null

InterviewRabbijn Raphael Evers

‘Een rabbijn begint na zijn pensionering pas echt met leven’

Beeld Mark Kohn

Raphael Evers, een van de bekendste rabbijnen van het land, emigreert naar Israël. Niet om het antisemitisme in Europa te ontvluchten. ‘Israël zal het middelpunt worden van een steeds hevigere strijd. Die uitdaging wil ik aangaan.’

Nico de Fijter

Raphael Evers was dertien jaar oud toen de Zesdaagse Oorlog uitbrak. ­Israël streed tegen Egypte, Syrië en Jordanië. Thuis en op school, het Joodse Maimonides in Amsterdam, stond de radio de hele dag aan. “Mijn moeder huilde onafgebroken, ik krijg de tranen in m’n ogen als ik er aan terug denk. Dit ging om ­Israël, het heilige land, ons heilige land. We voelden ons zó verbonden met alles wat in Israël gebeurde.”

Evers – hij is inmiddels 67 – werd opgevoed met de Thora in handen, de eerste vijf boeken van de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel. “Dan stond ik op een voetbalveldje met vrienden een balletje te trappen, werd ik door mijn moeder van het veld gehaald: tijd om meer over de Thora te leren.”

Wie is Rafael Evers?

Raphael Evers (geboren in 1954) woonde bijna zijn hele leven in Amsterdam. Hij is de oudste zoon van Bloeme Evers: zij was decennialang een prominent gezicht in de Joodse gemeenschap in Nederland. In de oorlog werd ze naar Auschwitz gedeporteerd, als enige van haar familie overleefde ze de holocaust. Ze deed veel onderzoek naar onderduikkinderen, doceerde aan de Universiteit van Amsterdam en zette zich in voor vrouwenrechten.

Raphael studeerde psychologie en fiscaal recht en werd opgeleid tot rabbijn. In 1989 kreeg hij zijn rabbinale bevoegdheid. Van 1990 tot 2016 was hij rabbijn, verbonden aan het orthodoxe Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, en werd hij een van de bekendste gezichten van Joods Nederland. Hij was rector van het Nederlands Israëlitisch Seminarium. In 2016 werd hij opperrabbijn van de Joodse gemeente in Düsseldorf. Die taak legt hij nu neer.

Raphael Evers is een van de bekendste orthodoxe rabbijnen van Nederland. Zondag stapt hij met zijn vrouw Channa op het vliegtuig naar Israël. Daarmee voegen ze zich in de lange stoet Joden die vanuit de ­hele wereld naar Israël emigreren.

In de Thora, zegt Evers, gaat het eigenlijk doorlopend over Israël. “De Thora is in zekere zin één grote reis naar het heilige land. Het Jodendom heeft daardoor een zeer sterke gerichtheid op Israël. Abraham die door God geroepen werd: ga naar het land dat ik je zal tonen, naar Israël. De aartsvaders leefden er. Het Joodse volk dat te werk gesteld was in Egypte: ze verlangden naar Israël. Mozes leidde het volk veertig jaar door de woestijn naar Israël.”

Dat Evers zelf ook ooit naar Israël zou vertrekken: het stond eigenlijk al sinds zijn kindertijd vast. “Iedereen had die hoop: naar Israël. In de jaren zeventig was het ideaal: dokter worden en in een kibboets gaan werken. Een heel idealistische tijd, Israël was nog een bolwerk van socialisme. Mijn moeder wilde ook naar Israël, haar hele ­leven lang. Ze vertrok uiteindelijk pas in 2016, kort voor het einde van haar leven.”

Evers is even stil, en zegt dan: “En nu gaat het voor mij gebeuren. Ik ben gespannen, het emotioneert me zeer. Naar Israël vertrekken – op alia gaan, zo noemen we het, alia betekent opgang – het is altijd mijn droom geweest. Ik ben talloze malen in Israël geweest, maar nu – nu blijven we er voorgoed.”

U droomt uw hele leven al van een vertrek naar Israël. Toch heeft het 67 jaar geduurd.

“Ja, maar je moet ook je roeping volgen. En die lag in Nederland. Het Nederlandse Jodendom had recht op mijn aandacht. Na de oorlog dacht iedereen dat het helemaal gedaan was met het Joodse leven in Nederland. Het moest opnieuw worden opgebouwd. Daar heb ik geprobeerd aan bij te dragen. Dat was mijn roeping. Bovendien: Israël is ook een belofte, waar je naartoe moet groeien.

“Ik zie er zeer naar uit om in Israël te leven. Een rabbijn begint na zijn pensionering pas echt met leven. Door de ervaring die je hebt opgebouwd, door je levenswijsheid. Ik ga onderwijs geven, veel met mensen praten, er zijn Nederlands- en Duitstalige groepen die ik wat kan proberen bij te staan. Ze zeggen wel: rabbijnen naar Israël brengen is als water naar de zee dragen. Iedereen in Israël is rabbijn of denkt dat-ie rabbijn is. Maar ik hoop dat ik een steentje kan bijdragen.

“Zes van onze tien kinderen wonen al in ­Israël. Het is natuurlijk heel fijn om dichtbij hen en onze kleinkinderen te zijn. In de coronatijd hebben we via Zoom de besnijdenis van onze jongste kleinzoon meegemaakt. Dat was mooi om te zien, maar het is natuurlijk toch afstandelijk. Je moet erbij zijn. Dat zeg ik ook over Israël: je moet er zijn, je moet het voelen. Dan wordt het pas echt.”

U verwees al naar de lange reis van het Joodse volk door de woestijn, onder aanvoering van Mozes. U hebt jarenlang in Nederland gewerkt als rabbijn, en de laatste vijf jaar als opperrabbijn in het Duitse Düsseldorf. Was dat uw woestijntijd?

“Nou, ik was wel een soort roepende in de woestijn. Eigenlijk wil ik niet eens beginnen over antisemitisme, maar het moet. Ik ben heel veel met de bestrijding van antisemitisme bezig geweest: uitleggen, gesprekken aangaan, werken aan de interreligieuze dialoog. Voetbalwedstrijdjes met Joden en moslims organiseren. Discussieavonden. Hoeveel interreligieuze barbecues ik niet heb meegemaakt: de helft van het eten halal, de andere helft koosjer. En ik denk dat het ook echt wel iets doet, als mensen zien dat een vrome imam en een vrome rabbijn op respectvolle en vriendelijke wijze met elkaar in gesprek gaan. Maar toch is het antisemitisme ongemeen sterk toegenomen.

“Kijk, dat ik op straat word nagekeken alsof ik van Mars kom, dat ik word uitgescholden, nageroepen – dat is al decennialang aan de gang. Als je met een keppeltje buiten loopt, valt dat op. Maar dat is wie ik ben. Als rabbijn ben je heel intensief met de joodse religie verbonden. De Joodse identiteit is heel sterk, het doordrenkt mijn hele leven.

null Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

“Mijn moeder – die Auschwitz overleefde – heeft in de jaren voor haar dood gezegd dat het antisemitisme kort voor de Tweede Wereldoorlog minder openlijk aanwezig was dan in deze tijd. Vooral online is het vreselijk. Ik spreek met jonge mensen uit mijn gemeente in Düsseldorf die wegblijven van sociale media vanwege al het antisemitisme dat daar welig tiert. Of ze zeggen tegen hun ouders: ‘Papa, mama, ik wil niet meer Joods zijn’.”

Waar komt het antisemitisme van deze tijd vandaan, denkt u?

“Het is er. Antisemitisme zit in de mens. Onder Hitler richtte het zich op het ras, in andere tijden ging het vooral om de religie, en nu heeft de Jodenhaat vooral te maken met het bestaan van de staat Israël. Als er strijd wordt geleverd tussen Israël en Hamas, dan merk je dat hier in Europa onmiddellijk. Dan laait het op, nóg feller. En het wordt aangewakkerd door islamitische groeperingen uit het Midden-Oosten die ons niet gunstig gezind zijn. Kijk, je kan kritiek leveren op Israël zo veel je wilt, maar antisemitisme betekent uiteindelijk dat je een groep mensen het recht ontzegt om hun leven te leiden.

“Maar dat antisemitisme er nog steeds is, en sterker aanwezig lijkt dan ooit tevoren, terwijl slachtoffers van de Holocaust nog in leven zijn – het is eigenlijk onbegrijpelijk. Ondanks alle pogingen die ondernomen zijn om het tegen te gaan, ondanks alle educatie over de Holocaust, ondanks de interreligieuze dialoog, ondanks wetgeving die racisme moet tegengaan.

“Ik bespeur bij mijn religiegenoten een bepaalde vermoeidheid: wil je nog wonen in een land waar je doorlopend politiebescherming nodig hebt? Joodse scholen hier zijn vestingen geworden. Ik ken Joodse mensen die dat niet langer verdragen en die daarom afhaken.

“Als ik dan aan mijn moeder denk, aan wat zij heeft meegemaakt: het wordt me bang te moede. Het lijkt soms wel of alle inzet een omgekeerd effect heeft: hoe harder je vecht, hoe moeilijker het wordt. Maar let wel: antisemitisme, haat tegen de Joden, ­bedreigt niet alleen de Joden. Het bedreigt Europa, het bedreigt de vrijheden die hier in de voorbije eeuwen bevochten zijn. Antisemitisme is een vorm van agressie tegen het vrije Westen. Dat treft uiteindelijk iedereen die hecht aan vrijheid, compassie en menselijkheid.”

Ook al is hij van mening dat het voor Joden in Europa steeds moeilijker zal worden, toch, zegt Evers, is zijn vertrek uit Europa geen vlucht. Dat hij op alia gaat, heeft vooral theologische redenen.

Evers put daarvoor uit de Talmoed (het voor Joden zeer belangrijke boek met commentaren van rabbijnen op de Hebreeuwse Bijbel) en andere belangrijke Joodse geschriften, zoals de Zohar, die bestaat uit mystieke commentaren op de Thora. Daaruit haalt hij dat de Joden vijf keer door een zogenoemde galoet gaan, voordat de Messias komt. Galoet betekent diaspora. De eerste galoet was de Babylonische ballingschap, die uitgebreid in de Bijbel beschreven staat. De vierde begon tijdens het Romeinse Rijk.

“En nu leven we in de overgang van de vierde naar de vijfde galoet”, zegt Evers. “Dat wordt de galoet van Jismaël en dat zal een tijd zijn waarin Israël het zwaar te verduren zal krijgen.” Jismaël – in het Oude Testament ook wel Ismaël genoemd – is de zoon van Abraham en halfbroer van Isaak. Isaak werd een van de aartsvaders van het Jodendom, Jismaël werd weggestuurd, en wordt gezien als de voorvader van de Arabieren en van de profeet Mohammed. “Er is van begin af aan een zekere vijandschap geweest tussen Jismaël en Isaak”, zegt Evers. “En die vijandigheid zal sterker worden.”

U bedoelt dat de verhouding tussen Joden en moslims zal verharden?

“Ja. Kijk maar naar wat er in het boek Genesis over Jismaël staat, in hoofdstuk 16. ‘Een wilde ezel van een mens zal hij zijn: hij schopt iedereen, iedereen schopt hem. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven.’ ­Israël wordt het middelpunt van die strijd. Waarbij de dreiging van alle kanten komt. Dat zie je al gebeuren: kijk naar de ontwikkelingen in Europa, naar de Israël-vijandige houding van de Verenigde Naties, naar Iran dat uit is op de vernietiging van Israël, naar Amerika dat te weinig doet om dat tegen te gaan. Ook in het Amerikaanse Congres gaan mensen tegenwoordig tekeer tegen ­Israël.”

Er is bepaald geen eensgezindheid onder ­orthodoxe rabbijnen over die theologische benadering. Uw opvatting, die uit de kabbala, de Joodse mystiek, afkomstig is, is niet wijdverbreid.

“Dat klopt. Maar dit is wat ik zie gebeuren. Het is aan het escaleren. En ja, dat kan oorlog betekenen, waarbij het Oosten en het Westen optrekken tegen Jeruzalem. Uit de Joodse geschriften kunnen we concluderen dat dat een zeer hevige en zeer korte oorlog zal zijn. De link met atoomwapens is dan snel gelegd. Israël heeft ook atoomwapens. Je moet er niet aan denken dat die… Nu ja, als God niet ingrijpt, dan kan het totaal uit de hand lopen.”

U verlaat West-Europa, waar het volgens u voor Joden steeds moeilijker wordt, en u vertrekt naar Israël, waar het volgens u ­hevig mis kan gaan.

“Ik wil die uitdaging aangaan. Ik wil bij mijn broeders en zusters zijn. Maar ik geloof ook dat de Joodse staat niet zal breken. Het Joodse volk is er nog steeds, ze hebben het er niet onder gekregen.”

Waar hij en zijn vrouw precies gaan wonen weet de rabbijn nog niet. “We verblijven eerst een tijdje bij een van onze zoons en zijn gezin. We hebben in coronatijd geprobeerd om op afstand een huis te zoeken: wij keken online en als het ons wat leek, vroegen we aan onze kinderen in Israël om er te gaan kijken. Maar dat werkt niet, vooral omdat mijn vrouw een huis wil voelen voordat ze er ja tegen zegt.

“En bovendien: Israël is duur geworden. De kosten van het levensonderhoud zijn er hoger dan in Europa. Jaren terug kon je met een Nederlands salaris in Israël nog leven als een koning. Die tijd is echt voorbij. Ik hoop dat we een mooie plek vinden in Jeruzalem, het oog van het universum, de navel van de wereld, het epicentrum van het Jodendom.”

Lees ook:

Waar komt de nieuwe Jodenhaat vandaan?

Antisemitisme is een groeiend probleem in Europa. Waar komt het vandaan en wie zitten erachter?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden