Zin in muziek

En dan komt die mineur: de tranen stroomden over mijn wangen

Jan Willem Baljet en Renée Bekkers Beeld Jörgen Caris

Muziek en zingeving, zijn die te combineren? Zeker wel, als je luistert naar topmusici uit alle windstreken en het begrip zin behapbaar opdeelt. Vandaag deel 4: zinrijk. Maakt het wat uit of je muziek ‘snapt’? En of je voor demente ouderen zingt of voor een operahuis?

“Onegin is een knappe rotzak, die om elke vinger een vrouw kan winden, onder wie Olga. Ze is jong, velen aanbidden haar, zoals Lenski. Onegin en Lenski zijn vrienden, maar Lenski is een erg aardige, oprechte jongen, die niet kan aanzien dat Onegin Olga als waardeloos behandelt. Lenski besluit in te grijpen en daagt Onegin uit voor een duel.”

Bariton Jan Willem Baljet kende het verhaal van de opera Eugen Onegin van Tsjaikovski goed, toen hij een uitvoering zag uit 1962, van de fameuze Duitse tenor Fritz Wunderlich, met de Bayerische Staatsoper. “Ik vind Wunderlich een geweldige zanger, één van de allerbeste tenoren ooit. De aria van Lenski wordt vaak door tenorstudenten gezongen, maar alleen in het Russisch. De dvd over het leven van Wunderlich had ik lang laten liggen omdat ik niet zo’n zin had in een documentaire waarin iemand alleen maar bewierookt wordt.”

Jan Willem Baljet

De Nederlandse bariton Jan Willem Baljet vertolkt regelmatig operarollen, onder andere bij De Nationale Opera. Daarnaast maakt hij deel uit van de zingen­de herenformatie Frommermann en verzorgt hij voor stichting Diva Dichtbij optredens voor ouderen met dementie.

“Toen kwam de aria over de laatste ochtend van Lenski, ik wist niet wat me overkwam. In het Russisch vond ik deze aria mooi. Maar nu, bij deze uitvoering uit ’62, werd alles in het Duits gezongen en begreep ik voor het eerst écht waarover die aria ging. Wunderlich staat op het toneel en verroert geen vin. Hij begint met wohin, wohin – dus in het Russisch kuda, kuda. Waarheen leidt deze weg? Hij zingt dat de toekomst duister is, en nu het licht wordt, vermoedt hij dat hij het einde van deze ochtend niet meer zal meemaken. Dan zingt hij: ‘Ach Olga, hoe zal jij komen tot mijn graf en zul jij daar wel beseffen dat je daar staat aan het graf van iemand die jou liefhad?’

“Vervolgens klinkt er een gebroken akkoord in mineur – nou echt, de tranen stroomden over mijn wangen. Ik heb het fragment tien keer achter elkaar gedraaid, telkens raakte ik ontroerd. Zonder de hele tekst te kunnen verstaan, dat heb ik ook niet geprobeerd. Maar uit het Russisch kon ik niets opmaken dat mijn fantasie aan het werk zette, nu met het Duits van Wunderlich gebeurde dat wel.

Over de serie ‘Zin in muziek: luisteren met andere oren’. 

Filosoof en Denker des Vaderlands René Gude (1957-2015) ontleedde het vage begrip ‘zin’ in vieren: zinnelijk (lichamelijk), zintuiglijk (mooi), zinrijk (rationeel) en zinvol (doelgericht). Peter Henk Steenhuis en Annemieke Huls verkennen met die bagage op zak de muziek. Tijdens acht avonden in Tivoli Vredenburg treden topmusici op en gaan ze over de zin van hun muziek in gesprek.

Wanneer? 14 januari, 20-21.30 uur (zaal open 19.30)
Waar? TivoliVredenburg Vredenburgkade 11, Utrecht
Entree? € 17,50 (bestellen via www.tivolivredenburg.nl)

‘Zin in muziek’ wordt mede mogelijk gemaakt met steun van Stichting Dialoog.
Beluister de Zin in muziek-podcast: www.nporadio4.nl/zininmuziek

De magie van de combinatie tekst en muziek is niet de letterlijkheid van de tekst, of de hele strekking van het verhaal. Het gaat erom dat je zoveel hoort, dat je eigen fantasie tijdens de duur van het muziekstuk met je op de loop gaat, en de muziek de emotie van die fantasie ondersteunt, of versterkt. Dan krijg je de maximale belevenis.”

Als zanger hebt u vrijwel altijd te maken met muziek in combinatie met tekst. En dus met muziek waaraan een concrete betekenis verbonden is. Is die betekenis altijd een wel­kome toevoeging aan muziek?

Baljet: “Nee, het omgekeerde overkomt me ook weleens. Bijvoorbeeld met de ‘Kaddisj’ van Ravel, een prachtig, exotisch lied, onmiskenbaar Joods. Het werd gezongen door een prachtige Afrikaanse zangeres met een zeer krachtige uitstraling, in een klein, wit, eenvoudig en intiem Frans kerkje. Wat een sfeer! Waar gaat dat over? Nou, dacht ik, over grootse zaken, leven en dood, liefde en verraad. Je kunt je er van alles bij voorstellen.

“Toen ik het jaren later zelf ging zingen, kwam ik er teleurgesteld achter dat de ‘Kaddisj’ bestaat uit tien werkwoorden waarin de Allerhoogste wordt bezongen: moge zijn naam verheven en geheiligd worden, in de wereld die hij heeft geschapen naar zijn wil. Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en dag enzovoort. Te vergelijken met elk ander standaardgebed, denk aan het onzevader.

“Door die uiterst religieuze tekst verloor het stuk voor mij veel van z’n magie. Ik moest de tekst zelfs uitschakelen om de schoonheid van de muziek te hervinden. Als ik het lied nu zing tijdens een concert, vertel ik het publiek over de miljoenen mensen die al eeuwen deze tekst zingen bij het afscheid van een dierbare: die gedachte brengt mij terug bij de kracht van de muziek.”

Accordeonist Renée Bekkers vindt het fijn als musici hun muziek mondeling toelichten. “Niet alleen vanwege de inhoud die als houvast kan dienen tijdens het luisteren. Ik hoor graag iemands stem, luister graag naar de manier waarop iemand praat. Dat vertelt zoveel over de persoonlijkheid van de musicus. Ik ga naar een concert voor een interpretatie, ik wil graag een persoonlijk verhaal horen.”

Ze omschrijft zichzelf dan ook als een muzikale verhalenverteller. “Als ik samenwerk met Pieternel Berkers, we vormen het duo TOEAC, is onze belangrijkste vraag: welk verhaal willen we overbrengen? Dat kan op vele manieren. Als instrumentalisten hebben wij meestal geen tekst in handen. Wij vertalen ons verhaal vaak in een interdisciplinaire samenwerking. Zo maakten we ooit een straatvoorstelling met circusartiesten en werken we regelmatig met een regisseur of choreograaf.

Beeld Jörgen Caris

“Ook bij moderne, ingewikkelde werken kan zo’n samenwerking veel toevoegen. We hebben het stuk ‘Conversations with a Shadow’ van de Poolse componist Bargielski uitgevoerd. Hedendaagse muziek, die niet makkelijk in het gehoor ligt, en waarbij je je moeilijk iets kunt voorstellen. Samen met een regisseur hebben we ons afgevraagd: waarover gaat deze muziek? Zij heeft ons met de ruggen tegen elkaar gezet, waardoor we elkaars schaduw werden.

“Eén van ons is hierbij de schaduw die de ander volgt, één is dominant, de ander volgt. De rollen zijn daardoor opeens heel duidelijk, visueel, maar ook in de muziek. In het begin van het stuk is er geen oogcontact, hebben we elkaar niet in de gaten, maar horen we elkaar wel. Op een gegeven moment heeft de schaduw de ander in de gaten en haalt de schaduw de ander in, een beetje zoals Lucky Luke, die sneller schiet dan zijn schaduw.

Renée Bekkers

Renée Bekkers vormt met Pieternel Berkers accordeonduo TOEAC. Ze werken samen met andere musici en componisten. Bovendien zoekt TOEAC kunstenaars op uit andere disciplines – dans, film, circus, theater ­– om een breder publiek te bereiken. Het duo werkte mee aan verschillende kindervoorstellingen.

“Soms kunnen zulke details al het verschil maken of je een publiek mee hebt of niet. Daarvoor hoef je geen verhaal van a tot z te vertellen.”

Baljet: “Daarnaast is het soort publiek bepalend. Voor de organisatie ‘Diva Dichtbij’ zing ik regelmatig voor ouderen met dementie. Daar gaat het niet om wat je zingt, maar veel meer om communicatie met mensen die moeite hebben met communiceren. Als ik tijdens ‘Aan de Amsterdamse grachten’ de tekst kwijtraak omdat ik afgeleid ben door iemand die iets geks doet – wat regelmatig voorkomt – dan maakt dat geen zak uit. Het gaat erom dat het contact dat ik heb met mensen overeind blijft.”

Daar is het verhaal niet van belang omdat het doel anders is.

“Volkomen. Het contact met ouderen met dementie is veel directer dan met publiek in een concertzaal, omdat hun emoties dichter aan de oppervlakte liggen, en ze constant zelf aan het uitzenden zijn. Mijn muziek reageert op wat zij uitzenden. Als ik in plaats van ‘Aan de Amsterdamse grachten’ op dezelfde manier ‘rabarberrabarberrabarber’ zou zingen, zou dat ook effect hebben.”

Bekkers: “Die eerlijke, directe communicatie merk je ook bij kinderen. Als je hun concentratie niet pakt, worden ze onrustig. Hoewel wij bij die doelgroep juist vaak concrete inhoud toevoegen aan de muziek. Een tijdje terug speelden we de ‘Schilderijententoonstelling’ van Moessorgski in een kindervoorstelling. Het oude kasteel is een langzaam deel dat ongeveer vijf minuten duurt, best lastig om de spanningsboog van jonge kinderen vast te houden.

“Toen hebben we op het podium een televisie met een lijst eromheen opgehangen, alsof het een schilderij was. Het kasteel werd zichtbaar gemaakt op het scherm, een camera gaat het kasteel door, trappen op, trappen af. Het beeld boeit de kinderen, waardoor ze geprikkeld worden naar de muziek te blijven luisteren.”

Werkt zo’n verhaal niet sturend?

“Ja, zo stimuleren we misschien minder de fantasie om zelf een verhaal te verzinnen. Dat is jammer. Maar we slagen er wel in kinderen ­minutenlang te laten luisteren naar klassieke muziek, waar ze zonder beelden al lang afgehaakt waren.

“En hun reacties blijven onvoorspelbaar. In dezelfde ‘Schilderijententoonstelling’ zit een deel dat ‘De Gnoom’ heet. De sfeer van die muziek is best een beetje eng, we hebben weleens gehad dat er kindjes begonnen te huilen. In de kindervoorstelling maken we ook bij dat deel gebruik van het tv-scherm. Daarop zijn wij zelf te zien, geschminkt als enge gnomen. Op een gegeven moment krijgen wij een rode neus. We dachten vooraf dat dat er eng uit zou zien, maar het heeft bijna altijd een tegengesteld effect: kinderen moeten vaak heel erg lachen bij dat beeld.”

Is het effect dan mislukt?

“Nee, ik zie dat niet als een mislukking. Zolang we ze meenemen in de muziek, is het wat mij betreft geslaagd. Dan maakt het niet uit of ze ergens van schrikken of juist hard moeten lachen.”

Baljet: “Heerlijk toch. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de directe reacties in verzorgingstehuizen wel mis als ik liederen sta te zingen in de concertzaal. Daar is de muziek heilig, durven mensen zich amper te bewegen, laat staan commentaar te roepen. De afstand tussen musicus en publiek is groot. Een enkele keer als ik in een kleine, intieme zaal sta, zijn mensen zich niet bewust dat hun reacties heel goed hoorbaar zijn op het podium. Dan ben ik uitgezongen en hoor ik iemand tijdens het naspel op de piano een zacht ‘ohh’ verzuchten. Op zo’n moment wou ik dat ik de vrijheid voelde om zachtjes te antwoorden: Ja, hè.”

Dit verhaal vormt deel vier van de serie ‘Zin in muziek’. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden