Afrikaanse muziek

Een mix van populaire muziek, en soefistische en paganistische tradities

Karima El Fillali (links) en Shishani Vranckx vormen samen Shakuar.  Beeld Alwin Poiana
Karima El Fillali (links) en Shishani Vranckx vormen samen Shakuar.Beeld Alwin Poiana

Karima El Fillali en Shishani Vranckx van het muzikale project Shakuar vertellen over de soefistische en paganistische invloeden in hun werk. Ze treden op met het Residentieorkest, maar hopen dat het meer wordt dan dat.

Het was een lotgevalletje, zegt zangeres Karima El Fillali (33). Toen ze als veertienjarige op vakantie was in Marokko, waar haar vader vandaan komt, belandde ze in een nachtelijke ceremonie op het platteland. Twee oude vrouwen speelden percussie en dansten in trance, met de blote voeten stevig op de aarde. “Er leek geen einde aan hun energie komen.” Ze had nog nooit zoiets gehoord. Het was muziek, maar anders dan alles wat ze kende. Niet de klassieke muziek waarmee ze opgroeide in het Westland, niet de r&b waar ze als tiener naar luisterde. “Hier gebruikten ze de trommels en de zang als opwekkers van trance en vervoering.”

Ze vertelt thuis op de bank in Amsterdam, en schuin tegenover haar zit de Namibisch-Belgische Shishani Vranckx (32). Samen vormen ze het muzikale project Shakuar, waarin hun verschillende achtergronden samenkomen. Elementen uit Noord-Afrika en Namibië zijn vermengd met hiphop, r&b en electronica. Exploring artistic and spiritual expressions, zo luidt hun streven. Morgen treden ze op met het Residentie Orkest in de Nieuwe Kerk in Den Haag. Op een stoel in de woonkamer staat een guimbri, een luit-achtig, rechthoekig snaarinstrument van kamelenleer, dat El Fillali sinds haar achttiende speelt. Als ze hem even uit de tas haalt om het geluid te laten horen, een donkere, warme klank, is te zien hoe onderop een deel zit vastgeplakt met ducttape. Met een schuine glimlach: “Mijn guimbri-reparateur is met vakantie”.

Muziek van de Kalahari

De musici brengen invloeden samen uit populaire muziek, en soefistische en paganistische tradities. Ook Vranckx groeide op met klassieke muziek. Vanaf haar vierde speelt ze viool, als tiener begon ze te drummen, later kwam de zang. Haar moeder komt oorspronkelijk uit Namibië, en Vranckx reist er jaarlijks heen, om er steeds een paar maanden door te brengen. Daar maakt ze ook muziek. “Ik begon daar mijn carrière in het popcircuit. De laatste jaren verdiep ik me in de muziek van de Kalahari. Het werd me duidelijk hoe belangrijk het lichaam en dans daarbij zijn. Elke aanwezige komt in beweging en doet mee.”

De blik van El Fillali licht op: “Ja”, zegt ze. Ze pakt een geel schaaltje en een theemok van tafel en slaat erop, en in dezelfde beweging geeft ze een klap tegen een oud krat voor colaflesjes. “Zo was het in Marokko ook. Daar pakt iedereen een lepel, een vaas, wat er ook voor handen is. Mensen klappen, mensen zingen, mensen bewegen. Ook als ze geen danser of zanger zijn.”

Voor Vranckx voelt het alsof ze iets leerde door te ‘ontleren’, vertelt ze. “Weer leren zijn zoals een kind. Ik moest daarvoor weg van het stilzitten bij klassieke muziek, waarbij je je lichaam in controle moest houden, dat idee waarbij de geest boven het lichaam staat. Muziek is voor het Sanvolk zo gelinkt aan het lijf, waarmee je zelf deel bent van de natuur. Daarin zit ook het spirituele van de muziek. Ik wil hun wereldbeeld niet animistisch noemen, omdat ze die term zelf niet gebruiken, maar het is wel zo dat alles geënt is op kennis van de natuur. Respect voor de natuur, voor het ecosysteem, zit er heel diep in. Eten is daar niet een gegeven, een airco ook niet, de groepen waar ik was leven nog met wilde dieren. De muziek is er niet alleen ter vermaak, maar ook om kracht uit te putten, om te overleven in barre omstandigheden. Mensen komen hiervoor samen, om elkaar te helen, bijvoorbeeld als er een zieke is en er geen ziekenhuis in de buurt is, of als er problemen zijn in de gemeenschap. Muziek is hier een kracht die lichaam, geest, kosmos en natuur met elkaar verbindt.”

El Fillali: “Dit herken ik ook in Marokko, waar veel muziek gericht is op het herstellen van een balans en transformatie. Dat is zó anders dan gewoon luisteren naar een lied. Er gebeuren dingen in je.” Vranckx: “Ja, die frequenties doen iets”.

Er is nog een derde muzikant, producer Trippin Jaguar, met wie ze hun te verschijnen album hebben gemaakt. Hij verzorgt de electronische lagen in de muziek. De geluiden waarmee hij mixt, zijn veelal opnames van buiten of van de natuur, vertelt Vranckx. “Zo maken we daar toch weer een connectie mee.”

Erfgoed eren

Op een kastje liggen stapels Arabische poëziebundels. De gnawa, zoals de muziektraditie heet waarin El Fillali thuis is, zijn dan ook een soefi-orde. Ze pakt een cd-boekje waarop te lezen is dat ze afstammen van tot slaaf gemaakten die vanaf de zeventiende eeuw uit West-Afrika naar Marokko werden gevoerd. Ook hier valt het woord ‘heling’. El Fillali: “Ja, wij denken nu altijd: klinkt het mooi? Zoet, aangenaam? Maar daar gaat het niet per se om. De stemgeluiden die ik in de ceremonies hoorde zijn veel rauwer en krachtiger. Niet altijd mooi, maar rauw en echt. Wat dat betreft is het heel spannend dat het Residentie Orkest ons album gearrangeerd heeft.” Vranckx: “Ja, het is niet van: ‘ik heb een mooie stem, luister maar’. Nee, het is: ik heb iets te zeggen. Het gaat om wat je wilt delen.”

Het is niet zozeer een boodschap die ze willen delen, als wel een deel van zichzelf dat ze hebben gevonden op hun reizen. Vranckx zingt delen in het Oshiwambo, de taal van haar moeder, die ze als kind nooit leerde. “Door de koloniale geschiedenis en de apartheid zijn lokale talen en tradities geschaad. Daar zou je niets aan hebben, was de vooronderstelling. En er heerste een negatief idee over tweetaligheid, dat het niet goed zou zijn geweest voor mijn Nederlands als ik ook het Oshiwambo geleerd zou hebben. Maar dit betekende dat ik met de helft van mijn familie niet kon communiceren. Het heeft me dus heel veel gebracht dat ik me die taal later eigen heb gemaakt. Je maakt contact met een wereld, een kracht ook. En door nu muziek te maken in het Oshiwambo, haal ik een deel van mijn geschiedenis terug en eer ik mijn erfgoed.”

El Fillali loopt naar de geluidsboxen om ze te koppelen aan haar telefoon, en iets van hun muziek af te spelen. In het lied gaan hun stemmen zo in elkaar over, dat ze amper van elkaar te onderscheiden zijn. Vranckx legt haar hoofd tegen de muur achter zich, en kijkt omhoog door het dakraam, naar de blauwe lucht. Als het nummer voorbij is, en het weer stil is, zegt ze: “Nederigheid. Dat is wat je meekrijgt als je de uitgestrektheid van het Afrikaanse continent leert kennen. Je ziet het ook aan de rimpels en de gehavendheid van de aarde daar. Je weet meteen: velen zijn me hier voorgegaan. En je voelt dat niet iedere dag gegeven is.”

El Fillali: “Je ziet daar ook de grootsheid van de aarde. Ik was vol ontzag voor de ruimte.” Vranckx: “Hier, in het volgebouwde Amsterdam, waar we vaak binnen zitten, word je er niet zo vaak mee geconfronteerd dat de aarde zo groot is. En dat jij maar een zandkorreltje bent. Daarmee verlies je de verbinding met de aarde, maar ook het besef dat je deel bent van iets veel groters. Dat mis ik hier.”

El Fillali: “Mijn moeder gaat vaak naar Zeeland op vakantie, en ik ga haar vaak even achterna. Als ik dan over een dijk loop, krijg ik ineens zóveel zin om te zingen. Dan denk ik, wat een verlies is het toch als je het contact met de natuur en ruimte kwijtraakt. De ceremonies in Marokko doen ze meestal op een afgelegen, stille plek. De spirituele Arabische zang gaat ook over iets onnoemelijk groots. Het is een dialoog tussen geluid en stilte, de mens en de kosmos.”

Illusie

Vranckx is niet religieus opgevoed, terwijl El Fillali zowel het christendom als de islam meekreeg. El Fillali: “Religie komt van ‘religare’, dat verbinden betekent.” Vranckx: “Dat is wat we allemaal zoeken, denk ik. Vanuit mezelf, als kind van ouders uit twee culturen, heb ik vaak zoveel verschillen gevoeld. Als er soms fricties waren vanwege taal- en cultuurverschillen, dan begreep ik helemaal wat de een bedoelde, maar ook helemaal wat de ander bedoelde. Zo werd ik een soort vertaler thuis.”

El Fillali: “Als ik mensen in ‘wij’ en ‘zij’ hoor spreken, dan is dat vervreemdend. Ik voel: dit klopt niet.” Vranckx: “We kregen altijd de vraag: voel je je meer zwart of wit? Meer Nederlands of Marokkaans of Namibisch? Totdat je denkt: ammehoela, ik voel me alles.”

El Fillali: “Exact. Voor ons zijn die onderscheidingen een illusie. We zijn al één. Maar de vraag is: wordt dat wel beseft?”

Lees ook:

Reggaemuziek tegen corona in Afrika

Met ritmische reggaemuziek waarschuwt de Oegandese popzanger, parlementariër en presidentskandidaat Bobi Wine voor het coronavirus. Het nummer ‘Sensitise to sanitise’ dat zoveel betekent als: Wees verstandig en ontsmet, was in korte tijd op YouTube al ruim 175.000 keer bekeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden