Wonderendienst van Evangelist Jan Zijlstra (leider van De Levensstroom Gemeente in Leiderdorp) in Jan Massinkhal.

I.M.Jan Zijlstra

Een terugblik op het leven van gebedsgenezer Jan Zijlstra: ‘Zijn scherpe randjes kwamen hem duur te staan’

Wonderendienst van Evangelist Jan Zijlstra (leider van De Levensstroom Gemeente in Leiderdorp) in Jan Massinkhal.Beeld Hollandse Hoogte / Bert Beelen

Vorige week overleed de evangelist en gebedsgenezer Jan Zijlstra. Theoloog Alain Verheij, lid van het Theologisch Elftal van Trouw, was een aantal jaren trouw kerkganger bij Zijlstra. Hij blikt terug op diens leven.

Ik was twaalf jaar oud toen mijn gepensioneerde grootvader de genezingsdiensten van evangelist Jan Zijlstra begon te bezoeken. De rest van onze keurig protestantse familie was sceptisch en wilde geen volksverlakkerij bijwonen, maar opa was vasthoudend. Een voor een zwichtten wij voor zijn uitnodigingen, en gingen wij met hem mee naar De Levensstroom in Leiderdorp. Mijn moeder, mijn grootmoeder, mijn tante en mijn oudste neef waren erbij – de volwassen mannen bleven liever bij de jongste kinderen thuis.

De Levensstroom was in 1992 opgericht door Zijlstra zelf. Dat was een noodgedwongen initiatief. De als hervormde slagerszoon opgegroeide Zijlstra (geboren in 1938) belandde in de jaren vijftig in de pinksterkerk van evangelist Johan Maasbach. In de ruim drie decennia die volgden ontpopte hij zich tot charismatisch prediker onder de vleugels van deze pinksterlegende. Na al die tijd kwam het echter tot een conflict tussen Maasbach en Zijlstra. De escalatie van deze tweespalt vond plaats tijdens een kerkdienst, die van begin tot einde gefilmd is en nog altijd online te vinden is. “Zijn dagen zijn geteld”, zegt Maasbach over Zijlstra, voordat hij een ouderling een ‘snotaapie’ noemt. “Wat bent u een walgelijke man. Een walgelijke man bent u, bah!”, roept Zijlstra even later uit, in vibrato met zijn karakteristieke hoge stem.

Van die historie wist ik niets toen ik zijn kerkgebouw voor het eerst betrad. Het was een ruim opgezette zaal waar de vlaggen van vele landen boven het podium hingen. Aan de muren prijkten banieren met teksten als ‘Ga richting Jezus, ga richting het wonder’, en ‘De Heer is hier’. Mijn moeder wees me op die laatste tekst en zei met hoorbare emotie in haar stem: “Kijk eens. Mooi, hè.” Daarna zou ik haar, mijn tante en mijn oma nooit meer terug kennen, want binnen een uur stonden ze huilend voorin de zaal om hun harten aan Jezus te geven.

Iedereen die er kwam geloofde in het wonder

De reddings- en genezingsdiensten van Jan Zijlstra waren van begin tot einde ingericht op de mogelijkheid tot verandering. Iedereen die er kwam, en dat waren mensen van alle kleuren, leeftijden en maatschappelijke klassen, geloofde in het wonder. Dat was de kracht van zijn werk. Wie tussen al die wandkleden ging zitten, betrad een ruimte waar de regels van buiten niet golden. In de regel zie je minder wonderen gebeuren als je je ogen er niet voor open houdt. In het huis van Zijlstra had iedereen er oog voor, en waarschijnlijk was dat ook weer iets te veel van het goede.

null Beeld Hollandse Hoogte / Jean-Pierre Jans
Beeld Hollandse Hoogte / Jean-Pierre Jans

Na een lange tijd van zingen en een lange toespraak van de evangelist waarvan ik me niets meer herinner, mochten alle zieken naar voren komen voor een gebed. Er ontstond altijd een flinke rij. Jan Zijlstra vroeg ze een voor een waaraan ze leden, legde zijn handen op hen en sprak een gebed uit. Dit was een praktijk die Zijlstra levenslang controverses opleverde. Zowel de Vereniging tegen de Kwakzalverij als de ​​Inspectie voor de Gezondheidszorg, maar bijvoorbeeld ook PvdA-Kamerlid Khadija Arib maakte zich in de loop der jaren zorgen over de valse hoop die geboden werd aan zieke gelovigen.

Hoeveel wonderen er onder Zijlstra’s handen gebeurd zijn, daarover zullen de meningen verschillen. Dat er wel degelijk iets bijzonders kon gebeuren tijdens die genezingsdiensten, lijdt bij mij geen twijfel. Mensen mogen voor zichzelf bepalen hoe ze de vele vage genezingsverhalen en grotere genezingsclaims duiden, maar enkele onverklaarbare mirakels zijn goed gedocumenteerd. Daar zorgde Zijlstra wel voor.

Scherpe intuïtie op het gebied van marketing

Want allang voordat vele kerken noodgedwongen de pandemie trotseerden met nieuw aangeschafte camera’s, gaven Zijlstra en zijn medewerkers videobanden en dvd’s uit van al hun samenkomsten. Als een ernstig zieke zich bij hem meldde voor een gebed, wilde de evangelist dat er een goede foto werd gemaakt van Zijlstra met de zieke. Die kon dan later worden gebruikt in het door hemzelf geredigeerde magazine. De man had, zoals zoveel evangelisten, een scherpe intuïtie op het gebied van marketing. Dat gaf zijn werk iets tweeslachtigs. Bij elk gebed werd benadrukt dat niet Jan Zijlstra, maar Jezus Christus de genezer was. Toch is het Zijlstra die op alle beelden prijkt in getuigenissen over wonderbaarlijke genezingen.

Mijn familie en ik bleven terugkomen naar De Levensstroom. We namen er onze vrienden mee naartoe, vertelden onze kennissen over alle wonderen, en maakten onszelf al snel onmogelijk in het kerkelijke thuisfront. Ons leven lang hadden wij geloofd, zeiden we tegen iedereen die er enigszins naar wilde luisteren, maar nu waren we tot lévend geloof gekomen. We lieten ons overdopen in de gemeente van Jan Zijlstra. Toen ik kopje onder werd geduwd door een oudste, las hij mijn dooptekst voor. ‘Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst’, stond er. “Dit is een roeping, jongeman”, zei Zijlstra tegen mij. Zo werd ik door hem op het pad gezet dat uiteindelijk zou leiden tot het Theologisch Elftal van deze krant.

Jan Zijlstra tijdens een gebedsgenezingen in de FEC Expo hallen. Beeld Trouw
Jan Zijlstra tijdens een gebedsgenezingen in de FEC Expo hallen.Beeld Trouw

In de jaren dat mijn familie en ik zijn diensten bezochten, was Jan Zijlstra druk bezig met een grootschalig nieuwbouwproject voor zijn kerk. Er was in totaal bijna tien miljoen euro voor nodig, en dat liet de Godsman merken ook. Voordat hij voor een zieke bad, kon hij onbeschaamd wijzen op de waarde van haar ring. Er was een speciaal offerkistje waar men sieraden kon inleveren ten behoeve van het nieuwe gebouw. Deze megacollecte is uiteindelijk geslaagd. Tijdens de bouw en inrichting van zijn grote droom liep Zijlstra met veel oog voor detail onvermoeibaar rond om met aanwijzingen te strooien. Daarbij deinsde hij er niet voor terug, zich een flinke portie autoriteit aan te meten. Iedereen werd aan het werk gezet, en Zijlstra’s woord was wet op alle gebied. In verschillende herdenkingen hebben zijn rouwende naasten hem afgelopen week met een generaal vergeleken. Dat deden ze liefkozend, maar het kenschetst een karaktertrek van Zijlstra waarmee hij niet altijd vrienden maakte.

Scherpe randjes

Zijn scherpe randjes kwamen de gebedsgenezer duur te staan. Van zijn kerkgebouw heeft Zijlstra uiteindelijk maar een paar jaar plezier gehad, totdat hij in 2013 door zijn eigen opvolgers voortijdig uit het ambt werd gezet. Dit echtpaar vond het onmogelijk om De Levensstroom te bestieren, terwijl de oprichter er ook nog rondliep, officieel in een vrije rol, maar in de praktijk met vele vingers in de pap. Ze zetten hem uit zijn ambt als ‘apostolisch overziener’. Zijlstra zelf noemde dit een ordinaire coup, maar de rechter stelde zijn opponenten in het gelijk. Voor die tijd hadden meerdere protegés het schip al verlaten om hun eigen gemeenten te stichten, op afstand van de dominante mentor. Een van hen, Arno van der Knaap, was er al bij toen ik voor het eerst in aanraking kwam met de Levensstroom en Zijlstra’s werk.

In Van der Knaaps rol in de genezingsdiensten zag je destijds de kracht en zwakte belichaamd van de bediening van Jan Zijlstra. De evangelist beschikte over een gigantisch retorisch talent. Hij kon Bijbelverhalen of persoonlijke verhalen vertellen op zo’n levendige manier, dat mijn gereformeerde familie daarna nooit meer een preek in een doorsnee PKN hoefde te horen. Tijdens die preken van Zijlstra moest Van der Knaap het vaak ontgelden: als hij niet met glaasjes water richting de droog gepreekte keel van de spreker moest lopen, moest hij wel op het podium de ezel naspelen waarop de zwangere Maria naar Bethlehem reisde. Ik kan me iets voorstellen bij de redenen waarom de leerling uiteindelijk voor zichzelf is begonnen.

Beide mannen waren wijs genoeg om van deze verwijdering geen tweede Maasbach-schandaal te maken. Wie hun namen opzoekt op internet, vindt een filmpje van minder dan een jaar oud waarin Zijlstra en Van der Knaap hun onderlinge liefde uitspreken en elkaar het avondmaal toedienen. Een openbare verzoening, met Jan Zijlstra’s kenmerkende gevoel voor drama volledig gelivestreamd en online gezet. Tijdens die sessie verzoent de zichtbaar ouder en broos geworden evangelist zich ook met zijn grootste valkuil: dat zijn gelovige visioen hem zó helder voor ogen stond, dat alles en iedereen gereduceerd dreigde te worden tot een decorstuk van Zijlstra’s epische reddings- en genezingsshow.

‘Pastorale draaikolk’

Zijn onverbiddelijke geloof in redding en genezing zorgde er ironisch genoeg voor dat er veel mensen zijn die juist genezen moesten worden van hun ontmoeting met Zijlstra. De meeste zieken in zijn samenkomsten bleven namelijk ziek, en moesten hun teleurgestelde verwachting een plekje zien te geven. Dat Zijlstra een boek schreef met de titel 50 hindernissen op weg naar genezing hielp daarbij niet. De suggestie van zo’n boektitel is dat gelovigen hun ziekte vaak aan hun eigen ongeloof of zonde te danken hebben. Theoloog Kees van der Kooi noemde die gedachtegang een ‘pastorale draaikolk’. Beter is het om eerlijk te stellen dat een wonderlijke genezing een verrassende uitzondering is – niet de regel.

Sinds zijn verbanning uit De Levensstroom verloor mijn familie Zijlstra een beetje uit het oog, en ikzelf ben met mijn theologisch werk ver afgedreven van de Pinksterkerk. Zijlstra ging onvermoeibaar door met genezingsdiensten, voortaan onder de vlag van ‘Wings of Healing’ in Warmond. Toen mijn opa twee jaar geleden kanker kreeg, wilde hij nog eenmaal zo’n genezingsdienst bijwonen. De grootvader die zijn hele nageslacht op het spoor van een charismatisch geloof zette, genas daar niet en overleed niet lang daarna aan zijn ziekte. Ditzelfde geldt nu ook voor Jan Zijlstra, die aan het coronavirus overleed. Tijdens hun leven wezen de mannen vol passie op het wonder, maar in hun sterven moesten ze bekennen dat niet alle zieken hoeven te rekenen op genezing. Laat ik, in het licht van die nuchtere realiteit, het stokje maar van hen overnemen en stamelend maar vastberaden hun overtuiging herhalen dat verandering mogelijk is, en de wonderen echt de wereld niet uit zijn.

Lees ook:

VU brengt ‘onverklaarde’ gebedsgenezingen in kaart

De Vrije Universiteit buigt zich over een van de meest omstreden thema’s in de medische wetenschap: wonderlijke genezingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden