null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

Vergeten filosofenAnton Amo

Filosoof Anton Amo was de eerste Afrikaan die promoveerde in Europa. ‘Hij was eigenlijk strenger dan Descartes’

Filosofiehistoricus Carlo Ierna vestigt de aandacht op ten onrechte vergeten denkers. Vandaag deel drie van een reeks: filosoof Anton Amo (ca. 1703-1759).

Lodewijk Dros

De geschiedenis van de filosofie wordt verteld aan de hand van grote namen als Descartes, Spinoza en Kant. Zij vormen samen de canon. Filosofiehistoricus Carlo Ierna vindt die canon achterhaald. Omdat die selectie ‘te wit en te mannelijk’ is. En omdat Ierna betwijfelt of dat wel de beste denkers waren.

Daarom vestigt hij liever de aandacht op ‘ten onrechte vergeten’ denkers. Zoals de Ghanees-Duitse filosoof Anton Amo. Hij was de eerste zwarte man die in Europa promoveerde.

Kleuter

Toen Anton Amo, een kleuter nog, begin 18de eeuw van boord stapte, had hij er een maandenlange reis op zitten. De West Indische Compagnie had hem als slaaf opgepikt in Ghana, naar Amerika verscheept en vandaar naar Nederland gezeild. Daar deed men hem als cadeautje over aan hertog Anton Ulrich van Braunschweig-Wolfenbüttel – niet als slaaf, dat was op Nederlandse bodem verboden.

De hertog had de grote denker Gottfried Wilhelm Leibniz in dienst als bibliothecaris, zegt Carlo Ierna, “en beschikte over exotische, prestigieuze versiersels: de kamermoren”. Dat waren zwarte bedienden, van wie Amo er één werd. Het jongetje had een talenknobbel. Nadat hij eerst al Nederlands had opgepikt aan boord van de WIC, leerde hij Duits, Latijn, Grieks en Frans. Van zijn heer kreeg hij alle steun, vertelt Ierna. “Hij zag diens huidskleur als een onschuldig gebrek waar je niets aan kon doen, en waaronder een nobele en verheven, zeg maar witte ziel schuilging. Amo kreeg een uitzonderlijke rol: hij kon doorstuderen.”

Hoe hebt u Amo ontdekt?

“In de DDR werd hij al bestudeerd, en in Berlijn is geopperd om de Mohrenstraße om te dopen in Anton Wilhelm Amo Straße. Maar ik had nog nooit van hem gehoord. Tot een Utrechtse collega mij in 2019 op hem attendeerde, met een artikel over Amo’s filosofie van de geest. Ik was colleges over Descartes aan het voorbereiden. Hij onderscheidde lichaam en geest, en Amo ging in dat dualisme consequent verder, zó radicaal dat duidelijk werd dat Descartes geen echte dualist was. Amo was eigenlijk strenger dan Descartes.”

Waarom zouden we zijn werk op moeten diepen?

“Het belangrijkste vind ik de denker Amo, zijn inhoud dus. Zijn filosofie van de geest is interessant, hij drijft het Cartesiaanse dualisme tussen lichaam en geest op de spits, maar verklaart waarom ze samenwerken: wat de geest tot een menselijke geest maakt is juist de verbinding met het lichaam. Amo combineert zo vroegmoderne denkers zoals Leibniz, die hij gekend heeft, en Descartes, met de middeleeuwse scholastiek.

Kenmerkende citaten

‘Elke geest is spontaan actief, dat wil zeggen werkt uit zichzelf toe naar een doel, en wordt niet door iets buiten zichzelf daartoe gedreven.’

‘De menselijke geest wordt niet beïnvloed door de zintuigen, maar begrijpt de gewaarwordingen van het lichaam en gebruikt ze vervolgens in zijn handelen.’

Uit: Over de apathie van de menselijke geest (1734)

“Het biografische aspect is natuurlijk wel fijn in het onderwijs: Amo’s leven was allesbehalve saai. Daar vertel ik over in colleges, met zulke anekdotes kunnen studenten zich identificeren. En Amo’s persoon biedt mij de gelegenheid te vertellen dat hij weliswaar als eerste Afrikaan aan een Europese universiteit promoveerde, maar dat er veel meer voormalige slaven een bijdrage hebben geleverd aan de Europese cultuur. Neem Thomas Alexandre Dumas, vader en inspiratiebron van auteur Alexandre Dumas (De drie musketiers). Of Joseph Bologne, een virtuoos violist en de eerste klassieke componist van Afrikaanse komaf. Ook de grootvader van de Russische schrijver Poesjkin was een gewezen slaaf. Amo was dus helemaal niet zo uniek.”

Waarom was Amo toen belangrijk?

“In zijn eerste academische geschrift over het recht van de ‘moren’ in Europa schreef hij dat de Romeinse keizers ooit de Afrikaanse leiders als koningen hadden erkend, zodat nu ook moren burgerschapsrechten verdienden. Hij verwees daarnaar omdat het westerse recht gebaseerd was op het Romeinse recht. Amo emancipeerde de zwarten juridisch.

“Hij doceerde in Halle, maar had geen leerstoel, dus ‘professor’ was hij niet. Ook niet in Wittenberg, waar hij wel met open armen werd ontvangen en promoveerde op Descartes. Hij gaf er college, over de gangbare filosofische thema’s van toen: van astrologie tot cryptografie. Zijn studenten betaalden ervoor, zo voorzag hij in zijn levensonderhoud.

“Zijn scherpzinnige analyse van Descartes is een belangrijke bijdrage aan het denken in die tijd. Tijdens de Verlichting – dus ná Amo's leven – werd hij door tegenstanders van racisme en slavernij opgevoerd als bewijs dat Afrikanen hun bijdragen hebben geleverd aan kunst en cultuur en we dus allen gelijk zijn.

“Amo noemde zichzelf ‘de Afrikaan’, die identiteit droeg hij mee. Hij voelde de tegenstelling met de westerse identiteit minder dan wij tegenwoordig geneigd zijn te doen. Met evenveel trots voerde hij zijn Afrikaanse achternaam als zijn westers-christelijke doopnamen. Hij is zogezegd divers: zwart en Europeaan. Maar aan zijn filosofie merk ik dat niet. Ik wil maar zeggen: kijk uit met het idee dat als iemand in gender of ras anders is, ook diens denken anders is. Al zijn er stemmen die zeggen dat Amo’s Ghanese moedertaal doorwerkte in zijn filosofische werk.”

Hoe kon hij uit het zicht raken?

“Zijn biografie overvleugelde zijn werk. Zo zette de universiteit van Wittenberg hem in om een pronkstoet aan te voeren ter ere van een bezoek van de keurvorst van Saksen. In overzichtswerken wordt hij wel opgevoerd als Afrikaans filosoof, maar ze gaan niet in op zijn filosofie. Hij werd zo een symbool zonder inhoud.

“Wat hem ook parten speelde, was dat voor minderheden vaak hogere standaarden golden, die trouwens nog steeds gelden. Hij moest zich dus extra bewijzen. Maar doordat hij zoveel college moest geven om het hoofd boven water te houden, kwam hij aan veel schrijven niet toe.

“Toen zijn hertogelijke beschermheren waren overleden, schreef hij de WIC een brief: breng me terug naar huis. Daar woonden zijn vader en zus nog; zijn broer niet, die was slaaf in Suriname. Anton Amo keerde terug naar Afrika en verdween van het Europese toneel.”

Serie Vergeten denkers

20 juli: Friedrich Paulsen (1846-1908)

3 augustus: Émilie du Châtelet (1706-1749)

30 augustus Anne Conway (1631-1679)

14 september: Anna Maria van Schurman (1607-1678)

Lees ook:

Te wit, te mannelijk en te westers

‘Een canon voor de filosofie kan überhaupt niet meer

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden