In de schaduw van de minaret Eildert Mulder

Een moskee in Aksum is de dood voor christenen

Waarom mogen joden en christenen niet meedoen aan de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, de hadj? Niet een knorrige islamofoob vroeg zich dat af, maar de ­Libische dictator Muammar al-Kadafi, kort nadat op 30 december 2006 in de vroege ochtend van het slachtfeest Saddam Hussein was opgehangen.

Een vlerk, Kadafi. Zoiets zeg je als moslim niet en zeker niet in het Arabisch, de taal van de Koran. Het klonk als een knallende boer op een diner. Behalve een tiran was Kadafi ook een Arabisch duplicaat van Tijl Uilenspiegel, de schelm die met zijn grollen middeleeuwers treiterde. Inhoudelijk was er weinig mis met zijn vraag. Hij eiste een theologische onderbouwing voor de uitsluiting van joden en christenen. In de Koran vind je die niet. Kadafi’s achterliggende boodschap was politiek: denk niet dat ik geschrokken ben door de executie van Saddam. Ik doe en zeg wat ik wil, desnoods trap ik jullie heiligste huisjes kapot. Ik blijf de baas.

Hij wist nog niet welk lot hemzelf wachtte, een kleine vijf jaar later, gelyncht en gedropt in een afwateringsbuis.

Hakken in het zand

Hoe exclusief is heiligheid? Dat was de kern van Kadafi’s vraag. Mekka weert radicaal alle andersgelovigen. Terwijl een moslim wel het Vaticaan kan bezoeken of de christelijke heilige stad Aksum, lang geleden de hoofdstad van Ethiopië. Op de website van de BBC staat een reportage over het huidige Aksum, 70.000 inwoners, 10 procent moslim en de rest christen. Aksum is minder exclusief dan Mekka, maar zet de hakken in het zand nu de plaatselijke moslims een moskee willen. Ze zijn het beu hun diensten nog langer thuis of in de buitenlucht te moeten houden.

400 jaar voordat boze Friezen Bonifacius doodsloegen, werd het christendom staatsgodsdienst in Ethiopië. Nog steeds vormen christenen de meerderheid. De moslims, een derde van de Ethiopische bevolking, eisen hun rechten op. Maar een moskee in Aksum is taboe. Tot hier toe! Aksum is ons Mekka, zeggen christenen tegen de BBC. Als hier een moskee komt, dan gaan we dood.

Koningin van Sheba

In de verhalen over Aksums glorieuze verleden regeert niet de leugen, maar wel de verbeelding. Liegen is een bewuste daad. Fantasie is een bijna zelfstandige kracht die met mensen op de loop kan gaan en eigen waarheden creëert. Bijvoorbeeld als zou de bijbelse koningin van Sheba, die koning Salomo bezocht, uit Aksum afkomstig zijn geweest. Of dat zich in de Kerk van Onze Vrouwe Maria van Zion de verbondsark van de bijbelse Israëlieten bevindt, een met goud beslagen heilige kist met daarin twee stenen tabletten, beschreven met de Tien Geboden die God aan Mozes overhandigde. Sinds 2500 jaar geldt de ark als vermist, maar in Aksum weten ze beter.

Bij zo veel bijbelse heiligheid past geen moskee, vinden christenen. Maar Aksum is ook belangrijk en misschien zelfs wel een beetje heilig voor moslims. Moslims van het eerste uur zouden zijn uitgeweken naar Ethiopië, op de vlucht voor vervolging door Mohammeds vijanden. Volgens de islamitische overlevering was de keizer van Ethiopië zo onder de indruk van de ballingen dat hij stiekem zelf moslim werd, terwijl omgekeerd in een Ethiopisch verhaal dankbare ballingen zich lieten dopen.

Warm gevoel

Ook nu nog kan Ethiopië bij moslims een warm gevoel oproepen. In de jaren negentig vluchtten Algerijnse aanhangers van de verboden islamitische partij FIS naar Amerika. Ontroerd vergeleken ze de VS met het gastvrije Ethiopië uit Mohammeds tijd, waarvan Aksum de hoofdstad was.

In de rubriek ‘In de schaduw van de minaret’ leest u bespiegelingen over de islamitische wereld van Eildert Mulder, arabist en oud-redacteur van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden