Interview

'Europa wordt te atheïstisch, dat leidt tot meer materialisme'

Beeld Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd

Dat sommige moslims radicaliseren heeft Europa grotendeels over zichzelf afgeroepen, zegt de Egyptisch-Soedanese schrijfster Leila Aboulela. Ze pleit voor nationale grootmoefti's die moslims respect bijbrengen voor het Europese land waarin ze wonen. Deel 8 van een serie waarin niet-Europeanen hun visie geven op Europa en de EU.

Denk aan Khartoem en je ziet, hoort, ruikt en voelt een verzengende hitte, een felblauwe lucht, stof, een zandkleur die contrasteert met de kleuren van de klederdracht, de pracht van de Witte Nijl, de gebedsoproepen vanuit de moskeeën, permanente bedrijvigheid in een metropool met zo'n vijf miljoen inwoners.

Denk vervolgens aan Aberdeen, havenstad in Noordoost-Schotland. De loodgrijze luchten gaan naadloos over in eindeloze grijze huizenblokken. Zoals de rode dubbeldekkers bij Londen horen, zo horen die grijze huizen bij Aberdeen, 'de granieten stad'. De ruim 200.000 inwoners doen zich in hun haar- en klederdracht niet mooier voor dan ze zijn.

Denk aan Aberdeen en je hoort het gekrijs van zeemeeuwen, altijd en overal. Ze strijken neer op daken of wandelen brutaal over straat alsof ze de vervaarlijkste buurtschoffies zijn.

Tussen deze twee contrasten vinden wij leven en werk van Leila Aboulela, romanschrijfster. Geboren in Cairo, opgegroeid in Khartoem, gestudeerd in Londen, daarna woonachtig geweest in Aberdeen, Jakarta, Dubai, Abu Dhabi, Doha en weer Aberdeen.

Drie van haar vier romans zijn in het Nederlands vertaald, de laatste ('The Kindness of Enemies', 2015) vreemd genoeg niet. Het is een spannend en rijkgeschakeerd verhaal, deels een historische roman over de strijd om de Kaukasus, halverwege de negentiende eeuw. Die strijd ging tussen tsaristisch Rusland en islamitische stammen geleid door de legendarische politieke en religieuze leider Imam Sjamil (1797-1871), nog steeds een held voor islamitische opstandelingen in het gebied.

Rode draad in Aboulela's romans: vallen en opstaan van moslimvrouwen in de westerse (meer specifiek Britse) maatschappij. Haar boeken gaan niet over de islam. Ze zijn a-politiek. Wie ze leest, ziet Europa door de ogen van een individuele moslim-migrant, die niet alleen worstelt met dikke pakken sneeuw, maar vooral met culturele en religieuze obstakels en misverstanden.

De kracht van Aboulela's romans: nergens worden ze klagerig of zwaar op de hand. Ze veroordelen niemand, stralen geen superioriteitsgevoel uit maar ook geen minderwaardigheidscomplex. Ze beschrijven het leven zoals het is.

Heimwee naar Khartoem heeft Aboulela niet. "Wat Soedan betreft bestaat dat gevoel eigenlijk niet meer, want er is zo veel veranderd daar. Ik ga elk jaar en het wordt steeds moeilijker om het Soedan terug te vinden dat ik me herinner.

"Wat ik waardeer aan Europeanen, is dat ze serieus en direct zijn. Ze denken over dingen na, ook over zichzelf. Wat ik minder waardeer, is dat ze te veel afstand hebben genomen tot religie, welke religie dan ook. Secularisme is niet verkeerd. Secularisme onderkent dat er religie is en dat er een overheid is die religie controleert. Dat is goed.

"Ik ben kritisch over het toenemende atheïsme. Dat leidt tot meer materialisme. Atheïsten zullen dat niet toegeven, maar waar zullen ze anders heen gaan dan naar het materiële? Als je het spirituele ontkent, zul je omgeven worden door materialisme. Ik denk dat de kracht komt van de almachtige God. Hoe meer Europeanen zich verwijderen van het concept dat God groot is, hoe kleiner ze zijn. Europa zal krimpen omdat het weggaat van de bron van kracht.

"Op plekken waar het christendom sterk is, voelen moslims zich beter begrepen, omdat ze worden benaderd vanuit een religieus perspectief. Als je de islam benadert vanuit een atheïstisch perspectief, spreek je niet dezelfde taal. Vanuit een christelijk perspectief is er meer onderling begrip.

"Daardoor zouden de kerken een grotere rol moeten spelen bij de opvang van vluchtelingen. Hier in Groot-Brittannië is dat ook wel gebeurd. Kerken waren actief voor Syrische vluchtelingen, die Engelse les kregen en dergelijke. Kerken kunnen vluchtelingen wegwijs maken in hun nieuwe leven.

"Het atheïsme neemt dus toe in Europa, maar wat wel kan gebeuren, is dat het christendom opleeft vanwege de immigranten. De kerken zitten nu voller dan vroeger, met Afrikanen, met Polen. Zo zou het christendom sterker kunnen worden in Europa: als de immigratie doorgaat. Maar ik zie niet gebeuren dat de oorspronkelijke bevolking terugkeert naar het christendom. De Europeanen hebben hun geloof verloren. Je hebt nu een generatie jongeren die religieus analfabeet is. Ze weten niets. Ik zou niet weten hoe zij kunnen meediscussiëren over religieuze zaken.

Religieuze rol

"De staat zou in Europa een actievere rol moeten spelen bij religie. Dat de staat zijn handen ervan aftrekt, is de reden dat we in het Verenigd Koninkrijk zoveel problemen hebben met radicalisering en terrorisme. Moslims kwamen het land binnen en de staat liet ze in hun getto's. Het idee was dat ze wel over hun geloof heen zouden groeien. Ten eerste is dat arrogant, ten tweede een onderschatting van de aantrekkingskracht van de islam.

"Wat de overheid zou moeten doen, is een nationale grootmoefti aanwijzen, zoals de opperrabbijn of de aartsbisschop van Canterbury. Die kan religieuze regels opleggen aan moslims en tegelijkertijd bewustzijn kweken over Groot-Brittannië en uitleggen waarom je loyaal moet zijn aan dat land. Zo kan elk land zijn eigen grootmoefti krijgen, iemand die de autoriteit heeft om religieuze richtlijnen te verstrekken in specifieke omstandigheden en in specifieke landen.

"De Nederlandse grootmoefti kan bijvoorbeeld zeggen dat vrouwen geen gezichtssluier hoeven te dragen, de nikab. Hij zegt niet: je mag het niet dragen, maar hij zegt ook niet dat het moet. Hij zegt: het is geen verplichting voor moslimvrouwen om zoiets te dragen. Hij heeft de heilige boeken bestudeerd en spreekt als religieuze autoriteit. Daardoor zal het aantal vrouwen met een nikab dalen. Zo'n grootmoefti kan ook zeggen: je moet de Nederlandse wetten gehoorzamen, als religieuze plicht. Moslims hebben die richtsnoeren nodig. Die krijgen ze nu niet.

"Nu vragen moslims in Europa zich bijvoorbeeld af of euthanasie is toegestaan. Aan wie vragen ze dat? Aan iemand in Saoedi-Arabië. Dat is slecht. Ze zouden iemand in hun eigen land moeten hebben die de plaatselijke situatie en de wettelijke moeilijkheden kent. De overheid moet dat soort benoemingen beheren. Moslims willen niet verscheurd worden tussen overheid en moskee.

"Bovendien hebben leiders in Europa het nooit belangrijk gevonden om zelf kennis te vergaren over de islam. Die fout kan nog worden hersteld. Ze kunnen allereerst toegeven dat de islam de tweede religie is in Europa. Zelfs dat hebben ze nog niet eens erkend. Die ontkenning creëert een omgeving waarin radicalisering kan ontstaan.

"Ik ga elke week naar de moskee, en steeds zegt de imam: 'We hebben het hier zo goed, geen enkele moslim is hier arm. Dus moeten we de moslims in onze landen helpen.' Dat is het klimaat waarin jongeren opgroeien: dat hun loyaliteit bij moslims elders ligt. Terwijl in Groot-Brittannië wel degelijk arme, dakloze moslims zijn. We moeten deel uitmaken van dit land, hier ligt onze toekomst. Dat besef is er niet. Jongeren die hier naar de moskee gaan, zijn met hun hoofd bij Palestina, bij Syrië. Door internet is het vervolgens makkelijk om te radicaliseren.

Kolonialisme

"Veel Europese landen hebben een koloniaal verleden, maar ze gaan daar heel verschillend mee om. Daar kwam ik achter toen ik een tijdje in Jakarta woonde. Het beviel me daar goed. De islam is er tolerant en open. Het was leerzaam om in een moslimland te leven dat niet Arabisch is en te zien hoe de islam zich voegt naar de plaatselijke cultuur.

"Ik kreeg wel een negatief beeld van de manier waarop Nederland Indonesië behandelt ná de onafhankelijkheid. Nederlanders hebben weinig gedaan om Indonesië te ontwikkelen. Als je naar Maleisië kijkt, zie je de invloed van de Britten, de structuren die ze hebben achtergelaten.

"De Indonesiërs hebben niet dezelfde affectie voor de Nederlanders zoals de Soedanezen of de Maleisiërs die hebben voor de Britten. Ik voelde geen sterke verbinding over en weer tussen de Indonesiërs en Nederland. Het leek alsof ze van elkaar waren gescheiden en hun eigen weg waren gegaan. Ik waardeer hoe de Britten nog steeds belangstelling hebben voor hun ex-kolonieën. Ze delen een stuk geschiedenis.

"Zo ontdekte ik dat je verschillende vormen van kolonialisme hebt en dat het Britse kolonialisme zijn positieve kanten had. De manier waarop een land met zijn kolonieën omgaat, zie je terug in het land zelf. Wat dat betreft kunnen Europese landen van elkaar leren."

Waar denkt u aan bij Europa?

Wat is het eerste dat in u opkomt als u denkt aan Europa?

"Beschaving, democratie, organisatie, eerlijke mensenrechten, regels, regelgeving ... en witte mensen."

Wat is het eerste dat in u opkomt als u denkt aan de Europese Unie?

"Eveneens de regels. Mensen die samenkomen na een oorlog. Het zijn kleine landen, krimpende landen. Ze krimpen demografisch maar ook wat betreft hun invloed in de wereld. Door samen te komen, proberen ze elkaar te versterken."

Zijn de Europese waarden die wij uitdragen, over mensenrechten en democratie, universele waarden die de hele wereld moet overnemen?

"Ja, het zijn universele waarden. Als je reist door Arabische of Afrikaanse landen, zie je dat de mensen daar ook die waarden willen. Ze willen vrijheid en gelijkheid. Je zag het aan de revoluties in de Arabische wereld, hoe actief jongeren bijvoorbeeld zijn op sociale media.

"In sommige landen, bijvoorbeeld Rusland of Turkije, is de bevolking misschien meer gehecht aan een sterke leider. Maar ze willen ook persvrijheid en democratie, in welke vorm dan ook."

Wat kan Europa leren van Soedan?

"Door de jaren heen heeft Soedan duizenden vluchtelingen opgevangen, als een van de armste landen van de wereld: Ethiopische vluchtelingen tijdens de oorlog, nu Syrische vluchtelingen. Dat is heel genereus vergeleken met wat je soms in Europa ziet. We moeten niet bang zijn voor die nieuwe wereld."

Leila Aboulela

Leila Aboulela werd in 1964 geboren in de Egyptische hoofdstad Cairo. Ze is de dochter van een Egyptische moeder en een Soedanese vader. Kort na haar geboorte verhuisde het gezin naar Khartoem, waar Aboulela tot 1987 opgroeide en afstudeerde als economisch statisticus.

Ze trouwde een Soedanees-Britse olie-ingenieur en studeerde verder aan de London School of Economics. In 1990 vestigde het gezin zich in de Schotse haven- en oliestad Aberdeen.

Aboulela werkte voor de universiteit aldaar en begon in 1992 aan haar schrijverscarrière. Die omvat inmiddels een verhalenbundel en vier romans.Haar boeken zijn in veertien talen vertaald.

Lees ook deel 2 van deze serie, een interview met de Turkse Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk: 'Europa was voor ons bijna goddelijk'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden