InterviewRené ten Bos

Filosoof René ten Bos: ‘Als corona de democratie al doet wankelen, hoe gaat dat dan met de klimaatopwarming?’

René ten Bos: ‘Ik ben sadder, older and wiser. Maar ik geniet nog steeds van het weer. ‘ Beeld Jorgen Caris
René ten Bos: ‘Ik ben sadder, older and wiser. Maar ik geniet nog steeds van het weer. ‘Beeld Jorgen Caris

Voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos onderzoekt in zijn nieuwe boek hoe filosofen dachten over meteorologische verschijnselen. ‘Opvallend is dat de onzekerheid die vroeger het weer gold, nu het klimaat betreft.’

Als kind was voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos een verwoed amateurmeteoroloog. Hij legde dagelijks de temperatuur in de tuin bij het ouderlijke huis vast en noteerde de ontwikkelingen in een groot schrift met harde kaft. “Toen ik dertien was”, zegt Ten Bos, “heb ik in een onvoorziene bui dat schrift weggesodemieterd. Daar heb ik nu spijt van. Ik heb het weer altijd fascinerend gevonden, vooral extreem weer. In mijn mobieltje houd ik nog steeds de temperaturen bij van Jakoetsk, de koudste grote stad op aarde.”

Na zijn monumentale werk over water uit 2015, Water, heeft Ten Bos zich nu op het weer gestort. Meteosofie heet zijn nieuwe boek. Ten Bos: “Sofia betekent wijs, meteoros is alles wat zich in de lucht beweegt. Meteosofie is dus wijsheid over het weer.”

Dubbelheid

“Maar ik heb de titel bedacht om twee dingen uit te drukken. In sofia zit namelijk ook een verwijzing naar de sofisten in het oude Griekenland die volgens de filosoof Plato nepkennis verspreidden. In het Nederlands komt dit ook mooi tot uitdrukking. Je kunt zeggen: ‘Ik heb geprobeerd wijs te worden uit het weer voor morgen, maar ik heb de indruk dat mij door weermannen iets wordt wijsgemaakt’. Die dubbelheid zit door mijn hele boek.”

“Wie zich met het weer ging bemoeien, werd in de loop der eeuwen vaak gewantrouwd. Het weer was iets van de goden en daar had je je niet mee te bemoeien. De meteoros, wat in de lucht beweegt, lieten de oude denkers perplex staan, want ze konden die beweeglijkheid niet in wiskundige wetten vangen. Aan het weer kon je beter je vingers niet branden. Dat zie je al bij de klassieke Griekse denker Aristoteles. Hij is geen man die bekendstaat om z’n twijfel, maar over het weer is hij fundamenteel onzeker, iets wat hij ook ruiterlijk toegeeft. Veel later merkt ook de Franse filosoof René Des­cartes dat de meteorologie zich onttrekt aan wiskunde. Meteorologie, schrijft hij, is daarom geen wetenschap maar pure filosofie.”

Die filosofische bemoeienis met het weer is interessant, ook omdat ze leidde tot veel dubieuze filosofische theorieën, bijvoorbeeld over het verband tussen klimaat en karakter. Ten Bos: “De mens heeft altijd vermoed dat iets van het universum in hemzelf zou zitten. Zoals het in de natuur kan donderen, bliksemen en stormen, zo kan het ook in mensen donderen, bliksemen en stormen. Dit leidde bij de Franse filosoof Montesquieu tot klimaatdeterminisme: wie in een warm klimaat opgroeide, zou bijvoorbeeld minder goed tegen pijn kunnen.”

Bestaat dit niet nog steeds? De warmbloedige Italiaan heeft zijn temperament toch te danken aan het warme weer in het zuiden? “Nee. Uit ervaring weet ik dat bewoners van uiterst koude gebieden zeer temperamentvol kunnen zijn. Erg simplificerend gezegd kwam dit klimaatdeterminisme neer op het volgende: hoe warmer het klimaat, hoe zwakker het karakter van de bewoners.”

Ingrijpen in het klimaat

De link tussen klimaat en karakter mag weinig vruchtbaar zijn geweest, de scheiding tussen en weer en klimaat was dat wel. “De oude Grieken kenden het woord ‘klimaat’ ook al, maar zij duidden er alleen geografische zones mee aan. Opvallend is dat de onzekerheid die vroeger het weer gold, nu het klimaat betreft. Het weer van de komende dagen kunnen we tegenwoordig met vrij grote zekerheid voorspellen, de ontwikkeling van het klimaat is met grote onzekerheid omgeven. Dat verklaart ook waarom veel uitspraken over het klimaat met zoveel scepsis worden ontvangen.”

Tegenwoordig zijn er onder filosofen tal van nieuwe debatten. Denk aan wat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk ‘zwarte meteorologie’noemt. “Dit onderdeel van de meteorologie houdt zich bezig met niet-alledaagse neerslagvormen: van gifwolken tot zure regen. Dat denken kwam op in de Eerste Wereldoorlog, toen militairen wetenschappers raadpleegden die nadachten over hoe je het weer zo kon beïnvloeden dat het de vijandelijke troepen demoraliseerde. Men wist dat honderd dagen regen vernietigender konden zijn dan honderd dagen artillerievuur.”

Een van de grote discussies gaat dus over hoe we het klimaat beïnvloeden. Dat we als mensen die invloed hebben, lijdt geen twijfel, maar betekent dat ook dat we kunnen en mogen ingrijpen in het klimaat? “We hebben het dan over wat men ‘climate engineering’ noemt. Voor- en tegenstanders ervan vliegen elkaar in de haren. Als het klimaat ons bedreigt, zeggen voorstanders, dan moeten we proberen het onder controle te krijgen. Bijvoorbeeld met zonnepanelen die zonlicht terugkaatsen, of door aerosolen de lucht in te blazen, zodat zonlicht minder fel wordt. Men denkt er zelfs over vulkanen tot uitbarsting te brengen, omdat het daarna kouder op de aarde kan worden.”

Optimistische overmoed

Ten Bos stelt dat climate engineer­ing vooral getuigt van een soort optimistische overmoed die je ook tegenkomt op de grote klimaatconferenties, waar het gaat om ‘groen zakendoen’, om ‘groen investeren’, om onderhandelingen over emissies en kooldioxideopslag, om nieuwe vormen van corporate leadership, en om een hernieuwde belangstelling voor kernenergie.

Daartegenover staan de sceptici, waartoe Ten Bos zichzelf rekent. “Climate engineering gaat uit van een vertrouwen in de techniek dat ik niet deel. Dit soort experimenten zijn gevaarlijk, omdat niemand de consequenties ervan kan inzien. De remedie zou weleens erger dan de kwaal kunnen zijn – maar mensen die dat zeggen, vergeten dan dat die kwaal toch ook behoorlijk erg kan zijn.”

De filosofie heeft in dit debat nog een taak, meent Ten Bos. In zijn boek verwijst hij regelmatig naar de Duitse filosoof Hans Blumenberg (1920-1996), die dacht dat de oude Grieken levenspessimisten en wereldoptimisten waren. Voor veel burgers in de laatkapitalistische samenleving is het precies andersom: ze zijn levensoptimisten en wereldpessimisten. “Het gaat goed met ons”, zegt Ten Bos, “ook al is er een vaag bewustzijn dat het met het klimaat ellendig gaat, maar die ellende – die zich voordoet als extreem weer – is altijd ver weg en dus voor de meeste burgers vooralsnog onwaarschijnlijk. De uitdaging is als het ware het onwaarschijnlijke waarschijnlijk te maken. Romanschrijvers, zoals recent nog Adriaan van Dis met zijn boek KliFi, spelen hier een belangrijke rol in.”

‘Ik vrees ook een soort ecostalinisme’

Kan de wetenschap echt geen absolute zekerheid bieden? “Nee. Zij schetst scenario’s die meer of minder waarschijnlijk zijn. Maar hoe moet je waarschijnlijkheden communiceren? Het is lastig burgers aan te zetten tot gedragsverandering op basis van onzekere verwachtingen. Er zijn politici die stellen: burgers zijn niet bang genoeg, en zonder angst geen gedragsverandering. Dat speelt nu al bij de pandemie en dat gaat straks een nog veel grotere rol spelen bij de opwarming van de aarde.”

Moeten we angstiger worden? “Sommigen zeggen van wel. Daardoor zou een mindset ontstaan die de geesten rijp maakt voor vergaande maatregelen. Maar angst is ook gevaarlijk. Ik vrees ook een soort ecostalinisme. Een van de vragen voor de toekomst is: wat doet klimaatopwarming met de democratie? Corona, dat op geen enkele manier een existentiële bedreiging voor de mens vormt, brengt onze democratie al aan het wankelen. Hoe gaat dat dan met de klimaatopwarming, die wél een existentiële bedreiging vormt voor de mens?”

Wat is er nog over van het jonge­tje dat het schrift bijhield? “Ik ben sadder, older and wiser. Maar ik geniet nog steeds van het weer. Toen ik vanochtend met de hond liep, was het minder vriendelijk dan nu. Het knisperende van de zon in de bossen was heerlijk. Maar ik zie wel op tegen wéér een periode van gemiddeld 37 graden. Globale opwarming wil niet zeggen dat het overal warmer wordt, maar wel dat we steeds vaker extreem weer krijgen. Het aantal doden dat door extreem weer veroorzaakt wordt en gaat worden, is vele malen hoger dan het aantal doden dat ons pruttelpandemietje nu heeft veroorzaakt.”

Meteosofie, door René ten Bos, is verschenen bij uitgeverij Boom (320 blz., € 24,90).

Lees ook:

‘In de coronacrisis is sprake van fascisme zonder dat er fascisten zijn’

Vorig jaar schreef voormalig Denker des Vaderlands René ten Bos een boek over de coronacrisis vol met lemma’s. ‘In 2020 heerst iets wat ik ‘coronafascisme’ zou willen noemen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden