Tien Geboden

Emile Roemer: Macht begeer ik helemaal niet

Emile Roemer, foto: Mark Kohn Beeld CREDIT
Emile Roemer, foto: Mark KohnBeeld CREDIT

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Vandaag: Emile Roemer.

Arjan Visser

Emile Roemer (Boxmeer, 1962) is politicus. Hij was onderwijzer (1986-2002) en werkte als wethouder in Boxmeer (2002-2006) om vervolgens voor de SP zitting te nemen in de Tweede Kamer. In 2010 volgde hij Agnes Kant op als fractievoorzitter.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en Hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

"Wij hebben twee pastoors in de familie en een van mijn tantes zat in het hoofdbestuur van de Zusters Dominicanessen. Mijn ouders waren zeer gelovig en ze hebben geprobeerd om zo veel mogelijk van de katholieke gebruiken aan hun kinderen mee te geven, maar ze hebben ons nooit iets opgedrongen. De enige afspraak was: zolang je hier in huis woont, moet je het volgens onze regels doen. Meegaan naar de kerk, stil zijn voor het eten, meisjes mogen niet blijven slapen. Dat soort dingen. Ze waren niet echt streng. Bovendien was ik de vierde jongen - na mij kwam nog een meisje - dus de heetste kolen waren al voor mij uit het vuur gehaald.

"Ik vond de bijbelverhalen mooi, maar het idee dat er een God bestaat die alles heeft gemaakt, ging er bij mij niet in. We hadden er geen discussies over thuis. Van de normen en waarden die bij dat geloof hoorden, heb ik zeker veel opgepikt. Ik heb, toen ik nog les gaf, verhalen uit de Bijbel gebruikt om zaken die vandaag spelen, te verduidelijken. Het maakt mij niet uit waar mensen hun inspiratie vandaan halen om er een menselijke samenleving van te maken. Geloofsovertuiging kan ook een drive zijn. Zo lang het niet de dekmantel is voor iets anders, maar het er puur en alleen om gaat de wereld te verbeteren, kan ik daar alleen maar blij om zijn.

"Ik zie mijn vak als een roeping. Ik wil iets voor anderen betekenen. Je bent verantwoordelijk voor je eigen ontwikkeling en je eigen geluk, maar je mag nooit vergeten dat wij geen maatschappij van individuen zijn, maar een samenleving. Voor mij is het een eer dat ik hier mag zitten. Ik ben van de school die zegt dat een politicus het volk moet dienen. Ik ben de mensen die mij het vertrouwen hebben gegeven dankbaar. Volgens mij is vertrouwen het grootste goed dat je een ander kunt schenken."

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"Het uitgangspunt moet altijd zijn dat je probeert te voorkomen dat je andere mensen onnodig kwetst. De samenleving verhardt en dat zie je ook in het politieke debat terug. Ik zou zelf niet snel, zoals Geert Wilders deed, roepen dat een minister knettergek is. Bovendien zegt het meer over hem dan over degene die hij knettergek noemt. Maar aan de andere kant: we zijn geen watjes hier. Het gaat erom dat die ander zich moet kunnen verweren. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar je bent er zelf verantwoordelijk voor hoeveel gebruik je ervan wilt maken.

"Ik vond de cartoon over Wilders op Joop.nl (spotprent van Adriaan Soeterbroek waarop te zien is hoe de PVV-leider, verkleed als kampbewaker, mensen een 'Tuigdorp' binnenleidt, AV) ook walgelijk, maar het is wel een reactie op zijn eigen manier van uitdrukken en de zaken op scherp willen zetten. Als je elkaar gaat beledigen om de aandacht te krijgen, kan het alleen maar van kwaad tot erger gaan."

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Op z'n tijd rust nemen, daar probeer ik mij aan te houden, maar niet omdat het zondag is. In dit vak ga je altijd door; zelfs als ik in de trein naar buiten zit te gapen, ben ik bezig met mijn werk. Nadenken, brainstormen. Die stapel kranten móet ik lezen. Als ik televisie kijk, móet ik zien wat andere politici op de informatiezenders zeggen. Er zijn, qua vrijetijdsbesteding, een paar concrete afspraken: twee keer per week naar de sportschool en op zaterdag een potje voetballen met het veteranenteam van Sambeek."

IV Eer uw vader en uw moeder

"Mijn vader was heel oprecht, een man die zei waar het op stond, een man van principes. Hij was niet gauw van zijn stuk te brengen. Niet bang. Absoluut niet bang.

"Liefde? Ja, zeker. We waren niet van die kleffers - is dat een woord? - maar vooral mensen van respect en waardering. Ik was als manneke heus niet altijd even braaf, maar daar gaat het niet om. Wij gingen goed met elkaar om.

"Dat ik politiek gezien een andere kant opging, was voor mijn ouders geen probleem. Ze waren van het CDA, maar zeker mijn vader zat in de linkse hoek van die partij. Als ik hem met familieleden, vrienden of buren hoorde discussiëren op verjaardagen, dacht ik: man, je bent nog rooier dan ik!

"Ze waren trots op mij. Helaas stierf mijn vader vlak voordat ik wethouder werd en mijn moeder kort voordat ik als lid van de Tweede Kamer werd geïnstalleerd. Ik had het prachtig gevonden als ze die gebeurtenissen hadden kunnen meemaken. Een beetje zoals een kleine jongen die wil laten zien wat hij kan, ja. Daar is toch niks mis mee?

"Mijn moeder was vroeg geëmancipeerd, ze probeerde plattelandsvrouwen met cursussen uit die keukens te krijgen, ervoor te zorgen dat ze zich zouden ontwikkelen. Altijd bezig, druk met van alles en nog wat. Ze kreeg de dingen in een moordend tempo voor elkaar.

"Mijn moeder was een gezelschapsmens, ze was liever niet alleen. Als ze alleen dreigde te komen zitten, belde ze snel de buurvrouw, een tante of een van de kinderen. Toen ze ouder werd, begon ze dingen te vergeten. Mijn vaders dood was een verschrikkelijke slag voor haar. Ze leed toen al aan een beginnende dementie.

"Het was ermee begonnen dat ze niet kon onthouden welke boodschappen ze moest halen. Mijn vader, die longemfyseem had, stelde het lijstje voor haar samen. Zij haalde de spullen op. Na zijn dood werd het steeds erger. Ze kon niet meer fietsen, niet meer koken, niet meer zelfstandig wonen. Ze verdween stapje voor stapje uit het gewone leven. Vreselijk, vreselijk... Je ziet je moeder gewoon in een soort onbekende mevrouw veranderen. Nee, het is nooit zo ver gekomen dat ze ons niet meer herkende, dat is ons bespaard gebleven, maar een goed gesprek zat er beslist niet in.

"We hebben geprobeerd om de kwaliteit van haar leven zo lang mogelijk goed te houden, maar het is niet anders: het was een roteinde. Ze kreeg op den duur erg veel pijn en van de momenten waarop ze nog fantastisch heeft genoten, kon ze zich heel snel niets meer herinneren.

"Toen ook mijn moeder was overleden, heb ik mij een tijd een wees gevoeld. Ik ben mijn thuis kwijtgeraakt. Tegelijkertijd ben ik socialer geworden, omdat ik heb gezien hoeveel mensen in hetzelfde schuitje zitten. We kunnen elkaar helpen met onze verhalen, dat scheelt.

"Ik ben de volgende in de rij. Het is niet meer dan een constatering: verrek, we worden allemaal oud! Een paar weken nadat ik mijn vrouw had leren kennen, waren mijn ouders vijfentwintig jaar getrouwd. Binnenkort is het bij ons zover. Mijn kinderen vinden me vast een oude vent - zo dacht ik toen ook over mijn eigen vader. Ik vind het wel mooi. Iedere leeftijd geeft weer nieuwe kansen en ideeën. Je zult mij niet snel horen klagen, hoor. Ik ben van: pluk de dag en haal eruit wat erin zit."

V Gij zult niet doden

"Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik ooit iemand zal doden. En zelfdoding is helemaal uitgesloten. Euthanasie? Dat vind ik een ingewikkelde kwestie... Bij uitzichtloze en ondraaglijke pijn lijkt het me duidelijk dat je mag ingrijpen, maar wat nou als iemand zegt dat hij of zij het leven niet meer ziet zitten? Dat is een momentopname. De wens om er een eind aan te maken, heeft vier van de vijf keer met de kwaliteit van het leven te maken. En met de omstandigheden waarin iemand zich bevindt. Bij het wetsvoorstel van het burgerinitiatief Uit Vrije Wil, voor het opheffen van de strafbaarheid van stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid achten, ziet de SP dan ook veel bezwaren.

"Hoe bedoel je dat je zelf moet kunnen bepalen wanneer je sterft? Ik ben er niet voor om het individualisme in onze samenleving zo de boventoon te laten voeren. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen leven en voor zijn eigen geluk, tuurlijk, maar waar leg je bij zoiets dan de grens?

"Een mens kan kiezen voor de dood, dat wil nog niet zeggen dat hij ook recht heeft op hulp bij de dood. Hoe bepaal je of die vrije wil autonoom is? Wie bepaalt dat? Waardoor wordt die vrije wil beïnvloed? Wie zegt mij dat de man die beweert dat zijn leven voltooid is, niet bedoelt te zeggen dat hij zijn kinderen niet langer tot last wil zijn? Of dat hij ronduit depressief is omdat hij de hele dag op zeven hoog achter het raam zit te koekeloeren? Moeten we dáár dan niet iets aan doen?

"Natuurlijk was het vreselijk die aftakeling van mijn moeder mee te moeten maken. Mensonterend. En toch heb ik me vaak afgevraagd wie er meer onder heeft geleden: zij of wij? Moet ik dan, omdat ik zelf zoveel moeite heb met haar ziekteproces, vragen of de dokter een einde aan haar leven kan maken?"

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"Ik wil anderen de maat niet nemen, maar het misbruik van kinderen lijkt mij een goed voorbeeld van onkuisheid. Van kinderen blijf je af. Ik weet niet of een pedofiel zo wordt geboren of dat de omstandigheden hem zo maken; ik ben geen arts, geen psychiater die over een man als Robert M. (verdachte in de grote kinderpornozaak in Amsterdam, AV) iets zinnigs kan zeggen, maar ik kan me de agressie die zijn daden hebben uitgelokt heel goed voorstellen. Als hij met zijn tengels aan mijn dochters had gezeten, zou ik ook in alle staten zijn geweest.

"In misdaad bestaat erg, erger en nog erger. Dit is een geval van de buitencategorie. Ik vertrouw erop dat onze onafhankelijke rechterlijke macht de juiste strafmaat zal bepalen. Ik mag als politicus niet op stoel van de rechter gaan zitten, maar mijn eigen, emotionele reactie zou zijn: zo'n vent mag nooit meer vrij komen."

VII Gij zult niet stelen

"Ik weet niet of diefstal het juiste woord is, maar ik zie het wel als een groot onrecht dat we het laten gebeuren dat kinderen in Nederland in armoede opgroeien terwijl er wél geld is voor bonussen en nóg hogere salarissen. Ik heb geluk gehad. Ik ben - afkloppen - geen vreselijk vervelende dingen tegengekomen in mijn leven, maar ik ken veel mensen voor wie dat helaas niet geldt. Ik vind dat we de gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat er een minimale standaard is voor iedereen."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Tijdens ieder gesprek, ook nu, moet ik op mijn woorden letten. Maar dat wil niet zeggen dat ik er gespannen bij zit, toch? En ik ga ook niet draaien om de waarheid maar niet te hoeven zeggen. Ik herinner me dat tijdens de Tweede Kamerverkiezingen de ene na de andere journalist kwam vragen of de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor ons een breekpunt was. We hadden gezegd dat 65 voor ons 65 moest blijven, maar stel je nou voor dat we hadden kunnen regeren en van de honderd punten precies dat ene punt niet kon worden binnengehaald? Dan gooi je je eigen ruiten in als je daar een breekpunt van hebt gemaakt. Ik vind dat je de boel open moet houden, om vervolgens de achterban voor te leggen dat het beter is om dat verlies te nemen.

"Een actueler voorbeeld: de SP-fractie heeft zich uitgesproken voor de resolutie van de VN Veiligheidsraad die een onmiddellijk staakt-het-vuren eist in Libië, maar we zijn tegen het sturen van de F-16's, een tank, vliegtuig en een mijnenjager, omdat ons niet duidelijk is waartoe dit alles gaat leiden. Zijn de acties die daar nu worden gevoerd niet buiten proportie? Daar moeten we het eerst over hebben. Dat is niet draaien, maar eerlijk zijn; ik wil te allen tijde mensen recht in de ogen kunnen kijken.

"Dat geldt niet alleen voor het gedachtengoed van mijn partij, maar ook voor mij persoonlijk. Ik wil niet onwaarachtig zijn. Ik wil geen dingen doen die niet bij mij passen. Er wordt van een partijleider veel gevraagd, en ik sta nu eenmaal in de kijker, maar ik let er heel goed op dat ik mijn grenzen niet overschrijd.

"Vroeger speelde ik in een dweilorkest, toen deed ik zorgelozer mee aan carnaval. De laatste jaren hou ik mij een beetje afzijdig. Ik ga niet lallend door de straten. Niet dat ik dat vroeger wel deed, maar daar gaat het nu niet om; ik heb nu een voorbeeldfunctie. Ik hoef natuurlijk niet alles te laten. Als ik het leuk vind om luchtgitaar te spelen (tijdens een uitzending van 'Top 2000 à gogo' met Matthijs van Nieuwkerk, AV), dan doe ik dat gewoon.

"Laatst zag ik een debat tussen Den Uyl en Van Agt op televisie. Zonder publiek. Van Agt maakte aantekeningen, wachtte tot Den Uyl was uitgesproken en nam toen rustig de tijd om antwoord te geven. Het was bijna lachwekkend, 'Comedy Capers', vergeleken met de snelle debatten van deze tijd.

"Ministers zijn ook geen excellenties meer. We moeten twitteren, we moeten razendsnel een goede soundbite kunnen leveren, we zijn bekende Nederlanders die overal door iedereen kunnen worden aangesproken. Je kunt niet over straat lopen en zeggen: wilt u ophouden met mij herkennen? Het is niet altijd even makkelijk, maar dit is het vak van politicus vandaag de dag en als je daar niet tegen kunt, moet je opstappen."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"Ze zeggen dat macht erotiseert, maar ik héb niks met macht. Mensen die denken dat er iets bij mij te halen is, komen van een koude kermis thuis. Ik laat me niet inpalmen en zeker niet fêteren. Natuurlijk ken ik die verhalen over affaires in politiek Den Haag wel, maar ik praat nu voor mezelf. Ik sta er niet voor open. Als je ervoor openstaat, hebben ze je zo gevonden. Ik ben eerlijk en transparant. Mensen weten wat ze aan me hebben. Ik kan niet anders, ik ben zoals ik ben, maar toch: het geeft een geweldige rust om zo te zijn. Ik zal me nooit gek laten maken.

"Ik ga nu niet beweren dat ik nooit andere mooie vrouwen zie - ik heb mijn ogen niet in mijn zak - maar bij ons in Brabant zeggen ze: je mag op straat best honger hebben, als je maar thuis komt eten.

"Het is voor mij niet moeilijk om trouw te zijn. We zijn dolgelukkig. We hebben dezelfde levensvisie, dezelfde ideeën. We kunnen snel beslissen, we komen nergens op terug. We vertrouwen elkaar blindelings. Zij is de vrouw met wie ik honderd wil worden.

"Iedere avond, als ik mijn fiets in het schuurtje zet, voel ik het: dit is mijn plek, veilig en vertrouwd. Hier moet ik zijn."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Ik ben zo'n vader die voor zijn verjaardag niet veel meer weet te vragen dan een stukje zeep of een paar sokken. Ik heb alles. Ik heb een huis, ik heb een televisie, een cd-speler en nog tien andere apparaten. Ik ben gelukkig getrouwd, ik heb twee wolken van dochters... Wat zou ik nog moeten begeren? En macht, ik zei het je al, begeer ik al helemaal niet.

"Dat wil niet zeggen dat ik niet ambitieus ben. Ik wil ervoor zorgen dat de SP in de regering komt. Ik geloof dat onze samenleving erop vooruitgaat als de invloed van de SP groter wordt, en die is nu eenmaal het grootst als je partij zelf aan de knoppen zit. Ja, in dat geval zou ik de minister-president kunnen worden, maar daar ben ik absoluut niet mee bezig. Het is ook helemaal niet aan de orde. Ik zit hier nu en ik doe mijn uiterste best om het goed te doen. Als de partij morgen een betere partijleider heeft gevonden, sta ik overmorgen weer voor de klas."

Lees hier meer afleveringen van Tien Geboden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden