InterviewsCorona-app

Filosofen over de corona-app: begrijpt de overheid privacy wel?

Beeld Idris van Heffen

Een app die registreert wie met wie in contact is geweest – is het nieuwe wapen van minister De Jong tegen het coronavirus een reden tot zorg? Filosofen wijzen op de gevaren en de mogelijkheden van zo’n app: ‘anonimisering heeft weinig met privacy te maken’. 

Of minister Hugo de Jonge de betekenis van privacy kent, filosoof Marijn Sax (29) vraagt het zich af. De Jonges uitleg over een app die ons moet behoeden voor coronabesmetting, stelde hem niet meteen gerust. De reacties evenmin. “Enerzijds was ik blij dat iedereen meteen begon over privacy. Maar wat me opvalt, is dat het meteen gaat over het anonimiseren van data. Als de overheid mijn naam en adres maar niet kan achterhalen, is er geen privacyprobleem. Maar anonimisering heeft echt heel weinig met privacy te maken.”

Anonimisering maakt toch juist alles uit?

“Stel dat de overheid bijhoudt bij wie we in de buurt waren. Dat vinden we, terecht, een eng idee. En het anonimiseren van die informatie heft dat probleem niet op. Stel dat daar in plaats van mijn naam de letters ABCD staan. De overheid weet dan uitsluitend dat ABCD daar en daar is geweest. Er staat niet ‘Marijn Sax’ in de database, er staat ABCD. Dus who cares? Dan is alles toch in orde?”

Niet dus.

“Nee. Stel dat vervolgens ABCD contact heeft gehad met allerlei andere personen. Eén daarvan heeft het coronavirus. Dan kan de overheid ABCD, mij dus, nog altijd een berichtje sturen met de mededeling: ‘u moet thuisblijven’. Dat berichtje is een inmenging in mijn levenssfeer. Voor die bemoeizucht hebben ze mijn naam helemaal niet nodig. Mijn privacy kan dus best geschonden worden ook al zijn mijn persoonsgegevens anoniem.”

Privacy gaat dus over meer dan de opslag van data.

“Privacy gaat over onze verhouding tot de wereld. We voelen ons veilig zolang we als brave burgers gewoon ons leven kunnen leiden. Als we een boek bestellen of met vrienden afspreken, willen we niet elke keer hoeven denken: ho, wacht even, als ik dit ga doen, kan dat tegen me gebruikt worden. Daarom wonen mensen denk ik graag in Nederland. Je hoeft jezelf hier niet af te vragen: wat vindt de overheid hiervan?”

Aan de andere kant: de maatregelen tegen dit virus beperken onze vrijheid al zo sterk. We mogen niet naar familie in het verpleegtehuis, we mogen niet naar een feestje of een verjaardag. Zo’n app kan ons juist vrijheid teruggeven.

“Die gedachte begrijp ik. Maar bij zo’n app speelt nog een andere vertrouwensvraag. We moeten zomaar geloven dat de overheid de verzamelde data vernietigt. Zelf kun je dat niet, dus je moet maar hopen dat er in de toekomst niets slechts mee gebeurt. Zelf vertrouw ik de Nederlandse overheid meer dan de Chinese, maar toch. Een agent in het park die je aanspreekt op je gedrag is iets heel anders.  Zo’n reprimande heeft geen onbekende consequenties voor de toekomst.”

Verandert zo’n app de verhouding tussen Nederlanders onderling?

“Dat zou zomaar kunnen. Je ziet nu al dat vrienden elkaar aanspreken op de nieuwe regels. Wie tóch met een groepje gaat fietsen, krijgt kritiek. Stel dat zo’n app wordt uitgerold, en je vrienden doen eraan mee, dan kan er een andere groepsdynamiek ontstaan. Stel dat er bij mij een lichtje gaat branden met de mededeling ‘je moet thuisblijven’, dan kan ik me voorstellen dat ik met die éne vriend, die het niet zo nauw neemt met de voorschriften, eerder ruzie krijg dan met een andere vriend. Het is waarschijnlijk zijn schuld dat ik nu niet naar buiten mag.”

En als je niet meedoet met de app, wat gebeurt er dan?

“Dan ben je eigenlijk al meteen verdacht. Vergelijk de app met een visum voor de VS. Bij de aanvraag daarvan moet je tegenwoordig je social-media-accounts opgegeven. Ik heb zo’n account niet. Dat is verdacht. Zo’n zelfde verdenking zou kúnnen optreden in het geval van zo’n app. Het roept vragen op als mensen die pertinent weigeren aan te schaffen.”

Vertrouwt u erop dat het goed komt met die app?

“Ik ben helemaal niet tégen een app. De app kan best een goede oplossing zijn. Het is ook niet per definitie verkeerd om privacy op te geven. Maar als De Jonge alleen maar ‘anominisering’ mompelt als het over privacy gaat, dan sterkt hij mijn vertrouwen niet. Ik wil niet suggereren dat de minister ófwel dom is ófwel slechte bedoelingen heeft, maar je vraagt je af of het ministerie het privacyvraagstuk wel goed overdenkt.”

Marjolein Lanzing: Ook zónder app heb je recht erbij te horen

“Ik was blij dat de minister meteen liet weten dat hij privacy belangrijk vindt”, zegt techniekfilosoof Marjolein Lanzing (31). Maar over die app zelf heeft ze nog wel ‘duizend vragen’. “Want: hoe ga je die privacy borgen? Op de website van Bits of Freedom staat een manifest, waarin uitgelegd wordt hoe zo’n app eruit zou moeten zien. Daar sluit ik me helemaal bij aan. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat we niet worden gedwongen ‘m aan te schaffen.”

Marjolein Lanzing: "Hoe ga je die privacy borgen?"Beeld Marjolein Lanzing

Kan de minister van ons verwachten zo’n app te installeren?

“Dwang past natuurlijk niet bij onze samenleving, daarmee lever je je vrijheid in. Je ziet nu dat zelfs de liberaal Rutte oproept tot solidariteit – en daarmee ook tot individuele verantwoordelijkheid. We moeten solidair zijn met elkaar én ons ‘gezonde verstand’ gebruiken.”

Dwang is dus ondenkbaar. Moeten we ook oppassen voor zachte dwang?

“Zachte dwang is zeker een gevaar. De overheid kan bijvoorbeeld beloningen gaan uitdelen. Je krijgt een extraatje als je die app installeert. Of je wordt juist gestraft als je ‘m niet installeert. Je krijgt bijvoorbeeld een boete, of je mag zonder die app het vliegveld of het café niet in.

“Ik begrijp wel dat het verleidelijk is om zo veel mogelijk mensen zo’n app op te dringen. Wie de app kan laten zien, kan misschien weer naar het verpleeghuis, of met een gerust hart de straat op, maar wie níet deelneemt, kan weleens nare consequentie staan te wachten. Zo kan een werkgever zeggen: ‘als jij die app niet installeert, hoef je niet naar je werk te komen’. Een winkelier kan je de toegang tot zijn winkel weigeren als je de app niet laat zien. Over zulke effecten moet je nadenken voordat je aan zo’n app begint. Je hebt het recht niet mee te doen.”

Wat is er nog meer belangrijk om in het achterhoofd te houden?

“We moeten heel goed weten hoe die app werkt. We moeten absoluut zeker weten dat de data niet terechtkomen bij je werkgever, bij de overheid, bij Google of bij je zorgverzekeraar. We weten natuurlijk nog helemaal niet wát die app gaat verzamelen. Het kan gaan om gevoelige informatie, waar je bent geweest, met wie je samen was – of je het coronavirus draagt. Wat ook belangrijk is: een einddatum. Zo’n app is immers een noodmaatregel. Als er met één van die waarborgen iets misgaat, dan is de overheid het vertrouwen kwijt en stort dat hele mooie maar fragiele bouwwerk van solidariteit in één keer in elkaar.”

Naomi Jacobs: De nieuwe omgangsvormen zijn heel erg wennen.

Ze merkt het zelf, dat ze op straat ander gedrag vertoont dan voor de crisis, zegt Naomi Jacobs (30) filosoof en promovenda aan de TU in Eindhoven. “Je denkt dat je je best doet, je gaat weinig naar buiten of áls je het doet houd je afstand. Maar je wordt schichtiger, je staat minder open voor een leuke ontmoeting op straat. Voor je het weet, word je boos aangekeken, omdat je per ongeluk te dichtbij komt. Zelf kan ik ook best kwaad worden als iemand dat doet. Aan de andere kant: ik loop daar toch ook? Mensen bekijken elkaar extra nauwlettend. Dat kan met zo’n volg-app nog erger worden. Stel dat jouw winkelier zo’n app niet heeft, waarom dan niet? Waarom doet die er niet aan mee? Je zou denken dat het probleem vooral ligt in de macht van de overheid, die ons met drones en aps wil controleren. Maar tegenwoordig houden we elkaar ook voortdurend onder controle. Dat is misschien nóg beklemmender.”

Naomi Jacobs: "Tegenwoordig houden we elkaar ook voortdurend onder controle. Dat is misschien nóg beklemmender.”Beeld Naomi Jacons

Een app die toont wie ons in gevaar brengt, versterkt dat het gevoel van solidariteit?

“Je merkt nu al dat we anderen zien als een potentieel gevaar. Die ene voorbijganger kan jou besmetten met een dodelijk virus. De angst daarvoor haalt natuurlijk niet het beste in de mens naar boven. Je wordt er minder nieuwsgierig en minder welwillend van. De angst staat spontane ontmoetingen in de weg. Misschien klinkt dat te negatief, want zodra deze situatie een beetje went, denk ik dat we wel weer creatieve en lieve manieren zullen vinden om elkaar te ontmoeten. Maar voorlopig zie ik daar nog weinig tekenen van.

“Daarnaast vergroot de crisis karakterverschillen uit. Mensen die toch al aan de voorzichtige kant waren, of die last hadden van lichte smetvrees, worden nu extra angstig. Maar er zijn ook mensen die zeggen: ‘ach, het loopt allemaal wel los’. Dat zijn twee heel verschillende houdingen. De omgang tussen die twee kan lastig zijn. Daarop moeten we nog iets vinden.”

Aan de andere kant lijkt het buurtgevoel toe te nemen. Iedereen maakt datzelfde ommetje. Zo kom je elkaar nog eens tegen. En op anderhalve meter afstand kun je ook best even bijpraten.

“We moeten toe naar een nieuw vertrouwen, maar daarbij verwachten we van elkaar wel verantwoordelijk gedrag. Ik wil dat ik jou kan vertrouwen en jij verwacht dat vertrouwen net zo goed van mij. Dat is wennen. Als we een manier hebben gevonden om dat vertrouwen zeker te stellen, dan kan het denk ik net zo gezellig worden als vroeger – maar dan wel op afstand.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden