Een moslima en een rabbijn schrijven elkaar brieven: ‘De vijand van de jood is niet de moslim’

Oumaima Al Abdelaoui en Lody van de Kamp. Beeld Patrick Post

Een rabbijn en een islamitische scholier schreven elkaar brieven. Die zijn nu gebundeld.  ‘We zijn allemaal kinderen van Adam en Gawa.’

Bij de Klaagmuur in Jeruzalem vraagt de Nederlandse rabbijn Lody van de Kamp zich af waar de geloofsgenoten naast hem om bidden. Hij hoopt dat ze hetzelfde willen als hij. Vrede. Dan gaan zijn gedachten naar de andere kant van de muur, waar zich de moslimwijk bevindt. En naar de gebeden die daarvandaan opstijgen. Daar zal men, ‘beschadigd door het geweld van de afgelopen decennia’, vast nog maar om één ding bidden, denkt hij. Ook om vrede.

Aan deze passage uit het boek ‘Over muren heen’ is de titel ontleend van een briefwisseling tussen Lody van de Kamp, gepensioneerd rabbijn uit Amsterdam, en Oumaima Al Abdellaoui, een islamitische vwo-scholiere uit Zaandam. In een tijd dat joden en moslims als ‘een soort natuurlijke vijanden’ worden gezien, gaan zij op zoek naar wat hen bindt. Vandaar de ondertitel: ‘Een hoopvolle briefwisseling’.

Maar het gaat ook over Israël en Palestina. Halverwege het boek vraagt de rabbijn of Oumaima’s generatie dit conflict niet achter zich kan laten. Kan die niet, onbelast door de vraag wie schuldig is, gewoon vredig gaan samenleven? Een streep trekken?

Het antwoord is nee. Oumaima denkt dat haar leeftijdsgenoten, die al ‘ongelooflijk veel te verduren hebben gehad’, juist ‘nog heftiger, agressiever en gevoeliger voor extremisme zullen zijn’. Al wil ze ook graag vrede, ‘een streep trekken’, dat gaat niet zomaar, vindt Oumaima. Eerst zou er recht gesproken moeten worden, met het oog op wat Palestijnen is afgenomen en aangedaan. Liefst door een willekeurige Nederlandse rechter, schrijft ze. “Want als ik ergens toch wel erg trots op ben, dan zijn het onze eerlijke rechters.”

Kinderen van Abraham

Bij een kop thee in een etablissement in Amsterdam-Zuid blikken de twee ­terug op de briefwisseling. Ze kletsen gezellig, alsof het niet over een van de ingewikkeldste problemen ter wereld gaat. Van de Kamp: “Achteraf denk ik: hoe kon ik zomaar verwachten dat het met zo’n streep afgedaan kon worden? En ja, als we dat leed van de Palestijnen en de Israëliërs verder zouden uitdiepen, dan hebben we elkaar nog heel wat uit te leggen.”

Oumaima: “Toch had ik niet verwacht dat we het wat dit onderwerp ­betreft op zoveel punten eens zouden zijn. Met mijn beste vriendin, die joods is, kan ik er moeilijk over praten. Ik ben dan wel niet Palestijns, maar het onderwerp doet veel met me. Het is niet omdat ik veilig en warm in Nederland zit dat ik me niets hoef aan te trekken van wat daar gebeurt. Als moslims zijn we één gemeenschap, broeders en zusters. En als we verder teruggaan, dan zijn we allemaal kinderen van Abraham.”
Van de Kamp: “Dan horen wij er ook weer bij”.
Oumaima: “Ja, precies. En als we nog verder teruggaan, dan zijn we allemaal kinderen van Adam en bij ons Gawa en bij jullie, Lody, Eva.”
Van de Kamp: “Nee, in het Hebreeuws is het ook Gawa. Eva is Nederlands.”
Oumaima, opgetogen vanwege de overeenkomst: “Echt? Wauw!”

Pelgrim

Gedurende hun briefwisseling was Oumaima ook op reis, als pelgrim naar Mekka. Voor haar is dat therapeutisch, al was het maar omdat ze er geen ‘uitzondering’ is. Toen ze op haar vijftiende een hoofddoek ging dragen, kreeg ze het op school zwaar te verduren. Zo zei een jongen op het schoolplein: “Ga je dan nu ook naar Syrië?”

Oumaima: “Zó vernederend. Maar als je ’s ochtends de krant leest, krijg je alleen maar negatieve dingen over de ­islam te zien, dus dan kan ik het je niet kwalijk nemen dat je zo denkt. Een vriendin zei, heel lief: ‘Trek het je niet aan’. Maar dat doe ik natuurlijk wel. ­Zeker als er meer dingen bij komen. Ik ging bijvoorbeeld solliciteren bij een koffiezaak in Zaandam waar ik best vaak kwam. Die man prees mijn cv, en zei toen: ‘Maar ehh, dat’ – en toen pakte hij een stukje van mijn hoofddoek vast – ‘dat wordt ’m niet’. Toen ben ik de zaak uitgelopen en een stukje verderop heb ik huilend mijn moeder gebeld.”

Van de Kamp: “Ik schrik nog steeds van wat er – met naam en toenaam – zoal gezegd wordt over moslims op ­sociale media. Dan ben ik niet verbaasd dat mijn grootouders zijn omgebracht in Auschwitz.”
Oumaima: “Die angst speelt heel erg in de islamitische gemeenschap.”
Van de Kamp: “Vergeet niet: de nazi-partij in Duitsland was maar een kleine meerderheid. Ze hebben wel in een mum van tijd de democratie omver geholpen.”
Oumaima: “Joodse mensen waren herkenbaar door hun keppeltje. Nou, ik ben herkenbaar door mijn hoofddoek. En mijn moeder, mijn tantes en mijn oma ook.”

Beeldvorming

Zo nu en dan frutselt de rabbijn aan het keppeltje op zijn hoofd. In het ­Enschede van de jaren vijftig, waar hij opgroeide, werd hij soms uitgescholden vanwege het hoofddeksel. En in Engeland, waar zijn kinderen wonen, is hij eens in elkaar geslagen. “Dat was naar. Maar: de vijand van de jood is niet de moslim. Die beeldvorming is er wel, ook gevoed door het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël, en door de SGP en de ChristenUnie. Die komen steeds met vreselijke beschuldigingen aan het adres van de moslimgemeenschap. Er wordt gedaan alsof het in Nederland gevaarlijk is voor joden. Daarbij kruipt een deel van de joodse gemeenschap in de slachtofferrol.”

Oumaima: “Antisemitisme is natuurlijk een probleem. Maar het is níét zo groot als het wordt gemaakt. Tussen het jodendom en de islam hoeven ook geen problemen te zijn. De Profeet leefde in Medina samen met joden, zij vielen onder de bescherming van zijn leger. Zijn buurman was zelfs joods. Nou, als dat al prima ging, terwijl de Profeet toch wordt gezien als een heel ‘streng’ islamitisch figuur, waarom zou het dan nu bij ons een probleem zijn?”

Somberen is niet zo aan het duo besteed. Van de Kamp: “Maar het blijft de komende honderd jaar aanpakken op de momenten dat het misgaat. Nederland is een ander land geworden: verhard, onbeleefd. Al is het niet alleen ons land. Het is ook dat we die magische grens van de eeuwwisseling over zijn. Alles waar je nog naar kunt verwijzen, de oorlog bijvoorbeeld, dat is allemaal ver weg, van de vorige eeuw.”

Oumaima: “Ik zit niet echt op Twitter en Facebook, maar wel op Instagram, net als veel jongeren. Daar is veel minder negativiteit. Dat geeft me wel hoop.”
Van de Kamp: “Zolang de lezers mij en Oumaima maar niet als unieke gevallen beschouwen”.
Oumaima: “Als wij dit kunnen, met onze verschillen, kan iedereen het”.
Van de Kamp: “Jij zit nog op school, ik ben al aan het eind van mijn carrière, onze religies, zo’n beetje alles aan ons is anders. En dan hebben we toch een heel boek samen kunnen schrijven, over behoorlijk taaie materie. Maar zie, dat kan gewoon.”

Lody van de Kamp en Oumima Al Abdellaoui, ‘Over muren heen’. Uitgeverij Kok-Boekencentrum, €14,99.

Lees ook: 

Rabbijn verlaat CDA om uitsluiten van moslims

In oktober 2017 zegde Rabbijn Lody van de Kamp na meer dan twintig jaar zijn lidmaatschap van het CDA op. Hij kon zich niet vinden in de ‘trots’ die partijleider Sybrand Buma voelde over het toen net gesloten regeerakkoord. “Laat mij dan maar constateren dat ik trots ben op die velen die verdrietig worden bij het lezen van deze woorden”.

Lees de Koran en weet: Israël is een Joodse staat

Moslims, respecteer de Koran. Die is klip en klaar, betoogt moslima Qanta Ahmed: Joden hebben het volste recht Israël te claimen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden