Een keppel dragen, kan dat onbezorgd in Nederland?

Terrence Daniel van Hutten draagt op straat een pet over zijn keppel. Beeld Martijn Gijsbertsen

Een keppel maakt je in een oogopslag herkenbaar als jood. En dus kwetsbaarder voor antisemitisme. Vier joodse Nederlanders vertellen hoe het is om er een te dragen.

Zo op het eerste oog is er niets joods aan de outfit van Terence Daniel van Hutten, de 40-jarige eigenaar van een breakdanceschool in Delft. Een zwarte hoodie, zwarte sneakers, een zwart petje. Totdat hij zijn hoofddeksel afdoet en er nog een laagje stof onder tevoorschijn komt. Een keppel. Ook zwart. “Die doe ik alleen af bij het slapengaan. Zodat er altijd iets tussen mij en mijn schepper zit.”

Het petje draagt hij er buitenshuis overheen. Dat moet van zijn moeder, zegt hij. “Ik mag van haar niet met mijn keppel over straat. Ze is bang voor die ene gek die me misschien iets zou kunnen aandoen. ‘Er staat op sabbat toch niet voor niets marechaussee voor de deur van de sjoel’, zegt ze dan.”

Van Hutten staat een beetje achteraan bij een demonstratie op het Plein in Den Haag. De Duitse antisemitismecommissaris Felix Klein raadde eind vorige maand joden aan op sommige plekken geen keppel te dragen. In Duitsland was het aantal incidenten tegen joden gestegen. Uit verontwaardiging daarover organiseerde het Centrum voor Documentatie en Informatie Israël (Cidi) vorige week deze #Keppel-op-demonstratie. Zo’n tweehonderd mensen zijn erop afgekomen. Ook heel wat niet-joden, een enkele vrouw, met keppels in allerlei kleuren en maten, die ze voor de gelegenheid hebben opgedaan. Door de krakerige microfoon klinkt de stem van Cidi-directeur Hanna Luden: “Waar Duitsland zegt: keppel af, zeggen wij: keppel op.”

‘Onwerkelijk’ noemde Luden het dat slachtoffers van antisemitisme hun kleding zouden moeten aanpassen in plaats van dat er voor hun veiligheid wordt gezorgd. In 2018 werden bij het Cidi 135 anti-joodse incidenten gemeld. In 2017 waren het er 113. Uit de cijfers die de politie bijhoudt bleek juist een lichte afname.

Voor een eerdere stijging van antisemitische incidenten, in 2014, toen het Cidi 171 incidenten telde, was een verklaring. De Gaza-oorlog van die zomer maakte dat joden in Nederland werden aangesproken op de Israëlische politiek. Maar nu is er geen aanwijsbare reden, zegt een woordvoerder. “Het komt van alle kanten. Zowel uit de hoek van voetbalsupporters, de islamitische gemeenschap als van aanhangers van extreem-links en -rechts.”

Een beetje anders

Ook in Nederland wordt soms gezegd dat je geen keppel meer kunt dragen. Zo zei Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, begin vorig jaar dat je in Amsterdam ‘bijna helemaal niet meer over straat kunt lopen met een keppeltje op’. De bewering van Grishaver, die zelf geen keppel draagt, stoorde Amsterdamse joden die dat wel doen. Zoals Ruben Vis, algemeen secretaris van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, de koepelorganisatie van orthodox-joods Nederland. “Onzin”, zegt hij. “Ik kom gewoon overal met mijn keppel. In alle wijken, van Zuid, Bos en Lommer tot Slotervaart en de Bijlmer.”

Op Bevrijdingsdag van dit jaar zei microbioloog en schrijfster Rosanne Hertzberger dat je ‘in veel gebieden in Nederland niet met een keppeltje over straat kan’. Tot ergernis, opnieuw, van Vis. “Nogal frappant dat deze suggestie opnieuw werd gewekt door iemand die zelf geen keppel draagt. Tenminste, voor zover ik weet draagt Hertzberger er als vrouw ook geen.”

Vis heeft wel degelijk antisemitisme op straat meegemaakt. Hij werd nageroepen, vertelt hij, en heeft weleens een duw of stoot in de tram gekregen. “Maar sinds een jaar of zeven heb ik er geen last meer van. Mijn persoonlijke ervaring is dat het in Amsterdam juist beter gaat. In korte tijd is de stad een stuk internationaler en multicultureler geworden. Er zijn nu zoveel mensen die een beetje anders zijn dat uitschelden weinig zin meer heeft. Dan kan je wel bezig blijven.”

“Let wel”, zegt hij, de angst in de joodse gemeenschap is een feit. “Die angst is helaas historisch verklaarbaar. Ik vind het alleen belangrijk dat we precies zijn.”

Hangjongeren

De afgelopen maanden hield de kwestie ook oud-politicus en bestuurder Rob Oudkerk (64) meer dan anders bezig. Hij draagt normaal gezien niets op het hoofd, maar heeft wel een joodse achtergrond. Om zelf te ervaren wat er gebeurt als je een keppel draagt, deed hij dat een aantal weken en hield hij een dagboek bij. In een Amsterdamse kroeg vertelt hij over zijn ervaringen. Hij pakt de keppel even van zijn grijze haardos. “Van mijn vader geërfd”, zegt hij. Het is van ivoorkleurige zijde, met zilverdraad versierd, en er zit een heel klein vlekje op de stof. “Ik durf het niet te wassen.”

Rob Oudkerk droeg een aantal weken een keppel om te ervaren wat er dan gebeurt. Beeld Martijn Gijsbertsen

In zijn dagboek is te lezen hoe hij tot zijn eigen verbazing iets harder gaat lopen als hij ergens in het centrum een groepje hangjongeren passeert. “Ik ben 64 jaar en nooit in mijn leven schichtig geweest. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me bedreigd. Maar later dacht ik: aan wie lag dat? Die jongens deden helemaal niks!”

Oudkerk kreeg voorafgaand aan zijn plan waarschuwingen van mensen om hem heen. Kijk maar uit, zeiden ze. “Al vond ik dat nog zo overdreven, blijkbaar had het me toch beïnvloed. Ik was helemaal niet van plan om ‘uit te kijken’, maar het gebeurde toch.”

In vier weken is hij twee keer uitgescholden, noteert Oudkerk. Een keer voor ‘kankerjood’. Een andere keer vroeg iemand hem: “Hebben ze vergeten jou aan het gas aan te sluiten?”

Antimigratie-agenda

Bij de #Keppel-op-demonstratie in Den Haag houden Kamerleden een korte toespraak. Zowel Thierry Baudet en Theo Hiddema van het FVD, Gidi Markuszower van de PVV als Dilan Yesilgoz van de VVD noemen alleen migranten als verantwoordelijken voor antisemitisme. “Kneiterhard aanpakken”, zegt Yesilgoz. “Beginnen bij de oorzaak: bij preventie, bij migratie.”

Op de achterste rij staat de Haagse rabbijn Shmuel Katzman (61) het stilletjes aan te horen. “Nee”, zegt hij na afloop, met een lichte frons op het voorhoofd. “Het is onzuiver om het probleem op één groep af te schuiven. En dit is niet een moment om aan te grijpen voor een antimigratie-agenda.”

Met zijn zwarte hoed en jas is ook hij als joods herkenbaar. De keren dat er naar hem iets werd geroepen, zegt de rabbijn, kwam dat vanuit alle hoeken. “Ik ben wel eens voor ‘kindermoordenaar’ uitgescholden. Waarschijnlijk toen er iets in het nieuws was over kinderen die getroffen werden door Israëlisch vuur. Dat komt van mensen waarvan ik, afgaand op hun uiterlijk, vermoed dat ze een islamitische achtergrond hebben, maar net zo goed van linkse activisten die het opnemen voor de Palestijnse underdog.”

Een paar meter verderop staat Van Hutten. Ze knikken even naar elkaar – Katzman is ‘zijn rabbijn’. Ook hij fronste zojuist toen het woord ‘migratie’ viel. Van zijn moeders kant stamt de breakdanceleraar af van de familie Levi Maduro, die aan het einde van de vijftiende eeuw uit Portugal vluchtte toen de katholieke heersers daar alle joden verdreven. Via Amsterdam trokken ze naar Aruba en Curaçao. “Wij joden waren toen de migranten.”

Dat mag ook hier op het plein niet worden vergeten, zegt hij. “Dan ga je voorbij aan de vele verschijningsvormen die jodenhaat door de eeuwen heen heeft gekend. Dan zie je niet hoe diep het zit. Ik vraag me soms echt af of we dat nog wel beseffen. In de geschiedenisboeken van mijn dochter zie ik er niets over.”

Vorige zomer maakte hij voor het laatst een antisemitisch incident mee, zegt Van Hutten. “We liepen met een aantal vrienden vanuit de synagoge in Scheveningen terug naar huis toen een witte man ‘kankerjood’ naar ons riep.” Het gezelschap was door de sabbatviering net ‘spiritueel opgelift’ door bezig te zijn met de Thora. Een van hen wilde achter de man aangaan, maar de rest hield hem tegen. “Mijn geloof leert dat je, als je op negativiteit ingaat, toegeeft aan de jetser hara, de neiging tot het kwade. Dan zou alles in de synagoge voor niets geweest zijn.”

Witte chocolade

Naar Vis en naar rabbijn Katzman is wel eens ‘Joden!’geroepen. Een paar jaar geleden liep de rabbijn op de avond van 4 mei door Scheveningen. “Overal zag je de vlaggen halfstok hangen”, vertelt hij. “Dan denk je: men begrijpt het. En dan krijg te je horen: ‘Joden!’”

Vis ziet dat als scheldwoord. “Mensen roepen dat om je te irriteren.” Maar de rabbijn weet niet zeker of hij dat ook vindt. “Ik spreek mensen die me naroepen er meestal op aan. Eén keer bleek dat iemand die ‘joden’ riep, het echt niet negatief had bedoeld.”

Zo betwijfelt ook Oudkerk of de jongens die hem nariepen het wel ‘echt antisemitisch’ bedoelden. Ze waren 17 of 18, zegt hij. “Ik denk dat de ene een Surinaamse achtergrond had, de andere was zo wit als witte chocolade en mogelijk gewoon Feyenoordsupporter. En ik wil het niet bagatelliseren. Maar als voorzitter van een koepel van middelbare scholen heb ik veel met tieners te maken, en die zijn weinig op de hoogte, kan ik je vertellen. Mij lijkt dat die jongens geen idee hebben wat ze zeggen.”

Zelf raakte hij in 2002 in opspraak toen hij het woord ‘kutmarokkanen’ in de mond nam. “Toen ben ik bij scholen langs gegaan om uit te leggen dat ik niet de hele bevolkingsgroep bedoelde, maar het over de criminele figuren onder hen had. Een 16-jarige jongen snapte het heel goed. Hij zei: ‘Oh, dus mag ik u een kutjood vinden’. En zo is het. Als je met je scheldwoord bedoelt aan te duiden dat je iemands gedrag niet oké vindt, is dat iets anders.”

Nee, dan de mensen die hem het dragen van de keppel afraadden, zegt Oudkerk. “Die zeiden: ‘Moet je nou zo opvallen’, of ‘Waarom zou je de kat bel aanbinden’. Dat voelde voor mij eigenlijk veel duidelijker als antisemitisme.”

Het plein is bijna leeg, Van Hutten staat nog na te praten met een vriend uit de sjoel. Hij wil nog iets gezegd hebben over zijn petje. “Ik vind het zelf niet nodig. Anders dan mijn moeder geloof ik heus dat je met een keppel veilig over straat kunt. Maar het petje is ook wel weer handig. Zo wordt er tenminste niet naar me gescholden, of gespuugd, wat ook wel gebeurd is. En nu beginnen mensen niet steeds politieke discussies over Israël met me, een land waar ik niet eens stemrecht heb.”

Lichtelijk ongerust kijkt hij op het notitieblok van de verslaggever. “Ik bedoel het niet van: ‘Kijk die zielige jood’, hè? Mijn islamitische vrienden weten gewoon dat ik joods ben. Als het nodig is kom ik er gewoon voor uit, zoals nu. Maar scheldwoorden doen iets met mij. Ik vraag me altijd af: waarom zie je mij als minderwaardig? Ja, ik ken de complottheorieën, dat wij al het geld hebben. Maar waarom geloof je dat? Waarom praat je niet gewoon met mij?”

Hij zal de eerste zijn om terug te praten. “We moeten er met elkaar zien uit te komen op aarde. ‘Gij zult uw naaste liefhebben’, zo is het gebod.”

Lees ook:

Duitse overheid raadt Joden af om overal keppeltjes te dragen

De Duitse regeringsgezant die zich richt op antisemitisme zegt dat hij Joden in delen van het land niet zou adviseren een keppeltje te dragen. 

Nadav Schwartz is orthodox-joods: ‘God denkt dat het voor mij het beste is om homo te zijn’

De orthodox-joodse homo-activist Nadav Schwartz (36) probeert zijn eigen weg te vinden in het leven. Afgelopen zomer was hij wel bij de Gay Parade in Amsterdam, maar hij vaarde niet mee op een boot. Heel zuur, vond hij. ‘Dat kan niet omdat het sabbat is.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden