Transplantatie van een varkensnier door een team van het Langone Transplant Institute in New York.

InterviewsNood breekt wet of onrein?

Een varkensnier als donororgaan: wat zeggen joodse en islamitische denkers daarover?

Transplantatie van een varkensnier door een team van het Langone Transplant Institute in New York.Beeld Reuters

Sinds kort kan een varkensnier een mensenleven redden. Maar hoe zit het met de ‘onreine’ status van het dier in het jodendom en de islam?

Marije van Beek en Lodewijk Dros

In de Verenigde Staten zijn medici er voor het eerst in geslaagd een genetisch gemanipuleerd orgaan van een dier naar een mens te transplanteren. De donor was een varken, het orgaan een nier. De operatie was geslaagd, aldus het medisch team van het Langone Transplant Institute van de universiteit van New York.

Transplantatie-experts spreken van een ‘mijlpaal’: een varkensnier die niet wordt afgestoten in een mens. De techniek staat nog in de kinderschoenen en roept morele vragen op. Mag een dier geofferd worden aan het leven van mensen – die ook van soortgenoten een orgaan zouden kunnen krijgen? En is het genetisch manipuleren van dieren voor dit doel toegestaan? Zorgt het inzetten van varkens voor groeperingen die deze dieren ‘onrein’ vinden voor extra problemen?

Wat hebben een joodse en een islamitische ethicus, in wiens tradities het varken als ‘onrein’ gezien wordt, hierover te zeggen?

Rabbijn Raph Evers  Beeld Mark Kohn
Rabbijn Raph EversBeeld Mark Kohn

De orthodoxe rabbijn Raph Evers: Alles voor het leven

“Je mag zeker een dier oogsten”, zegt de orthodoxe rabbijn Raph Evers stellig. Hij schreef in 1997 een boek over medische ethiek waarin hij de joodse do’s-and-don’ts op dat terrein verkende. Evers, die tegenwoordig in Israël woont, is positief over het Amerikaanse experiment. “Sterker nog: het is een mitswa, een gebod, als je er een leven mee kunt redden. Dieren zijn ons lief, de Thora kent ze rechten toe, maar je mag dierenlevens opofferen. Zij zijn namelijk geen drager van de goddelijke ziel, de mens staat op een hoger niveau. Laten we ons meer bekommeren om de honderden miljoenen dieren die voor de consumptie geslacht worden dan om het kleine aantal dat je aanwendt voor het redden van een mensenleven.”

Dan de diersoort die in het geding is. Varkens en joden, dat matcht niet lekker.

“Nee, hartstikke treife (onrein, red.)! Klassiek voorbeeld van een onrein dier. Het is bizar, dat begrijp ik ook wel. Maar in de Talmoed (rabbijnse teksten uit de vijfde eeuw, red.) staat geschreven dat de organen van het varken het meest lijken op die van de mens.”

Begin oktober meldde het Israëlische Rabin Medical Center een vinding die het afstoten van varkensorganen – nier, lever, long en hart – voorkomt. Het leidde niet tot protesten tegen het gebruik van het onreine dier, wel was er een zeer tevreden ministerie van gezondheid dat zo een eind zag komen aan wachtlijsten voor donororganen. “Het varken is de ideale donor.”

Dat beaamt Evers. “Een varken binnen joods of rabbinaal perspectief, het klinkt gek… maar varkens komen het meest in aanmerking om geoogst te worden.” Hij benadrukt dat het joodse verbod op het eten van varkensvlees niet absoluut is. “In levensgevaar mag het, moet het zelfs om je leven te redden. En dat geldt ook voor xenotransplantatie. Je móet je laten genezen en de arts moet hulp bieden. Alles voor het leven.”

Om dierlijke organen voor donatie geschikt te maken, kan het noodzakelijk zijn mensengenen in te brengen. In uw boek uit 1997 stelt u dat kruisen en enten niet zijn toegestaan.

“Dat is zo. Een ezel en een paard mag je niet laten paren. Maar je mag wel het resultaat – de muilezel – gebruiken. Net als bij de citroen die gekruist wordt met een sinaasappel: dat is een grapefruit die ik graag lust. Maar ik geloof niet dat de argumenten tegen kruising bij genetische manipula­tie van toepassing zijn.”

Modificatie speelt, licht Evers toe, op ‘moleculair niveau, onzichtbaar voor het menselijk oog’. Hij verwijst naar de Amerikaanse rabbijn Moshe Fein­stein, overleden in 1986. “Hij heeft uitge­maakt dat microscopische gegevens voor de joodse wet niet tellen.”

Is genetische manipulatie geen ongeoorloofde ingreep in wat God geschapen heeft?

“Nee. De genenchirurg is er niet op uit om de Schepping te veranderen. G’d heeft de wereld opzettelijk onvolmaakt geschapen om de mens de kans te bieden om haar als G’ds partner te vervolmaken.

“Dit medisch handelen is een noodzakelijke bijsturing. Al heb ik zelf wel moeite met het mengen van menselijk en dierlijk materiaal, G’d staat het creëren van organen als deel van een genezingsproces toe. Zelfs als in de Thora had gestaan ‘gij zult geen menselijke genen gebruiken tegen het afstoten van die organen’, dan zeg ik nog: het leven heeft prioriteit.”

Stel, uw nieren begeven het, maar er is een remedie. Dan loopt er straks een rabbijn met een varkensnier rond.

So what? Ik zeg eerlijk: ik zou liever een menselijke donor hebben, en ik zou het niet aan de grote klok hangen. Maar ik wil leven. Daar gaat het om.”

Ethicus Mohammed Ghaly. Beeld Universiteit Leiden
Ethicus Mohammed Ghaly.Beeld Universiteit Leiden

Islamitisch ethicus Mohammed Ghaly: ‘Als een varkensorgaan de enige mogelijke uitweg biedt, geldt nood breekt wet’

Kun je als moslim een varkensnier in je lichaam laten transplanteren? Voor de islamitische ethicus Mohammed Ghaly, verbonden aan de universiteit van Hamad Bin Khalifa in Qatar, begint die morele kwestie bij de vraag of je überhaupt dieren mag gebruiken om mensenlevens te redden. “Het islamitisch denken maakt een onderscheid tussen mens en dier. Er is sprake van een hiërarchie, die sterk overeenkomt met de zijnsorde van de Griekse filosofen.”

Onderaan groeien de planten, waar dieren op leven, en mensen leven op dieren, legt Ghaly uit. “De mens heeft een moreel hogere status dan dieren, en daarom is het religieus toegestaan om dieren op te offeren voor het welzijn van mensen. En dat betekent dat we ze ook kunnen gebruiken als geneesmiddel.”

En wat als je daarvoor varkens nodig hebt?

“Nou, een varken is islamitisch gezien niet een gewoon dier. De theologie gaat uit van drie groepen dieren: ten eerste de dieren die je mag slachten en eten, zoals schapen en koeien, ten tweede de dieren die je niet kunt eten maar die niet onrein zijn, zoals katten, en ten derde de dieren die je niet kunt eten én die ritueel onrein zijn. Varkens en honden horen tot die laatste categorie.

“Als je vraagt: mogen wij organen van een varken gebruiken als geneesmiddel? Dan zou ik zeggen: wie stelt de vraag? Is het een islamitische patiënt wiens leven op het spel staat? En is het orgaan van het varken de enige mogelijke uitweg? Dan hebben we een regel in de islam die heet ‘Nood breekt wet’. Het consumeren van een varken is in principe verboden. Maar in dit geval is het toegestaan, want dit is het enige veilige geneesmiddel voor jou.

“Maar als een wetenschapper die met deze medische ontwikkelingen bezig is zich afvraagt of hij een varken mag gebruiken, is het een iets ander verhaal. Die zou als eerste moeten kijken of je de organen van een dier uit de eerste categorie kunt gebruiken, of, als dat niet mogelijk is: een dier uit de tweede categorie. Pas als dat allemaal niet lukt, ga je met de varkens en honden werken.”

Denkt u dat de wetenschappers dat gedaan hebben?

“Ik denk het niet, nee. Wat ik wel weet, is dat ze varkens gekozen hebben om een reden: de genetische structuur van dit dier staat heel dicht bij die van een mens. Daardoor is de kans op afstoting minimaal. En de zwangerschapsperiode van het varken is kort, dus je kunt snel veel varkens ontwikkelen.”

Zijn er geen islamitische geleerden die moeite hebben met orgaandonatie?

“Jawel. Over orgaantransplantatie is sinds de jaren vijftig een discussie gaande onder islamitische geleerden. Er zijn ontelbare fatwa’s over gepubliceerd. Het overgrote deel zegt: orgaantransplantatie is toegestaan, onder bepaalde voorwaarden. Zoals dat de menselijke waardigheid niet aangetast mag worden. Er moet bijvoorbeeld geen sprake zijn van onnodige mutilatie, of van financiële compensatie. Hierbij speelt mee dat islamitisch gezien de waarde van een mens niet afneemt nadat je dood bent gegaan. Dus een levenloos lichaam moet je met evenveel respect bejegenen.

“Een kleine minderheid van geleerden, met name uit Pakistan en Egypte, is er op tegen. Hun argumenten zijn altijd geweest dat de mens die speciale positie heeft in de schepping. Dus als je zou vragen: wat als het orgaan van een dier komt? Dan kan het goed zijn dat ze zeggen: dán is het geen probleem.

“Er is zelfs een Pakistaanse geleerde, Muhammad Shafi, die in de jaren zestig een boek over orgaantransplantatie geschreven heeft. Hij zei in dat boek letterlijk: als wij het voor elkaar kunnen krijgen dat we een orgaan kunnen krijgen van een dier in plaats van dat van een mens, dan zou dat toegestaan zijn. Het kan zijn dat ze toch nog problemen zien bij het transplanteren van een orgaan van een varken of hond in je lichaam. Maar er is een kans dat ze het dus als een beter alternatief zien voor donatie van menselijke organen.”

Lees ook:

Massaal ‘nee’ van Turkse en Marokkaanse Nederlanders tegen orgaandonatie

In vergelijking met twee jaar geleden zeggen twee keer zo veel mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst nee tegen het doneren van organen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS).

Bij orgaandonatie zoekt soort naar soort

Niet-westerse allochtonen zijn niet erg geneigd om donor te worden. Vertellen dat je je eigen groep kunt helpen, verandert de zaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden