: wij keuren dit moreel af. Het doel: iemand annuleren, ‘cancelen’, waardoor diens online-invloed wordt weggenomen of beperkt.

Rechtvaardigen een paar tweets zoveel haat?

Wat je ook vindt van Rowlings uitspraken, en in hoeverre ze ook daadwerkelijk gecanceld is – haar boeken verkochten na de hetze juist beter – je kunt je afvragen of de ‘straf’ die ze kreeg verdiend was. Rechtvaardigen een paar tweets zoveel haat? Filosofe Jenny Janssens schreef haar scriptie over de cancelcultuur. Zij vindt het heel boeiend om te zien wat er gebeurt tijdens zo’n cancelpoging, vertelt ze vanuit haar woning in Tilburg.

“Cancelcultuur gaat over de vraag: wat is goed gedrag en wat is fout gedrag? Op zulke vragen kun je natuurlijk een heleboel ethische theorieën loslaten, maar ik vind het ook interessant dat dit echt een concrete situatie is, waarbij mensen met elkaar kibbelen over basale filosofische vragen: wat is goed en wat is fout, wat mogen we zeggen en wat niet?”

Maar Janssens maakt zich ook zorgen over de manier waarop de cancelcultuur zich ontwikkelt. “Het is goed dat mensen op sociale media de ruimte hebben om hun ideeën te uiten, maar het kan ook voor veel frictie zorgen, omdat er veel verschillende ideeën zijn over wat goed is en wat fout.”

Als we verschillend denken over wat goed en fout gedrag is, hoe kan het dan dat we eensgezind iemand als Rowling veroordelen die een misstap begaat?

“Er is vaak sprake van een sneeuwbaleffect, dat wordt versterkt door de bubbel waar je in zit: als iedereen in je tijdlijn op één persoon afstevent met fakkels en hooivorken, dan ga je daar zelf ook snel in mee. Het klinkt in eerste instantie heel fijn dat je op sociale media aanbevelingen krijgt van mensen die hetzelfde denken als jij, maar het zorgt ook voor een gebrek aan verschillende perspectieven.”

Een van de bezwaren die critici uiten is dat cancelen zou leiden tot censuur. Als je iets zegt wat verkeerd begrepen kan worden, dan krijg je zo’n grote golf haat over je heen dat je wel goed uitkijkt voor je weer iets op sociale media plaatst.

“Ik denk wel dat veel mensen voorzichtiger worden met zich uitspreken over bepaalde zaken of personen, maar ik zou het niet als censuur willen bestempelen. In principe valt het onder de vrijheid van meningsuiting om racistische of seksistische dingen te zeggen, maar dan moet je ook tegengas kunnen verwachten.” Janssens denkt even na. “Ik vind het lastig om een van de twee kampen te verdedigen, want er is voor beide kanten wel iets te zeggen.”

Het is interessant dat u zegt dat vrijheid van meningsuiting betekent dat je onverdraagzame dingen mag zeggen. Binnen de cancelcultuur lijkt namelijk niet altijd duidelijk te zijn wat ‘mag’ en wat niet. Is dat een ethisch probleem?

“Het is interessant om de cancelcultuur te vergelijken met ons rechtssysteem. Dat houdt zich aan een aantal principes. Bijvoorbeeld de rechtsgelijkheid: dat iedereen in gelijke gevallen op dezelfde manier moet worden behandeld. En het rechtssysteem ziet er ook op toe dat iemand kan resocialiseren, kan terugkeren in de maatschappij. Het doel is dus niet alleen straffen, maar ook het geven van ruimte voor verbetering.

“Cancelcultuur kun je zien als een vorm van sociaal straffen. Zo van: jij hebt iets fout gedaan, dus gaan we jou nu met zijn allen straffen. Maar er ontbreken regels over welke straf bij welke overtreding hoort, en ook een idee van wanneer een straf klaar is. Denk aan de oude foto van Justin Trudeau (de minister-president van Canada, red.) waar hij met blackface op staat. Daar heeft hij excuses voor gemaakt, maar mensen zijn daar nog steeds heel boos over.

“Filosoof Linda Radzik wijst erop dat een sociale straf alleen kan worden gerechtvaardigd als jij als straffer ook wil dat degene die de misstap begaat zich kan verbeteren en verontschuldigen. Maar juist dat mist heel vaak bij sociale straf, en ook bij de cancelcultuur. Dat is de kern van wat er misgaat bij de cancelcultuur: het gebrek aan de mogelijkheid tot verbetering. Want dan negeer je dat de mens een moreel project in uitvoering is, we leren constant bij op ethisch vlak. Niemand is perfect, je kunt alleen maar proberen jezelf te verbeteren. Cancelcultuur lijkt dat een beetje te remmen, want het richt zich vooral op het straffen omwille van het straffen.”

Hoe zou een oplossing eruit kunnen zien, denkt u?

“Als publiek, als gebruiker van sociale media moeten we ervoor openstaan om een excuus te ontvangen van degenen die de misstap begaan. Dat is soms lastig op sociale media, want bijvoorbeeld op Twitter ben je gebonden aan een woordenlimiet. Maar wij als publiek, als cancelers, hebben wel de verantwoordelijkheid om de mensen die we aanklagen de ruimte te geven om zich te verbeteren. Natuurlijk moeten de gecancelde personen zelf ook openstaan voor een verandering, en bereid zijn om hun fouten in te zien.”

Dus niet alleen maar sociaal straffen, maar ook de resocialisatie mogelijk maken, als het ware?

“Kijk, als iemand hele grote misstappen heeft begaan, zoals Kevin Spacey, die op sociale media werd beschuldigd van seksuele intimidatie, dan moet je de zaak overlaten aan het juridische systeem. Maar bij kleinere misstappen is er wel mogelijkheid tot verbetering. Nadat zangeres Famke Louise vanwege de actie #ikdoenietmeermee domme uitspraken deed over het coronavirus, viel iedereen over haar heen. Maar zij heeft zich daarna heel goed herpakt en ook op Instagram uitgelegd dat ze naïef was en nu tot inkeer is gekomen. Ik vond het heel mooi hoe ze daar schreef: ‘Ik hoop dat jullie mij de ruimte geven om te groeien’. Daarmee heeft ze zich ‘geontcanceld’.”

U wijst erop dat cancelers de gestrafte persoon ruimte moeten geven om berouw te tonen en hun leven te beteren, maar hebben de sociale media daar zelf niet ook een aandeel in? Die verdienen immers hun geld met relletjes en virale posts.

“Zeker, als je op YouTube bij je aanbevolen video’s kijkt krijg je altijd dingen die in jouw straatje liggen, daar vind je nooit een tegengeluid. Algoritmes kunnen een bubbel creëren en in stand houden, waardoor het lijkt alsof iedereen hetzelfde vindt. Het is dus ook aan de platforms zelf om ons een meer gevarieerd beeld te geven van de gebruikers.

“Maar de sociale media hebben ook goede kanten. Je kunt Facebook of Twitter zien als een publieke ruimte, een openbaar discussieforum. En dan kun je het vergelijken met wat Hannah Arendt zegt over de publieke ruimte. Zij noemt het een ‘plek voor menselijke ontplooiing’, waar je jezelf kan uiten en je identiteit kan ontwikkelen. Minderheden en gemarginaliseerde groepen kunnen de publieke ruimte gebruiken om hun stem te laten horen en problemen op de politieke agenda te zetten. Denk aan #BlackLivesMatter of #MeToo. Die verhalen werden dankzij sociale media nu ook gehoord en belangrijk gevonden.”

Lees ook: 

Cancel culture bestrijd je niet met vrijheid van meningsuiting

Onze obsessie met de vrijheid van meningsuiting gaat voorbij aan een veel groter probleem: dat het publieke debat door private bedrijven in een verdienmodel is veranderd.

Op het online schoolplein gedraagt iedereen zich als een wild om zich heen schoppende puber

Genadelozer dan op de sociale media krijg je het publieke debat niet. De verklaring voor het online pubergedrag zoekt Rob Hartmans in de jongerenrevolte van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden