ReportageNieuw christendom

Elkaar verhalen vertellen voor verbinding en voedsel voor de ziel

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Ze noemen zich – soms in de verte – christen, en geven al zoekende een eigen interpretatie en vorm aan het christendom. Buiten de gebaande paden, los van hokjes en dogma’s. Wie zijn ze en wat delen zij? Vandaag: Verhalenhuis Utrecht.

Pauline Weseman

Deze avond kan niet anders beginnen dan met een verhaal. Verhalenverteller Gottfrid van Eck (59) vertelt. Over een boeddhistische monnik die te lang in een klooster blijft hangen. Die krijgt van zijn meester de opdracht te ontdekken hoe je een te vetgemest kuiken uit een pot krijgt. Gefrustreerd doordat hij het antwoord niet vindt, gaat het roer om. De monnik vertrekt. Precies wat de meester beoogde.

We zijn bij de tweede try-out van Verhalenhuis Utrecht, bij een verhalentafel met als thema ‘het roer om’, in een sober bovenzaaltje van Cultureel en Maatschappelijk Podium Kargadoor aan de Utrechtse Oudegracht. Het is net vóór de avondlockdown. Het regent en het is waterkoud. De ramen staan wijd open, zodat de ventilatiemelder niet op tilt slaat als het zuurstofgehalte coronatechnisch gezien te ver daalt.

De zes aanwezigen zijn op een enkeling na onbekenden van elkaar. Gedurende deze twee uur gaan mutsen op, sjaals om, jassen aan. De bar beneden is al dicht. En toch zijn ze hier, van binnen en buiten de kerk, op zoek naar ontmoeting, bezinning en verdieping, om elkaar verhalen te vertellen. “Mede naar de Afrikaanse Ubuntu-filosofie ‘ik ben omdat wij zijn’”, licht Van Eck toe bij de start. “Je deelt gevonden levenswijsheden die al in de groep zijn.” Voor John Meijerink (69) is het doel nog niet helemaal helder. Van Eck zoekt naar een antwoord. “Misschien zit het in het delen zelf. Ik herinner me hoe ik twee vluchtelingen uitvoerig sprak over hun leven. Het werd een ommekeer in mijn denken. Sindsdien zie ik het nieuws over vluchtelingen door hun ogen.”

Saskia Kipp geeft de pluim door aan Roel Bennink. Wie hem in handen heeft, is de baas en geeft hem daarna door. Beeld Werry Crone
Saskia Kipp geeft de pluim door aan Roel Bennink. Wie hem in handen heeft, is de baas en geeft hem daarna door.Beeld Werry Crone

Al het gezegde is vertrouwelijk

“Laten we het maar gewoon ervaren”, concludeert Van Eck. Maar niet zonder deze basisprincipes: iedereen is deelnemer, al het gezegde is vertrouwelijk, iedereen is baas over zijn verhaal, we laten elkaar uitpraten, we oordelen en interpreteren niet en stellen alleen verhelderende vragen. Een witte pluim – een eendenveer – gaat rond als talking stick. Wie hem in handen heeft, is de baas en geeft hem daarna door.

Tijdens het kennismakings- en opwarmersrondje over wat ‘je schoenen vandaag hebben gezien’ en ‘wat je hebt met verhalen’, vertelt deelnemer Roel Bennink (73) dat verhalen hem aanspreken omdat hij ze ziet als verbindingsmiddel in de ‘opkomende polarisering en versnippering in de maatschappij’. Meijerink leerde uit het boek Sapiens van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari dat ‘wij leven bij de gratie van het verhaal en de uitwisseling daarvan’.

In de eerste ronde komen verhalen aan bod over mensen in je omgeving die het roer omgooiden en die je bewondert. Van Eck trapt af en verhaalt over een vriendin die eerst als lesbische vrouw uit de kast kwam, daarna ging scheiden en nu transgender is. “Een voorbeeld van iemand die luistert naar haar innerlijke stem en daar consequenties aan verbindt.” Anderen noemen voorbeelden van een nicht en een zenmeester die innig tevreden zijn met een eenvoudiger leven, respect voor een vriend die koos voor euthanasie, bewondering voor een moeder die vijf kinderen groot bracht.

Na de pauze verschuift het vertellen over een ander – als veilige tussenstap buiten jezelf – naar een persoonlijk verhaal over wanneer het roer omging. En persoonlijk wordt het. De pluim maakt plaats voor een ijsvogel van aardewerk, als symbool van Van Ecks ommekeer naar een leven met meer aandacht voor ziel, adem en stilte, na een epileptische aanval als wake-up call vier jaar geleden.

Saskia Kipp (64) vertelt hoe haar fascinatie voor een fluitje van klei leidde tot een avontuurlijk leven vol reizen langs hobbymarkten en kostuums. Voor Meijerink leidde het tobben over de keuze tussen wereldreis of carrière als twintiger tot het inzicht dat slechts drie dingen belangrijk zijn in het leven: een jas als het koud is, een dak als het regent en eten als je honger hebt. “De rest is luxe.” En de liefde als vierde ding, vult Van Eck aan. Hij corrigeert zichzelf meteen met een hand voor zijn mond. “O nee, niet interpreteren.”

Gottfrid van Eck met een ijsvogel, symbool van Van Ecks ommekeer naar een leven met meer aandacht voor ziel, adem en stilte. Beeld Werry Crone
Gottfrid van Eck met een ijsvogel, symbool van Van Ecks ommekeer naar een leven met meer aandacht voor ziel, adem en stilte.Beeld Werry Crone

‘Waar haal je de kracht vandaan?’

En dan is het de beurt aan dramadocente Alda de Kruijf (67). Zij kreeg veel voor haar kiezen in haar leven, waaronder darmkanker en een scheiding. Het bijbelverhaal van Abraham die toch niet zijn zoon Isaak hoefde te offeren. Ter vervanging kwam er een ram als offerlam uit de struiken, voor haar een belangrijk verhaal over vertrouwen. De Kruijf vertelt hoe ze na de scheiding nauwelijks hulp kreeg van familie, wel van anderen. Ze schiet vol en verontschuldigt zich. “Dit was ik niet van plan.” De anderen luisteren aandachtig, stellen vragen. “Waar haal je de kracht vandaan?”

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Deze avond kan niet anders dan eindigen met een verhaal. Van Ecks compagnon bij deze opstart, Frans de Vette (77) van de Nationale Vertelschool, vertelt. Over een boeddhistische monnik die de enige inkomstenbron van een arme familie in het ravijn duwt: een koe die melk leverde voor kaas. Vijf jaar later brengt schuldgevoel de monnik daar terug. De arme familie blijkt rijk geworden. De ramp dwong hen tot creativiteit, en met succes. Waardoor dat kwam, vertelt het verhaal niet. Dat onbevredigt sommigen, maar daar gaat het misschien niet om. “We laten het hierbij”, zegt Van Eck en sluit af.

En, werd de bedoeling helderder bij Meijerink, wat deed deze avond hem? “Alleen al mijn verhaal vertellen in een groep vond ik spannend. Ik ben een individueel type, maar vond dit prettig. Door het uitwisselen ontstond een soort energieveld. Dat maakt dat je boven de feiten uitstijgt en verbinding maakt. Met Zoom lukt zoiets niet. Het verhaal van Alda raakte me. Hoe ga je ermee om als je zoveel meemaakt, wat zou ik doen? De les is voor mij dat veel rampen je kunnen overkomen, maar dat je er niet aan onderdoor hoeft te gaan.”

Kipp praat diepgaand na met Bennink over Meijerinks verhaal. Het zet hen aan het denken over wat echt nodig is in het leven. Kipp is ‘enorm’ geraakt door De Kruijf. “We kenden elkaar niet, nu voel ik verbinding. Dit is Alda, waar een verhaal aan vast zit. Verbinding is de oerkracht van verhalen.”

Verhalen als voedsel voor de ziel

Verhalenverteller en pastoraal theoloog Gottfrid van Eck dacht ruim twintig jaar dat het echte vertellen gebeurt op een podium, en dat deed hij ook. Maar nee, ontdekte hij pas recent, het gebeurt in het delen van persoonlijke verhalen. “Ik noem het empathische educatie: luisteren naar het verhaal van de ander, helpt je empathisch te worden. Ongemerkt leer je even in de schoenen van de ander te staan. Ook voel je je even niet alleen staan. Het verschil met een therapiegroep is dat je elkaar niet hoeft te helpen, de verhalen staan op zichzelf.”

Het eenvoudig uitwisselen van verhalen was de kern van zijn idee voor Verhalenhuis Utrecht, twee jaar geleden, geïnspireerd door het enige andere Verhalenhuis in Nederland, in Haarlem. Van Eck vond samenwerking met de oecumenische, progressieve Janskerk, onderdeel van de Protestantse Gemeente Utrecht. De Janskerk zoekt mee naar financiering en helpt met de invulling. Na twee try-outs wil hij vanaf het voorjaar regelmatig verhalentafels organiseren in de stad, buiten de kerk, zonder verborgen agenda zoals zieltjes winnen.

Het is de enige pioniersplek van de Protestantse Kerk in Nederland die iets met verhalen in deze vorm doet. “Iedereen vindt verhalen vertellen interessant, maar het staat in hele kleine kinderschoentjes. Verhalenhuis Utrecht is voor mij ook een poging menselijkheid terug te krijgen, tegenover alle debatten van nu. Elk mens valt, stoot zijn neus en krabbelt overeind. Dat delen is het meest menselijke dat we elkaar kunnen bieden. Bijna nergens delen we dat persoonlijke, in de maatschappij niet en in de kerk niet. We delen hooguit kleine stukjes. De kerk is te veel een rationele exercitie, vormelijk. Preken zijn voedsel voor het brein, bijna nooit voor de ziel. Er is wel zorg, maar vaak eenrichtingsverkeer.”

Het verhaal van de ziel dat vaker aan elkáár verteld mag worden, bevat volgens Van Eck een persoonlijk verhaal met plot, dilemma, zoektocht en de helpers en obstakels die je tegenkomt op je levensweg. Als kapstok gebruikt hij de reis van de held van de Amerikaanse literatuurwetenschapper Joseph Campbell (1904-1987). “Dit verhaal van de ziel is ondergesneeuwd in de kerk. We volgen te veel de apostel Paulus in plaats van Jezus of joodse rabbijnen met hun rijke traditie van parabels en verhalen.”

In evangelische kringen is verhalen vertellen al wel gewoner, beaamt Van Eck maar dat zijn ‘vaak bekeringsverhalen in een bepaalde mal waarbij iets opgelost moet worden’. “Het leven heeft nu eenmaal kronkelpaden, obstakels, een open einde. Het gaat mij om eerlijke verhalen. Wanneer je je verbindt met de ander, in dat kleine verhaal, voorbij grote woorden, is daar voor mij God.”

Lees ook:

Nieuw christendom

Lees hier eerdere afleveringen uit deze reeks. Zoals over christelijke meditatie, duurzame diaconie, christelijke yoga, christelijke wellness en het dansklooster.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden