Kloostercomplex Bovendonk in Hoeven is omgebouwd tot conferentiecentrum, met hotel en brasserie.

Onderzoek

Een nieuw leven voor de leeglopende kloosters

Kloostercomplex Bovendonk in Hoeven is omgebouwd tot conferentiecentrum, met hotel en brasserie.Beeld Merlin Daleman

Het aantal kloosterlingen in Nederland loopt steeds verder terug. Veel overgebleven zusters en broeders kunnen hun kloostercomplexen niet langer zelf bekostigen. Wat gebeurt er met al die gebouwen?

Bas Roetman

Ze zijn nog met z’n ­vijftigen, hun gemiddelde leeftijd is ruim ­boven de 80. De zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort, woonachtig in een monumentaal kloostercomplex in het hart van de stad, besloten enkele jaren geleden om hun gebouw te verkopen. Het lukte niet meer om het ‘Zusterhuis’ nog in eigen beheer te houden, het aantal zusters nam gestaag af, terwijl de onderhoudskosten onverminderd hoog bleven. Leegstand dreigde voor een deel van het gebouw.

Het aantal leden van kloosterordes zoals die in Amersfoort neemt snel af. In 2015 telde Nederland nog zo’n 5000 kloosterlingen, van hen zijn nu nog ongeveer 3000 over, blijkt uit cijfers van de Konferentie Nederlandse Religieuzen. Veel kloosters worden een maatje te groot. Niet zelden betekent dat noodgedwongen verkoop van een gedeelte of het gehele pand, en nadenken over een nieuwe bestemming.

Een groot deel van de kloosters heeft inmiddels een nieuw leven gekregen. Het precieze aantal kloostergebouwen in Nederland is moeilijk vast stellen, maar het aantal rijksmonumenten geeft wel een indicatie. Volgens Fenicks – een bedrijf voor digitale monitoring van ruimtelijk erfgoed – telt ons land 175 rijksmonumentale kloostercomplexen, waarvan er 142 een nieuwe bestemming hebben gekregen.

Qua exploitatie niet de goedkoopste panden

Hans van Westerlaak adviseert meerdere kloostergemeenschappen bij het beheer van hun vastgoed, waaronder de zustergemeenschap in Amersfoort. Hij ziet hoe het door vergrijzing en afname van het aantal leden steeds moeilijker wordt voor kloostergemeenschappen om hun gebouw in stand te houden. “Het zijn qua exploitatie niet de goedkoopste panden. Wanneer het aantal bewoners terugloopt, ontstaat er leegstand in de grote ruimtes zoals eetzalen, recreatiezalen en de kapel, omdat je die nog maar deels gebruikt. Je moet alles ondertussen wel verwarmen en goed onderhouden. Daarnaast zijn het ook niet de meest duurzame gebouwen.” Een grote renovatie om het gebouw te verduurzamen is vaak niet realistisch. “Het kost te veel tijd om de kosten daarvan terug te verdienen.”

Daardoor komt het vaak neer op een keuze: of het kloostercomplex verkopen en verhuizen naar bijvoorbeeld een verzorgingshuis, of een constructie verzinnen om na de verkoop nog in het oorspronkelijke gebouw te kunnen blijven wonen. De zusters van het Zusterhuis deden dat laatste. “Dan ben je van de zorg van het onroerend goed af, maar je kunt er nog zo lang mogelijk blijven wonen”, aldus Van Westerlaak.

De zusters vonden een geschikte projectontwikkelaar, die het complex mogelijk gaat verbouwen tot appartementen en/of zorgwoningen. De zustergemeenschap huurt een gedeelte van het klooster terug, waar ze de komende jaren nog kan blijven wonen.

In de vastgoedwereld neemt de interesse in kloostercomplexen toe, ziet Eric Annaert van vastgoedadviesbureau Colliers International. Dat komt allereerst door de krapte op de woningmarkt. Wanneer de kloosterkamers de juiste maat hebben – dat verschilt per complex – zijn kloostergebouwen redelijk makkelijk te verbouwen tot woningen, al dan niet met zorgfunctie, zegt Annaert. “Dat kan enorm schelen in de bouwkosten.”

DomusDela

Naast zorgwoningen en appartementen transformeren kloosters ook regelmatig tot horecagelegenheid of conferentiecentrum. Vaak zijn de gebouwen ook zo groot dat er ruimte is voor meerdere bestemmingen. Bij enkele kloosters wordt herbestemming groots aangepakt: het klooster van de paters Augustijnen in Eindhoven werd in 2013 verkocht aan uitvaartonderneming Dela, dat het klooster met hulp van fondsen, het Rijk, de provincie en de gemeente omtoverde tot DomusDela: een uitvaartcentrum, cultuurcentrum, brasserie, hotel en vergader­locatie in één.

De vraag vanuit de vastgoedwereld naar kloostercomplexen neemt toe, maar volgens Annaert zijn sommige projectontwikkelaars ook huiverig om eraan te beginnen. Dat heeft te maken met het spanningsveld tussen een maatschappelijke invulling en commercie. “Veel kloosters zijn ooit ontstaan vanuit een idee van barmhartigheid richting de maatschappij. Kloostergemeenschappen willen dat idee graag in stand houden, ook wanneer de laatste zuster of broeder is overleden en het complex van de hand wordt gedaan.” De wens is dan dat het gebouw in ieder geval gedeeltelijk een maatschappelijke functie krijgt. “De nieuwe ­eigenaar moet wel in staat zijn om dat financieel aan te kunnen. Hoe kun je dat met ­elkaar matchen? Dat is wel een opgave.”

Wie een klooster wil herbestemmen is bovendien – net als bij kerkgebouwen – gebonden aan regelgeving, vanwege het monumentale karakter van de meeste panden. “Je moet als eigenaar veel overleggen met de gemeentelijke monumentencommissie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed”, zegt Sylvia Pijnenborg, adjunct-­directeur van BOEi, een organisatie die zich bezighoudt met het restaureren en her­bestemmen van cultureel erfgoed. “En je zit met toegankelijkheid, zie maar eens een lift in een monumentale trap te krijgen. Dat soort dingen maakt herbestemming soms best lastig.”

Ondanks de moeilijkheden zullen verreweg de meeste kloosters de komende jaren een nieuw leven krijgen. Transformatie tot woningen is populair, ziet ook Pijnenborg. Toch zou het volgens haar mooi zijn als kloosters ook een maatschappelijke bestemming houden. “We zijn als BOEi eigenaar van het Nemiusklooster in Den Bosch, waar nu een hotel in is gevestigd. De buurt is ook bij het gebouw betrokken, om de tuin te onderhouden bijvoorbeeld, en jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt kunnen er aan de slag. Dat is toch wel leuker dan ­woningen om te verkopen. Zo blijft er leven in het gebouw, het heeft meer charme.”

Kloostercomplex Bovendonk in Hoeven. Beeld Merlin Daleman
Kloostercomplex Bovendonk in Hoeven.Beeld Merlin Daleman

Dat het exploiteren van een groot ­kloostercomplex niet altijd makkelijk is, weet men in het Brabantse Bovendonk. ­Bovendonk, gelegen in het dorpje Hoeven, werd in 1907 opgericht als katholiek seminarie. Na de oorlog stond het gebouw jaren leeg, sinds de jaren zeventig is het een conferentiecentrum, met hotel en brasserie. Een gedeelte van het pand wordt nu verhuurd aan de priester- en diakenopleiding van het bisdom Breda. Eigenaar is de stichting Bovendonk, een kerkelijke instelling met nauwe banden met het bisdom.

De onderhoudskosten van het neogotische complex, ontworpen door architect Pierre Cuypers, zijn groot. Ook laat het gebouw op het vlak van duurzaamheid nog veel te wensen over, waardoor het veel kost om de ruimtes te verwarmen. Met de inkomsten van het conferentiecentrum, de horeca en de priesteropleiding probeert de stichting het gebouw in stand te houden, maar dat is niet altijd makkelijk. Er ligt voortdurend druk op het conferentiecentrum en hotel-restaurant: brengt het wel genoeg op?

Hoge kortingen

Bovendonk wil toegankelijk zijn voor allerlei groepen en zich niet uitsluitend richten op de zakelijke markt. “Bij de exploitatie heb je eigenlijk twee petten op”, zegt Tim Berendsen, die het conferentiecentrum met horecagelegenheid bestiert. “Je voelt een maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar dat botst soms met de commerciële instelling die je ook moet hebben.” Dat zorgde er in het verleden voor dat er op commercieel vlak niet altijd de beste keuzes werden gemaakt. Om sommige gastengroepen tegemoet te komen werden er met grote regelmaat hoge kortingen geboden. In goede tijden was dat niet altijd meteen een probleem, maar in de moeilijke jaren kwam dat dubbel zo hard aan.

Inmiddels zijn er grootse plannen om ­Bovendonk toekomstbestendig te maken, waarbij Berendsen meer vrij wordt gelaten om Bovendonk ook commercieel succesvoller te laten zijn zonder het maatschappelijke aspect uit het oog te verliezen. Er komen kantoorunits voor zelfstandig ondernemers, het aantal conferentieruimtes wordt uitgebreid en de hotelkamers worden luxer. Het hotel wordt een ‘leerhotel’, waar horecapersoneel wordt opgeleid. Het complex wordt bovendien grondig gerestaureerd met miljoenen euro’s subsidie van het Rijk: de gevels, het metselwerk en vooral de dakgoten zijn in slechte staat. “Ons staat een mooie toekomst te wachten”, zegt Berendsen.

Een nieuwe manier van verduurzaming

Ook als het gaat om duurzaamheid heeft Bovendonk grote ambities. De gebouwschil wordt geïsoleerd, en er komen nieuwe lei­stenen op het dak. Met hulp van de provincie Brabant wordt in Bovendonk een nieuwe manier van verduurzaming gebruikt, waarbij de kosten grotendeels worden gefinancierd uit de beoogde besparing. Het bedrijf dat de verduurzaming uitvoert, heeft zo ook zelf een belang dat het goed gebeurt.

Met een nieuwe bestemming als zorgcentrum, appartement of horecagelegenheid, gecombineerd met verduurzaming, ­lijken de kloostercomplexen nog jaren mee te kunnen. Ook zonder religieuze invulling. In het Zusterhuis in Amersfoort kunnen de zusters nog blijven, maar toch voelt de verkoop van de gebouwen al als een afscheid, zegt Van Westerlaak, het einde van een tijdperk. “Dat is emotioneel. Maar soms moet je de realiteit accepteren zoals die is.”

Lees ook:

Vallen de kerken ten prooi aan de commercie?

Een op de vijf kerken is al niet meer in gebruik als kerk en de komende jaren zal dat aantal alleen maar gaan toenemen. Zien commerciële partijen kerkgebouwen inmiddels als een nieuwe mogelijkheid om geld te verdienen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden