Zin in het alledaagseFranke van der Laan

Franke (68) blijft zich ondanks tegenslagen inzetten voor het milieu: ‘Ik voel de behoefte bij te dragen’

Franke van der Laan: ‘Dankzij mijn gevoel voor eigenwaarde kan ik veel aan.’ Beeld Jörgen Caris
Franke van der Laan: ‘Dankzij mijn gevoel voor eigenwaarde kan ik veel aan.’Beeld Jörgen Caris

Welk verhaal geeft uw leven zin? Trouw-lezers vertellen hun verhaal. In deze aflevering: Franke van der Laan (1953). ‘Samen er iets moois van maken, werd een leidmotief voor de rest van mijn leven.’

“Ik ben vijf keer ontslagen. Dat doet pijn. Maar dankzij mijn gevoel van eigenwaarde kan ik veel aan. Als de fles voor negentig procent leeg is, haal ik voldoening uit de resterende tien procent. Mijn zoektocht naar de zin van het leven heeft me doen inzien dat de wereld nog 100.000 jaar mee kan. Ik voel de behoefte daaraan bij te dragen. Deze zoektocht heeft me veel goeds maar ook veel conflicten gebracht.

In mijn oudste herinnering sta ik buiten. Ik ben een jaar of vier, en kijk naar andere kinderen. Ze zijn aan het voetballen. Met rode koppen rennen ze rond, tot ze de bal hebben, die ze vervolgens wegschoppen. Dat leek me zinloos.

Een paar jaar later vond ik een zinvolle tijdsbesteding: dieren helpen bij een boer in de buurt. Na schooltijd was ik binnen een half uur op de boerderij; ik werkte er elk weekend en elke vakantie. Dat ik werd uitgebuit, besefte ik pas later. Toen de boer stopte, viel ik in een gat dat pas werd opgevuld toen ik lid werd van de Christelijke Jeugdbond voor Natuurstudie (CJN).

Spanningsveld

Het ging mij niet om het najagen van zoveel mogelijk soorten vogels of planten. Interessanter vond ik de eindeloze verscheidenheid waarmee verschillende planten op elkaar ingespeeld waren. Ik verdiepte me in het spanningsveld tussen de menselijke samenleving en zijn leefomgeving.

Met dat spanningsveld wilde ik aan de slag. Maar bij welke milieuclubs ik ook meedraaide, het bleef bij praten. Dat vond ik onbevredigend, vooral omdat de gewone burger door negatieve teksten in zijn schulp kroop: niemand wil horen dat hij slecht bezig is.

Ik brainstormde daarover met vrienden. Hoe komen we tot een milieuactie die mensen niet afstoot, maar juist aantrekkelijker wordt naarmate het succes ervan toeneemt? We richtten de actiegroep Kurk op en begonnen in 1973 glas en papier te recyclen, lang voordat dit landelijk geregeld werd. We speelden zo in op een gevoel van onbehagen: niemand wil iets weggooien, maar gebrek aan alternatieven stompt je af, waardoor je het toch gaat doen. Onze eerste papieractie leverde zes ton op. Binnen vijf jaar haalden we 35 ton oud papier op per maand. Met de opbrengsten hiervan zetten we groepen op die wilgen knotten, organiseerden we rommelmarkten, lieten glascontainers bouwen en steunden goede doelen en sociale cohesieprojecten.

Vier universiteiten versleten

Deze succeservaring vormde me. ‘Samen er iets moois van maken’, werd een leidmotief voor de rest van mijn leven. Natuurlijk ging ik biologie studeren om van ecologie mijn werk te maken. Dat viel tegen. Ik versleet vier universiteiten maar vond vooral ivoren-torenonderzoek.

Mijn vervangende dienst deed ik in de Derde Wereld. Honger, erosie, woestijnvorming – dat paste bij mijn idee van biologie. Ik ontwikkelde me tot een ecologisch expert, die modellen ontwierp met informatie uit satellietbeelden.

Ik bleef in de Derde Wereld werken, ook toen ik in dienst trad bij de VN, waar ik aan plattelandsontwikkeling kon doen. Dat viel weer tegen. Het duurt jaren voordat je vertrouwen gekweekt hebt en mensen hebt opgeleid. Een dreigende oorlogssituatie doet al die inspanning in een maand teniet. Nadat er vijf plannen van mij in de bureaulade waren verdwenen, leek het me zinvoller te verkassen naar het Hoofdkwartier van de Wereld Voedselorganisatie (FAO). Dat was ook zo, ik hield het er vijf jaar vol. Ook de VN bleken weinig slagvaardig.

De markt stortte in

Het bedrijfsleven was dat wel. Als Europees marketingmanager Natural Resources GIS Systems - ecologische planningssystemen met satellietbeelden - bracht ik zes jaar lang de blijde boodschap van ecologische planning aan de man. Marketing lag me, maar helaas gokte mijn bedrijf op eigen hardware en software. Toen de goedkope pc’s opkwamen, stortte onze markt in elkaar. Ik raakte mijn baan kwijt.

Ik voelde me steeds minder thuis in de wereld van de techneuten. Het waren de economen, juristen en bestuurskundigen achter de technici die bepaalden welke richting de samenleving opging. Hoe denken zij? Hoe kunnen we met hen ecologische crises aanpakken? Na een studie veranderingsmanagement probeerde ik mijn kennis te implementeren in patatfabrieken. Na vijf jaar ontdekte ik dat de wet van het geld sterker bleek dan de maatschappelijke druk om schoner te produceren.

Na 25 jaar moest ik de deprimerende conclusie trekken dat de mens te kortzichtig is om top-down de samenleving te veranderen. Het werd tijd bottom-up medestanders te zoeken die wel de goede kant op willen. Ik werd actief in heemtuin De Heimanshof in Hoofddorp, een ecologisch pareltje waarvan bijna niemand wist hoe mooi het was. Daar konden ze wel wat natuurmarkering en -management gebruiken. Ik kwam in het bestuur, werd later beheerder.

Te gortig

We ontvingen prijzen van het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit als voorbeeldproject burgerparticipatie in het groen. Snel daarna volgde een subsidie van 300.000 euro via de provincie Noord-Holland. Dat werd de oude garde van de heemtuin te gortig: te veel verantwoordelijkheid en reuring. Ze weigerden de handtekening te zetten, die je nodig hebt om de subsidie te ontvangen. Dus voor die handtekening richtte ik met medestanders Stichting MEERGroen op en bleef beheerder.

Met het bestuur van de heemtuin ontstond een conflict dat uitmondde in ontslag op staande voet, enkele maanden voor mijn pensioen. Het ergste daarvan vond ik dat de rechter het ontslag bekrachtigde.

Ik was razend. Dat laatste ontslag was een van de hardste noten die ik moest kraken. Maar ik wist dat ik op de goede weg zat. In 2011 werkten bij MEERGroen 400 vrijwilligers, nu meer dan 1000. Met hen laten we zien dat er overal mogelijkheden zijn om van verwaarloosde rampterreinen pareltjes te maken voor voedselproductie, biodiversiteit, sociale cohesie, recreatie. We doen dat volgens het ‘1+1=5-zingevingsmodel’: leuk voor jou, leuk voor ons, goed voor de omgeving en voor de biodiversiteit, en zinnig voor de samenleving.”

Heeft u ook een zingevingsverhaal te vertellen en wilt u dat delen? Mail dan naar: zingeving@trouw.nl.

In de verhalenreeks Zin in het alledaagse vertellen Trouw-lezers hoe ze zin geven aan hun bestaan. Eerdere afleveringen uit de reeks zijn hier terug te lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden