InterviewEwald Engelen

Ewald Engelen kan nooit meer op een naïeve manier naar de natuur kijken

Ewald Engelen: 'Het vermogen om te leven in de mensendruk ben 
ik kwijt’.  Beeld Hanne van der Woude
Ewald Engelen: 'Het vermogen om te leven in de mensendruk ben ik kwijt’.Beeld Hanne van der Woude

Tijdens de Maand van de Filosofie – thema: De natuur was hier – wandelt Trouw buiten. Vandaag met politiek filosoof en hoogleraar financiële geografie Ewald Engelen (1963).

Dit is het plateau van Duno, zegt Ewald Engelen. Hij houdt de pas in, gooit een balletje voor zijn zwerfhond Chica en blikt tussen de bomen door over de uiterwaarden van de Nederrijn heen. “Vanaf deze stuwwal kijk je tot aan Duitsland. Dit was de frontlinie van Market Garden, nu is het een vreedzaam, bucolisch tafereel.”

Het landgoed Duno grenst aan Engelens tuin. Vorig jaar verhuisde hij naar het Gelderse platteland. “Lang woonde ik in Amsterdam, sinds 1987, en werd het zat. Het was te druk, de ruige randen waren ervan afgesleten, de klassieke moslimmigranten waren vervangen door expats, er reden te veel makelaars met puntschoenen op scooters rond. De stad was overgenomen door geprivilegieerden en rijken.”

In Arnhem vond hij ‘dat ruwe’ uit de krakerstijd terug. Maar hij streek neer in het rustige Heveadorp. “Het vermogen om te leven in de mensendruk ben ik kwijt. Kijk nou, daar heb je Driel. Het licht. Het geluid draagt ver. Dit is een amfitheater! Chica, waar is de bal? Ze laat die bal vaak voor me liggen. Het idee dat ik met de hond speel, is achterhaald.”

Engelen apporteert de bal.

Hij maakt zich druk over klimaatverandering. Dan is het goed nieuws dat de zalm weer terug is in de Rijn. “Ja, voor wie hier woont. Maar de vervuilende activiteiten die de zalm verjaagden, hebben we verplaatst. Nu ligt er geel schuim op Chinese rivieren.”

In zijn nieuwste boek, Ontwaak!, schrijft hij: “De kosten zijn voor dier, milieu en burger. Die helaas nog altijd het doodse, van gif en stikstof doordesemde industriële productielandschap dat Nederland rijk is, aanziet voor natuur.”

We staan hier op een schitterende stuwwal, kijken we hier naar natuur?

“We kijken hier naar een mensenmaaksel, maar de passage die u voorlas, heeft een andere setting. Toen ik in Amsterdam woonde, ging ik graag naar buiten, met een kano de polder boven de stad in. Dat deed ik een keer met Marianne (Thieme, Engelens vriendin, red.) in een fluisterbootje. Het was weer zo’n bucolisch landschap, de koeien buiten, een boerderij en sappig gras, slootjes, rietkragen en een prachtige zon, ik liet me gaan in een uitbundige rêverie.

“Toen kwam het harde realisme van Marianne Thieme. Ze vertelde me dat we niet in de natuur voeren, maar door een bedrijventerrein, kijk maar naar die koeien, Holstein Frisians die op het randje gehouden worden van maximale melkproductie tegen een minimale kostprijs van het voer, uitgemergelde beesten met gigantische tieten, die zich naar de stal voortslepen om daar uitgemolken te worden. Er gaat een fok-, vreet- en slachtmachine achter schuil, maar we stellen het voor als ‘leuk’. Het lachende varkentje op een stukje ham, la vache qui rit.

“Ik had gekeken naar iets dat ik dacht mooi te vinden. Op die naïeve manier kan ik er nooit meer naar kijken. Dat is een groot verlies, maar is het wel een verlies?”

U woont nu in een dorp dat zijn naam dankt aan de Heveafabriek. Die haalde rubber voor laarzen en banden van plantages, volgens u zeker over de rug van de arbeiders. Toch geniet u van deze omgeving. Is dit niet ook een schuldig landschap? Of is dierenleed erger dan mensenleed?

“Ik voel het hier minder, ja, maar ik vind niet dat dierenleed zwaarder weegt. Hevea is historie, er is veel tijd overheen gegaan, de fabriek is weg, de arbeiders zijn weg.”

In de hoofdstad ergerde u zich aan de veryupping, maar u bewoont nu zelf ook geen eenvoudig arbeiderswoninkje.

“Nee, zeker niet. Hier stonden vroeger modelarbeiderswoningen, naar Engels cottage-voorbeeld, later kwamen daar vrijstaande huizen voor de linkse brahmanen – de kaste van de redelijk betaalde professionals, chirurgen, accountants.”

U bent zelf een linkse brahmaan.

“Ja, dat ben ik. Maar beter dat dan de nieuwe elite van snelle-geldmakers die met iets slims in de technologie miljoenen hebben gemaakt. Of de Zuid-as’ers die belastingconstructies bedenken, de bankiers en advocaten die in de financiële wereld aanzien hebben. Ze zijn de parasieten die groeien op de maatschappij, ze dichten zichzelf waarde toe maar dragen weinig bij aan wat we kwaliteit van leven noemen. En wij, we ontmaskeren ze niet. De politiek en media spreken er met bewondering over, ze hebben het gemáákt. Fascinerend is dat geen van de beroepen die we nu essentieel noemen, bij die nieuwe elite hoort.

“De grote groep mensen die aan het kortste eind trekt, houden we onbewust van wat er met hen aan de hand is. Dat doen we met het afleidingstheater van de identiteitspolitiek. Met een enorme lust maakt die zich druk over van alles, maar niet over de grondoorzaak van het achterblijven van hun inkomen, van hun verarming.”

Engelen citeert in Ontwaak! Martin Luther King – onvertaald want het vertalen zou op weerstand kunnen stuiten: ‘Negroes are almost entirely a working people’. Niet hun zwartheid, maar hun probleem als werknemer zou centraal moeten staan. “Maar identiteit roept een soort lust op, een erotiek die het zo onweerstaanbaar maakt dat het échte debat achterwege blijft. Vals bewustzijn, heet dat. De media werken daaraan mee.”

U staat bekend om uw felle bijdragen in het publieke debat. Ontstaan uw ideeën binnen aan de schrijftafel, of gaat uw hoofd buiten open?

“Buiten. Ik bouw binnen een druk op, denk aan een beeld of zin, stel uit, stel uit. Dan ga ik lopen met Chica, of hardlopen, en kristalliseert zich een gedachte, een stuk uit. Het is de lichaamsbeweging die het doet, Aristoteles deed ook aan peripatetisch (rondwandelend, red.) filosoferen. Het brein is net zo goed een orgaan als mijn dijbeenspier.”

Een duwboot schuift voorbij. “Ik loop graag langs de Rijn, die is onderdeel van onze mondiale waardeketens. Daar zie ik schoonheid in, maar ook: containers die aan alle kanten gesubsidieerd worden, ik zie Pax Americana, satellieten die track and trace mogelijk maken van de goederen die erin zitten, ik zie grote terminals 30 kilometer buiten de havensteden. De Chinese arbeidsomstandigheden en de omgang met het milieu zijn niet best. Toch heb ik esthetische waardering voor dit industriële landschap. Maar het vereist een mentale truc.”

Die haalt u nu dus uit. Bij de koe lukte dat niet, bij de container wel. Zit daar geen frictie in?

“Ja, die frictie is er zeker. Maar wat ik zie is een eeuwenoude maritieme techniek en ik ben in staat – het kost wat moeite – om even niet naar die nare dingen te kijken. Om die koe kun je niet heen kijken. Die staat daar, ze lijdt en kijkt je aan.”

U valt het neoliberale denken aan en wilt het bewustzijn van uw lezers open pulken. Werkt dat?

“Ik vrees van niet. Ik had er beter een theaterstuk of een Netflixserie van kunnen maken. Het verandert niets aan de keten van elite-debacles die we hebben meegemaakt. De financiële crisis van 2008, de eurocrisis, de stagnatie op de huizenmarkt, decentralisatie. Aangestuurd door mensen met gecertificeerde competenties. Ze maken er een klerezooi van. Tegelijkertijd blijft hun reputatie onaangetast. Economen hebben die crises niet aan zien komen, hun discipline heeft gefaald. Hoe kun je een econoom nog aanduiden als topeconoom?”

De universiteit, zegt de hoogleraar, “is een certificatenmachine geworden. Maar wat we nodig hebben, zijn praktische oplossers, met de schranderheid van Odysseus. En wat doet de babbelende kaste met een academische opleiding? Ze verwijt de praktisch geschoolden dat ze vatbaar zijn voor complottheorieën, maar zelf tuint ze met open ogen in de bullshit van andere academisch geschoolden, van managementconsultants en mindfulness en coaching en stressreducering. Sorry, dit is een lange monoloog.”

Bent u zelf niet deel van het systeem dat u bekritiseert?

“Die vraag, daar loop ik al langer mee rond. Hoor ik daar wel? ‘De vos weet van alles, maar de egel weet één groot iets’, zei Isaiah Berlin. De universiteit is een plek van egels geworden, niet van vossen. Ik ben geen egel, dat is mijn probleem. Maar ik kan niet overal uitstappen, dan moet ik naar Henry Thoreau’s Walden, ver weg van alles.”

Thoreau deed alsof hij in volstrekte afzondering leefde. Maar hij wandelde geregeld naar een kroegje in de buurt.

“Haha. Loskomen kán dus niet.”

Bent u wel gelukkig?

“Nee. Ja, met de mensen en de dieren om me heen – Chica is een vriendin. Geluk overkomt je. En ontglipt je. Wat helpt is hier rondlopen.”

Bijna weer thuis houdt hij in. “We lopen even de Hunneschans op. Daar maak ik altijd mijn eerste wandelingetje met Chica. Dan komt de zon boven Arnhem-Zuid op, je weet niet wat je ziet.”

Op de schans vertelt hij over zijn jeugdjaren – die een ander licht werpen op de titel van zijn boek, Ontwaak!. Die is ontleend aan de eerste strofe van de socialistische Internationale, ‘Ontwaakt! verworpenen der Aarde’, maar wellicht ook aan Engelens jonge jaren in ‘het jehovadom’; hij ging van deur tot deur met het tijdschrift ‘Ontwaakt!’.

Zijn oordeel over die periode was vernietigend: ‘Godsdienst – wat een pest!’, schreef hij daarover. Nu klinkt hij milder en neemt hij wat afstand van zijn ‘tamelijk agressief atheïsme’. “Soms koketteer ik met bijbelcitaten. De kennis van dat invloedrijke, ongelooflijk rijke boek is vrijwel verdwenen. In Jezus’ parabels ontdek ik het praktische, de schranderheid. Taal ook voor onze relatie met de natuur en elkaar, en met de Schepper, dat is briljant.”

We kijken hier uit over een mensenmaakselrivierlandschap. Kun je ook zeggen: dit is gemaakt door God?

“Haha. Ik ben geneigd het te reduceren tot een esthetische ervaring, maar het is waarschijnlijk meer. Wittgenstein zei: ‘Waarover men niet spreken kan, dient men te zwijgen’.”

Lees ook:

Keert echt elke partij zich tegen het neoliberalisme?

“Ik zou heel graag een veel grotere staatsverantwoordelijkheid zien", zei Ewald Engelen in een interview over Ontwaak! Daarin betwijfelde hij of de politieke partijen zich - zoals ze beweren - wel tegen het door hem verafschuwde neoliberalisme keren. ‘Dat is toch vooral veel politieke retoriek.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden