Toenmalig president Barack Obama kon wél lachen om de grappen die over hem werden gemaakt tijdens het White House Correspondents Dinner in 2014. Zijn opvolger Donald Trump kwam nooit opdagen. Beeld  AFP
Toenmalig president Barack Obama kon wél lachen om de grappen die over hem werden gemaakt tijdens het White House Correspondents Dinner in 2014. Zijn opvolger Donald Trump kwam nooit opdagen.Beeld AFP

Filosofisch Elftal1 april

Een goede grap vereist vertrouwen. ‘Herman Finkers zei: Het is met humor als met seks’

Het is 1 april. Alle reden voor het Filosofisch Elftal om zich te buigen over de filosofie van de lach. “Humor doorbreekt de maatschappelijke orde en biedt een ander perspectief.”

Eén april, kikker in je bil. Vandaag is de dag dat mensen elkaar van oudsher in de maling nemen. Wat gebeurt er eigenlijk precies als we grappen uithalen? En waarom maken we überhaupt grapjes? Het Filosofisch Elftal buigt zich over de filosofie van de lach.

“Elkaar in de maling nemen, zoals op 1 april, kan een teken van liefde zijn”, zegt filosoof en columnist Tinneke Beeckman. “Bij een 1 april-grap vertrouw je erop dat de ander vatbaar is voor een bepaald soort vergissing, en daar zelf ook om kan lachen. Daarmee laat je zien: ik zie jou voor wie je bent. Grappen uithalen gaat hand in hand met vertrouwen en verbondenheid. Die zaken worden door de grap ook versterkt, een effect dat je trouwens ook ziet als je samen om hetzelfde lacht, ongeacht of iemand in de maling is genomen. Het tegendeel is ook het geval. Als er geen vertrouwen tussen mensen is, ligt een grap maken gevoelig en valt die al snel verkeerd. Als mensen in professionele organisaties geen grappen durven te maken, zegt dat veel over het wantrouwen dat daar heerst. Dat is een spijtige situatie, want humor brengt een lichtheid in het bestaan. Zo kan een grap over een vervelende situatie ervoor zorgen dat een irritatie die is ontstaan een plek krijgt; deze wordt dan letterlijk ‘weggelachen’. Humor heeft dan zelfs een zuiverend effect.”

“Het belangrijkste aspect van humor is denk ik dat een bepaald patroon wordt doorbroken”, reageert Thijs Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Bijvoorbeeld een maatschappelijke orde. Mijn kinderen zijn nu in de leeftijd dat ze alles rondom poep en plas hilarisch vinden. Ze weten dat je daar in onze maatschappij eigenlijk niet over hoort te praten, en juist daardoor vinden ze het extra grappig. Daarbij is sprake van wat psychoanalytische denkers ‘transgressie’ noemen: het idee dat een grens wordt overschreden, dat de orde wordt verstoord, maar dat diezelfde orde juist ook de ruimte toelaat voor die verstoring. Daarin zit denk ik het fundament van de grap. Freud zegt dat grappen ruimte creëren voor iets wat er normaal niet mag zijn, wat wordt onderdrukt.”

Beeckman: “Bij grappen maken gaat het in dit geval niet alleen om de verstoring van de orde, maar ook om de betwisting ervan. Wittgenstein schrijft dat humor niet alleen een spitsvondigheid is, maar ook te maken heeft met een wereldvisie. Door te lachen om een grap, aanvaard je een ander perspectief. In het naziregime werden geen grappen gemaakt, niet omdat mensen geen humor meer hadden, maar omdat dat wereldbeeld zodanig absoluut is, dat het dat niet toelaat. In een totalitair regime of dictatuur wordt elke grap gezien als aanval, er is geen ruimte voor relativering of een alternatieve interpretatie. Een mooi tegenvoorbeeld is het jaarlijkse correspondentendiner in het Witte Huis, waarbij een komiek grappen maakt over de president en zijn beleid. Traditioneel gezien is de president ook aanwezig en lacht mee om de grappen. Daarmee laat hij zien: ik respecteer de pluraliteit. Trump weigerde tijdens zijn presidentschap deze diners bij te wonen. Als leiders grappen ervaren als belediging of vernedering en ze afkeuren, geven ze eigenlijk aan: jij mag mijn macht niet betwisten.”

Lijster: “Daarnaast zijn er ook figuren die juist anderen beledigen en vernederen, onder het mom van ‘het is maar een grapje’. Als bijvoorbeeld Johan Derksen een racistische of seksistische grap maakt, beweert hij dat hij grapjes maakt tegen de politiek correcte elite. Daar zit een soort geste in van ‘naar boven trappen’, van transgressie: ‘Ik maak de grap die niemand durft te maken’. Maar in feite trapt hij naar beneden, door groepen die al lager op de maatschappelijke ladder staan te bespotten, waarmee hij de bestaande orde juist bevestigt. De discussie die volgt op zo’n grap doet ons reflecteren op onze maatschappelijke normen en waarden. Al zijn er natuurlijk ook vormen van humor die zich niet bezighouden met de maatschappelijke orde. Een grap kan ook grappig zijn omdat die een cognitief verwachtingspatroon doorbreekt. Cabaretier Micha Wertheim vergelijkt humor met een goocheltruc, omdat de ‘truc’ zich vooral in je hoofd voltrekt: je verwacht dat het een bepaalde kant op gaat, maar dan merk je dat je toch een andere kant op bent gebracht. Dat kan al met een woordgrap. Humor legt hiermee bloot hoe ons denkproces verloopt. Het laat zien welke mentale afslagen we nemen, en hoe verwarrend het voor ons kan zijn dat er achteraf ook nog een andere denkweg blijkt te zijn. Op die manier kan humor ons aan het denken zetten over het denken, wat ook de kerntaak is van de filosofie.”

Beeckman: “Toch zijn er ook filosofen die juist kritisch zijn over lachen. Volgens Plato is humor zelfs slecht, omdat lachen in zijn ogen altijd uitlachen is, terwijl we ons niet superieur mogen wanen aan anderen. Spinoza pakt het in zijn Ethica genuanceerder aan, door een onderscheid te maken tussen deze negatieve vorm van humor en de positieve vorm ervan. Wie een ander uitlacht, stelt hij, maakt zich schuldig aan zelfoverschatting, wat juist geen teken van wijsheid is. Maar lachen om grapjes, jezelf of een komedie vindt hij juist onderdeel van het goede leven, waarbij het gaat om je geest vrijlaten en de omarming van de creativiteit.”

Lijster: “Het feit dat filosofen al eeuwen nadenken over lachen en grappen maken, laat zien: het onderwerp lijkt luchtig, maar is dat allerminst. Nadenken over humor is van belang. Al zal niet iedereen dat met me eens zijn. Zo zei Herman Finkers ooit: ‘Het is met humor als met seks: hoe meer je erover praat, hoe minder zin je erin krijgt’.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf.

Lees ook:

Als humor zelf rigide wordt, vergaat ons het lachen

‘Het irritante aan het racismedebat is dat het zo humorloos is. Natuurlijk, het gaat over serieuze zaken, maar juist als een debat gepolariseerd raakt, kan een potje lachen voor de nodige lucht zorgen. En dan niet elkáár uitlachen: eerder lachen om jezelf.’ Columnist Jamal Ouariachi over humor in het maatschappelijk debat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden