Filosoof en ‘ecologische vluchteling’ Ton Lemaire.

Interview Ton Lemaire

Filosoof Ton Lemaire leeft radicaal eenvoudig: ‘Op deze aarde is geen onschuldig verblijf mogelijk’

Filosoof en ‘ecologische vluchteling’ Ton Lemaire. Beeld Patrick Post

Sinds hij beseft dat de wereld aan consumptie ten onder gaat, leeft filosoof Ton Lemaire (1941) radicaal eenvoudig. Hij wandelt. Hij schrijft. Hij verbouwt zijn eigen eten. Maar van een verwoestend systeem kun je niet winnen. ‘Voortdurend word je ermee geconfronteerd. Voortdurend.’

We vliegen misschien ietsje minder. We eten minder vaak vlees. Maar écht ecologisch bewust leven? Dat is een hele stap. Toch zijn er mensen die het proberen. Zoals cultuurfilosoof en antropoloog Ton Lemaire. Sinds hij in 1991 als ‘ecologisch vluchteling’ uit Nederland vertrok, leeft hij zo zelfvoorzienend mogelijk in de Dordogne. Van daaruit voorziet hij Nederland van een gestage stroom cultuurfilosofische boeken, over vogels bijvoorbeeld (‘Op vleugels van de ziel’), over liefde, over cultuur, over het landschap (‘Filosofie van het landschap’), over dieren. En over wandelen, ook het onderwerp van zijn nieuwste boek ‘Met lichte tred. De wereld van de wandelaar’. 

Allemaal rustgevende onderwerpen, zou je zeggen, maar bij Lemaire berusten ze op een welhaast fysieke afkeer van het meer-meer-meer-denken, dat onze aarde volgens de schrijver verwoest.

Dat Ton Lemaire (1941) naar Amsterdam is gereisd, mag een wonder heten. Hij laat groenten, bijen en kippen niet graag achter. Wel komt hij wat later,  meldt de uitgever. Want natuurlijk komt overtuigd wandelaar Lemaire te voet. En naar de nieuwe locatie van de uitgeverij moest hij even zoeken.

Als hij binnenkomt, is het even schrikken. Zo mager! Een gezond gebruind gezicht, dat wel. Zijn blauwe overhemd moet wel net nieuw zijn. Verder draagt hij tuinkleren. Oude pullover. Stevige schoenen. Werkbroek met grote zakken.

Hoe was het in de stad?

“O, ik hou van rondlopen hoor, en van in boekhandels rondneuzen en in musea. Maar na een tijdje verlang ik weer naar de stilte, naar rustige avonden met boeken. En naar mijn hond, ik houd veel van mijn hond.”

U leeft daar als kluizenaar.

“Dat denken mensen altijd, dat ik een kluizenaar ben. Maar als je me zou vragen, waar woon je liever, als een kluizenaar in het bos of met een heleboel lieve aardige mensen in Amsterdam, zou ik ontzettend twijfelen. Ik had in Frankrijk ook met een groep willen beginnen, maar dat is niet gelukt. Na zeven jaar is mijn vriendin weggegaan. Ik leef nu twintig jaar alleen.”

Wel beveelt u iedereen aan om contact te maken met ‘de materiële en organische wereld waarin mensen talloze millennia hebben gefunctioneerd’. De stad heeft ons daarvan vervreemd, maar een ‘authentieke’ wandeling herstelt de band tussen mens en aarde.

“Ik beschrijf een ideaaltype, als tegenhanger van onze normale bedrijvigheid, ons gehaast met de auto enzovoorts. Gewoon met je voeten je weg zoeken in het landschap, eventueel met een kaart. Optimaal openstaan voor je omgeving. Niet gehaast zijn, niet uit zijn op prestaties. Je zo min mogelijk laten afleiden door reclame en commercie. Loskomen van de obsessie met markt, geld en consumptie. Mijn wandelboek loopt uit op een cultuurkritiek.”

Hoe is dat bij u verlopen? Hoe ontwikkelde uw liefde voor de natuur zich tot cultuurkritiek? 

“Als veertienjarige was ik al bezig vogels te observeren – we noemden dat toen nog niet spotten. Ik was dol op bomen en planten. De politieke dimensie kwam vanaf begin jaren zeventig. De actiegroepen schoten als paddenstoelen uit de grond. Ik werd lid van de PSP, toen de meest milieubewuste partij. En ik werd beïnvloed door het marxisme, dat probeerde ik te verenigen met milieubewustzijn. GroenLinks was daar een goed antwoord op: vasthouden aan links erfgoed, mits kritisch. En de milieubeweging serieus nemen. Dat is nog steeds mijn standpunt.”

Maar in Nederland liep u helemaal vast.

“Ja, in 1990 kwam ik in een diepe crisis terecht. Ik gaf toen al cultuurfilosofie in Nijmegen, mijn toenmalige vrouw had ook een baan en we hadden een huis gekocht in Brabant, met een hele grote tuin. Toen hadden we ook al kippen en bijen enzovoorts. We waren allebei opgegroeid in een dorp, maar de plek waar we terechtkwamen was heel anders. Velden vol aardappels en de maïs. Een heel eentonig landschap en met name de aardappelen werden gesproeid – met hele giftige stoffen. 

Er vond daar ruilverkaveling plaats: bomen werden gekapt, wegen doorgetrokken. Er werd een autobaan aangelegd waar ik als actievoerder nog tegen geprotesteerd had. Door alle varkensboeren in de buurt zaten we ook nog in de zure regen. En tot overmaat van ramp bleek er net over de grens een militair oefenterrein te liggen. ’s Ochtends vroeg, om een uur of acht, hoorde je de bommenwerpers opstijgen, die gingen precies over ons heen. En ’s avonds kwamen ze weer terug. Het was verschrikkelijk. 

Ik heb nog handtekeningen verzameld bij de buren. Uiteindelijk krijg je dan het telefoonnummer van iemand in Den Haag, die daar is neergezet om de indruk te geven dat hij naar je luistert. Dat was echt beneden alle peil. Er viel niets te veranderen. Ik heb staan janken. Want ik ben hyper geluidsgevoelig.”

Filosoferen bood ook geen troost.

“Omdat ik daarmee niet kan stoppen als ik de collegezaal uit loop. Ik kan het niet scheiden. Ik gaf destijds les over ecologische utopie. In mijn denken én in de praktijk stuitte ik op hetzelfde probleem: Wij zijn niet in staat te kijken naar de donkere kant van ons vooruitgangsgeloof. Dat vond ik toen en dat vind ik nu nog steeds.”

Sindsdien bent u uw denken nóg consequenter gaan leven. Hoe is dat bevallen?

“Het is gewoon hárd werken. Heel bevredigend, maar hárd werken. En dan nóg ben je niet zelfvoorzienend. Er zijn zo veel dingen die je niet kunt produceren, waarvoor je naar de winkel moet. Terwijl ik toch ook veel zelf doe. Ik heb groenten, eieren, honing. En hout. Dat kap ik in mijn eigen stukje bos. Ik heb een houtkachel, dat wil zeggen, ik heb nu ook een centrale verwarming die ik heel laag zet en aanvul met hout…”

Hout verbranden is ook niet goed, wist u dat?

“Er is geen verbranding die geen vervuiling veroorzaakt. Als je droog hout stookt, heb je minimale vervuiling. Maar als dat massaal gebeurt, is het weer slecht. Er is geen onschuldig verblijf op deze aarde mogelijk.”(Lachje) “Maar het is óngelooflijk wat ik moet kopen. Als je brood bakt, moet je meel hebben. Als je meel wilt, moet je graan hebben. En als je graan wilt hebben, moet je een groot stuk tuin hebben of bos kappen. Aangezien ik alles met de hand doe, is dat een enorm werk. Maar wil je een paard hebben die de ploeg trekt, dan moet dat paard ook eten.”

Conclusie: de consumptiemaatschappij valt niet te ontlopen.

“Dat is die dubbelheid. Ik moet ook naar de supermarkt, er zijn in Frankrijk bijna alleen nog maar supermarkten. Ik loop daar altijd zo gauw mogelijk doorheen. Alleen al die vervloekte muziek die je overal hoort, daar word ik al helemaal gek van. En al die mensen, de meesten veel te dik, die strompelen achter hun wagentjes aan. Als je ziet wat er allemaal gekocht en gegeten wordt. Voortdurend word je ermee geconfronteerd. Voortdurend. Zelf ben je ook schuldig. Ik heb een auto. Mijn ecologische voetafdruk zou ook lager kunnen. Dus je rijdt met een schuldgevoel.”

Daar zegt u me wat. Wist u dat dit de zomer was van de schaamte? Barbecue-schaamte, vleesschaamte, maar vooral vliegschaamte valt niet meer weg te denken.

“Die vliegschaamte ja – daar heb ik van gehoord, ik dacht dat dat in Zweden speelde. Maar in Nederland? Ik vind het terecht hoor, dat mag best eens gebeuren. Laat mensen zich maar een beetje schamen, dat kan toch geen kwaad? We zijn de hele wereld al heel lang aan het plunderen. Maar dat nú pas doordringt wat door pioniers al vijftig jaar wordt geroepen, ja, dat is tragisch.”

U hebt vast ook meegekregen dat de regering er nu meer vaart achter zet. Overal verrijzen windmolenparken, of moeten ze verrijzen. Wat vindt u daarvan als wandelaar en natuurliefhebber?

“Dat is de prijs die we moeten betalen vrees ik. Ik vind het ook lelijk hoor, heel lelijk. Vooral omdat ze allemaal van metaal zijn. Je zult er maar vlakbij wonen.” (Stilte) “En dan kom je op de traagheid van de democratische besluitvorming – dan zit je daar weer mee.”

U hebt al zo veel milieumodes zien komen en gaan. Hebt u nog enige hoop?

“Ik wanhoop daar wel over, of de wereld te helen is. Radicale verandering stuit nog steeds op grote weerstand. Niemand wil zijn concurrentiepositie kwijt. Dat zijn de sacrosancte markt en de sacrosancte groei: die mogen vooral niet in gevaar komen. En dan heb je tegenwoordig ook nog Donald Trump en die meneer Baudet. Die willen alle milieuregels terugdraaien.”

Hebt u zelf nog het gevoel dat u zelf iets zinvols doet?

“Nee. Nee. Dat wil zeggen, het hangt ervanaf wat je zinvol noemt. Wat pioniers doen is natuurlijk volstrekt marginaal, ook mijn levenswijze is volstrekt marginaal. Vegetariërs maken misschien 4 procent uit van de bevolking, veganisten nog minder. Toch ga ik door. Ik ga door met sober leven en met boeken schrijven. Met de moed der wanhoop, zogezegd. Ik hoop wel dat mijn werk een aantal mensen bevestigt in hun visie, dat het zielsverwanten een hart onder de riem steekt. Maar ik begrijp wel dat ik niet in staat ben een grondprobleem te veranderen.”

Ton Lemaire: Met lichte tred. De wereld van de wandelaar. Uitgeverij Ambo Anthos. 249 blz. € 22,99

Lees ook:

 Gesprek met minister Carola Schouten: ‘De boer wil richting, die geef ik nu’

Minister Schouten maakt zich zorgen over uitputting van de aarde. De huidige voedselproductie is onhoudbaar, zegt ze. Het roer moet om in de landbouw. Maar  hoe ver kan ze daarin gaan?

Gesprek met filosoof Bruno Latour. ‘Veel jongeren vinden klimaatverandering nú al belangrijker dan werkgelegenheid – en dat in Frankrijk.” 

De ‘gele hesjes’ zijn boos, want de klimaatdoelen gooien hun leven overhoop, analyseert de toonaangevend denker Bruno Latour. Daar heeft hij begrip voor. Toch is hij niet pessimistisch. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden