In de leegstaande Sint-Willibrorduskerk in Zeilberg (gemeente Deurne) is nu een sportschool gevestigd.

Nieuws Herbestemming kerken

Een op de vijf Nederlandse kerken is geen kerk meer

In de leegstaande Sint-Willibrorduskerk in Zeilberg (gemeente Deurne) is nu een sportschool gevestigd. Beeld Lars van den Brink

Het is in veel steden en dorpen een gevoelige discussie: wat te doen met een leegstaande kerk? Trouw bracht in kaart hoeveel kerkgebouwen Nederland telt en hoeveel daarvan een nieuwe bestemming hebben gekregen. Katholieke kerken blijken strengere voorwaarden te stellen aan herbestemming dan protestante. 

Een op de vijf kerkgebouwen in ons land is niet meer in gebruik als kerk. Van de bijna 6900 kerken in Nederland hebben een kleine 1400 een nieuwe bestemming gekregen. De meeste herbestemde kerken hebben nu een culturele of maatschappelijke functie, zijn veranderd in een woonhuis of appartementencomplex, of zijn in gebruik als bedrijfsruimte. Dat blijkt uit onderzoek van Trouw.

Tot nu was er geen goed overzicht van het aantal kerkgebouwen en herbestemmingen in Nederland, ondanks de vaak emotionele discussie over hoe de toekomst van dit religieus erfgoed kan worden veiliggesteld. In veel steden en dorpen wordt soms jarenlang gediscussieerd en geprocedeerd over wat er met de kerkgebouwen moet gebeuren als geloofsgemeenschappen ze niet langer kunnen onderhouden. Omdat het om bijzondere gebouwen gaat die zich lang niet altijd eenvoudig laten aanpassen, verloopt herbestemming vaak moeizaam.

Door ontkerkelijking en vergrijzing zullen in de komende jaren nog honderden of zelfs duizenden kerkgebouwen leeg komen te staan, verwachten deskundigen. Gezien de vaak centrale en gezichtsbepalende ligging van kerken heeft die grootschalige herbestemming van de gebouwen grote invloed op dorpen, wijken en steden.

Religieuze functie

Kardinaal Eijk voorspelde vorig jaar dat in het aartsbisdom Utrecht over tien jaar nog hooguit 15 van de 280 kerken in gebruik zullen zijn. CIO-K, de organisatie die namens de kerken in Nederland bij de overheid aan tafel zit, schatte in 2016 dat 30 tot 80 procent van de kerken zijn religieuze functie zal verliezen. De vraag is of al dat religieus erfgoed behouden kan blijven.

Trouw combineerde in het onderzoek naar herbestemming van kerken de gegevens van architectuurhistoricus Herman Wesselink (die promoveerde op een onderzoek naar Nederlandse kerkenbouw tussen 1800 en 1970), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de door vrijwilligers bijgehouden online database Reliwiki en een lange reeks aan andere online bronnen.

Nederland telt in totaal een kleine 6900 kerkgebouwen, blijkt uit het onderzoek. De ruim 1200 kerken van voor het jaar 1800 zijn vrijwel allemaal rijksmonumenten. Van deze panden is 20 procent herbestemd. Die herbestemde kerken hebben voor het overgrote deel (80 procent) een culturele of maatschappelijk functie gekregen, bijvoorbeeld als wijkcentrum, museum of theater.

Culturele of maatschappelijke bestemming

Het percentage herbestemmingen van kerken die zijn gebouwd tussen 1800 en 1970 ligt duidelijk hoger: een kwart van die ruim 4600 gebouwen kreeg al een andere functie. Van die herbestemde kerken werd een derde verbouwd tot woning of appartementencomplex. Zo’n 20 procent is op een cultureel of maatschappelijke manier herbestemd. Bijna 15 procent is in gebruik als kantoor of bedrijfsruimte. 

Het lukt lang niet altijd, maar vaak wordt ernaar gestreefd een kerk die leeg is komen te staan een nieuwe functie te geven waar de hele gemeenschap iets aan heeft. Een goed voorbeeld daarvan is de Petruskerk in Vught, die na een grondige verbouwing sinds 2018 ruimte biedt aan onder andere de bibliotheek, het Vughts Museum, de Wereldwinkel en een welzijnsstichting.

Niet zelden verkoopt de kerkelijke gemeente haar gebouw om het vervolgens op zondagen te huren voor kerkdiensten. De protestantse gemeente van Groenlo komt bijvoorbeeld nog elke zondag samen in het koor van de Oude Calixtuskerk. Het gebouw is nu in handen van een stichting die de kerk zo verbouwde, dat delen van de kerk kunnen worden verhuurd.

Hoeveel kerken er na 1970 precies zijn gebouwd en welk deel daarvan inmiddels een andere bestemming heeft gekregen, is nog niet helemaal in kaart gebracht.  Experts schatten dat van de ongeveer 6900 kerkgebouwen in Nederland een kleine duizend na 1970 zijn gebouwd. Een verwaarloosbaar aantal van die kerken – maximaal 3 procent – heeft een andere bestemming gekregen. 

In het onderzoek van Trouw zijn de verdwenen kerken niet meegenomen. Van de kerken uit de bouwperiode 1800-1970 zijn dat er zo’n tweeduizend.

Verantwoording

Voor het kerkenonderzoek combineerde Trouw diverse databestanden. Architectuurhistoricus Herman Wesselink deed promotieonderzoek naar kerkenbouw in Nederland tussen 1800-1970 en stelde een database op van kerken die in die periode zijn gebouwd. Omdat de database van Wesselink deels verouderd is, heeft Trouw de lijst bijgewerkt. Daarbij werd onder meer gebruikgemaakt van Reliwiki, een door vrijwilligers bijgehouden online database van religieuze gebouwen. Voor de periode vóór 1800 is gebruikgemaakt van gegevens van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.  Van de kerkgebouwen die na 1970 zijn gebouwd, bestaat nog geen compleet overzicht. Op basis van gesprekken met deskundigen kan worden vastgesteld dat er sindsdien zo’n duizend kerken zijn gebouwd. 

In Sas van Gent heeft een permanente boerenmarkt nieuw leven in de Cuyperskerk geblazen. Beeld Lars van den Brink

Waarom katholieken meer eisen stellen dan protestanten

Wélke nieuwe functie een leegstaande kerk krijgt, hangt mede af van de stroming: een katholieke kerk is terughoudender dan een protestantse kerk bij herbestemming.

Het is de plek waar het altaar stond, dus – verzekert de brochure – op bouwnummer 11 woont u als een god. Nummer 11 verwijst naar een van de twaalf ‘luxe stadsvilla’s’ die worden gebouwd in de Heilig Hartenkerk in Den Bosch. ‘Hemels wonen’, heet het. Begin volgend jaar moet het herbestemmingsproject voltooid zijn.

Het kerkgebouw – begin jaren vijftig in gebruik genomen – is aan de eredienst onttrokken: er waren te weinig kerkgangers overgebleven.

De Heilig Hartenkerk is een van de vele kerken in Nederland die een woonbestemming heeft gekregen. En een woonbestemming is populair, blijkt uit het onderzoek dat deze krant deed naar herbestemming van kerkgebouwen. Een op de vijf kerken in ons land heeft inmiddels een andere functie. In een derde van die bijna 1400 kerken wordt nu gewoond. Alleen een culturele of maatschappelijke herbestemming – theater, expositieruimte, buurthuis – is populairder.

Voor rooms-katholieken is de kerk heilig

Welke bestemming een leegstaand kerkgebouw krijgt, hangt af van veel factoren. Een van de belangrijkste is of het een rooms-katholiek of protestants kerkgebouw is. Aan herbestemming van katholieke kerken worden vaak meer voorwaarden gesteld. Dat komt in de eerste plaats door de rol die het kerkgebouw in de rooms-katholieke praktijk speelt: die kerken zijn gewijde gebouwen. Dat is bij protestanten heel anders. Ook daar kunnen gelovigen erg hechten aan hun vertrouwde kerkgebouw, maar gechargeerd gezegd: voor rooms-katholieken is de kerk heilig, voor protestanten is de kerk handig. Daardoor zijn rooms-katholieken terughoudender om hun kerken een andere functie te geven.

Uit het onderzoek blijkt dat van de meer dan 3000 protestantse kerkgebouwen die tussen 1800 en 1970 in Nederland zijn gebouwd, een kleine 850 zijn herbestemd. Meer dan een kwart van alle protestantse kerken dus. Bij rooms-katholieke kerken ligt dat een stuk lager: van de ruim 1500 kerken uit die bouwperiode kregen zo’n 280 een andere bestemming, nog geen 15 procent. Meer dan 20 procent van de rooms-katholieke kerken die aan de eredienst zijn onttrokken, heeft nog geen andere bestemming gekregen. Bij de protestanten is dat veel minder: 5 procent.

Rooms-katholieken lijken er meer aan te hechten dat hun voormalige kerkgebouwen een rol voor de gemeenschap blijven vervullen. Afgestoten protestantse kerken worden bijvoorbeeld vaker gebruikt als kantoorpand of bedrijfsruimte. Terwijl bij voormalige katholieke kerken het aantal zorginstellingen weer hoger ligt. En het aantal woningen in voormalige katholieke kerken ligt een stuk lager dan bij protestantse kerken. De reden is deels bouwkundig. Met name in het zuiden zijn vanaf 1850 veel grote neogotische rooms-katholieke kerken gebouwd. Die zijn veel moeilijker aan te passen dan de meestal kleinere protestantse kerkjes waarvan er veel in het noorden staan. 

Kettingbeding

De voorwaarden die parochiebesturen aan de herbestemming stellen, verschillen per bisdom. Het ene bisdom vindt het prima als er een horecagelegenheid komt, terwijl het andere daar niets van wil weten. Als een rooms-katholieke kerk wordt verkocht, is in de koopovereenkomst altijd een zogenoemd kettingbeding opgenomen: daarin staan de verkoopvoorwaarden die tot in de eeuwigheid blijven gelden. Dus als een rooms-katholieke kerk in handen komt van een projectontwikkelaar met als voorwaarde dat er geen horeca in het pand mag komen, geldt dat ook als die projectontwikkelaar het pand later doorverkoopt. Het komt in de praktijk regelmatig voor, vertellen deskundigen, dat zo’n kettingbeding decennia na de eerste verkoop weer op tafel komt. 

Kent u geslaagde of juist mislukte voorbeelden van herbestemde kerken? Bent u er zelf bij betrokken (geweest)? Heeft u tips? Meld het ons via kerkenonderzoek@trouw.nl.

trouw.nl/kerkenonderzoek

Lees ook:

Op vakantie, naar het theater of sporten: er kan zoveel in een voormalige kerk

Kerken lopen leeg, en om te voorkomen dat de kerkgebouwen leeg blijven, krijgen veel voormalige gebedshuizen een nieuwe functie. Drie voorbeelden uit de praktijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden